Schriftelijke vragen : De intimidatie van Israëliërs en Joodse Nederlanders.
Vragen van het lid Diederik van Dijk (SGP) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de intimidatie van Israëliërs en Joodse Nederlanders (ingezonden 10 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Heksenjacht op Israëlische deelnemers: gecanceld debatkampioenschap,
de sfeer was extreem onveilig»? Wat is uw reactie op de daarin geschetste gang van
zaken?1
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het feit dat Israëlische deelnemers aan een internationaal debatkampioenschap
in Nederland werden geconfronteerd met intimidatie, online speuracties, openbaarmaking
van persoonsgegevens (doxing) en een zodanig vijandige sfeer dat het slotevenement
uiteindelijk werd geannuleerd?
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat ook Israëlische studenten en andere bezoekers in Nederland
zich vrij en veilig moeten kunnen bewegen zonder angst voor intimidatie, bedreiging
of doxing? Zo ja, welke verantwoordelijkheid neemt het kabinet om hun veiligheid te
waarborgen?
Vraag 4
Welke rol hebben politie, het Openbaar Ministerie (OM) en het lokaal gezag gespeeld
bij het voorkomen en bestrijden van de intimidatie van de Israëlische deelnemers?
Acht u die inzet afdoende? Zo ja, waarom?
Vraag 5
Is naar aanleiding van de gebeurtenissen aangifte gedaan of ambtshalve strafrechtelijk
onderzoek ingesteld naar mogelijke strafbare feiten, zoals doxing, bedreiging, discriminatie,
opruiing of andere strafbare vormen van intimidatie? Zo ja, wat is de stand van zaken?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 6
Waarom blijft het OM achter bij de opsporing en vervolging van personen die zich schuldig
maken aan doxing, bedreiging, intimidatie en antisemitisch haatzaaien jegens Joden
en Israëlische burgers? Acht u de huidige prioritering van het OM toereikend en in
lijn met de belofte van het kabinet dat antisemitisme keihard zal worden aangepakt?
Zo ja, waaruit blijkt dat?
Vraag 7
Waarom maakt het OM in zaken als deze kennelijk onvoldoende gebruik van de bestaande
strafrechtelijke mogelijkheden, waaronder Artikel 285d van het Wetboek van Strafrecht
(doxing), de Artikelen 137c tot en met 137e van het Wetboek van Strafrecht, Artikel
285 van het Wetboek van Strafrecht en de strafbaarstellingen inzake stalking en opruiing?
Welke concrete belemmeringen verhinderen een voortvarende strafrechtelijke aanpak?
Vraag 8
Deelt u de zorg dat online campagnes waarbij persoonsgegevens van Israëlische burgers
in Nederland worden verzameld en verspreid een voedingsbodem vormen voor bedreiging,
intimidatie en mogelijk fysiek geweld? Welke maatregelen treft u om dergelijke praktijken
tegen te gaan?
Vraag 9
Hoe beoordeelt u de ontwikkeling dat in steden als Utrecht en Amsterdam particuliere
actiegroepen en activisten actief op zoek gaan naar (voormalige) Israëlische militairen
en andere Israëliërs om hun verblijfplaats en persoonsgegevens te achterhalen, hen
publiekelijk aan de schandpaal te nagelen, bijeenkomsten te verstoren en druk uit
te oefenen op organisatoren om hen uit te sluiten? Deelt u de opvatting dat dergelijke
vormen van eigenrichting, intimidatie en maatschappelijke uitsluiting onverenigbaar
zijn met de rechtsstaat en dat hiertegen krachtig moet worden opgetreden?
Vraag 10
Herkent u de signalen vanuit de Joodse gemeenschap dat het toenemende antisemitisme
ertoe leidt dat steeds meer Joodse Nederlanders zich in ons land niet langer veilig
voelen? Welke betekenis kent u toe aan deze signalen en welke actie onderneemt u om
dit tegen te gaan?
Vraag 11
Bent u bekend met signalen dat een groeiend aantal Joodse Nederlanders overweegt te
emigreren naar Israël, de enige Joodse staat ter wereld, omdat zij zich in Nederland
niet langer veilig achten? Zo ja, hoe beoordeelt u deze dieptreurige ontwikkeling?
Vraag 12
Hoe beoordeelt u, in het licht van de recente aanvallen op Joodse Nederlanders en
Israëliërs de effectiviteit van het huidige kabinetsbeleid tegen antisemitisme? Waaruit
blijkt concreet dat de door het kabinet aangekondigde maatregelen daadwerkelijk leiden
tot een betere bescherming van Joden en Israëliërs in Nederland?
Vraag 13
Acht u het begrijpelijk dat veel Joodse Nederlanders het vertrouwen verliezen dat
de overheid hen daadwerkelijk weet te beschermen tegen antisemitisme, intimidatie
en doxing, wanneer dergelijke incidenten zich blijven voordoen? Hoe beoordeelt u signalen
dat sommige Joodse Nederlanders daarom overwegen te emigreren? Welke extra maatregelen
bent u bereid te treffen om dit vertrouwen te herstellen?
Vraag 14
Welke aanvullende maatregelen bent u bereid te treffen om antisemitische intimidatie,
doxing en bedreiging krachtiger te bestrijden en duidelijk te maken dat Joden en Israëliërs
in Nederland veilig moeten kunnen deelnemen aan het openbare leven?
Vraag 15
Bent u bereid de Kamer te informeren over de wijze waarop politie en OM de opsporing
en vervolging van antisemitische strafbare feiten, waaronder doxing en online intimidatie,
de komende periode zullen intensiveren? Zo nee, waarom niet?
Vraag 16
Deelt u de opvatting dat het onaanvaardbaar is wanneer intimidatie, doxing en dreiging
ertoe leiden dat deelnemers aan een internationaal evenement in Nederland zich moeten
terugtrekken en onderdelen van dat evenement moeten worden geannuleerd? Welke maatregelen
gaat u nemen om te voorkomen dat activisten door middel van intimidatie en eigenrichting
feitelijk kunnen bepalen of Israëlische deelnemers nog veilig kunnen deelnemen aan
publieke bijeenkomsten en evenementen in Nederland?
Indieners
-
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Indiener
Diederik van Dijk, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.