Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Houwelingen over accijnsinkomsten
Vragen van het lid Van Houwelingen (FVD) aan de de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over accijnsinkomsten (ingezonden 27 mei 2026).
Antwoord van Minister Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), mede namens de
Staatssecretaris van Financiën (ontvangen 2 juli 2026)Zie ook Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2025–2026, nr. 2275
Vraag 1
Kunt u het forse verschil van 830 miljoen euro verlies aan accijnsinkomsten op tabak
(dat is zo’n 7 procent van de totale accijnzen) tussen inschatting en uiteindelijke
opbrengsten verklaren?
Antwoord 1
Het verhogen van de tabaksaccijns is een bewezen effectieve maatregel om roken te
verminderen. Het maakt tabaksproducten minder aantrekkelijk doordat het de prijzen
daarvan laat stijgen. In het Nationaal Preventieakkoord is daarom afgesproken om de
tabaksaccijns in stappen aanmerkelijk te verhogen. Per 1 april 2023 en 1 april 2024
is de tabaksaccijns verhoogd met als doel om bij te dragen aan een rookvrije generatie
in 2040.1 Deze twee verhogingen zijn in het Belastingplan 2023 opgenomen. De verhoging per
1 april 2024 is daarna in het Belastingplan 2024 om budgettaire redenen extra verhoogd.2 De verhoging per 1 april 2024 is daarnaast ook per amendement extra verhoogd ten
behoeve van een halvering van de voorgenomen verhoging van de alcoholaccijns.3
De gedragseffecten van de accijnsverhogingen in 2023 en 2024 zijn onderzocht door
de Douane en het RIVM. Het onderzoek van het RIVM laat zien dat 7% van de ondervraagde
rokers na de verhoging in 2024 is gestopt met roken.4 Uit het pakjesraaponderzoek van Douane blijkt daarnaast dat in 2024 45% van de geraapte
sigarettenpakjes niet in de Nederlandse accijnsheffing zijn betrokken.5 Dat wil zeggen dat over die pakjes geen Nederlandse accijns is betaald. Dat kan
bijvoorbeeld komen omdat zij, vanwege de open grenzen met buurlanden, in een andere
lidstaat zijn gekocht, of omdat zij via illegale kanalen zijn aangeschaft. Hierdoor
is het verkochte tabaksvolume sinds begin 2024 sterk gedaald en dit daalde in 2025
verder. Het verbod op verkoop van tabak en e-sigaretten en horeca-inrichtingen per
1 juli 2024 kan ook bijdragen aan de lagere opbrengsten. In welke mate ieder van deze
maatregelen heeft bijgedragen aan de daling van het verkochte tabaksvolume is niet
te zeggen. Tot slot kan de aandacht voor de prijsverschillen met buurlanden hebben
gezorgd voor een verdere afname van verkochte tabaksproducten in Nederland.
Vraag 2
Betekent dit dat de gedragseffecten van de accijnsverhogingen in 2023 en 2024 te laag
zijn ingeschat? Bent u bereid de gedragseffecten bij te stellen?
Antwoord 2
De gedragseffecten waarmee wordt gerekend in de ramingen voor de tabaksaccijns zijn
bijgesteld aan de hand van de onderzoeken uitgevoerd door de Douane en het RIVM. Op
basis van de huidige ramingen levert het verder verhogen van tabaksaccijns op dit
moment naar verwachting geen extra
budgettaire opbrengst meer op. Een verdere toelichting op de gedragseffecten die worden
toegepast bij de tabaksaccijns zijn te vinden in de publicatie rond gedragseffecten
van het CPB.6
Vraag 3
Wat bent u van plan aan de bijstelling van 830 miljoen euro op 3,38 miljard euro geraamde
inkomsten te doen, terwijl de rookprevalentie niet sterker is afgenomen dan verwacht?
Duidt dit op een serieuze misrekening?
Antwoord 3
Het verschil in budgettaire inkomsten komt conform het trendmatig begrotingsbeleid
ten laste van het EMU-saldo. In het Coalitieakkoord is geen beleidsmatige aanpassing
van de tabaksaccijns opgenomen. Het kabinet is dan ook niet van plan om de tabaksaccijns
te verhogen dan wel te verlagen. Mocht daar in de toekomst wel sprake van zijn dan
zal in lijn met de toezegging naar aanleiding van het rapport «Verantwoord Belasten»
van de Algemene Rekenkamer in de evaluatieparagraaf van de memorie van toelichting
ingegaan worden op de mogelijkheden voor monitoring van de budgettaire opbrengst.
Met betrekking tot de rookprevalentie is het belangrijk erop te wijzen dat er een
langjarige dalende trend is. In 2016 rookte nog 26,3% van de Nederlanders weleens
en dit percentage is in 2025 gedaald tot 17,8%. Het doel is om in 2040 een rookvrije
generatie te bereiken waarbij kinderen en zwangere vrouwen niet meer roken en maximaal
5% van de volwassenen. Om dit doel te bereiken is een breed pakket van tabaksontmoedigingsmaatregelen
ingevoerd. Daarbij zijn er echter van jaar tot jaar geen verwachtingen geformuleerd
voor de daling van de rookprevalentie. Het kabinet zet zich onverminderd in om het
gebruik van tabak en nicotine verder terug te dringen. Gezien de grote schade die
het gebruik van deze middelen veroorzaakt, zijn dalingen in het gebruik en het gevoerde
ontmoedigingsbeleid moeilijk te verenigen met kwalificaties als «een serieuze misrekening».
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede namens
E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.