Schriftelijke vragen : Nieuwbouwwoningen en Nederlandse en buitenlandse pensioenfondsen
Vragen van de leden Van Leijen en Oosterhuis (beiden D66) aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de Staatssecretaris van Financiën over nieuwbouwwoningen en Nederlandse en buitenlandse pensioenfondsen (ingezonden 20 augustus 2026).
Vraag 1
Voor welk aandeel van de nieuwbouwwoningen zijn Nederlandse en buitenlandse pensioenfondsen
verantwoordelijk de afgelopen jaren?
Vraag 2
Wat is de financiële ruimte bij Nederlandse pensioenfondsen voor investeringen in
woningbouw gezien hun bestaande vastgoedallocatie?
Vraag 3
Hoe verklaart u de daling van het investeringsvolume van buitenlandse beleggers in
nieuwbouw in Nederland?1
Vraag 4
Herkent u de signalen dat buitenlandse pensioenfondsen momenteel tegen fiscale onzekerheid
en lange doorlooptijden aanlopen bij investeringen in Nederlandse woningbouw?
Vraag 5
Deelt u de mening dat deze belemmeringen voor buitenlandse pensioenfondsen tegen de
ambities van een Europese kapitaalmarktunie ingaan, waarbij investeringen vrij kunnen
bewegen over Europese grenzen?
Vraag 6
Deelt u de mening dat buitenlandse pensioenfondsen een belangrijke rol kunnen spelen
in het financieren van de bouw van woningen in Nederland?
Vraag 7
Hoeveel extra woningen zouden per jaar kunnen worden gerealiseerd bij een hoger investeringsvolume
van buitenlandse pensioenfondsen?
Vraag 8
Wat is de gemiddelde doorlooptijd van een vpb-ruling voor buitenlandse pensioenfondsen,
waarmee de fiscale vergelijkbaarheid van deze fondsen met Nederlandse pensioenfondsen
kan leiden tot een gelijk fiscaal speelveld, en daarmee tot een groei van investeringen?
Vraag 9
Hoe beoordeelt u de gevolgen van de nieuwe pensioenwetgeving zoals de Wet toekomst
pensioenen (Wtp) de vergelijkbaarheid van buitenlandse pensioenfondsen, in het bijzonder
voor het criterium van het afkoopverbod?
Vraag 10
Is het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen, wat als basis dient voor de
vergelijking van buitenlandse pensioenfondsen, nog volledig in overeenstemming met
de pensioenrealiteit na invoering van de Wtp of zijn er kansen om meer investeringen
van buitenlandse pensioenfondsen aan te trekken?
Vraag 11
Bent u bereid het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen te evalueren?
Vraag 12
Kunt u deze vragen beantwoorden voor het commissiedebat Volkshuisvesting en fiscaliteit
van donderdag 24 september a.s.?
Indieners
-
Gericht aan
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
Gericht aan
E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën -
Indiener
Robin van Leijen, Kamerlid -
Medeindiener
Henk-Jan Oosterhuis, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.