Schriftelijke vragen : XR Ambtenaren en de politieke neutraliteit van het ambtenarenapparaat
Vragen van het lid Vermeer (BBB) aan de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over XR Ambtenaren en de politieke neutraliteit van het ambtenarenapparaat (ingezonden 21 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Activistische ambtenaren willen dat het kabinet klimaatverandering uitroept tot noodsituatie» in het Financieele Dagblad van 12 augustus 2026 en met de daarin genoemde organisatie
XR Ambtenaren?1
Vraag 2
Sinds wanneer bent u bekend met het bestaan van XR Ambtenaren en heeft het kabinet
contact met deze organisatie of haar vertegenwoordigers? Zo ja, waarover en in welke
hoedanigheid?
Vraag 3
Bent u bekend met de doelstelling van XR Ambtenaren om ambtenaren uit verschillende
overheidsorganisaties te verenigen, actie te voeren binnen en buiten de eigen organisatie
en zo invloed uit te oefenen op het overheidsbeleid?
Vraag 4
Zo ja, hoe beoordeelt u deze doelstelling?
Vraag 5
Acht u het wenselijk dat ambtenaren zich op grond van hun ambtelijke positie verenigen
binnen een onderdeel van Extinction Rebellion om gezamenlijk politieke druk uit te
oefenen op bewindspersonen, volksvertegenwoordigers en andere bestuursorganen?
Vraag 6
Ziet u het risico dat met XR Ambtenaren een politiek-activistisch netwerk binnen de
overheid ontstaat dat ambtelijke posities, contacten, kennis en interne toegang kan
gebruiken om buiten de reguliere besluitvorming om invloed uit te oefenen op beleid?
Vraag 7
Hoe verhoudt dit zich tot de Artikelen 42 en 44 van de Grondwet, waaruit volgt dat
Ministers politiek verantwoordelijk zijn en ministeries onder leiding staan van een
Minister? Deelt u de opvatting dat de politieke koers wordt bepaald door democratisch
verantwoordelijke bestuurders en niet door ambtelijke actiegroepen?
Vraag 8
Waar ligt volgens u de grens tussen interne ambtelijke tegenspraak, die onderdeel
is van goed ambtelijk vakmanschap, en georganiseerd extern activisme waarmee ambtenaren
het beleid van democratisch verantwoordelijke bestuurders proberen te veranderen?
Vraag 9
Deelt u de opvatting dat ambtelijke tegenspraak in beginsel intern moet plaatsvinden,
zodat de bewindspersoon na weging van alle adviezen een politiek besluit kan nemen
en daarover door de Kamer ter verantwoording kan worden geroepen?
Vraag 10
Zo nee, waarom niet?
Vraag 11
Hoe wordt de ministeriële verantwoordelijkheid nog daadwerkelijk vormgegeven wanneer
ambtenaren zich zelfstandig als politieke woordvoerders presenteren, publiekelijk een andere koers bepleiten en daarbij hun ambtelijke positie inzetten
om aan hun oproep gezag te verlenen?
Vraag 12
Ziet u het risico dat ambtenaren die gezamenlijk politieke doelen formuleren, campagne
voeren en hun ambtelijke positie gebruiken om beleid te beïnvloeden, zich ontwikkelen
tot een zogenoemde vierde macht zonder eigen democratisch mandaat of rechtstreekse verantwoordingsplicht?
Vraag 13
Klopt het dat onder de betrokken activisten een communicatieadviseur van het Ministerie
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en een leidinggevend ambtenaar van de
provincie Groningen zijn, die zich in de media nadrukkelijk als ambtenaar hebben gepresenteerd? Hebben zij vooraf toestemming gevraagd
of melding gemaakt van hun mediaoptreden?
Vraag 14
Hoe beoordeelt u de uitspraak van de bij het Ministerie van VWS werkzame communicatieadviseur
dat zij niet primair voor bewindspersonen zou werken? Acht u het aanvaardbaar dat
iemand die beroepsmatig betrokken is bij overheidscommunicatie tegelijkertijd als woordvoerder van een activistische organisatie
publiekelijk druk uitoefent op het kabinet?
Vraag 15
Hoe verhouden de organisatie en activiteiten van XR Ambtenaren en het optreden van
de betrokken ambtenaren zich tot de Artikelen 6 en 10 van de Ambtenarenwet 2017, de
Gedragscode Integriteit Rijk, de Aanwijzingen inzake externe contacten van rijksambtenaren
en de ambtseed?
Vraag 16
Is onderzocht of XR Ambtenaren of daarbij aangesloten ambtenaren voor hun activiteiten
gebruikmaken van werktijd, interne communicatiekanalen, ambtelijke informatie, contacten,
apparatuur, vergaderruimten of andere voorzieningen van overheidswerkgevers? Zo nee,
bent u bereid dit rijksbreed te onderzoeken?
Vraag 17
Welke gevolgen heeft dergelijk zichtbaar activisme volgens u voor collega-ambtenaren
die hun werk wel politiek neutraal en loyaal aan het democratisch bestuur proberen
uit te voeren? Begrijpt u dat ook zij hiervan reputatieschade kunnen ondervinden en
dat burgers aan hun onpartijdigheid kunnen gaan twijfelen?
Vraag 18
Welke maatregelen neemt u om te voorkomen dat ambtenaren hun functie, functietitel,
interne kanalen of ambtelijke gezag voortaan gebruiken om namens activistische organisaties
politieke druk uit te oefenen op het kabinet?
Vraag 19
Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Gericht aan
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Indiener
Henk Vermeer, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.