Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Maeijer over het bericht ‘Cliëntenraad vreest sluiting laatste zorgvilla’s Expertcare’
Vragen van het lid Maeijer (PVV) aan de Minister van Langdurige zorg, Jeugd en Sport over het bericht «Cliëntenraad vreest sluiting laatste zorgvilla’s Expertcare» (ingezonden 21 juli 2026).
Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 12 augustus
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Cliëntenraad vreest sluiting laatste zorgvilla’s Expertcare»1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Klopt het dat multinational B. Braun heeft gedreigd de resterende locaties al voor
31 december a.s. te sluiten als het gerechtshof ingrijpt?
Antwoord 2
Ik heb kennisgenomen van de berichtgeving waarnaar u verwijst. Vanuit het Ministerie
van VWS was niemand aanwezig bij de zitting van de Ondernemingskamer. Ik kan de gang
van zaken tijdens die zitting daarom niet uit eigen waarneming bevestigen. Bovendien
geeft het (tijdelijk) bestuur van Villa ExpertCare (VEC) hierover een andere lezing
dan uit de berichtgeving naar voren komt. Het is niet aan mij om in een lopende gerechtelijke
procedure te beoordelen welke lezing juist is.
Mijn inzet blijft onverminderd gericht op het waarborgen van de continuïteit van zorg
voor de kinderen die nog zorg ontvangen bij Villa ExpertCare. Daarover ben ik voortdurend
in gesprek met de betrokken partijen, waaronder VEC, zorgverzekeraars, zorgkantoren,
de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en
de onafhankelijk intermediair die is aangesteld om het proces van zorgbemiddeling
te ondersteunen.
Vraag 3
Deelt u de mening dat B. Braun hier een nieuwe ondergrens heeft bereikt door de rechtbank,
de ouders en de kinderen te chanteren met dreigende sluiting van de laatste zorgvilla’s
Expertcare met als doel de rechtsgang te frustreren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Ik begrijp de grote zorgen en emoties die leven bij ouders, kinderen en medewerkers.
De situatie is voor alle betrokkenen zeer ingrijpend. Het is echter niet aan mij om
kwalificaties te geven over het handelen van private partijen of over stellingen die
onderdeel uitmaken van een lopende gerechtelijke procedure. Zoals aangegeven in het
antwoord op vraag 2 was het ministerie niet bij de zitting aanwezig en lopen de lezingen
van partijen over het verloop daarvan uiteen; ook dat maakt een oordeel op dit moment
niet aan mij. Ongeacht de exacte lezing van de gebeurtenissen vind ik wel dat de zorg
voor deze kwetsbare kinderen nooit een instrument mag zijn in een zakelijk of juridisch
geschil, en ik verwacht dat alle betrokken partijen zich dat terdege realiseren.
Vraag 4
Hoe gaat u ervoor zorgen dat de deuren van de twee zorglocaties geopend blijven totdat
er een passende zorgplek is gevonden voor alle overgebleven kinderen?
Antwoord 4
Zoals ik uw Kamer eerder heb geïnformeerd, staat voor mij voorop dat voor ieder kind
passende vervolgzorg beschikbaar moet zijn voordat de zorg wordt beëindigd. Om de
zorgbemiddeling te versnellen en de zorgvuldigheid van het proces te versterken, heb
ik een onafhankelijk intermediair aangesteld. Daarnaast werken zorgverzekeraars en
zorgkantoren vanuit hun wettelijke zorgplicht aan passende vervolgzorg voor iedere
individuele cliënt. Voor alle cliënten zijn bovendien cliëntspecifieke noodscenario's
uitgewerkt voor het geval de continuïteit van zorg onverwacht onder druk komt te staan.
Voor de twee resterende locaties, Wezep en Rijswijk, heeft VEC aangeven dat deze in
ieder geval tot en met 31 december aanstaande openblijven. Mijn inzet blijft erop
gericht dat deze toezegging wordt nagekomen en dat de continuïteit van zorg voor ieder
kind wordt geborgd.
De IGJ houdt toezicht op de kwaliteit en veiligheid van de zorg en op een zorgvuldige
overdracht van cliënten. Op 11 augustus heeft de IGJ twee toezichtsrapporten uitgebracht
over de locaties Wezep en Rijswijk. Voor locatie Wezep heeft de IGJ verbetermaatregelen
opgelegd. De IGJ blijft de uitvoering van deze verbetermaatregelen en de ontwikkelingen
op beide locaties nauwlettend volgen.
Vraag 5
Bent u van plan wetgeving voor te bereiden om te voorkomen dat een onderneming na
ernstig falen nog zorg mag aanbieden, bijvoorbeeld een tijdelijk of permanent verbod
om als zorgaanbieder op te treden na ernstige overtredingen? Zo ja, wanneer kan de
Kamer deze verwachten? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Op dit moment ben ik niet voornemens wetgeving voor te bereiden die voorziet in een
algemeen tijdelijk of permanent verbod voor een onderneming om als zorgaanbieder op
te treden. Wel heb ik eerder aangekondigd dat ik deze casus op een later moment, nadat
er voor de kinderen van VEC een oplossing is gevonden, grondig zal evalueren. Bij
die evaluatie zal ik ook de toereikendheid van het bestaande wettelijke instrumentarium
betrekken, om te bezien of dit voldoende mogelijkheden biedt om in vergelijkbare situaties
tijdig en effectief in te grijpen.
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.