Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Kostić over "dat bezuinigingen op zorg en sociale zekerheid een voedingsbodem vormen voor toename van populisme en opkomst van radicaal- en extreemrechts"
Vragen van het lid Kostić (PvdD) aan Minister-President over dat bezuinigingen op zorg en sociale zekerheid een voedingsbodem vormen voor toename van populisme en opkomst van radicaal- en extreemrechts (ingezonden 4 juni 2026).
Antwoord van Minister-President Jetten (Algemene Zaken) (ontvangen 1 juli 2026).
Vraag 1
Herinnert u zich nog dat de Partij voor de Dieren u tijdens het debat over de regeringsverklaring
wees op de conclusies van de VN-rapporteur voor armoede, die adviseert om te investeren
in publieke en sociale voorzieningen en dat niet te zien als een kostenpost, maar
als een belangrijk instrument om je sociale weefsel en je democratische samenleving
in stand te houden en extreemrechts geen kans te geven?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Herinnert u zich nog dat u had toegezegd dit advies en andere onderzoeken waaruit
blijkt dat bezuinigingen op sociale voorzieningen de voedingsbodem voor radicaal-
en extreemrechts vergroten tot u te nemen?
Antwoord 2
Ja.
Vraag 3
Wat neemt uw mee in uw beleid uit onderzoeken zoals die van Lattanzio en Savu (2022),
Baccini en Sattler (2024), waaruit af te leiden is dat vooral populistische en radicaal
rechtse partijen profiteren van bezuinigingen op het sociale stelsel, met name bij
groepen in kwetsbare positie?1,
2
Antwoord 3
Het kabinet ziet het belang van een sterk en toekomstbestendig sociaal stelsel, dat
we samen met sociale partners en medeoverheden vormgeven – ook met het oog op toekomstige
generaties. Daarom kiest dit kabinet voor hervormingen én gerichte investeringen, zodat iedereen kan meedoen en we alle talent in de samenleving
ondersteunen en benutten. Het is niet aan het kabinet om uitspraken te doen over mogelijke
verbanden tussen gevoerd beleid en electorale ontwikkelingen. Wel legt het kabinet
verantwoording af over het gevoerde beleid, altijd met oog voor de kwetsbaarsten in
onze samenleving.
Vraag 4
Bent u inmiddels bekend met het VN-rapport van Speciaal rapporteur Extreme armoede
en mensenrechten Olivier De Schutter met de titel «Promotion and protection of human rights: human rights questions, including alternative
approaches for improving the effective enjoyment of human rights and fundamental freedoms» en de conclusies die de rapporteur eraan verbindt?3
Antwoord 4
Ja.
Vraag 5
Bent u het eens met de VN-rapporteur dat het belangrijk is om te investeren in publieke
en sociale voorzieningen, en dat niet te zien als een kostenpost, maar als een belangrijk
instrument om je sociale weefsel en je democratische samenleving in stand te houden
en radicaal- en extreemrechts geen kans te geven? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Dit kabinet deelt de visie dat investeren in publieke en sociale voorzieningen essentieel
is voor een sterk sociaal weefsel en een democratische samenleving. Een toekomstbestendig
stelsel, dat we samen met sociale partners en medeoverheden opbouwen, zorgt ervoor
dat iedereen kan meedoen en dat we alle talent in onze samenleving benutten. Dat is
precies waarom we kiezen voor hervormingen én gerichte investeringen. De basis hiervoor
ligt in het coalitieakkoord, waarin onder andere is opgenomen dat wie niet kan werken,
moet kunnen vertrouwen op een goed stelsel van sociale zekerheid. Tegelijkertijd is
het tijd om keuzes te maken voor de middellange termijn, zodat we ook toekomstige
generaties kunnen voorzien van een houdbaar en goed stelsel van sociale zekerheid.
Vraag 6
Bent u het eens met de bevindingen van VN-rapporteur De Schutter dat sociale zekerheid
een dam is tegen radicaal-rechts populisme? Zo nee, waar baseert u zich op?
Antwoord 6
Zie het antwoord op vraag 3.
Vraag 7
Bent u het eens met de bevindingen van de VN-rapporteur dat bezuinigingen op het sociale
stelsel en verschuiving van collectieve bescherming naar risico’s voor individuen
leiden tot gevoel van schaarste, onzekerheid, ongelijkheid en wantrouwen in de overheid,
wat een vruchtbare bodem vormt voor radicaal-rechts? Zo nee, waar baseert u zich dan
op?
Antwoord 7
Zie het antwoord op vraag 3.
Vraag 8
Welke lessen trekt u uit de conclusies van de VN-rapporteur voor uw beleid in de toekomst
om de voedingsbodem voor extreem en radicaalrechts weg te nemen? Welke stappen gaat
u naar aanleiding hiervan zetten?
Antwoord 8
Zie het antwoord op vraag 3.
Vraag 9
Bent u bekend met het pas verschenen boek De symfonie van onvrede: de opmars van radicaal rechts in Europa, geschreven door Catherine de Vries?
Antwoord 9
Ja.
Vraag 10
Bent u het eens met de analyse dat de Nederlandse sociale zekerheid in de afgelopen
decennia verschraald is door verschillende kabinetten? Zo nee, op basis van welke
bronnen en cijfers stelt u dat?
Antwoord 10
Dit kabinet hecht grote waarde aan een sterk en toekomstbestendig sociaal stelsel,
dat we samen met sociale partners en medeoverheden vormgeven – ook met het oog op
toekomstige generaties. Daarom kiezen we voor hervormingen én gerichte investeringen, zodat iedereen kan meedoen en we alle talent in de samenleving
ondersteunen en benutten. Met enige regelmaat verschijnen er publicaties die proberen
een beschrijving te geven van langjarige veranderingen in de samenleving en in de
verhouding tussen overheid en samenleving, of het nu gaat over sociale zekerheid of
over klimaatbeleid. In zijn algemeenheid dragen dergelijke publicaties bij aan een
levendig maatschappelijk debat over een veelheid aan fenomenen. Het is echter niet
aan het kabinet om standpunten in dergelijke debatten in te nemen of standpunten van
anderen te waarderen, anders dan door verantwoording af te leggen over het gevoerde
kabinetsbeleid en de onderliggende gronden voor het gekozen kabinetsbeleid toe te
lichten.
Vraag 11
Herkent u zich in het oordeel van de Vries op bladzijde 58 dat «onder het vaandel
van marktwerking en modernisering publieke taken werden verzelfstandigd of geprivatiseerd,
terwijl de bestuurstaal verschoof van rechten en nabijheid naar doelmatigheid, contracten
en controle»? Zo ja, hoe waardeert u deze verandering? Zo nee, waarom niet? Welke
bronnen heeft u daarvoor?
Antwoord 11
Zie het antwoord op vraag 10.
Vraag 12
Bent u het eens met haar oordeel op dezelfde bladzijde dat «hierdoor de relatie tussen
burgers en de overheid veranderde: meer benchmarks en verantwoordingsdruk, minder
relatie en wederkerigheid»? Zo ja, hoe waardeert u deze verandering? Zo nee, waarom
niet? Welke bronnen heeft u daarvoor?
Antwoord 12
Zie het antwoord op vraag 10.
Vraag 13
Hoe waardeert u de oplossingsrichting van De Vries om als overheid meer te gaan werken
aan nabijheid (zie hoofdstuk 8)? Kunt u toelichten wat u daaruit meeneemt en hoe u
dit gaat implementeren in het beleid?
Antwoord 13
Zie het antwoord op vraag 10.
Vraag 14
Erkent u dat uit cijfers van het Centraal Planbureau (CPB) blijkt dat met uw kabinet
de sociale zekerheid en zorg de grootste bezuinigingsposten zijn, burgers grotere
lasten dragen dan bedrijven, uitkeringsgerechtigden en langdurig zieken relatief zwaar
worden geraakt door uw beleid, en grote vermogens en superrijken relatief worden ontzien?
Antwoord 14
Zie het antwoord op vraag 10.
Vraag 15
Erkent u dat er veel maatschappelijke weerstand is over de keuzes van het kabinet
om te bezuinigen op o.a. de WW, WIA en de zorg?
Antwoord 15
Zie het antwoord op vraag 10.
Vraag 16
Erkent u dat ook uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) naar
draagvlak voor klimaatbeleid blijkt dat mensen klimaatbeleid in meerderheid steunen,
maar het niet rechtvaardig vinden dat de lasten vooral bij burgers terechtkomen, terwijl
bedrijven worden ontzien? Erkent u dat mensen het belangrijk vinden dat lasten eerlijker
verdeeld moeten worden? Wat is uw reactie daarop?
Antwoord 16
Zie het antwoord op vraag 10.
Vraag 17
Erkent u dat mensen in dat licht de afschaffing CO2-heffing voor vervuilers, het in stand houden van fossiele subsidies, en miljarden
uitgeven aan buitenlandse multinationals als Tata Steel onbegrijpelijk zouden kunnen
vinden?
Antwoord 17
Zie het antwoord op vraag 10.
Vraag 18
Bent u zich ervan bewust dat uit onder andere de eerdergenoemde onderzoeken volgt
dat de bezuinigingen op de sociale zekerheid en de zorg die het kabinet wil doorzetten,
ertoe kunnen leiden dat de onvrede en onrust onder burgers in de samenleving worden
vergroot?
Antwoord 18
Zie het antwoord op vraag 10.
Vraag 19
Realiseert u zich dat uit onder andere eerdergenoemde onderzoeken volgt dat burgers
door zulke bezuinigingsmaatregelen van het kabinet burgers in toenemende mate hun
vertrouwen kunnen verliezen in de overheid en haar instituten, en gevoeliger kunnen
worden voor populistisch en radicaal- en extreemrechts gedachtegoed? Zo nee, waar
baseert u zich op?
Antwoord 19
Zie het antwoord op vraag 10.
Vraag 20
Gezien de wetenschappelijke analyse (genoemd in het boek van De Vries, zie bladzijde
160) die wijst op de samenhang tussen ervaren verschraling en steun voor radicaal-rechtse
partijen, waarom bezuinigt u dan toch op onder andere de WW en de WIA, en laat u superrijken
en grote vermogens relatief met rust? Ziet u in dat u door het verschralen van de
sociale zekerheid de voedingsbodem legt voor radicaal-rechts gedachtegoed, zoals ook
De Vries beschrijft?
Antwoord 20
Zie het antwoord op vraag 10.
Vraag 21
Ziet u bijvoorbeeld dat radicaal- en extreemrechts meteen gebruik maakt van de keuzes
van uw kabinet om te bezuinigen op de zorg en sociale zekerheid, om mensen op te hitsen
tegen onder andere vluchtelingen en de LHTBQIA+ gemeenschap en om onrust aan te wakkeren,
waar de tweet van Eva Vlaardingerbroek (vlak na de presentatie van de plannen van
uw kabinet) exemplarisch voor is?4
Antwoord 21
Zie het antwoord op vraag 10.
Vraag 22
Welke lessen trekt u uit alle bovengenoemde onderzoeken en analyses voor uw beleid
in de toekomst, om de voedingsbodem voor radicaal- en extreemrechts weg te nemen?
Antwoord 22
Zie het antwoord op vraag 10.
Vraag 23
Erkent u dat er alternatieve financieringsmogelijkheden zijn, die de lasten eerlijker
leggen bij grote vermogens en grote vervuilers, in plaats van bij sociale zekerheid,
zorg en werkende mensen?
Antwoord 23
Zie het antwoord op vraag 10.
Vraag 24
Bent u, ook gezien de verschillende onderzoeken, bereid om niet verder te bezuinigen
op de sociale zekerheid en zorg, maar om de lasten eerlijker te verdelen en meer geld
op te halen bij grote vervuilers, grote vermogenden en de superrijken?
Antwoord 24
Zie het antwoord op vraag 10.
Vraag 25
Kunt de vragen zo snel mogelijk en één voor één beantwoorden?
Antwoord 25
De vragen zijn zo spoedig als mogelijk en separaat beantwoord.
Ondertekenaars
R.A.A. Jetten, minister-president
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.