Schriftelijke vragen : Particuliere geldovermakingen naar het buitenland, de export van Nederlandse sociale voorzieningen en het voorkomen van misbruik van publieke middelen
Vragen van het lid Schenk (FVD) aan de Ministers van Financiën, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van Werk en Participatie en van Justitie en Veiligheid over particuliere geldovermakingen naar het buitenland, de export van Nederlandse sociale voorzieningen en het voorkomen van misbruik van publieke middelen (ingezonden 28 augustus 2026).
Vraag 1
Is het kabinet bekend met omvangrijke particuliere geldovermakingen vanuit Nederland
naar het buitenland, internationaal ook wel aangeduid als remittances?
Vraag 2
Hoeveel geld is de afgelopen 15 jaar jaarlijks vanuit Nederland door particulieren naar het buitenland overgemaakt? Graag een overzicht per kalenderjaar.
Vraag 3
Naar welke dertig landen is de afgelopen 15 jaar het meeste geld vanuit Nederland
door particulieren overgemaakt? Graag een overzicht per land en per kalenderjaar.
Vraag 4
Welk aandeel van alle particuliere geldovermakingen in de afgelopen 15 jaar had een
bestemming binnen de Europese Unie en welk aandeel een bestemming buiten de Europese Unie?
Vraag 5
Welk aandeel van alle particuliere geldovermakingen in de afgelopen 15 jaar had een
bestemming binnen Afrika en het Midden-Oosten?
Vraag 6
Welke (overheids)instanties beschikken over gegevens over particuliere geldovermakingen
naar het buitenland en op welke wijze worden deze gegevens verzameld?
Vraag 7
Worden uitsluitend bancaire overboekingen geregistreerd of ook geldtransfers via betaaldienstverleners
als Western Union en MoneyGram en contant geld dat fysiek naar het buitenland wordt
meegenomen?
Vraag 8
Beschikt het kabinet over inzicht in de omvang van informele geldovermakingen naar
het buitenland, bijvoorbeeld via zogenoemde hawala-systemen of andere informele vormen?
Zo ja, hoe groot wordt deze geldstroom geschat? Zo nee, waarom niet?
Vraag 9
Heeft het kabinet onderzoek laten verrichten naar de economische en maatschappelijke gevolgen van particuliere geldovermakingen naar het buitenland voor de
Nederlandse economie, de binnenlandse consumptie, de belastinggrondslag of de kapitaaluitstroom?
Zo ja, wat waren daarvan de belangrijkste conclusies en kunt u deze onderzoeken met
de Kamer delen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 10
Hoe verhoudt Nederland zich qua omvang van particuliere geldovermakingen naar het
buitenland tot andere lidstaten van de Europese Unie?
Vraag 11
Beschikt het kabinet over gegevens waaruit blijkt welk aandeel van alle particuliere geldovermakingen naar het buitenland in de afgelopen 15 jaar afkomstig is van personen die fiscaal in Nederland gevestigd zijn en kunnen deze gegevens
met de Kamer gedeeld worden?
Vraag 12
Beschikt het kabinet over gegevens waaruit blijkt welk aandeel van alle particuliere
geldovermakingen naar het buitenland in de afgelopen 15 jaar afkomstig is van personen
die slechts tijdelijk in Nederland verblijven, zoals arbeidsmigranten, en kunnen deze
gegevens met de Kamer gedeeld worden?
Vraag 13
Beschikt het kabinet over gegevens waaruit blijkt welk aandeel van de particuliere
geldovermakingen naar het buitenland in de afgelopen 15 jaar afkomstig is uit arbeidsinkomen,
ondernemingsinkomen, pensioeninkomen, sociale uitkeringen, toeslagen en andere inkomensbronnen
en kunnen deze gegevens met de Kamer gedeeld worden?
Vraag 14
Beschikt het kabinet over gegevens waaruit blijkt in hoeveel gevallen ontvangers van Nederlandse sociale uitkeringen tegelijkertijd structureel geld naar het
buitenland overmaken? Zo ja, om hoeveel personen gaat het jaarlijks in de afgelopen
15 jaar en welke bedragen zijn daarmee gemoeid? Graag uitgesplitst naar uitkeringsregeling.
Vraag 15
Indien de gegevens genoemd in vraag 14 niet beschikbaar zijn, waarom worden deze gegevens
niet geregistreerd?
Vraag 16
Is het kabinet bereid te onderzoeken in welke mate ontvangers van Nederlandse sociale
uitkeringen tegelijkertijd structureel geld naar het buitenland overmaken? Zo nee,
waarom niet?
Vraag 17
Beschikt het kabinet over gegevens waaruit blijkt in hoeveel gevallen ontvangers van Nederlandse toeslagen tegelijkertijd structureel geld naar het buitenland
overmaken? Zo ja, om hoeveel personen gaat het jaarlijks in de afgelopen 15 jaar en
welke bedragen zijn daarmee gemoeid? Graag uitgesplitst naar huurtoeslag, zorgtoeslag,
kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget.
Vraag 18
Indien de gegevens genoemd in vraag 17 niet beschikbaar zijn, waarom worden deze gegevens
niet geregistreerd?
Vraag 19
Worden substantiële of structurele geldovermakingen naar het buitenland op enige wijze
betrokken bij de beoordeling van het recht op sociale uitkeringen of toeslagen? Zo
nee, waarom niet?
Vraag 20
Kunnen structurele geldovermakingen naar het buitenland aanleiding vormen voor een
rechtmatigheidsonderzoek naar een sociale uitkering of toeslag? Zo ja, onder welke
omstandigheden?
Vraag 21
Indien het antwoord op vraag 20 ontkennend luidt, waarom acht het kabinet dergelijke
geldovermakingen niet relevant voor de beoordeling van de rechtmatigheid van sociale voorzieningen?
Vraag 22
In hoeverre wisselen het UWV, de Sociale Verzekeringsbank, gemeenten, de Belastingdienst,
de Financial Intelligence Unit (FIU-Nederland) en andere betrokken instanties gegevens
uit wanneer sprake is van substantiële geldovermakingen naar het buitenland?
Vraag 23
Beschikt het kabinet over signalen, risicoanalyses of onderzoeken waaruit blijkt dat
Nederlandse sociale uitkeringen of toeslagen worden aangewend om personen in het buitenland
financieel te ondersteunen? Zo ja, kan het kabinet deze met de Kamer delen?
Vraag 24
Heeft het kabinet inzicht in de mate waarin personen die langdurig afhankelijk zijn
van Nederlandse sociale voorzieningen periodiek geld naar het buitenland overmaken?
Vraag 25
Beschikt het kabinet over gegevens waaruit blijkt welk deel van de particuliere geldovermakingen
naar het buitenland afkomstig is van personen die een Nederlandse sociale uitkering
of toeslag ontvangen? Zo ja, kunt u deze gegevens met de Kamer delen?
Vraag 26
Indien deze gegevens niet beschikbaar zijn, acht het kabinet het wenselijk deze in
de toekomst structureel te registreren zodat beter inzicht ontstaat in de relatie
tussen particuliere geldovermakingen en het gebruik van Nederlandse sociale voorzieningen?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 27
Hoeveel personen ontvangen een Nederlandse sociale uitkering terwijl zij buiten Nederland
wonen? Graag uitgesplitst naar uitkeringsregeling in de afgelopen 15 jaar.
Vraag 28
Hoeveel publiek geld is hiermee jaarlijks gemoeid? Graag een uitsplitsing per uitkeringsregeling
in de afgelopen 15 jaar.
Vraag 29
Naar welke landen worden Nederlandse sociale uitkeringen uitgekeerd de afgelopen 15
jaar? Graag een overzicht per land, het aantal ontvangers en het jaarlijks uitgekeerde
bedrag.
Vraag 30
Hoe heeft het aantal personen dat een Nederlandse sociale uitkering ontvangt terwijl
zij buiten Nederland wonen zich sinds het jaar 2000 ontwikkeld? Graag uitgesplitst
per regeling.
Vraag 31
Welke sociale voorzieningen en toeslagen kunnen op grond van nationale wetgeving,
Europese regelgeving of internationale verdragen geheel of gedeeltelijk worden geëxporteerd
naar het buitenland?
Vraag 32
Welke sociale voorzieningen en toeslagen kunnen niet naar het buitenland worden geëxporteerd?
Op basis van welke juridische gronden is dat het geval?
Vraag 33
Kan het kabinet, voor zover deze gegevens worden geregistreerd, per sociale uitkeringsregeling
aangeven hoeveel ontvangers uitsluitend de Nederlandse nationaliteit bezitten, uitsluitend
een niet-Nederlandse nationaliteit bezitten en beschikken over zowel de Nederlandse
als ten minste één andere nationaliteit?
Vraag 34
Beschikt het kabinet over gegevens omtrent het geboorteland van ontvangers van Nederlandse
sociale uitkeringen die buiten Nederland wonen? Zo ja, kunt u deze met de Kamer delen?
Vraag 35
Indien de onder vragen 33 en 34 gevraagde gegevens niet beschikbaar zijn, waarom worden
deze gegevens niet geregistreerd?
Vraag 36
Hoeveel ontvangers van Nederlandse sociale uitkeringen wonen buiten de Europese Unie?
Vraag 37
Hoeveel ontvangers wonen in landen waarmee Nederland een bilateraal sociaalzekerheidsverdrag
heeft gesloten? Graag een uitsplitsing per land waarmee zo’n verdrag is gesloten.
Vraag 38
Heeft het kabinet onderzocht in hoeverre bestaande sociale zekerheidsverdragen ertoe
leiden dat Nederlands belasting- en premiegeld structureel naar het buitenland vloeit?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 39
Acht het kabinet de huidige mogelijkheden om Nederlandse sociale uitkeringen naar
het buitenland te exporteren nog steeds passend bij de oorspronkelijke doelstellingen
van de betreffende wet- en regelgeving? Zo ja, waarom?
Vraag 40
Is het kabinet bereid de bestaande sociale zekerheidsverdragen en de exporteerbaarheid van sociale uitkeringen periodiek te evalueren op doelmatigheid, rechtmatigheid,
uitvoerbaarheid en financiële gevolgen voor de Nederlandse belastingbetaler? Zo nee,
waarom niet?
Vraag 41
Hoeveel publiek geld is de afgelopen 15 jaar in totaal via exporteerbare Nederlandse
sociale uitkeringen naar het buitenland uitgekeerd? Graag een overzicht per kalenderjaar
en per uitkeringsregeling.
Vraag 42
Beschikt het kabinet over aanwijzingen dat ontvangers van Nederlandse sociale uitkeringen
of toeslagen tegelijkertijd vermogen opbouwen of aanhouden in het buitenland? Zo ja,
wat wordt hier concreet mee gedaan?
Vraag 43
Worden buitenlandse bankrekeningen, onroerende zaken, ondernemingen en overige vormen
van vermogen standaard betrokken bij de beoordeling van het recht op Nederlandse sociale
uitkeringen en inkomensafhankelijke regelingen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 44
Hoeveel onderzoeken naar vermogen in het buitenland zijn de afgelopen vijftien jaar
verricht in het kader van de uitvoering van de Participatiewet, de WW, de WIA, de
AOW, de Anw, de Wajong en overige sociale zekerheidsregelingen? Graag uitgesplitst
per regeling en per kalenderjaar.
Vraag 45
Hoeveel van deze onderzoeken hebben geleid tot herziening van een uitkering, beëindiging van een uitkering, terugvordering van publieke middelen, een bestuurlijke
boete en/of strafrechtelijke gevolgen?
Vraag 46
Wat was de totale financiële omvang van de onder vraag 45 genoemde terugvorderingen?
Welk bedrag daarvan is daadwerkelijk geïnd?
Vraag 47
Hoeveel fraudezaken waarbij buitenlands vermogen, buitenlandse inkomsten of buitenlandse
bankrekeningen een rol speelden, zijn de afgelopen vijftien jaar vastgesteld? Graag
uitgesplitst per regeling en per kalenderjaar.
Vraag 48
Welke landen komen het vaakst voor in onderzoeken naar buitenlands vermogen of buitenlandse
inkomsten van ontvangers van Nederlandse sociale voorzieningen?
Vraag 49
Zijn er landen waarmee Nederland onvoldoende gegevens kan uitwisselen om het recht
op sociale uitkeringen of toeslagen adequaat te kunnen controleren? Zo ja, welke landen betreft dit en welke gevolgen heeft dit voor de praktijk
omtrent de uitvoering?
Vraag 50
Acht het kabinet het wenselijk dat Nederlandse sociale uitkeringen worden verstrekt
wanneer de rechtmatigheid daarvan vanwege een gebrek aan internationale gegevensuitwisseling
niet of slechts beperkt kan worden gecontroleerd? Zo ja, waarom?
Vraag 51
Welke wettelijke mogelijkheden bestaan momenteel om substantiële of structurele geldovermakingen naar het buitenland te betrekken bij het toezicht op de rechtmatigheid
van sociale uitkeringen en toeslagen?
Vraag 52
Zijn andere Europese landen beter in staat inzicht te verkrijgen in de relatie tussen
particuliere geldovermakingen naar het buitenland en het ontvangen van sociale voorzieningen?
Zo ja, welke landen betreft dit en welke lessen trekt het kabinet daaruit?
Vraag 53
Is het kabinet bereid een integraal onderzoek uit te voeren naar de relatie tussen
particuliere geldovermakingen naar het buitenland, het gebruik van Nederlandse sociale
voorzieningen, de export van Nederlandse uitkeringen en de mogelijkheden om misbruik
effectiever te voorkomen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 54
Kan het kabinet uitsluiten dat personen die langdurig afhankelijk zijn van Nederlandse
sociale voorzieningen tegelijkertijd substantiële bedragen naar het buitenland overmaken
zonder dat uitvoerende instanties daarvan kennis nemen? Indien dit niet kan worden
uitgesloten, acht het kabinet het dan wenselijk dat hierin meer inzicht wordt verkregen?
Waarom wel/niet?
Vraag 55
Deelt het kabinet de opvatting dat Nederlandse inkomensondersteuning die bedoeld is
om een gebrek aan bestaansmiddelen op te vangen, niet structureel mag worden gebruikt om vermogen op te bouwen of huishoudens buiten Nederland
te financieren wanneer de ontvanger tegelijkertijd stelt zelf onvoldoende middelen
te hebben? Zo nee, waarom niet?
Indieners
-
Gericht aan
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
Gericht aan
E. Heinen, minister van Financiën -
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Gericht aan
A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie -
Indiener
Milan Schenk, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.