Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Van der Werf en Bamenga over het VN-rapport inzake mogelijke genocide en doelbewust geweld tegen Palestijnse kinderen in Gaza
Vragen van de leden Van der Werf en Bamenga (beiden D66) aan de Ministers van Buitenlandse Zaken en van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over het VN-rapport inzake mogelijke genocide en doelbewust geweld tegen Palestijnse kinderen in Gaza (ingezonden 7 juli 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) en de Minister van Buitenlandse
Handel en Ontwikkelingssamenwerking (ontvangen 19 augustus 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het recente rapport van de onafhankelijke VN-onderzoekscommissie,
waarin wordt geconcludeerd dat Israël zich schuldig maakt aan genocidale handelingen
in Gaza en dat Palestijnse kinderen doelbewust zijn gedood en verwond door militair
geweld?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2 en 3
Hoe beoordeelt het kabinet de conclusie van de VN-commissie dat sprake is van een
patroon waarbij Palestijnse kinderen worden gedood, verwond en beroofd van hun toekomst
door aanvallen op kinderen, scholen, weeshuizen en medische voorzieningen?
Herkent het kabinet zich in de conclusie van de VN-onderzoekscommissie dat Israëlische
strijdkrachten Palestijnse kinderen in Gaza doelbewust doden en verwonden, wat onder
meer blijkt uit terugkerende gevallen van enkelvoudige schotwonden aan hoofd of borst?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2 en 3
Het rapport geeft een hartverscheurend beeld van de situatie van kinderen in de bezette
Palestijnse Gebieden. Het kabinet vindt de bevindingen van de VN-onderzoekscommissie
zorgwekkend en neemt de daarin genoemde incidenten en patronen – waaronder meldingen
van gerichte verwondingen en dodelijke schoten bij kinderen – zeer serieus. Het kabinet
beschikt zelf niet over informatie die nodig zou zijn om met zekerheid vast te stellen
dat sprake is van stelselmatig, doelbewust beleid van Israël om Palestijnse kinderen
in de bezette Palestijnse Gebieden aan te vallen. Wel voedt onafhankelijk onderzoek,
zoals dit onderzoek door de Commission of Inquiry (CoI), de afwegingen van het kabinet
voor het bepalen van de Nederlandse inzet.
Vraag 4
Welke juridische gevolgen verbindt het kabinet aan deze bevindingen, in het bijzonder
in het licht van de Nederlandse verplichting om genocide te voorkomen en het internationaal
humanitair recht te doen eerbiedigen?
Antwoord 4
Het kabinet is zich bewust van de inspanningsverplichtingen van Nederland als derde
staat op basis van het Genocideverdrag en het humanitair oorlogsrecht, en neemt deze
verplichtingen serieus. De reikwijdte van deze verplichtingen hangt af van de mogelijkheden
om invloed uit te oefenen. Het kabinet weegt continu af op welke wijze het beste invloed
kan worden uitgeoefend.
Vraag 5
Welke consequenties verbindt het kabinet aan de ernstige bevindingen van de VN-commissie
voor de Nederlandse relatie met de Israëlische regering?
Antwoord 5
Zie beantwoording vraag 4. Het kabinet hanteert een combinatie van druk en dialoog
om Israël van gedrag te laten veranderen en om naleving van internationaal recht te
bevorderen.
Vraag 6
Welke stappen zet Nederland om te voorkomen dat Nederlandse goederen, technologie,
dual-usegoederen, militaire onderdelen of doorvoer via Nederland bijdragen aan mogelijke
oorlogsmisdaden, misdrijven tegen de menselijkheid of genocidale handelingen?
Antwoord 6
Het kabinet toetst alle individuele vergunningaanvragen voor de uit- en doorvoer van
militaire en dual-use goederen per geval zorgvuldig aan de relevante Europese exportcontrolekaders.
Daar waar duidelijke risico’s bestaan dat militaire goederen of dual-use goederen
worden gebruikt voor ernstige schendingen van mensenrechten of het humanitair oorlogsrecht
wordt een vergunningaanvraag afgewezen.
In de praktijk betekent dit dat het kabinet alleen vergunningen toewijst voor de uitvoer
van militaire goederen die enkel defensief kunnen worden ingezet, zoals onderdelen
voor het Iron Dome-luchtafweerysteem, en voor uitvoer van goederen ten behoeve van
productie of onderhoud waarbij het eindgebruik niet in Israël ligt. Dat geldt eveneens
voor de genoemde vergunningen.
Vraag 7
Is het kabinet bereid in EU-verband te pleiten voor aanvullende maatregelen, waaronder
gerichte sancties tegen verantwoordelijke Israëlische bewindspersonen en militairen
en herziening van het EU-Israël Associatieakkoord? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Nederland blijft zich, in lijn met relevante moties en toezeggingen aan de Kamer,
inzetten voor het realiseren van draagvlak voor de door de Europese Commissie voorgestelde
EU-maatregelen, waaronder voor het voorstel om het handelsdeel van het EU-Israël Associatieakkoord
gedeeltelijk op te schorten. Momenteel ontbreekt het draagvlak onder EU-lidstaten
hiervoor. Daarnaast blijft Nederland een voortrekkersrol spelen in het sanctioneren
van gewelddadige kolonisten en hun organisaties, alsook tegen Hamas en Palestinian Islamic Jihad (PIJ), en steunt het kabinet sancties tegen de extremistische Israëlische Ministers
Ben-Gvir en Smotrich.
Vraag 8
Welke inzet pleegt Nederland binnen de Europese Unie en de Verenigde Naties om onafhankelijke
onderzoeken naar oorlogsmisdaden, misdrijven tegen de menselijkheid en mogelijke genocide
in Gaza te ondersteunen?
Antwoord 8
Gedegen en onafhankelijk onderzoek is nodig om feiten te verzamelen en schendingen
van internationaal recht vast te kunnen stellen. Onder andere middels Nederlandse
financiering aan het kantoor van de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten (OHCHR),
in het bijzonder de Human Rights Inquiries Branch (HRIB), ontvangen onafhankelijke onderzoeksmechanismen van de VN zoals de Commission of Inquiry ondersteuning bij de uitvoering van hun onderzoek. Nederland steunt daarnaast ook
in 2026 het landenkantoor van de OHCHR in de Palestijnse Gebieden, middels iets meer
dan EUR 2,1 miljoen. In VN-verband roept Nederland op tot onafhankelijk onderzoek
naar eventuele schendingen van internationaal recht, zoals meerdere malen gedaan tijdens
open debatten over het Midden-Oosten van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.
Dit gebeurt tevens in Europees verband, zoals tijdens de Raad Buitenlandse Zaken.
Nederland blijft zich inzetten voor de bevordering van accountability en het tegengaan
van straffeloosheid.
Vraag 9
Op welke wijze garandeert Nederland het onafhankelijk en onbelemmerd functioneren
van het Internationaal Strafhof, het Internationaal Gerechtshof en andere bevoegde
rechtsorganen om verantwoordelijken voor ernstige internationale misdrijven ter verantwoording
te roepen?
Antwoord 9
Nederland is tegen iedere vorm van bedreiging en intimidatie van het Internationaal
Strafhof, Internationaal Gerechtshof en andere bevoegde rechtsorganen, hun ambtsdragers
en hun personeel en als zodanig door hen aangewezen getuigen. Het is van belang dat
de organen hun mandaat onafhankelijk en onbelemmerd kunnen uitvoeren. Er moet wereldwijd
gedegen en onafhankelijk onderzoek worden gedaan als er sprake is van mogelijke ernstige
schendingen van internationaal recht, waaronder het humanitair oorlogsrecht. Nederland
zet zich daar voor in en roept de partijen consequent op tot naleving van het internationaal
recht. Nederland onderhoudt als gastland doorlopend contact met het Internationaal
Strafhof en het Internationaal Gerechtshof, waarbij ook verschillende veiligheidszorgen
aan de orde komen.
Vraag 10
Wat gaat het kabinet doen met de aanbevelingen van deze VN-commissie?
Antwoord 10
Het rapport van de VN-commissie bevat enkele duidelijke aanbevelingen, waartoe Nederland
ook al langere tijd oproept en die het uitvoert. Dit heeft onder andere betrekking
op de herhaalde oproep van het kabinet tot het verlenen van vrije toegang aan humanitaire
actoren, accountability, en de Nederlandse inzet voor sancties in EU-verband ten aanzien
van extremistische kolonisten en de extremistische Israëlische Ministers Ben-Gvir
en Smotrich. Tegelijkertijd mag de terreurorganisatie Hamas op geen enkele manier
een rol spelen in het bestuur van de Palestijnse Gebieden. Het kabinet zet zich in
voor een tweestatenoplossing: een onafhankelijke, democratische en levensvatbare Palestijnse
staat naast een veilig Israël. Nederland zal deze inzet blijven voortzetten en hiertoe
blijven oproepen in bilateraal en multilateraal verband.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.