Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Den Hollander over het terugdringen van erfelijke aandoeningen en schadelijke raskenmerken bij gezelschapsdieren
Vragen van het lid Den Hollander (VVD) aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het terugdringen van erfelijke aandoeningen en schadelijke raskenmerken bij gezelschapsdieren (ingezonden 3 juli 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Erkens (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur)
(ontvangen 27 augustus 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026,
nr. 2512.
Vraag 1
Bent u bekend met de omvang van erfelijke aandoeningen en schadelijke uiterlijke kenmerken
bij gezelschapsdieren, in het bijzonder bij honden? Hoe beoordeelt u de huidige situatie?
Antwoord 1
Ja, ik ben hiermee bekend. Het veel voorkomen van erfelijke aandoeningen en schadelijke
uiterlijke kenmerken bij gezelschapsdieren, in het bijzonder bij honden, vind ik zorgelijk.
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat het terugdringen van erfelijke aandoeningen en schadelijke
raskenmerken niet alleen van belang is voor het dierenwelzijn, maar ook kan bijdragen
aan lagere dierenartskosten voor huisdiereigenaren?
Antwoord 2
Ja, die deel ik. Dierenartsen gaven tijdens het rondetafelgesprek «toekomst van de
diergeneeskundige zorg» van september 2025 het signaal dat een groot deel van de dierenartsbezoeken
voor honden gerelateerd is aan schadelijke erfelijke uiterlijke kenmerken en erfelijke
ziekten. Door het stimuleren van verantwoord fokken van huisdieren kunnen erfelijke
ziektes en schadelijke uiterlijke kenmerken voorkomen worden, waardoor voor de eigenaren
de dierenartskosten (voor de in Nederland gefokte honden) kunnen afnemen.
Vraag 3
Welke maatregelen neemt het kabinet momenteel om het fokken met schadelijke uiterlijke
kenmerken en erfelijke aandoeningen verder terug te dringen? Acht u deze maatregelen
voldoende om de gewenste omslag daadwerkelijk te realiseren?
Antwoord 3
Ik kom hier op terug in mijn brief voorafgaand aan het commissiedebat «Dieren buiten
de veehouderij en dierproeven» van 15 oktober.
Vraag 4
In hoeverre acht u het wenselijk dat bij fokbeslissingen niet alleen wordt gekeken
naar uiterlijke kenmerken, maar juist ook naar gezondheidsgegevens, genetische informatie,
inteeltcoëfficiënten, gedrag en overige veterinaire informatie?
Antwoord 4
Ik heb begrepen dat voor de juiste fokbeslissingen al deze aspecten een rol spelen.
Dit blijkt ook uit wetenschappelijke informatie.
Vraag 5
Welke rol ziet u voor onafhankelijke veterinaire screening van fokdieren bij het terugdringen
van erfelijke aandoeningen en schadelijke raskenmerken?
Antwoord 5
Ik kom hier op terug in mijn brief voorafgaand aan het commissiedebat «Dieren buiten
de veehouderij en dierproeven» van 15 oktober.
Vraag 6
Bent u bekend met de stichting Fair2Breed (voorheen FairDog) en de door het Expertisecentrum
Genetica Diergeneeskunde ontwikkelde systematiek voor verantwoord fokken?
Antwoord 6
Ik ben bekend met stichting Fair2Breed (voorheen FairDog). Zij ontwikkelen een certificeringssysteem
voor een gezonde hond. Daarnaast heeft mijn voorganger het Expertisecentrum Genetica
Diergeneeskunde (EGD) een subsidie verstrekt om een systematiek te ontwikkelen voor
verantwoord fokken met honden. Als u doelt op deze systematiek dan ben ik daar inderdaad
ook bekend mee.
Vraag 7
Klopt het dat uw ministerie eerder een opstartsubsidie heeft verstrekt aan FairDog/Fair2Breed
om deze systematiek verder te ontwikkelen? Welke resultaten zijn met deze subsidie
bereikt?
Antwoord 7
Indien u doelt op de in de vraag 6 genoemde systematiek voor verantwoord fokken van
het EGD, dan klopt het niet. Dit is een apart traject dat los staat van hetgeen dat
is ontwikkeld door Fair2Breed. Ik heb een opstartsubsidie gegeven aan Fair2Breed om
een privaat certificeringstraject voor het fokken van gezonde honden te ontwikkelen.
Hierin staan zaken waar de fokker aan moet voldoen om uiteindelijk een door Fair2Breed
gecertificeerde hond te krijgen. Ook wordt er een website ontwikkeld waar een toekomstige
eigenaar straks een gezond gefokte pup kan vinden. Voor deze certificering heeft Fair2Breed
nu werkprotocollen op het gebied van socialisatie en gezondheid voor pups ontwikkeld.
Ook zijn contacten met partners gelegd voor het verwerken van DNA en het opslaan van
de informatie in een database. DNA is belangrijk voor de screening op ziekten en voor
een goede match van teef en reu.
Vraag 8
Bent u bekend met de ambities van Stichting Fair2Breed om de ontwikkelde systematiek
voor verantwoord fokken landelijk uit te rollen? Op welke wijze beziet u de mogelijke
bijdrage van dit initiatief aan het terugdringen van erfelijke aandoeningen en schadelijke
raskenmerken bij gezelschapsdieren?
Antwoord 8
Ik ben hiermee bekend. Er zijn meerdere initiatieven in de markt waarmee fokkers zich
ervan kunnen verzekeren dat er met een gezond dier wordt gefokt en ik vind dit een
mooie ontwikkeling. Een gezondheidscertificaat als dat van Fair2Breed (zoals benoemd
in vraag 7) kan toekomstige eigenaren garantie geven dat er naar beste weten is gefokt
en zou mensen kunnen helpen om de juiste keuze te maken voor een gezond gefokte hond.
In die zin zou dit een bijdrage kunnen leveren om erfelijke aandoeningen en schadelijke
raskenmerken bij gezelschapsdieren in Nederland terug te dringen.
Vraag 9
Op basis van welke criteria beoordeelt u een eventuele vervolgaanvraag voor subsidie
van Fair2Breed? Welke aspecten, zoals effectiviteit, wetenschappelijke onderbouwing,
uitvoerbaarheid en borging van publieke middelen, zijn daarbij leidend?
Antwoord 9
Ik beoordeel een eventuele vervolgaanvraag voor subsidie van Fair2Breed zoals alle
aanvragen van subsidie, met een vastgesteld format. Waarbij ik vooral zal kijken hoe
de aanvraag aansluit bij mijn beleid en of het een taak van de overheid is om hierin
te voorzien. Daarnaast zullen de overige door u genoemde aspecten worden meegenomen.
Vraag 10
Deelt u de opvatting dat initiatieven die aantoonbaar bijdragen aan gezondere fokkerij,
vermindering van erfelijke aandoeningen en lagere veterinaire zorgkosten serieus moeten
worden beoordeeld, ongeacht uit welke organisatie deze afkomstig zijn?
Antwoord 10
Ik ben van mening dat alle initiatieven serieus beoordeeld moeten worden.
Vraag 11
Hoe verhoudt een eventuele landelijke uitrol van een dergelijk systeem zich volgens
u tot artikel 3.4 van de Wet dieren, het Dierendagakkoord en de voorgenomen Europese
Verordening inzake het welzijn en de traceerbaarheid van honden en katten?
Antwoord 11
Zoals aangegeven bij vraag 8 kan een dergelijk certificeringssysteem – mits goed uitgevoerd
– als wegwijzer dienen voor mensen om een verantwoorde keuze te maken voor een gezond
gefokte hond. Dat sluit aan bij de oproep om erfelijke ziektes en aandoeningen te
voorkomen uit het Dierendagakkoord, en de intentie van Art 3.4 van het Besluit houders
van dieren. Met de EU-Verordening komen er vereisten ten aanzien van fokkerij voor
alle honden en katten die in Europa op de markt worden gebracht. Ik ga hier in mijn
brief voorafgaand aan het commissiedebat «Dieren buiten de veehouderij en dierproeven»
van 15 oktober nader op in.
Vraag 12
Bent u bereid de Kamer voor het einde van dit jaar te informeren over uw beoordeling
van Fair2Breed en de wijze waarop u de verdere verbetering van de gezondheid van gezelschapsdieren
wilt stimuleren?
Antwoord 12
Ja, ik heb in augustus een gesprek met Stichting Fair2breed. Ik zal de Kamer voor
het einde van het jaar informeren over de uitkomst van dit gesprek.
Ondertekenaars
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.