Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Moinat over de campagne rond mentale gezondheid in het amateurvoetbal
Vragen van het lid Moinat (Groep Markuszower) aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over de campagne rond mentale gezondheid in het amateurvoetbal (ingezonden 3 juni 2026).
Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 18 augustus
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2371.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de campagne rond mentale gezondheid in het amateurvoetbal
en kunt u aangeven welke publieke middelen direct of indirect beschikbaar zijn gesteld
aan deze campagne, de betrokken organisaties en de uitvoering daarvan?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met deze campagne. Voor deze campagne zijn geen publieke middelen
beschikbaar gesteld. Zilveren Kruis en KNVB zijn een maatschappelijk partnership aangegaan
om mentale gezondheid onder jongeren bespreekbaar te maken. Het initiatief «De onzichtbare
blessure» wordt volledig door hen gefinancierd.
Vraag 2
Welke concrete, meetbare doelstellingen zijn aan deze campagne verbonden, op basis
van welke wetenschappelijke inzichten is gekozen voor deze aanpak en hoe wordt vastgesteld
of de campagne daadwerkelijk leidt tot een verbetering van de mentale gezondheid van
jongeren?
Antwoord 2
Zilveren Kruis en KNVB zetten in op een brede, preventieve aanpak waarin voetbal wordt
benut als katalysator voor positieve verandering om zodoende de kans te verkleinen
dat jongeren op latere leeftijd mentale gezondheidsproblemen ervaren. In samenwerking
met experts, kennispartners en maatschappelijke organisaties zoals MIND Us, Erasmus
Universiteit en Play Mental wordt ingezet op een omgeving waarin het net zo vanzelfsprekend
is om te praten over hoe je je voelt als dat het is om over een fysieke blessure te
praten.
De gezamenlijke ambitie is om binnen vijf jaar aantoonbare impact te maken op de mentale
gezondheid van jongeren tussen de 16 en 25 jaar. Dit gebeurt langs drie sporen: het
bereiken en inspireren van 9,6 miljoen sportliefhebbers, het bieden van praktische
tools aan 100.000 voetballende jongeren via hun omgeving en het actief ondersteunen
van jongeren via voetbalverenigingen. Daarbij staat bewustwording, het bespreekbaar
maken van mentale gezondheid en het bieden van concrete handvatten centraal. Vanuit
de overtuiging dat niet alle mentale uitdagingen een zorgvraag zijn, maar ook vragen
om steun vanuit de sociale omgeving.
Het partnerschap is gebaseerd op wetenschappelijke inzichten. Onderzoek van het Trimbos-instituut
laat zien dat één op de vier Nederlandse jongeren wel eens mentale problemen ervaart2. Vertaald naar het voetbal betekent dit dat er in een gemiddelde kleedkamer meerdere
jongeren kunnen zitten die niet lekker in hun vel zitten. Daarbij gaat het niet alleen
om psychische klachten waarvoor professionele hulp nodig is, maar ook om gevoelens
van stress, prestatiedruk, onzekerheid en somberheid.
De effecten van de campagne worden gemonitord. In samenwerking met onderzoeksbureau
Motivaction zijn een nulmeting en een vervolgmeting uitgevoerd onder Nederlandse sportliefhebbers.
Hieruit blijkt dat mensen die de campagne hebben gezien het belang van mentale gezondheid
binnen de sport vaker onderschrijven en vaker bereid zijn hierover het gesprek aan
te gaan. De campagne laat daarmee positieve effecten zien op bewustwording, houding
en gespreksintentie. Zilveren Kruis en de KNVB blijven deze ontwikkelingen – in samenwerking
met kennispartners – monitoren en sturen waar nodig bij om de gestelde doelen te realiseren.
Vraag 3
Kunt u aangeven hoeveel vergelijkbare campagnes op het gebied van mentale gezondheid
de afgelopen vijf jaar met publieke middelen zijn ondersteund, wat deze hebben gekost
en welke aantoonbare resultaten zij hebben opgeleverd?
Antwoord 3
Het Ministerie van VWS heeft in de afgelopen vijf jaar drie keer een campagne over
mentale gezondheid van jongeren rechtstreeks gefinancierd. Dit ging om verschillende
versies van de grootschalige «Hey, het is oké» campagne. De campagne startte met als
doel het wegnemen van het stigma rond psychische aandoeningen. Door de jaren heen
werd dit doorontwikkeld naar een campagne specifiek gericht op jongeren om beginnende
mentale klachten, zoals eenzaamheid en prestatiedruk bespreekbaar te maken. Vroegtijdig
praten doorbreekt een taboe en helpt na te denken over oplossingen met mensen die
je vertrouwt. De campagne liep tussen 2021 en 2024. De totale kosten bedroegen bijna
€ 3,3 miljoen. De campagne bestond uit verschillende thema’s over bijvoorbeeld prestatiedruk,
eenzaamheid, werkstress en winterdip.
De campagne-effectonderzoeken zijn gepubliceerd en te vinden op de website van de
Rijksoverheid3
4. Zo blijkt uit het onderzoek over de campagne in 2024 dat jongeren en jongvolwassenen
(16–25 jaar) vaker met een vertrouwd iemand zijn gaan praten wanneer sprake was van
beginnende mentale klachten. Ook zagen jongeren de voordelen van in gesprek gaan meer
in.
Vraag 4
Hoe wordt voorkomen dat belastinggeld vooral terechtkomt bij campagnes, workshops,
ambassadeurs en overlegstructuren, terwijl jongeren met psychische problemen nog steeds
te maken hebben met wachtlijsten en beperkte toegang tot passende hulp?
Antwoord 4
Als we de mentale gezondheid willen verbeteren en de druk op de (jeugd)ggz willen
verlichten dan is een brede blik nodig op de oorzaken en de oplossingen rondom mentale
problemen. Verschillende risico- en beschermende factoren hebben invloed op iemands
mentale gezondheid. Niet elke hulpvraag is gebaad bij een antwoord in zorg. Preventie
en ondersteuning zijn belangrijk voor het voorkomen en verergeren van mentale klachten.
Deze samenhang vraagt om een integrale kijk naar de uitdagingen in de keten van mentale
gezondheid en ggz.
Campagnes, bijeenkomsten en workshops kunnen een middel zijn om kennis en bewustwording
van het belang van een goede mentale gezondheid te vergroten. Het probleem erkennen
is essentieel in het zoeken naar een oplossing. Communicatie, rechtstreeks vanuit
de overheid of juist via andere organisaties die dichter bij bijv. jongeren staan,
kan onderdeel zijn van de bredere aanpak in het verbeteren van de mentale gezondheid.
In de versterkingsagenda mentale gezondheid en ggz5 zijn maatregelen opgenomen die inzetten op de knelpunten tussen beleidsdomeinen in
de keten van mentale gezondheid en ggz. Hierin is zowel aandacht voor het versterken
van de mentale veerkracht als voor wachttijdondersteuning. Ook in het Aanvullend zorg-
en welzijnsakkoord (Azwa) zijn aanvullende afspraken gemaakt gericht op het toegankelijk
en betaalbaar houden van kwalitatief goede zorg en ondersteuning.
Afgelopen januari is de wet Verbetering beschikbaarheid Jeugdzorg in werking getreden.
In deze wet zijn maatregelen opgenomen om de beschikbaarheid van, met name, specialistische
jeugdzorg te verbeteren. De wet verplicht gemeenten om specialistische zorg regionaal
in te kopen en geeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) wettelijke taken op het terrein
van vroegsignalering van beschikbaarheidsrisico’s, stelselonderzoek naar de beschikbaarheid
van jeugdzorg en toezicht.
Vraag 5
Kunt u aangeven hoeveel jongeren momenteel wachten op geestelijke gezondheidszorg
en hoe de uitgaven aan bewustwordingscampagnes zich verhouden tot investeringen in
daadwerkelijke behandeling en ondersteuning?
Antwoord 5
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het organiseren van jeugdhulp. Er is geen landelijk
overzicht van het aantal jongeren dat wacht op ggz. Inzicht in wachttijden gebeurt
in eerste instantie op gemeentelijk en regionaal niveau.
De financiering van de jeugdzorg verloopt grotendeels via het gemeentefonds. Gemeenten
bepalen in beginsel zelf hoe zij dit budget besteden. Veel gemeenten investeren zelf
ook in specifieke projecten/activiteiten, campagnes en interventies gericht op het
versterken van de mentale veerkracht van jongeren. Hier is geen landelijk overzicht
van.
De Rijksoverheid financiert op dit moment geen bewustwordingscampagne. Wel is afgelopen
jaar onder het concept Praatpower een toolbox ontwikkeld om (lokaal) in gesprek te
gaan met jongeren en hun omgeving en zijn gesprekken geïnitieerd en gevoerd over mentale
gezondheid en wat jongeren nodig hebben om mentaal gezond te blijven. Het rapport
met aanbevelingen is 27 januari aan uw Kamer aangeboden6.
Vraag 6
Welke afspraken zijn gemaakt voor situaties waarin tijdens dergelijke bijeenkomsten
signalen naar voren komen van ernstige psychische problemen, suïcidaliteit, huiselijk
geweld of kindermishandeling en hoe wordt geborgd dat deze jongeren snel passende
hulp krijgen?
Antwoord 6
Hier is niet één antwoord op te geven. Afspraken zullen per project verschillen. Binnen
de toolbox van Praatpower is in elk geval nadrukkelijk aandacht voor de psychologische
veiligheid van de deelnemers en mogelijkheden voor nazorg. Hierbij wordt ook verwezen
naar het platform www.injebol.nl. Op dit platform kunnen jongeren terecht voor laagdrempelige ondersteuning. Indien
noodzakelijk verwijzen de vrijwilligers achter de ondersteuningslijn van www.injebol.nl door naar 113.
Vraag 7
Deelt u de opvatting dat het bespreekbaar maken van mentale problemen waardevol kan
zijn, maar nooit een vervanging mag worden voor tijdige professionele hulpverlening?
Zo ja, welke maatregelen neemt u om ervoor te zorgen dat jongeren na signalering ook
daadwerkelijk hulp ontvangen?
Antwoord 7
Ja, deze opvatting deel ik. Het bespreekbaar van mentale problemen kan verlichting
bieden voor (lichte) mentale klachten. Een zorgtraject is ook niet altijd het passende
antwoord op een hulpvraag. Een deel van de jongeren is meer gebaat bij andere vormen
van ondersteuning of preventieve hulp.
In het Azwa zijn afspraken gemaakt over verbetering van de aansluiting op het snijvlak
van het zorgdomein en het sociaal domein. Gemeenten, aanbieders en zorgverzekeraars
hebben in het Azwa afspraken gemaakt over welke «basisfunctionaliteiten» in elk geval
in elke regio of gemeente beschikbaar moet zijn, zoals bijvoorbeeld de basisfunctionaliteit
sociaal verwijzen.
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.