Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Mathlouti over de grensoverschrijdende samenwerking van de politie in Nederlandse grensregio's
Vragen van het lid Mathlouti (D66) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de grensoverschrijdende samenwerking van de politie in Nederlandse grensregio's (ingezonden 1 juli 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 21 juli 2026).
Vraag 1
In hoeverre adresseert de op 29 juni 2026 aangekondigde intensivering van de Nederlands-Duitse
politiesamenwerking de operationele knelpunten die politie-eenheden in de grensregio's
momenteel ervaren, zoals het gebruik van verschillende communicatiemiddelen, verschillende
meldkamers, verschillende inzet van middelen als helikopters of de ME, of het uitwisselen
van bewijsmateriaal?1
Antwoord 1
Op 29 juni 2026 heb ik samen met de Duitse Minister van Binnenlandse Zaken Dobrindt
afgesproken dat het algemene verdrag voor de grensoverschrijdende politie-inzet tussen
Nederland en Duitsland, het verdrag van Enschede, wordt herzien. Het bestaande verdrag
dateert uit 2005 en is toe aan vernieuwing.
Met het oog op deze herziening is zowel aan Duitse als aan Nederlandse zijde bij de
betrokken diensten en gezagen geïnventariseerd welke knelpunten en operationele wensen
er zijn. Deze nationale behoeftestellingen zijn leidend voor de regelingen in het
nieuwe verdrag. Daarbij wordt – uiteraard – gebruik gemaakt van de trajecten die hebben
geleid tot de het Benelux politieverdrag en het recente (op dezelfde leest geschoeide)
Duits-Belgische verdrag voor politiesamenwerking.
Het actualiseren van de artikelen rondom informatie-uitwisseling zal in ieder geval
een onderdeel zijn van een toekomstbestendiger verdrag waardoor beter op nieuwe ontwikkelingen
kan worden ingespeeld. Daarnaast zal bijvoorbeeld worden gekeken of het verdrag aangevuld
kan worden met bepaalde (technische) middelen. Voor de verdere beantwoording verwijs
ik naar het antwoord op de volgende vragen, waaronder vraag 8.
Vraag 2
Bent u voornemens om ook de Nederlands-Belgische politiesamenwerking te intensiveren?
Antwoord 2
De Nederlands-Belgische politiesamenwerking vindt plaats binnen de juridische kaders
van het Benelux-politieverdrag dat per 1 oktober 2023 in werking is getreden.2 Sinds 2023 is er veel voortgang geboekt en bevordert het verdrag de operationele
politiesamenwerking binnen de Benelux in het kader van onderzoek naar en de opsporing
van strafbare feiten en de handhaving van de openbare orde en veiligheid. Voor het
optimaal benutten van het Benelux-politieverdrag zullen nog twee laatste uitvoeringsakkoorden
worden opgesteld. Dit ziet op het verrichten van grensoverschrijdende opsporingshandelingen
en de rechtstreekse raadpleging van elkaars bevolkingsregisters en andere overheidsregisters
die voor de politie toegankelijk zijn. In het kader van het Nederlands voorzitterschap
van de Benelux is één van de prioriteiten van Nederland om dit te bevorderen3.
Vraag 3
Welke juridische, organisatorische en technische belemmeringen bestaan momenteel bij
de grensoverschrijdende samenwerking tussen Nederlandse, Belgische en Duitse politiediensten?
En welke van deze belemmeringen worden met de aangekondigde samenwerking aangepakt?
Antwoord 3
Met de herziening van het verdrag van Enschede is er bijvoorbeeld aandacht voor uniformering,
waar nodig en mogelijk, tussen verschillende verdragsregimes om zo onnodige verwarring
voor de operatie te verminderen. Dit is met name in de grensstreken van belang, zoals
in Limburg waar de grenzen met België en Duitsland dichtbij liggen. Daarbij zal ook
gekeken worden naar de uitoefening van bevoegdheden en het gebruiken van bewapening
en andere uitrustingsmiddelen.
Vraag 4
Welke van deze belemmeringen kunnen door Nederland zelfstandig worden weggenomen?
Antwoord 4
In de samenwerking met de buurlanden hecht Nederland aan een benadering waarin belemmeringen
in gezamenlijkheid worden besproken en aangepakt. Juridische belemmeringen kunnen
alleen in verdragen of daarop gebaseerde regelingen worden weggenomen. Nederland pakt
binnen deze samenwerking een proactieve rol op, door bijvoorbeeld het initiatief te
nemen voor het nieuwe bilaterale verdrag met Duitsland voor de grensoverschrijdende
inzet van speciale politie interventie eenheden.4
5
Vraag 5
Hoe verhouden de aangekondigde afspraken zich tot het Benelux-verdrag en het Verdrag
van Enschede?
Antwoord 5
Het Benelux politieverdrag is een stuk moderner dan het Verdrag van Enschede en sluit
beter aan op actuele veiligheidsuitdagingen. Het Benelux-politieverdrag zal dienen
als een belangrijk voorbeeld bij de herziening van het verdrag van Enschede, evenals
het recente Duits-Belgische politieverdrag.
Vraag 6
Welke mogelijkheden bestaan momenteel voor Nederlandse, Belgische en Duitse meldkamers
om realtime meldingen, incidentinformatie en operationele beelden met elkaar te delen?
Antwoord 6
Organisatorische verschillen, taalbarrières en technische incompatibiliteit van de
platformen maken informatie-uitwisseling complex.
Via grensoverschrijdende C2000 gespreksgroepen is het wel mogelijk om realtime via
spraak contact te onderhouden. Voor andere vormen van datadeling (beelden, video,
operationele informatie) vinden enkele pilots plaats.
Voor de toekomst werkt de EU aan het European Critical Communication System (EUCCS),
een pan-Europese infrastructuur voor missiekritische communicatie die grensoverschrijdende
realtime communicatie en datadeling tussen hulpdiensten mogelijk moet maken. Vanuit
Nederland wordt actief bijgedragen aan de ontwikkeling hiervan en de Vernieuwing Missiekritische
Communicatie (VMX), als opvolging van C2000, moet in de toekomst aansluiten op EUCCS.
Vraag 7
Wordt onderzocht of een structurele gezamenlijke meldkamerfunctie of een andere vorm
van geïntegreerde operationele coördinatie in de grensregio's haalbaar is en, zo ja,
wat is daarvan de stand van zaken?
Antwoord 7
Binnen de politie-eenheid Limburg wordt momenteel verkend of een structurele gezamenlijke
meldkamerfunctie of een andere vorm van geïntegreerde operationele coördinatie haalbaar
is.
Dit gebeurt samen met Belgische en Duitse meldkamers in de Euregio. In Limburg zijn
er reeds bestaande samenwerkingsrelaties en is de operationele noodzaak het grootst.
Het traject bevindt zich in de oriënterende fase, waarbij de technische haalbaarheid
en de juridische kaders verkend worden. Het doel is te komen tot een gedeeld realtime
centrum, van waaruit grensincidenten gezamenlijk kunnen worden aangestuurd en data
realtime gedeeld kan worden waardoor er een gedeeld operationeel beeld bestaat. Zoals
aangegeven bij het antwoord op vraag 6 maken organisatorische verschillen, taalbarrières
en technische incompatibiliteit van de platformen deze ontwikkeling complex.
Vraag 8
Welke belemmeringen bestaan momenteel bij het grensoverschrijdend delen van operationele
politie-informatie en welke maatregelen worden genomen om deze te verminderen?
Antwoord 8
Zoals ook in mijn antwoord op vraag 1 benoemd ziet een belangrijk onderdeel van de
herziening van het verdrag van Enschede op het actualiseren en versterken van het
regime van informatie-uitwisseling. Naast de ontwikkelingen en nieuwe regelgeving
op dit gebied sinds 2005 zal, zoals ook in het antwoord op vraag 5 benoemd, het Benelux
politieverdrag daarbij dienen als een belangrijk voorbeeld. Denk bijvoorbeeld aan
raadplegingen van elkaars (politie)databanken. Daarnaast zal met Duitsland het opstellen
van gezamenlijke veiligheidsbeelden worden verkend wat zou kunnen bijdragen aan een
betere samenwerking om effectief in te kunnen spelen op opkomende dreigingen en het
vergroten van de weerbaarheid.
Vraag 9
Welke juridische of operationele beperkingen verhinderen dat dergelijke capaciteit
wordt ingezet wanneer deze zich dichter bij een incident bevindt dan beschikbare capaciteit
uit eigen land?
Antwoord 9
Onder het bestaande verdrag van Enschede is grensoverschrijdende inzet van reguliere
politie al mogelijk. Zie ook mijn antwoord op vraag 10. De grensoverschrijdende inzet
en bilaterale samenwerking van Nederlandse en Duitse speciale politie interventie
eenheden is op dit moment niet mogelijk onder het verdrag van Enschede. Het kunnen
inzetten van speciale interventie eenheden op elkaars territoir is nodig en wenselijk
vanwege de voortdurende dreigingen van terrorisme en georganiseerde criminaliteit.
Daarnaast ondervinden beide landen vooral in de grensgebieden de effecten van schaarste
en geografische spreiding van deze capaciteiten. Met het nieuwe verdrag worden verschillende
vormen van grensoverschrijdend optreden van speciale politie interventie eenheden
wel mogelijk.
Vraag 10
Welke mogelijkheden ziet u om te komen tot permanente gezamenlijke operationele teams
of andere structurele samenwerkingsvormen tussen Nederlandse, Belgische en Duitse
politiediensten?
Antwoord 10
In de Nederlands-Duitse grensstreek werken de Nederlandse politie en de Koninklijke
Marechaussee (KMar) al samen met Duitse politiediensten in grensoverschrijdende politieteams
(GPT’s). Een voorbeeld van een GPT is het team in Bad Bentheim, dichtbij Enschede.
Dit team voert gezamenlijke patrouilles uit om grensoverschrijdende feiten tegen te
gaan zoals mensensmokkel, fraude, drugssmokkel en witwassen. De afgelopen jaren hebben
de Nederlandse politie en de KMar hun samenwerking met de Duitse politie geïntensiveerd.6
Het Benelux politieverdrag voorziet in de mogelijkheid voor het doen van gezamenlijke
patrouilles en controles. Dit vindt regelmatig plaats op basis van de operationele
behoefte in de grensstreek. Zo vinden in juli verschillende gemengde patrouilles plaats,
zoals in Knokke-Heist heeft plaatsgevonden, waarbij Nederlandse en Belgische politieagenten
gezamenlijk optrekken aan de Belgische kust waar veel Nederlandse jongeren vakantie
vieren, maar ook ondersteunen Nederlandse agenten de Belgische politie tijdens de
Gentse Feesten.
Vraag 11
Welke lessen trekt u uit bestaande vormen van grensoverschrijdende samenwerking in
andere Nederlandse grensregio's, zoals de samenwerking met België in Zeeland en Brabant
en met Duitsland in de regio’s Twente en Arnhem-Nijmegen?
Antwoord 11
Onder meer de operationele behoeften vanuit de regionale politie-eenheden in de grensstreek
vormen de basis voor de besprekingen met Duitsland bij de herziening van het verdrag
van Enschede. Daarbij is ook gekeken naar wat er op dit moment goed werkt en wat dus
behouden moet worden. Zie hiervoor bijvoorbeeld het antwoord op vraag 10.
Vraag 12
Zijn er voorbeelden uit andere Europese grensregio's die volgens u relevant zijn voor
de verdere ontwikkeling van de grensoverschrijdende politiezorg in Nederland? Zo ja,
welke?
Antwoord 12
De Benelux loopt in het algemeen voorop als het gaat om de grensoverschrijdende politiesamenwerking.
Zoals geantwoord op vraag 5 dienen bijvoorbeeld ook de ervaringen uit het recente
Duits-Belgische politieverdrag als inspiratie voor de herziening van het verdrag van
Enschede.
Vraag 13
Welke concrete doelstellingen hanteert u voor de verdere versterking van de operationele
samenwerking tussen Nederlandse, Belgische en Duitse politiediensten?
Antwoord 13
Het streven is om bij de operationele samenwerking met de buurlanden het mogelijke
effect van landsgrenzen op de operationele inzet zoveel mogelijk weg te nemen. Bij
de herziening van het verdrag van Enschede wordt daarom bijvoorbeeld nagedacht over
nieuwe fenomenen, problematieken en (digitale) technieken die mogelijk, ook in de
toekomst, relevant zouden kunnen zijn voor de grensoverschrijdende politiesamenwerking
tussen Nederland en Duitsland. Toekomstbestendigheid is dus een belangrijke doelstelling.
Zoals bij het antwoord op vraag 2 is aangegeven worden nog twee uitvoeringsakkoorden
voor optimale benutting van het Benelux-politieverdrag opgesteld. Dit zal onder meer
de politiediensten binnen de Benelux meer mogelijkheid gegeven op het gebied van raadpleging
van gegevens in elkaars databanken.
Vraag 14
Welke indicatoren gebruikt u om te beoordelen of de grensoverschrijdende samenwerking
daadwerkelijk leidt tot een effectievere aanpak van grensoverschrijdende criminaliteit
en een snellere operationele inzet?
Antwoord 14
Het Benelux-politieverdrag heeft als doel de samenwerking op het gebied van de deling
van (politie)gegevens te verbeteren en de mogelijkheden tot grensoverschrijdende uitoefening
van politiebevoegdheden te verruimen, zoals bijvoorbeeld de grensoverschrijdende achtervolging.
Dit draagt bij aan een snelle grensoverschrijdende politie-inzet. In het verdrag en
de uitvoeringsakkoorden zijn evaluatiebepalingen opgenomen. Zo zal het verdrag 5 jaar
na inwerkingtreding worden geëvalueerd. Voor sommige uitvoeringsakkoorden geldt een
kortere evaluatieperiode.
Bij de herziening van het verdrag van Enschede zal ook worden verkend of een regeling
omtrent evaluatie en wijziging van het verdrag opgenomen dient te worden.
Daarnaast kijkt de politie in de grensstreek ook naar bijvoorbeeld het aantal gezamenlijke
operationele interventies en de responstijden bij grensoverschrijdende incidenten.
Vraag 15
Hoe zorgt u ervoor dat bestaande initiatieven voor grensoverschrijdende politiezorg,
waaronder de Grensoverschrijdende Politieteams7, de Euregionale Politiealliantie8 en de samenwerking op basis van het Benelux-verdrag en het Verdrag van Enschede,
zich ontwikkelen tot een samenhangende en structurele werkwijze voor alle Nederlandse
grensregio's?
Antwoord 15
Onlangs heb ik mij tijdens een werkbezoek aan Limburg laten informeren over de euregionale
politiesamenwerking tussen de politie-eenheid Limburg met de politieburen van België
en Duitsland. Het streven van deze pilot voor euregionale politiesamenwerking zal
de komende jaren moeten uitmonden in een samenhangende en structurele werkwijze binnen
de kaders van de verdragen met de buurlanden. Daarnaast heeft mijn departement met
de korpsleiding van de politie focuspunten afgesproken voor de politiesamenwerking
tussen Nederland en Duitsland. Onder meer het contact met de regionale eenheden in
de grensstreek en de Duitse deelstaten aan de grens, en de regionale initiatieven
die daar genomen worden, vormen belangrijke input voor de samenwerking op federaal
niveau.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.