Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Vellinga-Beemsterboer over het bericht staatsbosbeheer af wil van verlieslatende bezoekerscentra
Vragen van het lid Vellinga-Beemsterboer (D66) aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het bericht staatsbosbeheer af wil van verlieslatende bezoekerscentra (ingezonden 7 juli 2026).
Antwoord van Minister van Essen (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) en
van Staatssecretaris Erkens (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) (ontvangen
28 augustus 2026)
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht dat Staatsbosbeheer af wil van verlieslatende
bezoekerscentra, en kunt u bevestigen wat de aanleiding en omvang van dit voornemen
is?1
Antwoord 1
Ja, wij hebben kennisgenomen van het bericht en kunnen bevestigen dat de aanleiding
ligt in de structurele financiële verliezen van de bezoekerscentra. Om in tijden van
schaarse middelen te kunnen focussen op natuurbeheer en biodiversiteitsbehoud, heeft
Staatsbosbeheer (hierna: SBB) het voornemen om zijn betrokkenheid bij de bezoekerscentra
anders in te gaan vullen. Per locatie zal gekeken worden naar de mogelijkheden, waarbij
sluiting van een bezoekerscentrum ook een resultaat zou kunnen zijn.
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat bezoekerscentra niet alleen een kostenpost zijn, maar ook
een instrument voor publieksvoorlichting, draagvlak en natuurbegrip?
Antwoord 2
Ja, wij delen de opvatting dat bezoekerscentra een maatschappelijke waarde hebben
voor publieksvoorlichting en natuurbegrip. Gelijktijdig heeft SBB als zelfstandig
bestuursorgaan een eigen verantwoordelijkheid om financieel gezond te blijven. De
wettelijke taak op het gebied van natuureducatie en het creëren van draagvlak blijft
onverminderd van kracht. SBB blijft publieksvoorlichting en educatie bieden via informatievoorziening
in de natuurgebieden, de website, excursies, educatieve programma's en het contact
dat boswachters dagelijks met bezoekers hebben. Daarnaast werkt SBB samen met onder
meer IVN Natuureducatie, scholen, gemeenten en andere partners om natuurbeleving en
natuureducatie voor een breed publiek toegankelijk te houden.
Vraag 3
Hoe beoordeelt u de keuze van Staatsbosbeheer om juist op bezoekerscentra te bezuinigen,
terwijl publieksvoorlichting een belangrijke schakel is tussen burgers en natuurbeheer?
Antwoord 3
Wij beoordelen de keuze van SBB als een pijnlijke maar begrijpelijke afweging, waarbij
de organisatie vanwege structurele tekorten de prioriteit legt bij zijn kerntaak van
natuurbeheer en biodiversiteitsherstel in het veld boven het openhouden van verlieslatende
bezoekerscentra. Het gaat om zeven buitencentra, maar publieksvoorlichting wordt voorzien
in alle SBB-gebieden. Hoewel wij de autonomie van SBB als zelfstandig bestuursorgaan
respecteren en de verschuiving naar een andere invulling van publieksvoorlichting
steunen, benadrukken wij dat deze bezuiniging niet mag leiden tot het verdwijnen van
de educatieve functie en dat er daarom actief moet worden gezocht naar lokale partners
en alternatieven om de vitale schakel tussen burger en natuur te behouden.
Vraag 4
Kunt u uiteenzetten hoe de opdracht en publieke taak ten aanzien van educatie en bewustwording
voor Staatsbosbeheer wordt gewogen en vormgegeven ten opzichte van de opdracht voor
natuurbeheer?
Antwoord 4
SBB weegt natuurbeheer als zijn prioritaire basistaak, waarbij publiekseducatie dient
als noodzakelijk maatschappelijke verankering. Dit mag echter bij financiële krapte
niet ten koste gaan van het ecologische beheer in het veld. Sinds de decentralisatie
van het natuurbeleid naar de provincies ontvangt SBB geen specifieke bekostiging meer
voor de bezoekerscentra. SBB maakt daarom keuzes over de wijze waarop educatie en
publieksvoorlichting worden georganiseerd. Het voorgenomen besluit om te stoppen met
het huidige concept van bezoekerscentra betekent niet dat SBB stopt met educatie en
publieksvoorlichting, SBB blijft deze activiteiten uitvoeren.
Vraag 5
Deelt u de opvatting dat publieksvoorlichting, educatie en bewustwording een wezenlijk
onderdeel moeten zijn van het werk van Staatsbosbeheer?
Antwoord 5
Ja, wij delen de opvatting dat publieksvoorlichting, educatie en bewustwording een
wezenlijk en onlosmakelijk onderdeel moeten zijn van het werk van SBB, aangezien deze
maatschappelijke opdracht wettelijk is verankerd en cruciaal is voor het maatschappelijk
draagvlak van het natuurbeleid. Wij benadrukken echter dat de uitvoering van deze
taak niet verplicht gekoppeld is aan het behoud van bezoekerscentra, waardoor SBB
de ruimte krijgt om deze publieksfunctie in tijden van financiële krapte op een andere
en flexibelere manier vorm te geven zonder dat de essentie van de voorlichting verloren
gaat.
Vraag 6
Welke gevolgen voorziet u voor het natuurbeleid wanneer de zichtbaarheid en uitleg
van beheermaatregelen voor het publiek afneemt?
Antwoord 6
Wij voorzien dat het afnemen van fysieke zichtbaarheid en uitleg kan leiden tot een
risico op verminderd maatschappelijk draagvlak en onbegrip bij burgers voor ingrijpende
beheermaatregelen, maar stellen dat dit negatieve gevolg ondervangen moet worden door
de voorlichting effectiever in te richten op de locaties waar de maatregelen daadwerkelijk
plaatsvinden. In plaats van communicatie via statische bezoekerscentra moet de uitleg
over het natuurbeleid verschuiven naar de werkvloer zelf, door de inzet van gerichte
digitale informatie, tijdelijke borden in het veld en boswachters als direct aanspreekpunt,
waardoor de cruciale binding en acceptatie bij het publiek behouden kunnen blijven.
Vraag 7
Kunt u toelichten hoe deze ontwikkeling zich verhoudt tot de ambitie van de overheid
om burgers juist meer te betrekken bij natuur, landschap en biodiversiteit?
Antwoord 7
Wij erkennen dat deze ontwikkeling op het eerste gezicht haaks lijkt te staan op de
kabinetsambitie om burgers meer bij natuur en biodiversiteit te betrekken, maar wij
stellen tegelijkertijd wel vast dat wordt ingezet op een kwalitatieve modernisering
van de betrokkenheid in plaats van het in stand houden van verlieslatende fysieke
locaties. De Rijksambitie richt zich op het stimuleren van actieve participatie en
natuurbeleving in de directe leefomgeving van burgers, wat betekent dat voorlichting
en educatie effectiever naar de mensen toe gebracht moet worden via scholen, digitale
kanalen en lokale initiatieven.
Vraag 8
Hoe voorkomt u dat bezuinigingen op bezoekerscentra leiden tot minder maatschappelijk
draagvlak voor ingrijpend of noodzakelijk natuurbeheer?
Antwoord 8
Wij willen een daling van het maatschappelijk draagvlak voorkomen door van SBB te
vragen dat de voorlichting over noodzakelijk natuurbeheer proactief en direct op de
projectlocaties in het veld wordt vormgegeven, in plaats van te leunen op statische
bezoekerscentra. Daarnaast stimuleren wij overleg met lokale overheden en partners
om de publieksfunctie van vitale locaties waar mogelijk via alternatieve exploitatievormen
te behouden.
Vraag 9
Is onderzocht of publieksvoorlichting via bezoekerscentra juist kosten kan besparen
in het natuurbeheer, doordat beter geïnformeerde bezoekers zich zorgvuldiger gedragen
en minder schade veroorzaken?
Antwoord 9
Ja, (internationaal) wetenschappelijk onderzoek toont aan dat natuureducatie en gerichte
publieksvoorlichting de schade aan natuurgebieden aantoonbaar verminderen, doordat
geïnformeerde bezoekers zich zorgvuldiger gedragen en minder afval achterlaten wat
leidt tot lagere schoonmaak- en herstelkosten binnen het natuurbeheer. Hoewel deze
preventieve kostenbesparingen in de praktijk zijn bewezen, landen deze indirecte maatschappelijke
baten niet als inkomsten op de exploitatiebalans van de bezoekerscentra zelf, die
door de hoge vastgoed- en personeelslasten verlieslatend blijven. Wij benadrukken
daarom dat deze effectieve preventieve voorlichting niet moet stoppen, maar in tijden
van financiële krapte efficiënter en goedkoper rechtstreeks op de werkvloer in het
veld moet worden vormgegeven om de natuur te beschermen.
Vraag 10
Deelt u de opvatting dat het sluiten van bezoekerscentra een verschuiving kan betekenen
van natuur als publiek goed naar natuur als puur beheersvraagstuk en hoe weegt u dat
risico?
Antwoord 10
Wij delen de opvatting dat het sluiten van fysieke bezoekerscentra het risico in zich
draagt dat natuur door het publiek meer als een puur technisch beheersvraagstuk in
plaats van een gezamenlijk publiek goed wordt ervaren, maar wij stellen dat dit risico
kan worden ondervangen door maatschappelijke verbinding op andere manieren vorm te
geven. Wij wegen dit risico zorgvuldig en benadrukken dat natuurbeleid alleen succesvol
kan zijn als er een sterke educatieve en emotionele binding met burgers blijft bestaan.
Om te voorkomen dat de natuurbeleving versmelt tot louter ecologisch beheer, sturen
wij erop aan dat natuur toegankelijk blijft voor bezoekers en dat SBB niet bezuinigt
op de inhoud van de publiekstaak zelf, maar de transitie maakt naar een directere,
laagdrempelige aanwezigheid in het veld, waardoor de status van natuur als publiek
goed juist op de feitelijke plek van de natuurervaring wordt versterkt.
Vraag 11
Welke alternatieven zijn er om de functie van bezoekerscentra te behouden zonder dat
dit ten koste gaat van het kernbeheer van natuurgebieden?
Antwoord 11
SBB heeft onderzocht op welke wijze de functies van de bezoekerscentra ook op een
andere manier kunnen worden ingevuld, zonder afbreuk te doen aan de kerntaak van natuurbeheer.
Daarbij is het uitgangspunt dat publieksvoorlichting, educatie en natuurbeleving behouden
blijven, maar niet noodzakelijkerwijs vanuit een door SBB geëxploiteerd bezoekerscentrum.
SBB blijft publieksactiviteiten uitvoeren via onder meer informatievoorziening in
de natuurgebieden, de website, excursies, educatieve programma's en het contact dat
boswachters dagelijks met bezoekers hebben. Daarnaast werkt SBB samen met o.a. scholen,
gemeenten, IVN Natuureducatie en andere partners om natuurbeleving en natuureducatie
voor een breed publiek toegankelijk te houden. Voor de huidige gebouwen wordt per
locatie, in overleg met betrokken partners en rekening houdend met bestaande afspraken
en contracten, onderzocht welke toekomstbestendige invulling mogelijk is. Daarbij
kan worden gedacht aan exploitatie door lokale ondernemers of andere maatschappelijke
partijen. Ook kunnen, waar passend, tijdelijke of mobiele voorzieningen worden ingezet,
bijvoorbeeld bij (natuurherstel)projecten of evenementen.
Vraag 12
Bent u bereid om met Staatsbosbeheer in gesprek te treden over het voortzetten van
de bezoekerscentra en hierin ondersteunend op te treden?
Antwoord 12
Ja, wij zijn bereid om met SBB in gesprek te treden en ondersteunend op te treden,
mits dit gebeurt binnen de kaders van de operationele autonomie van de organisatie
en zonder dat dit leidt tot een structurele financiële bijdrage vanuit het Rijk. Wij
willen ons in deze gesprekken met name richten op het faciliteren en samenbrengen
van SBB met provincies, gemeenten en lokale ondernemers om alternatieve, kostenneutrale
exploitatievormen voor de centra te onderzoeken. Tegelijkertijd zullen wij er tijdens
deze overleggen scherp op toezien dat de wettelijke opdracht voor natuureducatie en
publieksvoorlichting kwalitatief gewaarborgd blijft binnen de nieuwe bedrijfsvoering.
Vraag 13
Bent u bereid te borgen dat publieksvoorlichting niet als eerste onder druk komt te
staan wanneer binnen Staatsbosbeheer moet worden bezuinigd?
Antwoord 13
De operationele en de financiële prioriteitstelling vallen onder de zelfstandige verantwoordelijkheid
van de directie van SBB en natuurbeheer heeft bij financiële krapte de wettelijke
prioriteit boven vastgoed. Hoewel wij de autonomie van de organisatie als zelfstandig
bestuursorgaan respecteren, willen wij wel borgen dat de wettelijke taak op het gebied
van educatie en bewustwording overeind blijft. Wij vragen SBB dan ook dat deze maatschappelijke
functie bij het wegvallen van de bezoekerscentra kwalitatief gewaarborgd blijft via
een modernere, directere en kostenefficiëntere invulling in de klas en in de natuurgebieden
zelf.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Mede ondertekenaar
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.