Schriftelijke vragen : Activistische ngo's
Vragen van het lid Maes (VVD) aan de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over activistische ngo's (ingezonden 20 augustus 2026).
Vraag 1
Kunt u bevestigen dat het maatschappelijke middenveld in Nederland voor een substantieel
deel van haar inkomsten afhankelijk is van de Nederlandse overheid, waaronder tientallen
miljoenen via subsidiekaders zoals Power of Voices?
Vraag 2
Hoe kijkt u naar de situatie dat de overheid organisaties financiert die diezelfde
overheid vervolgens regelmatig voor de rechter dagen en publiekscampagnes tegen bewindspersonen
opzetten? Bent u het eens dat het onwenselijk is dat de overheid op deze schaal organisaties
financiert die zich tegelijkertijd opstellen als ware zij politieke oppositie?
Vraag 3
Hoe beoordeelt u het verweer van ngo's dat dergelijke binnenlandse campagnes bekostigd
worden uit private middelen?
Vraag 4
Deelt u de mening dat de publieke perceptie van ontwikkelingssamenwerking onlosmakelijk
verbonden is met het gedrag en de profilering van ngo's die deze programma's met overheidsgeld
uitvoeren? Zo nee, waarom niet?
Vraag 5
Erkent u het risico dat het maatschappelijk draagvlak voor daadwerkelijke armoedebestrijding
en humanitaire hulp afneemt, wanneer gesubsidieerde organisaties zich opwerpen als
partijdige en activistische spelers in nationale politieke kwesties? Wat betekent
dit naar uw mening voor het werk waar zij voor zijn opgericht, zoals het bestrijden
van armoede en onrecht in zuidelijke landen?
Vraag 6
Bent u het eens dat een meer politiek neutrale opstelling van door de overheid gefinancierde
organisaties wenselijk is, niet alleen vanuit een democratisch principe, maar juist
ook om een bestendig publiek vertrouwen in de ontwikkelingssector en het bijbehorende
draagvlak te behouden?
Vraag 7
Bent u bekend met de manier waarop in andere landen wordt omgegaan met de politieke
rol van ngo’s, zoals in de Verenigde Staten waar een wettelijke scheiding is aangebracht
tussen apolitiek humanitair werk en gepolitiseerd activisme?
Vraag 8
Wat vindt u van het Britse model, waarbij een toezichthouder meekijkt naar de politieke
neutraliteit van maatschappelijke organisaties, en waarbij belastingvoordelen in het
geding kunnen komen indien een organisatie zich richt op partijpolitiek of gepersonaliseerde
campagnes?
Vraag 9
Ziet u buitenlandse modellen als voorbeeld voor het subsidiëren van Nederlandse ngo’s?
Als het antwoord nee is, waarom niet?
Vraag 10
Welke mogelijkheden ziet u binnen het nieuwe subsidiekader (2026–2030) om te bevorderen
dat organisaties die subsidie krijgen van de Nederlandse overheid zich meer politiek
neutraal opstellen, mede om het maatschappelijk draagvlak te beschermen of te vergroten?
Vraag 11
Welke aanvullende instrumenten heeft het kabinet over de volle breedte ter beschikking
om te zorgen voor een betere scheiding tussen gesubsidieerd ontwikkelingswerk en binnenlands
politiek activisme?
Vraag 12
Bent u bereid om opties te verkennen om te voorkomen dat organisaties met een door
de overheid gesubsidieerd profiel fungeren als partijdig activistisch platform?
Vraag 13
Is uw inschatting dat, wanneer de Nederlandse overheid vaker internationale ngo’s
zou steunen, het activistische element minder groot zou zijn? Zo nee, waarom niet?
Vraag 14
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar en tijdig beantwoorden, voorafgaand aan
het debat over de beleidsbrief Buitenlandse Zaken van 9 september?
Indieners
-
Gericht aan
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking -
Indiener
Nicole Maes, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.