Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Teunissen over de levensbedreigende gezondheidstoestand van de Palestijnse arts dr. Hussam Abu Safiya in Israëlische detentie
Vragen van het lid Teunissen (PvdD) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de levensbedreigende gezondheidstoestand van de Palestijnse arts dr. Hussam Abu Safiya in Israëlische detentie (ingezonden 8 juli 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 18 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de berichtgeving dat dr. Hussam Abu Safiya, directeur van het Kamal
Adwan-ziekenhuis te Gaza, na achttien maanden Israëlische detentie in kritieke, levensbedreigende
toestand verkeert, en volgens zijn advocaat vrijwel onherkenbaar, ernstig verzwakt
en zichtbaar gewond is?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2, 3, 4 en 5
Hoe beoordeelt u het feit dat dr. Abu Safiya sinds zijn arrestatie op 27 december
2024 zonder aanklacht of proces wordt vastgehouden, op grond van de Israëlische wet
op Unlawful Combatants, de detentie voor onbepaalde tijd zonder juridische toetsing mogelijk maakt?
Bent u op de hoogte van de bevindingen van de VN-werkgroep inzake willekeurige detentie
dat de gevangenhouding van dr. Abu Safiya in strijd is met internationale mensenrechtenverdragen
zoals het Internationale Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten, alsmede
hun oproep hem onmiddellijk vrij te laten? Zo ja, welke consequenties verbindt u hieraan?2
Deelt u de opvatting dat het langdurig vasthouden van een persoon zonder aanklacht,
zonder regulier strafproces en op grond van geheim bewijs dat niet door de verdediging
kan worden betwist, fundamenteel in strijd is met het recht op vrijheid en een eerlijk
proces? Zo nee, waarom niet?
Deelt u de oproep van VN-experts en Amnesty International dat dr. Abu Safiya onmiddellijk
moet worden vrijgelaten? Zo nee, welke concrete feiten rechtvaardigen volgens u zijn
voortdurende detentie zonder aanklacht of proces?
Antwoord 2, 3, 4 en 5
De situatie van dr. Abu Safiya past binnen het beeld en de zorgen die het kabinet
heeft ten aanzien van de toepassing van arbitraire detentie. Het kabinet acht het
gebruik van administratieve detentie door Israël, alsook de duur en schaal hiervan,
zorgwekkend en onderstreept in gesprekken met de Israëlische autoriteiten het belang
van een eerlijke rechtsgang. Op basis van het humanitair oorlogsrecht is detentie
om dwingende veiligheidsredenen, zonder dat dit samenhangt met een strafrechtelijk
proces, geoorloofd als een uitzonderlijke maatregel. Een dergelijke detentie dient
conform internationaalrechtelijke waarborgen en zonder willekeur te worden uitgevoerd.
Ook gelden er internationale waarborgen die stellen dat de reden voor arrestatie gecommuniceerd
moet worden. Dit draagt Nederland actief uit richting Israël.
Vraag 6 en 7
Hoe beoordeelt u de verklaring van zijn advocaat Nasser Odeh dat dr. Abu Safiya nauwelijks
herkenbaar is als gevolg van ernstige verwondingen en ernstig gewichtsverlies, dat
hij zich nu sinds een maand in eenzame opsluiting bevindt en dat hij tegen zijn advocaat
heeft verklaard dat hij naar de Rakefet ondergrondse gevangenis is overgebracht om
te worden vermoord?
Hoe verhoudt de behandeling van dr. Abu Safiya zich tot de verplichtingen van Israël
onder de Vierde Conventie van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
en het absolute verbod op foltering?
Antwoord 6 en 7
Dit zijn zorgelijke berichten en beelden. Het kabinet onderstreept dat het menslievend
behandelen van gevangenen een van de basisregels van het humanitair oorlogsrecht is,
en dat daarnaast ook op basis van de mensenrechten, onder andere op basis van artikel 7
IVBPR, niemand mag worden onderworpen aan folteringen, of aan wrede, onmenselijke
of vernederende behandeling of bestraffing.
Vraag 8
Deelt u de opvatting dat de arrestatie van medisch personeel tijdens de uitoefening
van hun taken een ernstige schending vormt van het internationaal humanitair recht?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
Volgens het humanitair oorlogsrecht moet geneeskundig personeel onder alle omstandigheden
worden ontzien en beschermd, tenzij deze buiten hun humanitaire taak voor de vijand
schadelijke handelingen verricht.
Vraag 9
Heeft de Nederlandse regering sinds de arrestatie van dr. Abu Safiya op 27 december
2024 bij de Israëlische autoriteiten geïnformeerd naar zijn verblijfplaats, gezondheidstoestand,
detentieomstandigheden en juridische status? Zo ja, wanneer, op welk niveau en met
welk resultaat? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
Het kabinet brengt zorgen op het gebied arbitraire detentie, de detentieomstandigheden
zelf, en het gebrek aan toegang tot gevangenen, met regelmaat op bij de Israëlische
autoriteiten. De Nederlandse Mensenrechtenambassadeur heeft o.a. deze zorgen bij Israël
opgebracht tijdens zijn bezoek aan Israël en de Palestijnse Gebieden afgelopen november.
Daarnaast heeft de Europese Unie Israël recentelijk aangesproken op de zaak van dr.
Abu Safiya. Middels een lokale verklaring met gelijkgestemde landen heeft Nederland
eveneens aandacht voor zijn casus gevraagd en Israël opgeroepen alle gedetineerden
te behandelen in lijn met diens verplichtingen onder het internationaal recht.
Vraag 10
Bent u bereid de Israëlische ambassadeur met spoed te ontbieden en te eisen dat dr.
Abu Safiya onmiddellijk toegang krijgt tot onafhankelijke artsen, zijn advocaten,
zijn familie en het Internationale Comité van het Rode Kruis?
Antwoord 10
Zie het antwoord op vraag 9.
Vraag 11
Bent u bereid van Israël te verlangen dat een onafhankelijk medisch onderzoek plaatsvindt,
waarvan de bevindingen aan zijn familie en juridische vertegenwoordigers worden verstrekt,
en dat hij onmiddellijk wordt overgebracht naar een geschikte medische instelling
wanneer zijn gezondheidstoestand dat vereist?
Antwoord 11
Het kabinet verlangt dat eenieder de juiste medische hulp ontvangt, zie ook het antwoord
op vragen 6 en 7. In de lokale verklaring met gelijkgestemden roept Nederland Israël
ook op alle gedetineerden te behandelen in lijn met diens verplichtingen onder het
internationaal recht.
Vraag 12
Bent u bereid om bij de Israëlische regering, bilateraal dan wel in EU-verband, aan
te dringen op de onmiddellijke vrijlating van dr. Abu Safiya, op toegang tot adequate
medische zorg en juridische bijstand voor alle Palestijnse gedetineerden, en op onafhankelijk
onderzoek naar de omstandigheden van zijn detentie?
Antwoord 12
Zie het antwoord op vraag 9.
Vraag 13
Deelt u de zorg dat de arrestatie en behandeling van dr. Abu Safiya onderdeel vormen
van een breder patroon van aanvallen op de Palestijnse gezondheidszorg en de detentie
van Palestijnse artsen en andere zorgverleners? Hoe beoordeelt u in dit verband de
berichtgeving dat minstens veertien artsen uit Gaza al langer dan een jaar zonder
aanklacht door Israël worden vastgehouden?
Antwoord 13
Het kabinet ziet inderdaad dat er herhaaldelijk sprake is van beperking van handelen
van medisch en humanitair personeel, in Gaza en wereldwijd. Het kabinet maakt zich
hier ernstig zorgen over. Zie ook de antwoorden op vragen 2 t/m 8.
Vraag 14
Bent u bereid bij Israël een volledige lijst op te vragen van alle uit Gaza gevangengenomen
Palestijnse zorgverleners, met vermelding van hun verblijfplaats, juridische status,
gezondheidstoestand, toegang tot advocaten en medische zorg en eventuele tegen hen
ingediende aanklachten?
Antwoord 14
Het monitoren en documenteren van behandeling en detentieomstandigheden van gedetineerden
valt binnen het mandaat van het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRC). Nederland
zet zich daarom consequent in voor de toegang van het ICRC tot Palestijnen in Israëlische
detentiefaciliteiten.
Vraag 15
Welke consequenties verbindt u eraan wanneer Israël geloofwaardige beschuldigingen
van foltering en mishandeling niet onafhankelijk laat onderzoeken en de verantwoordelijken
niet vervolgt? Bent u bereid in dat geval te pleiten voor gerichte sancties tegen
verantwoordelijke Israëlische functionarissen en leidinggevenden binnen het gevangeniswezen?
Antwoord 15
Zoals u stelt is het aan het land zelf onderzoek te doen naar vermeende schendingen
van het internationaal recht. Het kabinet constateert eveneens dat Israël tekort schiet
in het doen van onderzoek hiernaar. Dit onderstreept het belang van de lopende onderzoeken
en processen via bestaande internationale organisaties en onderzoeksmechanismen naar
de situatie in Israël en de Palestijnse Gebieden, waaronder het onderzoek van het
Internationaal Strafhof en het werk van de Commission of Inquiry. Zie ook het antwoord op vraag 19.
Vraag 16
Deelt u de opvatting dat Nederland geen militaire, veiligheids- of andere samenwerking
mag onderhouden met Israëlische diensten of instellingen die betrokken zijn bij willekeurige
detentie, foltering of andere ernstige mensenrechtenschendingen? Bent u bereid de
bestaande samenwerking hierop met spoed door te lichten?
Antwoord 16
Bilaterale samenwerking die Nederland aangaat met Israëlische partijen vindt plaats
binnen het kader van het (inter)nationaal recht. Het kabinet beoordeelt de samenwerking
op verschillende terreinen ook binnen dit kader.
Vraag 17
Bent u bekend met het antwoord van uw voorganger Van Weel dat het kabinet zich al
geruime tijd zorgen over de situatie rondom de detentie van Palestijnen in Israëlische
detentiefaciliteiten en dat het kabinet de zorgen deelt die door het VN-Comité tegen
foltering zijn gepresenteerd in hun concluding observations on the sixth periodic report of Israel van 22 december 20253. Welke stappen heeft het kabinet nadien richting Israël ondernomen?
Antwoord 17
Zie het antwoord op vraag 9.
Vraag 18
Nederland heeft samen met Canada Syrië voor het Internationaal Gerechtshof gedaagd
wegens schending van het VN-Verdrag tegen Foltering. Welke juridische of feitelijke
reden bestaat er om ernstige en structurele meldingen van foltering van Palestijnse
gevangenen door Israël niet met een vergelijkbare mate van urgentie, consequentie
en bereidheid tot internationale aansprakelijkstelling te behandelen? Welke uitvoering
hebben jullie aan de aangenomen motie Teunissen over «ondeonderzoeken welke juridische
stappen Nederland kan zetten opdat Israël het Verdrag tegen foltering van de Verenigde
Naties naleeft»?4
Antwoord 18
Zoals uw Kamer onder meer is medegedeeld in het verslag van de Europese Raad van 18 december
2025, kan geen van de verdragspartijen stappen zetten die leiden tot een bindende
uitspraak van een internationaal hof of tribunaal over de naleving door Israël van
het Antifolteringverdrag. Het verschil tussen Syrië en Israël is in dit geval dat
Israël een voorbehoud heeft gemaakt bij de geschillenbeslechtingsclausule van artikel 30
van het Antifolterverdrag. Als gevolg daarvan bestaat geen mogelijkheid tot bindende
geschillenbeslechting met Israël over de naleving van dit verdrag.
Dit neemt niet weg dat het kabinet bij Israël consequent wijst op naleving van het
internationaal recht, waaronder het Antifolteringverdrag.
Vraag 19
Welke mogelijkheden ziet u om onafhankelijk internationaal onderzoek naar de arrestatie,
detentie en behandeling van dr. Abu Safiya te ondersteunen, onder meer door VN-mechanismen,
het Internationaal Strafhof en Palestijnse en Israëlische mensenrechtenorganisaties?
Antwoord 19
Gedegen en onafhankelijk onderzoek is nodig om feiten te verzamelen en schendingen
van internationaal recht vast te kunnen stellen. Onder andere middels Nederlandse
financiering aan het kantoor van de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten (OHCHR),
in het bijzonder de Human rights Inquires Branch, ontvangen onafhankelijke onderzoeksmechanismen van de VN zoals de Commission of Inquiry ondersteuning bij de uitvoering van hun onderzoek. Nederland steunt daarnaast in
2026 het landenkantoor van het OHCHR in de Palestijnse Gebieden met iets meer dan
EUR 2 miljoen. De afgelopen paar jaren heeft Nederland een extra vrijwillige bijdrage
aan het Internationaal Strafhof gedaan van in totaal EUR 6 miljoen, voor de versterking
van de algehele onderzoekscapaciteit van het Hof. In verband met de onafhankelijkheid
van het Strafhof is het niet mogelijk vrijwillige bijdragen te oormerken voor specifieke
onderzoeken. Ten slotte steunt Nederland verschillende Israëlische en Palestijnse
organisaties die bijdragen aan het verzamelen van feiten ten aanzien van vermeende
schendingen van het internationaal recht.
Vraag 20
Bent u bereid Israël te verzoeken al het bewijsmateriaal veilig te stellen dat betrekking
heeft op de detentie en behandeling van dr. Abu Safiya, waaronder medische dossiers,
camerabeelden, registraties van overplaatsingen en namen van betrokken functionarissen
en bewakers?
Antwoord 20
Het kabinet roept Israël consequent op onderzoek te doen naar vermeende schendingen
van het internationaal recht. Het veiligstellen van bewijsmateriaal is relevant voor
het doen van onderzoek. Zie ook het antwoord op vraag 19.
Vraag 21
Kunt u deze vragen afzonderlijk beantwoorden?
Antwoord 21
Vragen en antwoorden met eenzelfde strekking zijn gecombineerd.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.