Schriftelijke vragen : Voorgestelde zonering zonder dat sprake is van stikstofoverbelasting (brief van 26 juni en Verdiepingsbijlage Hoofdlijn 3)
Vragen van het lid Koorevaar (CDA) aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over voorgestelde zonering zonder dat sprake is van stikstofoverbelasting (brief van 26 juni en Verdiepingsbijlage Hoofdlijn 3) (ingezonden 17 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u op de hoogte van het nieuwsbericht van Omroep Zeeland «ZLTO: kabinet moet vijf
van zeven Zeeuwse stikstofgebieden schrappen», waaruit blijkt dat er een aantal gebieden
in Zeeland zijn waar geen sprake is van stikstofoverbelasting, maar die in Verdiepingsbijlage
Hoofdlijn 3 bij de brief van 26 juni wel worden genoemd in de indicatieve lijst met
gebieden met een zone van 500 meter?1
Vraag 2
Klopt het dat provincies tot het einde van het jaar de mogelijkheid krijgen om per
gebied in hun provincie aan te geven of er zones worden ingesteld?
Vraag 3
Klopt het dat zones worden ingesteld als deze helpen bij het stoppen van verslechtering
van de natuur in en rond Natura 2000-gebieden?
Vraag 4
Deelt u de opvatting dat het feit dat een Natura 2000-gebied stikstofgevoelige natuur
bevat onvoldoende grond is voor zonering, en dat conform uw afwegingskader aantoonbaar
sprake moet zijn van (dreigende) verslechtering én dat agrarische activiteiten binnen
de betreffende zone daaraan bijdragen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 5
Klopt het dat er in het artikel van Omroep Zeeland wordt gesproken over een lijst
met overbelaste gebieden waar een zone omheen komt terwijl het in de Verdiepingsbijlage
gaat over een indicatieve lijst stikstofgevoelige gebieden?
Vraag 6
Klopt het dat Canisvliet, Groote Gat, Vogelkreek, Yerseke en Kapelse Moer en Zwin
& Kievittepolder in Verdiepingsbijlage Hoofdlijn 3 voorlopig zijn aangewezen voor
een zone van 500 meter, terwijl uit de Monitor stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden
2025 volgt dat in deze gebieden geen stikstofgevoelig areaal als overbelast is aangemerkt?
Op basis van welke exacte informatie zijn deze gebieden voorlopig aangewezen als te
zoneren?
Vraag 7
Kan er sneller duidelijkheid worden gegeven over de vraag of een zone rond een gebied
daadwerkelijk nodig is, aangezien veel informatie over deze gebieden reeds voorhanden
is?
Vraag 8
Welke ruimte is er om veel gerichter te zoneren? Hoe kan daarbij met de beschikbare
kennis worden gestuurd op de exacte overbelaste hexagonen in plaats van op een geheel
Natura 2000-gebied? Hoe kan met provincies worden gezocht naar zo snel als mogelijk
duidelijkheid hebben over de definitieve lijst?
Vraag 9
Kan de communicatie over zonering worden versterkt en versneld om misverstanden weg
te nemen? Zo ja, hoe ziet deze versnelling eruit, welke fases voorziet u en kunt u
deze toelichten?
Indieners
-
Gericht aan
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Indiener
Jan Arie Koorevaar, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.