Schriftelijke vragen : Het politieoptreden tegen een zwangere vrouw in het azc in Zeist
Vragen van het lid El Abassi (DENK) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het politieoptreden tegen een zwangere vrouw in het azc in Zeist (ingezonden 26 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat de zwangere vrouw die op 19 mei 2026 in het azielzoekerscentrum
(azc) in Zeist door een politieagent naar de grond werd getrokken, aangifte heeft
gedaan wegens poging tot zware mishandeling, mishandeling dan wel schending van de
geweldsinstructie?1
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het feit dat de betrokken vrouw zich naar aanleiding van het interne
politieonderzoek alsnog genoodzaakt ziet om aangifte te doen tegen de politie wegens
de in vraag 1 genoemde strafbare feiten? Kunt u hier inhoudelijk op ingaan, zonder
alleen te stellen dat iedereen aangifte mag doen?
Vraag 3
Waarom is in deze zaak, anders dan bij de arrestatie onder het Bollendak bij station
Utrecht Centraal waarbij een onafhankelijke toetsingscommissie oordeelde dat een agent
andere keuzes had moeten maken, niet gekozen voor beoordeling door een onafhankelijke
commissie? Bent u bereid deze zaak alsnog onafhankelijk te laten beoordelen? Zo nee,
waarom niet?
Vraag 4
Klopt het dat de conclusie van de politie dat het optreden in het pand noodzakelijk
was vanwege onder meer de hectische situatie, de melding van bedreiging en vernieling
en de mogelijke aanwezigheid van een mes bij de man, ziet op het optreden als geheel
en niet specifiek op het afzonderlijke geweldsgebruik tegen de vrouw? Zo ja, waarom
is het geweld tegen haar niet afzonderlijk en onafhankelijk beoordeeld?
Vraag 5
Waarom moest de vrouw hard aan haar arm naar achteren worden getrokken, waardoor zij
op de grond terechtkwam?
Vraag 6
Kunt u ook uitleggen waarom zij daarna aan haar capuchon en arm is weggetrokken, welke
rol de aanwezigheid van de politiehond speelde bij de beoordeling van de risico’s
en waarom niet is volstaan met minder ingrijpende alternatieven, zoals duidelijke
communicatie, afstand houden of begeleiding door een andere agent, mede gelet op het
feit dat zij geen verdachte was maar een omstander die de situatie mogelijk niet goed
begreep?2
Vraag 7
Deelt u de opvatting dat de verklaring dat de agent zich niet realiseerde dat de vrouw
zwanger was en anders zou hebben gehandeld, niet wegneemt dat hij bij fysiek ingrijpen
bij een vrouw hoe dan ook rekening had moeten houden met het krachtsverschil, mogelijke
kwetsbaarheid, het risico op letsel en de proportionaliteit van het gebruikte geweld?3 Zo nee, waarom niet?
Vraag 8
Waaruit bestond volgens u op dat moment het veiligheidsrisico voor de vrouw, nu uit
beeldmateriaal blijkt dat de man in kwestie rustig met zijn handen op zijn rug op
zijn hurken zat en ogenschijnlijk klaar zat om te worden geboeid, terwijl de politie
stelt dat de vrouw meerdere keren is gevraagd weg te gaan vanwege haar veiligheid?4
Vraag 9
Deelt u de opvatting dat de situatie voor haar pas onveilig werd op het moment dat
de agent haar met een krachtige, zichtbare draaibeweging naar de grond werkte? Zo
nee, waarom niet?
Vraag 10
Waarom deelt de politie geen nadere informatie over het gebruikte geweld en de juistheid
daarvan? En waarom ontbreekt ook een motivering voor het niet openbaar maken van die
informatie?
Vraag 11
Hoe verhoudt de conclusie van de politie dat het gebruikte geweld noodzakelijk was
zich tot de mededeling dat uit deze casus leerpunten worden meegenomen om het vakmanschap
verder te versterken?
Vraag 12
Welke concrete leerpunten zijn er vastgesteld en op welke handelingen hebben de leerpunten
precies betrekking?
Vraag 13
Waarom geven de leerpunten geen aanleiding tot een andere beoordeling van de proportionaliteit
en subsidiariteit van het geweldgebruik richting de vrouw?
Vraag 14
Deelt u de opvatting dat de aangifte van betrokkene, mede tegen de achtergrond van
eerdere incidenten waarbij vragen zijn gerezen over disproportioneel politiegeweld,
moet worden gezien als een signaal dat er behoefte bestaat aan erkenning en gerechtigheid?5 Zo nee, waarom niet?
Vraag 15
Deelt u de zorg dat twijfels over de onafhankelijkheid van de Wetenschappelijke Adviesraad
Politie, die de korpschef adviseert over het functioneren en beleid van de politie,
ook gevolgen kunnen hebben voor de onafhankelijkheid en betrouwbaarheid van de kaders
waarbinnen het eigen politieoptreden wordt beoordeeld?6
Vraag 16
Gelet op vraag 15, welke concrete waarborgen bestaan er om ervoor te zorgen dat deze
aangifte tegen politieagenten wel volledig onafhankelijk, onbevooroordeeld en zorgvuldig
wordt beoordeeld en niet wordt beïnvloed door het eerdere interne politieonderzoek?
Vraag 17
Voor zover het strafrechtelijk onderzoek dat toelaat, bent u bereid de Kamer te informeren
over de beoordeling en uitkomsten van het onderzoek naar deze aangifte?
Indieners
-
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Indiener
Ismail el Abassi, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.