Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Moinat over de bestuurlijke problemen en de uitvoering van de jeugdzorg in Lelystad
Vragen van het lid Moinat (Groep Markuszower) aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over de bestuurlijke problemen en de uitvoering van de jeugdzorg in Lelystad (ingezonden 6 juli 2026).
Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 11 augustus
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «De Lelystadse jeugdzorg wordt steeds duurder. De directeur
die daar iets aan deed, moest vertrekken»?1
Antwoord 1
Ja, ik ben hiermee bekend.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de signalen dat bestuurlijke en organisatorische problemen binnen
de gemeente Lelystad ertoe hebben geleid dat aanvragen voor jeugdhulp zijn blijven
liggen en de toegang tot jeugdhulp onder druk is komen te staan?
Antwoord 2
In de Jeugdwet hebben de gemeenten een jeugdhulpplicht. Het is op grond hiervan aan
de gemeente om afspraken te maken met jeugdhulpaanbieders en zo te zorgen dat kinderen
en gezinnen tijdig de juiste hulp krijgen. Het is in eerste instantie aan de gemeenteraad
van Lelystad om te beoordelen of er wordt voldaan aan de jeugdhulpplicht.
Vraag 3
Kunt u aangeven of de continuïteit en tijdigheid van de jeugdhulp in Lelystad gedurende
deze periode in het geding zijn geweest? Zo ja, welke gevolgen heeft dit gehad voor
kinderen en gezinnen?
Antwoord 3
Naar aanleiding van de berichtgeving over de bestuurlijke situatie en de toegangsorganisatie
in gemeente Lelystad is eind maart vanuit VWS contact gelegd met de gemeente Lelystad,
omdat ook vanuit VWS zorgen waren over de situatie in Lelystad. Uit die gesprekken
kwam naar voren dat de gemeente druk bezig was om haar toegangstaak weer op orde te
krijgen. Ook de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) houdt vanuit haar vroegsignaleringstaak
zicht op de ontwikkelingen in Lelystad en is ook in gesprek gegaan met de gemeente
Lelystad. Daarbij heeft de NZa risico’s gesignaleerd die van invloed kunnen zijn op
de beschikbaarheid en toegankelijkheid van jeugdhulp. De NZa volgt de situatie nauwgezet
en blijft met de gemeente in gesprek over de verdere opvolging hiervan. De NZa heeft
VWS de afgelopen maanden regelmatig geïnformeerd over de stand van zaken in Lelystad
en blijft dit naar de toekomst toe ook doen.
Vraag 4
Welke verantwoordelijkheid heeft u als stelselverantwoordelijke wanneer een gemeente
de uitvoering van de Jeugdwet onvoldoende op orde heeft en daardoor de toegang tot
passende jeugdhulp in gevaar komt?
Antwoord 4
De Jeugdwet is gedecentraliseerd. Dit betekent dat gemeenten in eerste instantie zelf
verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van deze taak en dat de gemeenteraad verantwoordelijk
is om het college hierop aan te spreken.
De NZa houdt vanuit haar vroegsignaleringstaak jeugd zicht op de beschikbaarheid van
specialistische jeugdzorg. Deze vroegsignaleringstaak is één van de nieuwe taken die
de NZa heeft gekregen met het in werking treden van de Wet verbetering beschikbaarheid
Jeugdzorg waarbij VWS als stelselverantwoordelijke het wetsvoorstel heeft voorbereid.
Indien blijkt dat er sprake is van taakverwaarlozing door een gemeente, dan kan het
Rijk de gemeente hierop aanspreken via interbestuurlijk toezicht.
Vraag 5
Is de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) op de hoogte van de situatie in Lelystad?
Zo ja, welke rol heeft de IGJ gespeeld of gaat zij nog spelen?
Antwoord 5
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)
zijn op de hoogte van de situatie in Lelystad. Omdat het hier om de toegang gaat en
niet om de kwaliteit van de zorg bij aanbieders, heeft de IGJ hier alleen een signalerende
rol in richting het Ministerie van VWS.
De Nederlandse Zorgautoriteit houdt vanuit haar vroegsignaleringstaak jeugd zicht
op de ontwikkelingen in Lelystad en informeert en betrekt VWS hierbij. Zij zijn sinds
een paar maanden in gesprek met de gemeente Lelystad over de beschikbaarheid van zorg
in de gemeente Lelystad.
Vraag 6
Zijn bij u signalen bekend dat vergelijkbare organisatorische of bestuurlijke problemen
ook in andere gemeenten leiden tot vertragingen, achterstanden of onjuiste besluitvorming
binnen de jeugdzorg? Zo ja, om hoeveel gemeenten gaat het?
Antwoord 6
Als het om de beschikbaarheid van zorg gaat, dan heeft de NZa sinds 1 januari 2026
de nieuwe taak om hier zicht op te houden. De NZa heeft op dit moment geen vergelijkbare
signalen van andere gemeenten.
Vraag 7
In hoeverre beschikt u over instrumenten om in te grijpen wanneer de uitvoering van
de Jeugdwet binnen een gemeente structureel tekortschiet? Bent u van mening dat deze
instrumenten toereikend zijn?
Antwoord 7
Gemeenten zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor de uitvoering van de
uitvoering van de Jeugdwet. De gemeenteraad is verantwoordelijk om het college van
B&W hierop aan te spreken. Indien blijkt dat er desondanks sprake is van taakverwaarlozing
dan heeft het Rijk het instrument interbestuurlijk toezicht. Het interbestuurlijk
toezicht kent verschillende stappen die doorlopen dienen te worden. Zo vindt eerst
signalering en factfinding plaats. Waarna, indien nodig, afspraken met gemeenten gemaakt
kunnen worden over acties, termijnen en vervolg om de taak op grond van de Jeugdwet
te kunnen borgen. In een uiterst geval kan het Rijk overgaan tot indeplaatsstelling.
Tot op heden heeft het maken van afspraken over acties, termijnen en vervolg kunnen
volstaan om taakverwaarlozing te beëindigen.
Vraag 8
Welke lessen trekt u uit de gebeurtenissen in Lelystad voor de landelijke hervorming
van de jeugdzorg, in het bijzonder ten aanzien van sturing, toezicht, financiële beheersing
en de toegang tot passende hulp?
Antwoord 8
Met de afspraken uit de Hervormingsagenda Jeugd is ingezet om het jeugdstelsel verder
te ontwikkelen en te versterken. Met de Wet verbetering beschikbaarheid Jeugdzorg
heeft bijvoorbeeld de NZa nieuwe taken gekregen, waaronder de eerder genoemde vroegsignaleringstaak.
Ook is voor sommige zorgvormen vastgelegd dat gemeenten verplicht regionaal moeten
samenwerken in Jeugdregio’s. Dit zijn allemaal zaken die bijdragen aan een beter werkend
jeugdhulpstelsel. In die beleidsontwikkeling wordt ook casuïstiek betrokken.
Vraag 9
Bent u bereid te onderzoeken in hoeverre bestuurlijke conflicten en organisatorische
problemen binnen gemeenten ertoe leiden dat kinderen niet tijdig de jeugdhulp ontvangen
waarop zij recht hebben en de Kamer hierover te informeren?
Antwoord 9
Het is de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad om het gesprek te voeren met het
college. Indien er bij gemeenten situaties zijn die er toe leiden dat kinderen niet
tijdig jeugdhulp ontvangen, dan zal VWS hierover in gesprek gaan met de desbetreffende
gemeente vanuit haar stelselverantwoordelijkheid.
Vraag 10
Welke aanvullende maatregelen bent u bereid te nemen om te voorkomen dat interne bestuurlijke
problemen of tekortschietende gemeentelijke uitvoering ten koste gaan van de veiligheid,
ontwikkeling en zorg van kwetsbare kinderen?
Antwoord 10
Geen.
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.