Schriftelijke vragen : Het bericht ‘Voor sommigen lange vakantie in thuisland'; Migrerende werklozen krijgen straks 3 maanden extra WW mee’
Vragen van het lid Michon-Derkzen (VVD) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht ««Voor sommigen lange vakantie in thuisland»; Migrerende werklozen krijgen straks 3 maanden extra WW mee» (ingezonden 28 augustus 2026).
Vraag 1
Wat is de stand van zaken in het besluitvormingsproces in de Europese Unie (EU) over
de herziening van de Verordening 883/2004 inzake de export van Werkloosheidswet (WW-)uitkeringen?1
Vraag 2
Welke beleidsruimte heeft Nederland binnen de voorgestelde EU-verordening om zelf
invulling te geven aan de uitvoering van de nieuwe regels voor de export van WW-uitkeringen?
Vraag 3
Kunt u aangeven op welke termijn de beoogde verlenging van de maximale exportduur
van de WW-uitkering van drie naar zes maanden zal ingaan?
Vraag 4
In de EU-verordening staat dat: «Under the amended text, an unemployed person will
retain their entitlement to benefits for a period of six months from the date on which
they ceased to be available to the employment services of the Member State they left,
provided that the total period for which benefits are paid does not exceed the total
period of benefits to which they are entitled under the legislation of that Member
State. This period may be extended by the competent services or institutions until
the expiry of the unemployed person's entitlement to benefits»; kunt u bevestigen
dat lidstaten zelf mogen bepalen of de geëxporteerde WW-uitkering langer uitbetaald
mag worden dan zes maanden? Indien dit het geval is, heeft u de intentie om dit te
doen en zijn hier voorwaarden aan verbonden?
Vraag 5
Hoe gaat u ervoor zorgen dat het misbruik van WW-export beperkt blijft?
Vraag 6
Vindt u het wenselijk dat werknemers na een relatief korte arbeidsperiode in Nederland
een WW-uitkering kunnen exporteren naar het buitenland? Bent u bereid om de reeds
bestaande wekeneis voor de WW voor export van de WW-uitkering te verlengen om onrechtmatig
gebruik te beperken?
Vraag 7
Is er een mogelijkheid om bij export van de WW-uitkering een landencorrectiefactor
toe te passen, zodat de hoogte van de uitkering beter aansluit bij de kosten van levensonderhoud
van het land van verblijf? Indien dit het geval is, bent u bereid deze optie nader
uit te werken?
Vraag 8
In 2025 keerde het UWV 13,8 miljoen euro aan WW-uitkeringen in het buitenland; hoe
kan het dan dat u verwacht 14 miljoen euro per jaar kwijt te zijn als de regels in
werking treden, terwijl de looptijd van de geëxporteerde WW-uitkering dubbel zo lang
wordt? Kunt u aangeven waarop het bedrag van 14 miljoen gebaseerd is?
Vraag 9
Kunt u aangeven welk deel van de 14 miljoen euro naar uitkeringen gaat en welk deel
naar de uitvoering van de nieuwe regeling?
Vraag 10
Kunt u uitleggen hoe het UWV effectief toezicht kan houden op de rechtmatigheid van
een geëxporteerde WW-uitkering wanneer het in de andere lidstaten niet over dezelfde
controlebevoegdheden en controlemogelijkheden beschikt als in Nederland? Welk budget
is gemoeid met toezicht?
Indieners
-
Gericht aan
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
Indiener
Ingrid Michon-Derkzen, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.