Schriftelijke vragen : Het terugdraaien van de afbouw van de inhoudingsmogelijkheid voor huisvesting door minister Paul en het informeren van de Kamer hierover.
Vragen van de leden Patijn (PRO) en Ceulemans (JA21) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het terugdraaien van de afbouw van de inhoudingsmogelijkheid voor huisvesting door Minister Paul en het informeren van de Kamer hierover (ingezonden 13 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het Woo-verzoek van NRC Handelsblad aangaande het besluit van toenmalig
Minister Paul om het besluit van haar voorganger Van Hijum aangaande het afbouwen
van de mogelijkheid om 25 procent van het minimumloon in te houden terug te draaien
en de timing daarvan?
Vraag 2
Klopt het dat het besluit van de Minister om deze maatregel terug te draaien reeds
op 30 september bekend was, dat op 7 oktober een concept-Kamerbrief aan de Minister
is voorgelegd, dat hier vervolgens twee weken overheen gingen en dat op 20 oktober
vervolgens intern bekend werd dat een betrokken ambtenaar met de Minister had besloten
om de brief pas na de verkiezingen te verzenden, dat daags erop door een andere ambtenaar
eveneens werd aangegeven dat de Minister tot na de verkiezingen wilde wachten met
communiceren over het niet afbouwen van de inhoudingsmogelijkheid per 1 januari 2026
en dat het communicatiebureau dat nieuwsberichten voor het ministerie verzorgt te
horen kreeg dat er «nog even geen momentum is om hier iets over naar buiten te brengen»,
zoals uit de reconstructie van NRC aan de hand van het Woo-verzoek blijkt1? Zo nee, wat klopt er volgens u niet aan deze reconstructie en hoe is een en ander
dan wél verlopen? Graag een concreet antwoord.
Vraag 3
Indien de gereconstrueerde gang van zaken klopt, erkent u dan dat deze niet in lijn
is met de verklaring die de Minister tijdens het Kamerdebat op 27 november gaf voor
de timing rond het informeren van de Kamer over haar besluit op 30 oktober -daags
na de Tweede Kamerverkiezingen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 4
Hoe duidt in het licht van de uitkomsten van het Woo-verzoek dat Minister Paul tijdens
dit debat in antwoord op vragen van het lid Ceulemans over deze timing aangaf: «We zijn terughoudend om met beleidsinhoudelijke brieven te komen, dus niet in een
reces, niet in een verkiezingsreces. Tegelijkertijd is de praktische kant van de zaak
dat de ambtelijke afstemming met VRO pas op 29 oktober afgerond was» en «De suggestie wordt gewekt dat ik gepland en bewust heb gedacht: zo, die drop ik de
dag na de verkiezingen. Dat is helemaal niet aan de orde. Dat is oprecht niet aan
de orde.2»Vindt u deze verklaringen in lijn met hetgeen uit de Woo-verzoeken is gebleken, namelijk
dat expliciet wordt aangegeven dat de Minister pas na de verkiezingen de Kamer wilde
informeren en communiceren over het terugdraaien van de inhoudingsmogelijkheid? Zo
ja, hoe rijmt u dit?
Vraag 5
Hoe duidt u in het licht van de uitkomsten van het Woo-onderzoek tevens dat Minister
Paul tijdens hetzelfde debat in antwoord op vragen van het lid Patijn (PRO) aangaf:
«De suggestie wordt gewekt dat ik de timing heb laten afhangen van de campagne of
het feit dat er verkiezingen aankwamen. Daar heeft het werkelijk helemaal niks mee
te maken.» en «Nadat ik het besluit had genomen, zijn we aan de slag gegaan om die communicatie
voor te bereiden. Ik werk samen met fantastische ambtenaren, maar als ik concepten
voorgelegd krijg, vind ik er ook nog wat van. Dat gaat dan heen en weer. Vervolgens
vond er ambtelijke afstemming plaats met het Ministerie van VRO. Uiteindelijk waren
we er op 29 oktober ambtelijk uit. Toen is er een klap gegeven op die brief en is
die uitgestuurd.» Vindt u deze verklaringen in lijn met hetgeen uit het Woo-verzoek is gebleken,
namelijk een expliciet besluit om pas na de verkiezingen de Kamer te informeren en
over de maatregel te communiceren over het terugdraaien van de inhoudingsmogelijkheid?
Zo ja, hoe rijmt u dit?
Vraag 6
Vindt u alles afwegende dat uw voorganger de Kamer juist en volledig heeft geïnformeerd
over de timing van haar besluit om de inhoudingsmogelijkheid terug te draaien? Zo
ja, hoe kunt u dit volhouden?
Vraag 7
Zo nee, deelt de u de indruk dat het er alle schijn van heeft dat de Kamer door de
Minister bewust onjuist geïnformeerd is over de besluitvorming rond dit dossier? Zo
nee, waarom niet?
Vraag 8
Was u bekend met de gang van zaken zoals blijkt uit het Woo-verzoek van NRC aangaande
het bewust pas ná de verkiezingen informeren van de Kamer over het terugdraaien van
de afbouw van de inhoudingsmogelijkheid? Zo ja, heeft u overwogen om het beeld dat
uw voorganger hierover tijdens het Kamerdebat van 27 november schetste richting de
Kamer recht te zetten? Zo nee, waarom niet en zo ja, waarom is dit niet alsnog gebeurd?
Vraag 9
Kunt u aangeven of indien nodig nagaan welke gesprekken uw voorganger heeft gevoerd
met welke betrokken partijen en belanghebbenden in aanloop naar haar besluit om het
verbod op inhoudingen voor huisvesting terug te draaien? Kunt u de Kamer voorzien
van alle beschikbare informatie hieromtrent?
Vraag 10
Deelt u de conclusie dat het bewust pas ná de verkiezingen informeren van de Kamer
over een reeds genomen besluit sterk de suggestie wekt dat dit politiek beter uitkwam?
Zo nee, waarom niet en welk andere motieven zijn dan volgens u aannemelijk?
Vraag 11
Hoe is het besluit om de Kamer pas na de verkiezingen te informeren tot stand gekomen,
welke personen en eventuele organisaties en andere partijen zijn hierbij -al dan niet
in adviserende vorm- betrokken geweest?
Vraag 12
Bent u bereid het verbod op het inhouden van huur op het minimumloon, een maatregel
die volgens de Arbeidsinspectie een prikkel vormt om buitenlands in plaats van Nederlands
personeel aan te stellen, alsnog snel door te voeren en niet te wachten op het eventuele
aannemen van de aangekondigde wet op de huurbescherming, aangezien het nog zeker een
jaar zal duren voordat deze wordt ingevoerd? Zo nee, waarom niet?
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Jimmy Dijk
(SP), ingezonden 7 augustus 2026 (vraagnummer 2026Z16772) en van het lid Boon (PVV), ingezonden 7 augustus 2026 (vraagnummer 2026Z16774)
Indieners
-
Gericht aan
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
Indiener
Mariëtte Patijn, Kamerlid -
Medeindiener
Simon Ceulemans, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.