Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Bikker over de betrokkenheid van de tabaksindustrie bij het Nederlandse cannabisexperiment
Vragen van het lid Bikker (ChristenUnie) aan de Ministers van Justitie en Veiligheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de betrokkenheid van de tabaksindustrie bij het Nederlandse cannabisexperiment (ingezonden 18 juni 2026).
Antwoord van Minister Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), mede namens de
Minister van Justitie en Veiligheid (ontvangen 25 augustus 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht «Van Marlboro naar marihuana: tabaksreus stapt
in legale Nederlandse wiet»?1
Antwoord 1
Ja, wij hebben kennisgenomen van dit bericht.
Vraag 2
Gaat u ingrijpen of is dit een «markteffect» dat u niet kunt veranderen?
Antwoord 2
In het bericht wordt aangegeven dat een onderneming uit de tabaksindustrie indirect
eigenaar zou worden van een teeltbedrijf dat deelneemt aan het Experiment gesloten
coffeeshopketen (hierna: wietexperiment).
Over ontwikkelingen bij individuele deelnemers aan het wietexperiment kan het kabinet
geen uitspraken doen. Wel kan in het algemeen het volgende worden aangegeven.
Het experiment is vormgegeven binnen een wettelijk kader2 waarin is vastgelegd aan welke eisen aangewezen telers moeten voldoen. Omstandigheden
die voor de aanwijzing of instandhouding daarvan van belang kunnen zijn, worden beoordeeld
op grond van het wettelijk kader. Ten aanzien van de aandeelhoudersstructuur geldt
in algemene zin dat aangewezen telers – net zoals alle ondernemingen in Nederland
– zelf de verantwoordelijkheid hebben voor de inrichting van hun bedrijf. Het wettelijk
kader bevat geen bepaling die deelname uitsluit op basis van de achtergrond van aandeelhouders.
Het kabinet kan eigendomsoverdrachten dus niet blokkeren. Wel kan, indien daartoe
aanleiding bestaat en de voorwaarden daarvoor zijn vervuld, een toets op grond van
de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet
Bibob) worden uitgevoerd. Een wijziging in de aandeelhoudersstructuur kan aanleiding
zijn voor een onderzoek op grond van de Wet Bibob. Bovendien worden alle aangewezen
telers elke twee à drie jaar getoetst middels een Bibob-onderzoek, conform de motie
van de leden Michon-Derkzen en Bikker.3 Afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek wordt beoordeeld welke gevolgen daaraan
verbonden worden. Een uiterste consequentie is het intrekken van de aanwijzing.
Vraag 3
Hoe kijkt u naar het feit dat een internationale tabaksgigant, die decennialang heeft
verdiend aan nicotineverslaving, betrokken is geraakt bij één van de grootste telers
binnen het Nederlandse cannabisexperiment?
Antwoord 3
Het kabinet snapt de zorgen die hierover leven. De tabaksindustrie draagt niet bij
aan de volksgezondheid met de verkoop van verslavende producten als tabak, sigaretten
en vapes. Bovendien kenmerkt deze industrie zich door marketing- en lobbyactiviteiten
die schadelijk zijn gebleken voor de volksgezondheid. Het wettelijk kader bevat generieke
eisen voor alle deelnemende telers, onder andere vanuit het oogpunt van preventie.
Hieronder vallen een volledig reclameverbod, verpakkings- en etiketteringseisen en
verplichte kwaliteitstesten door laboratoria. Daarnaast is ieder cannabisproduct voorzien
van een bijsluiter met informatie over de effecten en risico’s van cannabisgebruik,
inclusief adviezen om de risico’s van het gebruik van cannabis te beperken. Voor coffeeshops
in de deelnemende gemeenten geldt bovendien de verplichting om hun personeel te scholen
in het geven van voorlichting over cannabisgebruik en de daaraan verbonden risico’s
en om bezoekers te verwijzen bij problematisch gebruik. Deze coffeeshops dienen ook
voorlichtingsmateriaal over cannabisgebruik en de bijbehorende risico’s van gebruik
beschikbaar te hebben. De Inspectie Justitie & Veiligheid, de Nederlandse Voedsel-
en Warenautoriteit en de deelnemende experimentgemeenten houden toezicht op de naleving
van de eisen door de telers en de coffeeshops.
Vraag 4
In de afgelopen jaren hebben de commerciële strategieën van de tabaksindustrie jarenlang
ernstige schade toegebracht aan de volksgezondheid door nieuwe gebruikers aan zich
te binden, is dat voor u een doel bij het wietexperiment?
Antwoord 4
Nee, het aantrekken van nieuwe gebruikers behoort uitdrukkelijk niet tot de doelstellingen
van het experiment. Het wietexperiment heeft tot doel te onderzoeken of een gereguleerde
en op kwaliteit gecontroleerde productie en distributie van cannabis mogelijk is en
welke effecten dit heeft op volksgezondheid, criminaliteit en veiligheid. Het wietexperiment
is ook gestart om gehoor te geven aan de problemen die burgemeesters ervaren met het
huidige gedoogbeleid.
Vraag 5
Bestaan er momenteel specifieke waarborgen binnen het wietexperiment om te voorkomen
dat partijen met een achtergrond in de tabaksindustrie invloed uitoefenen op productie,
marketing, prijsstelling of productontwikkeling? Zo ja, welke zijn dat en acht u deze
voldoende? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
De Wet experiment gesloten coffeeshopketen bevat geen bepaling die deelname uitsluit
op basis van de achtergrond van aandeelhouders. Binnen de geldende wet- en regelgeving
zijn wel generieke eisen opgenomen voor alle deelnemende telers, zoals onder antwoord
3 toegelicht.
Vraag 6
Wilt u normalisering van wietgebruik? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom staat u dan toe
dat een commerciële partij met een negatieve voorgeschiedenis daar wel aan bij gaat
dragen?
Antwoord 6
Normalisering van cannabisgebruik vindt het kabinet onwenselijk. Het Nederlandse drugsbeleid
is daarom gericht op het voorkomen van drugsgebruik, daaronder valt ook het gebruik
van cannabis. Het gebruik van drugs is namelijk nooit zonder risico’s. Tegelijkertijd
is het wietexperiment gestart om gehoor te geven aan de problemen die burgemeesters
ervaren met het huidige gedoogbeleid. Het kabinet vindt het daarom belangrijk om te
onderzoeken wat de effecten zijn van een gereguleerde cannabisketen op volksgezondheid,
criminaliteit en veiligheid. Dat helpt bij het besluit over het vervolg van het cannabisbeleid.
Ten aanzien van de aandeelhoudersstructuur geldt in algemene zin dat aangewezen telers
– net zoals alle ondernemingen in Nederland – zelf de verantwoordelijkheid hebben
voor de inrichting van hun bedrijf.
Het wettelijk kader bevat geen bepaling die deelname uitsluit op basis van de achtergrond
van aandeelhouders. Het kabinet kan eigendomsoverdrachten dus niet blokkeren. Binnen
de geldende wet- en regelgeving zijn wel generieke eisen opgenomen voor alle deelnemende
telers, zoals onder antwoord 2 en 3 toegelicht.
Vraag 7
Vindt u het verantwoord dat bedrijven uit een industrie waarvan uit recent onderzoek
blijkt dat jeugdverslaving geen onbedoeld neveneffect, maar een expliciet onderdeel
van het verdienmodel is, mogen deelnemen aan een experiment waarbij volksgezondheid
expliciet een van de toetsingscriteria is? Zo ja, hoe rechtvaardigt u dit?4
Antwoord 7
Het onderzoek waaraan u refereert bevestigt de ernstige zorgen over de werkwijze van
de tabaks- en nicotine-industrie ten aanzien van jeugdigen. Het kabinet neemt die
zorgen serieus. Bij de opzet van het experiment is ervoor gekozen dat elke legale
commerciële partij die voldoet aan de gestelde eisen en criteria, in aanmerking kan
komen voor een aanwijzing als teler. Om negatieve effecten vanwege commerciële belangen
zoveel mogelijk te voorkomen, zijn binnen het wietexperiment verschillende waarborgen
en preventiemaatregelen getroffen, zoals toegelicht in de beantwoording van vraag
3. Het kabinet is van mening dat de huidige kennis over en ervaring met de tabaksindustrie
zal moeten worden betrokken bij het vormgeven van het toekomstige cannabisbeleid.
Vraag 8
Ziet u naast juridische-, gezondheids- en veiligheidsoverwegingen ook morele overwegingen
bij het in stand houden van een wietexperiment? Zo ja, hoe verhouden die zich tot
deze ontwikkeling?
Antwoord 8
Aan het gebruik van cannabis zijn altijd gezondheidsrisico’s verbonden en het reguleren
van de productie (al dan niet in een experiment) zorgt er niet voor dat cannabis veilig
of niet schadelijk is. Tegelijkertijd is het wietexperiment gestart om gehoor te geven
aan de problemen die burgemeesters ervaren met het huidige gedoogbeleid. Het kabinet
vindt het daarom belangrijk om te onderzoeken wat de effecten zijn van een gereguleerde
cannabisketen op volksgezondheid, criminaliteit en veiligheid. Dat helpt bij het besluit
over het vervolg van het cannabisbeleid. Het kabinet heeft daarom in het coalitieakkoord
afgesproken om het wietexperiment voort te zetten, en, zoals in het wettelijk kader
is vastgelegd, ook te evalueren. Op basis van de uitkomsten worden de vervolgstappen
bepaald.
Vraag 9
Bent u van mening dat het onverantwoord is om het gebruik van cannabis verder te normaliseren,
terwijl uit cijfers blijkt dat 42,6% van de 18-jarigen ooit cannabis heeft gebruikt
en 23,7% dit in de afgelopen maand deed?5 Zo ja, hoe rechtvaardigt u dit beleid vanuit het oogpunt van volksgezondheid en de
bescherming van jongeren?
Antwoord 9
Het wietexperiment creëert uitsluitend een gereguleerde toevoer van cannabis naar
de reeds bestaande coffeeshops. Het doel van het kabinet is niet dat meer mensen cannabis
gaan gebruiken. Aan het gebruik van cannabis zijn namelijk altijd gezondheidsrisico’s
verbonden. Om die reden zijn binnen het wietexperiment verschillende waarborgen en
preventiemaatregelen getroffen, zoals toegelicht in de beantwoording van vraag 3.
Ontwikkelingen in drugsgebruik en de houding van jongeren ten aanzien van drugs worden
nauwlettend gevolgd via monitoring. Het Trimbos-instituut verricht doorlopend onderzoek
naar factoren die van invloed kunnen zijn op drugsgebruik onder minderjarigen en jongeren.
Het is bekend dat drugsgebruik en normalisering doorgaans het resultaat zijn van een
samenspel van verschillende factoren. Er is meestal niet één afzonderlijke oorzaak
aan te wijzen. Het kabinet ondersteunt dit onderzoek, onder meer via financiering
van het Trimbos-instituut, zodat trends en mogelijke risicofactoren op tijd in kaart
worden gebracht.
Vraag 10
Moet het cannabisgebruik afnemen van u en welk effect beoogt u met het wietexperiment?
Antwoord 10
Het Nederlandse drugsbeleid is gericht op het voorkomen van drugsgebruik, daaronder
valt ook het gebruik van cannabis. Aan het gebruik van cannabis zijn namelijk altijd
gezondheidsrisico’s verbonden en het reguleren van de productie (al dan niet in een
experiment) zorgt er niet voor dat cannabis veilig of niet schadelijk is. Het kabinet
wil vanwege deze risico’s niet dat door dit experiment meer mensen cannabis gaan gebruiken,
maar beoogt met het experiment inzicht te krijgen in de vraag of het mogelijk is om
een gesloten, gereguleerde cannabisketen te creëren en welke effecten dit heeft op
de volksgezondheid, criminaliteit en veiligheid. Deze effecten worden inzichtelijk
gemaakt door het onafhankelijk onderzoeksconsortium6 en kunnen bijdragen aan het gesprek over de toekomst van het Nederlandse cannabisbeleid.
Ook zullen beleidsmatig geleerde lessen van het wietexperiment onderdeel zijn van
dit gesprek. Het kabinet is van mening dat de mogelijke invloed van de tabaksindustrie
op de cannabismarkt hier onderdeel van is en zal moeten worden betrokken bij het toekomstige
cannabisbeleid.
Vraag 11
Kunt u met de huidige wetgeving tabaksproducenten weren of zijn aanvullende wettelijke
beperkingen noodzakelijk om te voorkomen dat producenten van tabaksproducten ook actief
worden op de Nederlandse cannabismarkt?
Antwoord 11
De Wet experiment gesloten coffeeshopketen bevat geen expliciete bepaling die deelname
uitsluit op basis van de achtergrond van aandeelhouders, zoals toegelicht in de beantwoording
van vraag 2.
Vraag 12
Deelt u de opvatting dat het wrang en zorgwekkend is dat bedrijven die jarenlang hebben
geprofiteerd van nicotineverslaving nu hun verdienmodel verleggen naar cannabis, terwijl
de overheid tegelijkertijd inzet op preventie en het terugdringen van middelengebruik?
Zo ja, wordt het geen tijd om het wietexperiment in rook te laten opgaan en er een
punt achter te zetten?
Antwoord 12
Nee. In het coalitieakkoord is afgesproken om het wietexperiment voort te zetten.
Het kabinet beoogt met het experiment inzicht te krijgen in de vraag of het mogelijk
is om een gesloten, gereguleerde cannabisketen te creëren en welke effecten dit heeft
op de volksgezondheid, criminaliteit en veiligheid. Deze effecten worden in kaart
gebracht door het onafhankelijk onderzoeksconsortium. Het is belangrijk om van deze
uitkomsten te leren; deze zullen het gesprek over de toekomst van het Nederlandse
cannabisbeleid immers verder brengen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede namens
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.