Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Lammers over het bericht ‘Trump administration probes UNRWA over alleged employment of 1,500 terrorists’
Vragen van het lid Lammers (Groep Markuszower) aan de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over het bericht: «Trump administration probes UNRWA over alleged employment of 1,500 terrorists» (ingezonden 16 juli 2026).
Antwoord van Minister Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking)
(ontvangen 11 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de berichtgeving dat de regering-Trump een onderzoek is gestart
naar de United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees (UNRWA) vanwege
beschuldigingen dat duizenden medewerkers banden zouden hebben met terroristische
organisaties, zoals Hamas?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u deze nieuwe beschuldigingen tegen UNRWA?
Antwoord 2
Op het moment van schrijven is het onderzoek van de VS nog gaande en is er nog geen
rapport gepubliceerd. Ik wil dan ook niet vooruitlopen op de uitkomsten van het onderzoek.
Navraag bij UNRWA levert op dat vooralsnog geen informatie is gedeeld over dit lopende
onderzoek jegens de UNRWA-medewerkers. UNRWA heeft daartoe wel verschillende verzoeken
gedaan, zodat waar nodig reactie kan worden gegeven en/of actie ondernomen kan worden.
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat ook de schijn dat Nederlands belastinggeld direct of indirect
terechtkomt bij personen met banden met terroristische organisaties volstrekt onacceptabel
is?
Antwoord 3
Zoals aangegeven in mijn brief aan uw Kamer van 30 maart jl.1 benadrukt het kabinet de strikte voorwaarde dat publieke middelen onder geen enkel
beding aangewend mogen worden voor directe of indirecte ondersteuning van terroristische
groeperingen.
Vraag 4
Welke garanties kunt u geven dat geen enkele euro Nederlands belastinggeld via UNRWA
terechtkomt bij personen of organisaties die betrokken zijn bij terrorisme of terrorisme
ondersteunen?
Antwoord 4
Het kabinet wil onder geen enkel beding dat publieke middelen aangewend worden voor
directe of indirecte ondersteuning van terroristische groeperingen zoals Hamas. Berichtgevingen
over potentiële banden van UNRWA met Hamas en mogelijke betrokkenheid van enkele individuele
UNRWA-medewerkers bij de aanslagen van 7 oktober worden derhalve steeds serieus bekeken.
Internationale, onafhankelijke onderzoeken tonen aan dat er tot op heden onvoldoende
bewijs is geleverd ten aanzien van banden tussen UNRWA en Hamas. Uit het onafhankelijk
onderzoek van Office of Internal Oversight Services (OIOS) naar mogelijke betrokkenheid van individuele UNRWA-medewerkers blijkt eveneens
dat er onvoldoende bewijs was en het beschikbare bewijs niet kon worden geverifieerd.
UNRWA heeft robuuste systemen ontwikkeld om eventuele misstanden te signaleren en
gepaste actie te ondernemen, zoals de organisatie in het verleden ook heeft laten
zien. Verder heeft UNRWA aangegeven alle aanbevelingen op te volgen uit het Colonna-rapport2 over de neutraliteit van de organisatie. Tot dusverre heeft UNRWA meer dan de helft
van deze aanbevelingen geïmplementeerd en wordt voortgang geboekt op de overige aanbevelingen.
Daarnaast neemt Nederland deel aan de werkgroep over neutraliteit en integriteit.
Deze groep ziet nauw toe op de implementatie van de aanbevelingen.
Vraag 5
Bent u bereid alle Nederlandse financiële bijdragen aan UNRWA onmiddellijk op te schorten?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Nederland blijft het door de Algemene Vergadering van de VN verleende mandaat van
UNRWA steunen. De organisatie biedt belangrijke basisdiensten conform dit mandaat,
zoals gezondheidszorg en onderwijs, aan Palestijnse vluchtelingen in de regio, inclusief
Libanon, Jordanië en Syrië. Op deze manier draagt UNRWA bij aan de stabiliteit in
een onrustige regio. Verder is UNRWA essentieel in het bieden van humanitaire hulp
in zowel Gaza als Libanon.
Vraag 6
Hoeveel Nederlands belastinggeld is sinds 7 oktober 2023 aan UNRWA verstrekt of toegezegd?
Antwoord 6
In totaal heeft Nederland in de periode sinds 7 oktober 2023 tot nu 63 miljoen euro
bijgedragen aan UNRWA. Na 7 oktober heeft Nederland in 2023 een extra 18 miljoen euro
bijgedragen gezien de hoge noden in de regio. In 2024, 2025 en 2026 heeft Nederland
de jaarlijkse bijdrage aan UNRWA overgemaakt, waarvan 2025 en 2026 conform amendement
Stoffer/Eerdmans3.
Vraag 7
Welke concrete controles voert Nederland uit om te voorkomen dat Nederlands belastinggeld
indirect ten goede komt aan terroristische organisaties?
Antwoord 7
Nederland werkt samen met professionele en betrouwbare maatschappelijke organisaties,
die beleid en gedegen procedures hebben om risico’s van malversaties te verkleinen,
en die adequaat optreden in geval van zowel aantijgingen als bewezen malversaties.
Besluiten om bepaalde organisaties te financieren worden altijd zorgvuldig genomen,
waarbij het voltooien van een Organisational Risk and Integrity Assessment (ORIA) essentieel is. Deze assessment toetst onder andere op governance-structuren
en de integriteit van organisaties. Organisaties met wie Nederland samenwerkt doen
bovendien controle en screening van alle medewerkers (zowel nationale als internationale
staf) en partners aan de hand van o.a. de sanctielijsten van de VN, EU en nationale
instanties. Daarnaast worden afspraken gemaakt over tussentijdse monitoring, (onafhankelijke)
evaluatie en audits van activiteiten met Nederlandse steun. Indien uit het toezicht
blijkt dat er mogelijk sprake is van fraude, verduistering of andere malversaties,
zal het ministerie daartegen optreden.
Ook is Nederland lid van de verschillende bestuursorganen van VN-organisaties, waarbij
wordt toegezien op het effectief functioneren van de organisaties.
Eveneens bestaat het Multilateral Organisation Performance Assessment Network (MOPAN), waar Nederland ook lid van is en in 2025 voorzitter van was. Dit netwerk
ziet toe op de effectiviteit, transparantie en resultaten van multilaterale organisaties,
zoals de VN en de Wereldbank, middels onafhankelijke doorlichtingen.
Vraag 8
Bent u bereid toekomstige Nederlandse bijdragen aan UNRWA definitief af te schaffen
indien de ernstige beschuldigingen (gedeeltelijk) worden bevestigd? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 8
Zoals aangegeven in mijn brief aan uw Kamer van 30 maart jl.4 benadrukt het kabinet de strikte voorwaarde dat publieke middelen onder geen enkel
beding aangewend mogen worden voor directe of indirecte ondersteuning van terroristische
groeperingen. Indien hier sprake van zou zijn dan wordt steun heroverwogen. Het kabinet
neemt de risico's op onbedoelde financiering altijd serieus en Nederland zal, samen
met andere donoren, scherp blijven toezien op de integriteit van de hulpverlening,
ook in de toekomst.
Vraag 9
Bent u bereid zich er in Europees- en internationaal verband voor in te zetten dat
geen belastinggeld meer terechtkomt bij organisaties waarvan de neutraliteit ernstig
ter discussie staat? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
Nederland is voortdurend in contact met partners en andere lidstaten om te blijven
toezien op de integriteit en neutraliteit van de hulpverlening.
Vraag 10
Beschikt u of het kabinet over aanwijzingen dat sinds 7 oktober 2023 Nederlands overheidsgeld,
direct of indirect, terecht is gekomen bij Hamas of aan Hamas gelieerde personen of
organisaties, dan wel dat door Nederland gefinancierde humanitaire- of ontwikkelingshulp
door Hamas is verduisterd, omgeleid of in beslag genomen? Zo ja, om welke bedragen,
gevallen en maatregelen gaat het? Zo nee, op basis van welke informatie concludeert
het kabinet dat hiervan geen sprake is?
Antwoord 10
Na de gebeurtenissen op 7 oktober 2023 zijn de due diligence-processen die ervoor
moeten waken dat geld niet (in)direct ten goede komt van terroristische organisaties
tegen het licht gehouden. Daaruit bleek dat er geen signalen zijn dat geld voor Nederlandse
en EU-ontwikkelingshulp voor de Palestijnse gebieden terecht is gekomen bij onbedoelde
bestemmingen en dat de processen op orde zijn, zoals gesteld in de brief die met de
kamer op 11 oktober 2023 gedeeld is.5
Vraag 11
Kunt u deze vragen afzonderlijk en zo spoedig mogelijk beantwoorden?
Antwoord 11
Ja.
Ondertekenaars
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.