Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Diederik van Dijk over het wetsvoorstel dat de vrijheid van christelijke organisaties in India verder onder druk zet
Vragen van het lid Diederik van Dijk (SGP) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over een wetsvoorstel dat de vrijheid van christelijke organisaties in India verder onder druk zet (ingezonden 7 augustus 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 24 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Wetsvoorstel bedreiging voor christelijke organisaties in India»1 waarin wordt gesteld dat het Indiase parlement een wetsvoorstel behandelt dat de
Foreign Contribution Regulation Act (FCRA) aanscherpt, waardoor de mogelijkheden van
de overheid worden uitgebreid om op te treden tegen maatschappelijke en religieuze
organisaties die afhankelijk zijn van buitenlandse financiering?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de zorgen van Indiase christelijke organisaties dat deze wetswijziging
ertoe kan leiden dat kerken, scholen, ziekenhuizen en andere maatschappelijke instellingen
hun werkzaamheden niet langer kunnen voortzetten en zelfs eigendommen kunnen verliezen
wanneer hun FCRA-registratie vervalt of wordt ingetrokken?
Antwoord 2
Het kabinet heeft begrip voor de zorgen van het maatschappelijk middenveld, inclusief
christelijke organisaties, over de impact van de Foreign Contribution Regulation Act (FCRA) en volgt de ontwikkelingen rondom de voorgestelde wijzigingen op de FCRA nauwgezet.
Op 12 augustus is de voorgestelde wetswijziging verwezen naar een Joint Parliamentary Committee voor nadere bestudering van de bepalingen en de mogelijke gevolgen daarvan. De voorgestelde
aanscherping moet vervolgens nog verder in het Indiase parlement worden behandeld
en is daarom mogelijk nog aan verandering onderhevig.
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat het uitsluiten van evangeliserende activiteiten van de religieuze
activiteiten waarvoor buitenlandse middelen mogen worden aangewend, op gespannen voet
staat met de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst, zoals beschermd in Artikel
18 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR),
waaronder ook de vrijheid om een godsdienst of levensovertuiging individueel of gezamenlijk
te belijden en uit te dragen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Ja, ik deel deze opvatting.
Vraag 4
Hoe beoordeelt u deze wetswijziging in het licht van de bredere verslechtering van
de positie van christenen en andere religieuze minderheden in India, waaronder meldingen
van toenemende beperkingen van de vrijheid van godsdienst, geweld en intimidatie?
Antwoord 4
De Indiase Grondwet definieert het land als seculier en beschermt de vrijheid van
godsdienst en levensovertuiging. Tegelijkertijd zijn er zorgen over toenemende beperkingen
van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, intimidatie en geweld tegen religieuze
minderheden. Een eventuele aanscherping van de FCRA zou een zorgelijke ontwikkeling
zijn, omdat zij de kwetsbare positie van religieuze minderheden, waaronder christenen,
verder zou kunnen verzwakken.
Vraag 5
Heeft de Nederlandse regering haar zorgen over dit wetsvoorstel of over de gevolgen
ervan voor de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging reeds overgebracht aan
de Indiase autoriteiten? Zo ja, op welke wijze en met welke boodschap? Zo nee, bent
u bereid dit alsnog te doen?
Antwoord 5
Ja. Nederland, in coördinatie met de andere EU lidstaten, brengt consistent de zorgen
over de impact van de FCRA op het in India actieve maatschappelijk middenveld op bij
de Indiase autoriteiten. Mede op verzoek van Nederland zijn beide onderwerpen geagendeerd
en besproken tijdens de EU-India mensenrechtendialoog die op 24 juni 2026 plaatsvond
in New Delhi, India.
Vraag 6
Is dit wetsvoorstel of de positie van christenen en andere religieuze minderheden
in India aan de orde gesteld in de politieke dialoog tussen de Europese Unie en India
of in andere EU-overleggen met India? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, bent u bereid
zich ervoor in te spannen dat de Europese Unie dit wetsvoorstel en de gevolgen ervan
voor de vrijheid van godsdienst expliciet aan de orde stelt bij de Indiase autoriteiten?
Antwoord 6
De positie van christenen en andere religieuze minderheden is nadrukkelijk onderdeel
van de dialoog tussen de Europese Unie en India. Zo is, mede op verzoek van Nederland,
dit onderwerp besproken met de Indiase autoriteiten tijdens de meest recente EU-India
mensenrechtendialoog die op 24 juni jl. plaatsvond.
Ook de zorgen over de impact van de FCRA – en eventuele amendementen hierop – zijn
meermaals schriftelijk en mondeling onder de aandacht gebracht bij de Indiase autoriteiten.
Indien de aanscherping van de FCRA door het Indiase parlement zal worden aangenomen,
zullen Nederland en de EU, indien daar aanleiding toe is, de negatieve doorwerking
ervan op het maatschappelijk middenveld inclusief christelijke organisaties opnemen
met de Indiase autoriteiten. Deze inzet sluit aan bij Nederlandse inzet op de vrijheid
van religie en levensovertuiging en bij de EU richtlijnen inzake de bevordering en
bescherming van de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging.
Vraag 7
Bent u bereid zich zowel bilateraal als in EU-verband actief in te zetten voor de
bescherming van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging in India, overeenkomstig
de EU-richtsnoeren inzake de bevordering en bescherming van de vrijheid van godsdienst
of levensovertuiging, en daarbij specifiek aandacht te vragen voor de positie van
christelijke organisaties die door dit wetsvoorstel worden geraakt? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 7
Nederland zet zich, zowel bilateraal als in EU-verband, actief in voor de bescherming
van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging in India en zal dit blijven doen.
De Nederlandse inzet is ingebed in een breed mensenrechtenkader en richt zich op de
bescherming van vrijheid van religie en levensovertuiging voor iedereen.
Indien aangenomen, zal het Kabinet de implementatie van de aangescherpte FCRA en de
impact op het maatschappelijk middenveld, waaronder christelijke organisaties, nauwgezet
blijven volgen en adresseren in de contacten met de Indiase overheid.
Vraag 8
Welke mogelijkheden ziet u om, samen met gelijkgezinde landen binnen de Europese Unie
en daarbuiten, de Indiase autoriteiten aan te spreken op hun verplichtingen uit hoofde
van het IVBPR en andere internationale mensenrechtenverdragen ten aanzien van de bescherming
van religieuze minderheden?
Antwoord 8
Het kabinet, zowel bilateraal als in EU-verband, spreekt de Indiase autoriteiten aan
op hun verplichtingen ten aanzien van de bescherming van religieuze minderheden en
zal dit blijven doen.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.