Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Prickaertz en Emiel van Dijk over ‘Slimme fondsenwerving of privacyschending? De onzichtbare technologie achter donaties.’
Vragen van het lid Prickaertz en Emiel van Dijk (beide PVV) aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat over «Slimme fondsenwerving of privacyschending? De onzichtbare technologie achter donaties» (ingezonden 10 juli 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 18 augustus
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel: «Slimme fondsenwerving of privacyschending? De onzichtbare
technologie achter donaties»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de praktijk waarbij goede doelen op basis van minimale input (zoals
enkel een gedeelde postcode en huisnummer) persoonsgegevens verrijken met buurtkenmerken,
WOZ-waarden en leefstijlen zonder dat donateurs hiervan op de hoogte zijn of hier
vooraf toestemming voor hebben gegeven?
Antwoord 2
Goede doelen opereren bij de verwerking van persoonsgegevens binnen het kader van
de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). In de casus zoals deze wordt geschetst
in de vraag zou sprake kunnen zijn van gegevensverrijking en profilering ten behoeve
van directe marketing. Het verwerken van persoonsgegevens is alleen toegestaan als
daarvoor een grondslag bestaat. Artikel 6 van de AVG noemt in dit verband toestemming
van de betrokkene, maar ook gerechtvaardigd belang van de verwerkingsverantwoordelijke
of van een derde. Hiervan kan sprake zijn als de verwerking van gegevens noodzakelijk
is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang en als de rechten en vrijheden
van de betrokkenen niet zwaarder wegen. Of hier sprake is van een gerechtvaardigd
belang en of is voldaan aan de overige vereisten die de AVG stelt, is niet aan mij
om vast te stellen. Dit moet worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van
het specifieke geval, in de eerste plaats door de goededoelenorganisatie zelf als
verwerkingsverantwoordelijke. De Functionaris voor Gegevensbescherming (FG) en uiteindelijk
de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) houden toezicht op de naleving van de AVG.
Daarnaast geldt dat – ongeacht de verwerkingsgrondslag – de verwerkingsverantwoordelijke
op grond van artikelen 12–14 AVG verplicht is transparantie te bieden over de gegevensverwerking.
Dit gebeurt doorgaans met een privacyverklaring, waarin onder andere staat welke gegevens
worden verwerkt, voor welke doelen dat gebeurt, welke grondslag van toepassing is,
hoe lang de gegevens bewaard worden en met wie deze worden gedeeld. Zoals aangegeven
is het toezicht hierop belegd bij de FG en uiteindelijk de AP. Ook daarin is voor
mij geen rol weggelegd.
Voor ruim zevenhonderd erkende goede doelen geldt dat het CBF, de onafhankelijke toezichthouder
op de goededoelensector, het privacy- en informatiebeveiligingsbeleid van de organisaties
controleert en handhaaft waar nodig.2 Het CBF kan daarbij vragen naar de onderbouwing van het beroep op gerechtvaardigd
belang. Sinds 2026 houdt het CBF hier scherper toezicht op en doet dat, waar nodig,
in afstemming met de AP.
Vraag 3
Deelt u de mening dat het gebruik van voorspellende AI-software (zoals Dataro) om
specifiek de «nalatenschapsbereidheid» of toekomstige erfenissen van individuele donateurs
te voorspellen, een inbreuk is op de persoonlijke levenssfeer die nooit onder de Algemene
Verordening Gegevensbescherming (AVG)-grondslag «gerechtvaardigd belang» mag vallen?
Acht u het ethisch verantwoord dat goede doelen dergelijke technologie inzetten?
Antwoord 3
De AVG is technologie-neutraal en kent aan artificiële intelligentie (hierna: AI)
geen aparte status toe. Wel verplicht artikel 35 van de AVG tot het doen van een DPIA
(Data Protection Impact Assessment) als de verwerking waarschijnlijk een hoog risico
inhoudt, zoals bij systematische en grootschalige profilering of innovatie met nieuwe
technologie. Daarvan kan sprake zijn bij AI-toepassingen. Of sprake is van verantwoord
gebruik van technologische verwerkingsmiddelen of -methoden moet in eerste instantie
worden beoordeeld door de goededoelenorganisatie als verwerkingsverantwoordelijke,
aan de hand van de omstandigheden van het specifieke geval. Artikel 5 van de AVG kent
daarbij een verantwoordingsplicht, op grond waarvan de verwerkingsverantwoordelijke
het voorgaande moet kunnen aantonen. De AP houdt daarop toezicht.
Met de inzet van AI door organisaties of bedrijven is in principe niets mis, ook niet
als goede doelen dat doen. Sterker nog, AI kan in bepaalde situaties juist helpen
om dienstverlening of bescherming van consumenten, donateurs en burgers te verbeteren.
De inzet van AI dient daarbij plaats te vinden binnen de wettelijke kaders. Het is
uiteindelijk aan de toezichthouders om te bepalen of de inzet rechtmatig plaatsvindt.
Vraag 4
Hoe beoordeelt u het belangenconflict dat kan ontstaan wanneer goede doelen via investeringsfondsen
financieel deelnemen in commerciële AI-bedrijven die worden ingezet voor het analyseren
van hun eigen donateurs? Deelt u de zorg dat hierdoor maatschappelijke en commerciële
belangen met elkaar verstrengeld raken, ten koste van de privacy van donateurs?
Antwoord 4
Het staat stichtingen en verenigingen vrij om investeringen te doen mits de opbrengst
daarvan volledig ten goede komt aan het statutaire doel. Stichtingen en verenigingen
kunnen ook een ANBI (algemeen nut beogende instelling) status hebben wanneer zij aan
verschillende voorwaarden voldoen. Zo moet de organisatie zich onder andere voor minstens
90% inzetten voor het algemeen nut, geen winstoogmerk hebben, en aan strikte integriteits-
en transparantie-eisen voldoen. Het is bij investeringen in leveranciers van data-
en AI-diensten van belang dat schijn of feitelijke verstrengeling worden voorkomen
via transparantie, strikte functiescheiding, onafhankelijke toetsing van privacy-
en ethische risico’s en naleving van de toepasselijke wettelijke en sectorspecifieke
normen. Dit is vastgelegd in het normenkader van het CBF waaraan erkende goede doelen
moeten voldoen (normen 5.3.1 en 5.3.2).
Vraag 5 en 6
Hoe beoordeelt u de praktijk dat sommige goede doelen na opzegging van een periodieke
schenking wel de incasso beëindigen, maar de relatie met de voormalige donateur voortzetten
door deze te blijven benaderen voor nieuwe donaties?
De Wet Van Dam3 beschermt consumenten tegen onnodige belemmeringen bij het beëindigen van doorlopende
overeenkomsten. Hoe beoordeelt u het feit dat goede doelen, die hun fondsenwerving
veelal uitbesteden aan commerciële bureaus, in de praktijk drempels hanteren die in
de commerciële sector juist zijn uitgebannen? Deelt u de opvatting dat donateurs dezelfde
bescherming zouden moeten genieten als consumenten en dat ook op deze praktijken op
vergelijkbare wijze zou moeten worden toegezien?
Antwoord 5 en 6
Het moet eenvoudig zijn voor donateurs om relaties met en periodieke donaties aan
goededoelenorganisaties te beëindigen of aan te passen. Sinds 1 januari 2025 geldt
hiervoor ook een aparte norm voor erkende goededoelenorganisaties, inclusief voor
commerciële bureaus die werken in opdracht van erkende goede doelen. Hier houdt het
CBF toezicht op.4 Daarbij kijkt het onder andere naar de aanwezigheid, vindbaarheid en laagdrempeligheid
van de opzegmogelijkheden. Goede doelen hebben daarnaast onder de AVG en Reclame Code
de mogelijkheid om oud-donateurs te benaderen na het opzeggen van de relatie, mits
dit binnen de door de Reclame Code gestelde klanttermijn valt. Onder de Code Telemarketing
geldt bijvoorbeeld een maximum klanttermijn van drie jaar.5 Donateurs en voormalige donateurs hebben daarbij altijd de mogelijkheid van bezwaar.
Donaties aan goede doelen vallen niet onder het algemene consumentenrecht. Dit zijn
namelijk overeenkomsten zonder tegenprestatie en kwalificeren niet als dienst in de
zin van artikel 6:230g, eerste lid, onderdeel d, Burgerlijk Wetboek. Ik zie geen aanleiding
om het consumentenrecht uit te breiden naar goededoelenorganisaties. Uw Kamer heeft
ook in 2024 en 2026 verzocht om goede doelen uit te zonderen van aanscherpingen ter
bevordering van consumentenbescherming.6
Vraag 7
Bent u bereid om samen met de Autoriteit Consument & Markt (ACM) te bezien of de huidige
consumentenbescherming voldoende aansluit bij de werkwijze van goede doelen en de
commerciële fondsenwervingsbureaus waarvan zij gebruikmaken? Welke maatregelen gaat
u nemen om ervoor te zorgen dat een donateur een periodieke donatie net zo eenvoudig
kan beëindigen als een consument een commercieel abonnement?
2 Burgerlijk Wetboek, boek 2, artikelen 35, 36 en boek 6, artikelen 236, 237.
Antwoord 7
De ACM is een onafhankelijke toezichthouder. De ACM houdt geen toezicht op (de fondsenwervingsactiviteiten
van) goede doelen omdat deze niet onder het algemene consumentenrecht vallen. Het
CBF houdt wel toezicht op de werkwijzen van goede doelen, waaronder de wervingsmethoden
van commerciële fondsenwervingsbureaus waarvan goede doelen gebruik maken. Zoals ook
aangegeven in mijn antwoord op vragen 5 en 6, geldt sinds 1 januari 2025 een aparte
norm voor het gemakkelijk kunnen opzeggen van een donateursrelatie of periodieke donatie.
Ik heb nauw contact met het CBF, onder andere over haar toezicht en ontwikkelingen
in de filantropische sector.
Ondertekenaars
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.