Schriftelijke vragen : Het bericht van een man met 7 oktober shirt in de Albert Heijn in Amsterdam
Vragen van het lid Wilders (PVV) aan de Minister-President over het bericht van een man met 7 oktober shirt in de Albert Heijn in Amsterdam (ingezonden 11 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht en de foto gepubliceerd op 9 augustus 2026 door onder
andere het Centrum Informatie- en Documentatie Israel (CIDI),waaruit blijkt dat een
man in een rood shirt, met daarop aan de achterzijde duidelijk bedrukt «October 7»,
ongemoeid door de Albert Heijn aan de Jan Evertsenstraat in Amsterdam-West kon wandelen
en winkelen en zo openlijk steun kon betuigen aan de Hamas-terreuraanslag van 7 oktober
2023, waarbij 1.200 onschuldige Israëlische burgers werden gemarteld, verkracht en
vermoord?1
Vraag 2
Bent u het ermee eens dat deze openlijke steun voor de grootste moord op Joden sinds
de Holocaust, dan wel verheerlijking van de betrokken islamitische terreurgroepen
walgelijk, schandalig en volstrekt ontoelaatbaar is en dat dergelijk virulent islamitisch
antisemitisme niet thuishoort in Nederland? Zo nee, waarom niet?
Vraag 3
Kunt u uitleggen hoe het kan dat de dader zich blijkbaar onaantastbaar waant en denkt
deze daad straffeloos te kunnen plegen? Waarom heeft Albert Heijn niet ingegrepen?
Wat zegt dit over Albert Heijn in het algemeen en het betreffende Amsterdamse filiaal
in het bijzonder? Waarom hebben de autoriteiten niet onmiddellijk tegen deze islamitische
provocatie opgetreden? Zijn ze bereid dat alsnog binnen 24 uur te doen nu?
Vraag 4
Bent u bereid om alle middelen die de Nederlandse staat tot zijn beschikking heeft
tegen de dader aan te wenden en om, als dat nog niet is gebeurd, alles op alles te
zetten om de dader onmiddellijk te identificeren, op te sporen, te arresteren en te
vervolgen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 5
Bent u het ermee eens dat er voor de dader, die op zo’n schaamteloze wijze de Nederlandse
waarden vertrapt, islamitische terreur viert en zich daarmee onmiskenbaar tegen de
Nederlandse samenleving keert, geen plek in Nederland is én dat hij na veroordeling
onmiddellijk dient te worden gedenaturaliseerd en het land uit moet worden gezet?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 6
Bent u het ermee eens dat de integratie en de opvoeding van dit sujet evident hopeloos
is mislukt en dat dit ook onvermijdelijk consequenties moet hebben voor het gezin
en familie waar deze dader uit afkomstig is, bestaande uit het deporteren van zijn
familie? Zo nee, waarom niet?
Vraag 7
Bent u bereid om bij naturalisatie en/of verblijfsrecht steun aan terrorisme of verheerlijking
van 7 oktober als absolute uitsluitingsgrond te hanteren en bestaande verblijfsvergunningen
op grond daarvan in te trekken? Zo nee, waarom niet?
Vraag 8
Bent u bereid met Albert Heijn in gesprek te gaan en dit bedrijf mede te delen dat
er in Nederland geen plaats is voor bedrijven die niet optreden tegen dit soort walgelijke
vormen van terreurverheerlijking
Vraag 9
Welke maatregelen neemt u verder om te voorkomen dat dergelijke openlijke steunbetuigingen
aan Hamas en haar terreur in Nederlandse openbare ruimten zich blijven voordoen? Bent
u bereid om gerichte instructies te geven aan politie, Openbaar Ministerie (OM), gemeenten
en andere autoriteiten om hierop onmiddellijk en hard op te treden, inclusief arrestatie,
denaturalisatie en deportatie van dader én gezin? Zo nee, waarom niet?
Vraag 10
Bent u ook Minister-President van de joodse Nederlanders? Zo ja, kunt u, mede gelet
op het gestelde in de vragen 3 en 4 en het urgente karakter hiervan, deze vragen als
Minister-President binnen 48 uur beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
R.A.A. Jetten, minister-president -
Indiener
Geert Wilders, Kamerlid