Schriftelijke vragen : Vijf jaar Talibanbewind in Afghanistan en de Nederlandse inzet voor de Afghaanse bevolking
Vragen van de leden Kröger en Piri (beiden PRO) aan de Ministers van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en van Buitenlandse Zaken over vijf jaar Talibanbewind in Afghanistan en de Nederlandse inzet voor de Afghaanse bevolking (ingezonden 17 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de verklaring «Vijf jaar Taliban: Afghanistan mag niet vergeten
worden», ondertekend door 17 hulporganisaties zoals Stichting Vluchteling, CARE Nederland,
en Cordaid?1
Vraag 2
Hoe beoordeelt u dat bijna 22 miljoen Afghanen in 2026 afhankelijk zijn van humanitaire
hulp, en dat de situatie verslechtert door dalende financiering, economische stagnatie,
regionale spanningen en klimaatschokken?
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat humanitaire hulp alleen onvoldoende is en dat ook langjarige
investeringen via ontwikkelingssamenwerking nodig zijn in basisvoorzieningen, onderwijs,
bestaanszekerheid en klimaatweerbaarheid? Hoe vult Nederland dit in Afghanistan momenteel
in en is dit voldoende om de weerbaarheid van de bevolking op lange termijn te versterken?
Vraag 4
Bent u bereid zich er binnen de Europese Unie voor in te zetten dat Afghanistan, vijf
jaar na de machtsovername door de Taliban, hoog op de internationale politieke agenda
blijft staan en de Kamer voor de Raad Buitenlandse Zaken waarin Afghanistan aan de
orde komt te informeren over de Nederlandse inzet?
Vraag 5
Deelt u de opvatting dat de verdere afname van humanitaire en ontwikkelingsfinanciering
in Afghanistan vrouwen en meisjes onevenredig hard treft, juist omdat zij als gevolg
van het Talibanbeleid nauwelijks toegang hebben tot onderwijs, werk en andere bestaansmiddelen?
Zo ja, hoe weegt u dit mee in de Nederlandse inzet?
Vraag 6
Hoe beoordeelt u de verslechterde positie van vrouwen en meisjes in Afghanistan, waaronder
het feit dat naar schatting 2,2 miljoen meisjes nog altijd geen toegang hebben tot
voortgezet onderwijs?
Vraag 7
Welke mogelijkheden ziet Nederland, zowel bilateraal als via de Europese Unie en multilaterale
organisaties, om de toegang tot onderwijs, gezondheidszorg en economische participatie
van Afghaanse vrouwen en meisjes te blijven ondersteunen zonder het Talibanregime
te legitimeren?
Vraag 8
Bent u bekend met de belemmeringen die de Taliban vrouwelijke hulpverleners oplegt,
waardoor vrouwen en meisjes moeilijker toegang krijgen tot hulp en zorg? Wat doet
Nederland om veilig werken voor deze hulpverleners te waarborgen?
Vraag 9
Hoe ondersteunt Nederland Afghaanse maatschappelijke organisaties, waaronder lokaal
en door vrouwen geleide organisaties, en ziet u ruimte deze steun te versterken, bijvoorbeeld
via directe, flexibele financiering?
Vraag 10
Bent u bekend met het manifest «De rechten van Afghaanse vrouwen zijn niet onderhandelbaar»2 van de Dolle Mina's en het Azadi Collectief, dat oproept tot het niet-normaliseren
van de Taliban, centraalstelling van vrouwenrechten, bestrijding van genderapartheid
en internationale verantwoording? Hoe beoordeelt u deze drie eisen?
Vraag 11
Bent u bekend met het EU-landenprofiel van Afghanistan en andere rapporten waaruit
blijkt dat voormalige bewakers van buitenlandse troepen een primair Talibandoelwit
zijn? Onderschrijft u de bevindingen dat zij worden achtervolgd, mishandeld en dat
een aantal van hen is vermoord? Zo nee, waarom niet?
Vraag 12
Zo ja, waarom weigert u dan de motie-Piri c.s. (Kamerstuk 36 800-V, nr. 23) uit te voeren om Afghaanse bewakers die voor Nederland werkten en hun gezinnen direct
naar Nederland over te brengen?
Vraag 13
Deelt u de mening dat het ongehoord is dat deze zaak inmiddels bijna vijf jaar voortsleept.
Zo ja, wat gaat u eraan doen?
Vraag 14
Bent u bekend dat door afschaffing van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd
per 12 juni jl., zonder overgangsrecht, circa 4.600 in 2021 geëvacueerde Afghanen
in grote onzekerheid verkeren? Deelt u de mening dat uitzetting voor hen, als doelwit
van de Taliban, een doodsvonnis betekent?
Vraag 15
Bent u bereid alsnog een overgangsregeling te treffen voor deze groep, gezien hun
evacuatiegeschiedenis en veelal jarenlange werkrelatie met de Nederlandse overheid?
Vraag 16
Herinnert u zich het Nederlandse verzoek aan de Europese Commissie om in gesprek te
gaan met de Taliban over de terugname van Afghaanse asielzoekers, wat de facto betrekkingen
normaliseert met een regime dat vrouwen en meisjes onderdrukt? Hoe rijmt u dat met
de Nederlandse kabinetsinzet voor vrouwenrechten als centraal punt van het buitenlandbeleid?
Vraag 17
Heeft u al voortgang gemaakt met de uitvoering van de motie Piri om te inventariseren
onder Afghanistanveteranen en Afghaanse tolken in Nederland hoe zij aankijken tegen
het aanhalen van contacten met de Taliban? Zo nee, waarom niet? Zo ja, kunt u de bevindingen
delen?
Vraag 18
Zet Nederland zich in, en heeft Nederland zich ingezet, om ervoor te zorgen dat de
rechten van vrouwen en meisjes dan in ieder geval een centraal onderdeel zijn van
deze Europese dialoog? Op welke wijze?
Indieners
-
Gericht aan
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking -
Gericht aan
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Indiener
Suzanne Kröger, Kamerlid -
Medeindiener
Kati Piri, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.