Schriftelijke vragen : Het imago van Nederland als asielland in het buitenland.
Vragen van de leden Ceulemans, Eerdmans en Boomsma (allen JA21) aan de Minister van Asiel en Migratie over het imago van Nederland als asielland in het buitenland (ingezonden 10 augustus 2026).
Vraag 1
Wat is uw reactie op de recente bevindingen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst
(IND) in de Migratieradar Asiel zomer 2026 en De Telegraaf dat Nederland via social
media wordt aangeprezen als aantrekkelijke asielbestemming bij onder andere Palestijnen,
Jemenieten en Soedanezen en dat dit zich tevens lijkt te vertalen in hogere instroomcijfers1 2?
Vraag 2
Onderschrijft u dat deze praktijk een aanjagend effect heeft op de asielinstroom uit
de betrokken landen en gebieden, getuige het nog altijd hoge aantal aanvragen van
personen met een onbekende nationaliteit (in de praktijk hoofdzakelijk Palestijnen
die doorgaans al bescherming in Griekenland genieten) en de recent toegenomen instroom
van Jemenieten en Soedanezen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 3
Deelt u de conclusie dat het weer actief publiceren van ambtsberichten deze praktijken
in de hand werken of op zijn minst vergemakkelijken, mede gelet op het verwijzen hiernaar
op social mediakanalen die de asielinstroom vanuit Soedan aanwakkeren? Zo nee, waarom
niet? Zo ja, bent u bereid om alsnog af te zien van actieve publiekelijke publicatie
van dergelijke berichten?
Vraag 4
Deelt u de mening dat goede PR een belangrijk onderdeel van een succesvol asielbeleid
is en dat een streng imago op zichzelf al een preventief effect op de instroom kan
hebben, zoals de Denen al jarenlang en meer recent bijvoorbeeld ook de Zweden aantonen?
Zo nee, waarom niet? Zo ja, deelt u dan tevens de conclusie dat een soft en royaal
imago het tegenovergestelde effect heeft, namelijk een aanmoedigend effect op de instroom,
en dat het dus zeer problematisch is dat Nederland dit imago in het buitenland heeft?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 5
Wat is uw verklaring voor dit Nederlandse imago in het buitenland?
Vraag 6
Ziet u dit ook als gevolg van het feit dat Nederland met haar asielbeleid uit de pas
loopt bij veel andere lidstaten die wel stevige nationale asielbeperkende maatregelen
doorvoeren? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke gevolgen verbindt u hieraan?
Vraag 7
Welke concrete stappen zijn tot op heden gezet naar aanleiding van de aangenomen motie-Eerdmans
(Kamerstuk 36 704, nr. 63) over campagnes in veilige herkomstlanden om asielaanvragen te ontmoedigen?
Vraag 8
Welke acties gericht op het ontmoedigen van het aanvragen van asiel in Nederland onderneemt
Nederland op dit moment, via welke kanalen, gericht op welke landen en/of regio’s
en met welke resultaten?
Vraag 9
Bent u bereid om, gelet op de bevindingen rond het massaal online promoten van Nederland
als asielbestemming, naast het nemen van aanvullende instroombeperkende maatregelen
tevens in te zetten op actieve(re) ontmoediging van asielaanvragen in Nederland via
social media? Zo nee, waarom niet? Zo ja, hoe gaat u dit vormgeven?
Indieners
-
Gericht aan
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie -
Indiener
Simon Ceulemans, Kamerlid -
Medeindiener
Joost Eerdmans, Kamerlid -
Medeindiener
Diederik Boomsma, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.