Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Beckerman over de overnames van vakantieparken en de stand van zaken van de nieuwe Kampeerwet
Vragen van het lid Beckerman (SP) aan de Ministers van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en van Economische Zaken en Klimaat over de overnames van vakantieparken en de stand van zaken van de nieuwe Kampeerwet (ingezonden 11 mei 2026).
Antwoord van Minister Herbert (Economische Zaken en Klimaat), mede namens de Minister
van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (ontvangen 30 juni 2026). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2248.
Vraag 1
Kent u het bericht «Markt voor vakantiehuizen koelt in hoog tempo af»?1 Wat is u reactie op het feit dat er op makelaarssite Funda nu 4.979 recreatiewoningen
te koop staan, 32% meer dan in maart 2025?
Antwoord 1
Ja, het artikel is bekend. Het totaalaanbod van recreatiewoningen groeit en de vraag
groeit niet of nauwelijks. De prijzen stagneren. Er is sprake van een stabiliserende
markt.
Vraag 2
Herkent u de door makelaarsvereniging NVM geconstateerde trend dat steeds meer eigenaren
van vakantiewoningen deze willen verkopen?
Antwoord 2
Ja, het aantal te koop staande vakantiewoningen groeit. Deze trend zet zich voort
in 2026. Kopers hebben meer keuze en bieden vaker en ruimer onder de vraagprijs. De
afgelopen vijf jaar zijn de prijzen van recreatiewoningen met 40% gestegen. Deze groei
is nu voorbij. De gemiddelde verkoopprijs van in 2025 verkochte recreatiewoningen
komt uit op 247 duizend euro. Dat is vrijwel even hoog als het jaar ervoor, de stijging
bedraagt slechts 0,1%, zo blijkt uit cijfers van de NVM2, vraag en aanbod komen meer in balans.
Vraag 3
Onderschrijft u de woorden van recreatieadviseur Hans van Leeuwen dat straks 75% van
de vakantiehuizen in Nederland geen rendement meer oplevert? Voorziet u net als hij
een grote verkoopgolf?
Antwoord 3
Er is sprake van een normalisatie van de markt voor vakantiewoningen. Het aantal transacties
groeit nog licht, maar niet spectaculair. In 2025 werden 4.273 vakantiewoningen verkocht,
een stijging van 2,9% ten opzichte van 2024. Dat is volgens het eerdergenoemde NVM-rapport
een gematigde stijging. Daarmee beweegt de markt zich van een krappe verkopersmarkt
naar een meer evenwichtige marktsituatie. Daar past een duiding als «grote verkoopgolf»
niet bij.
De rendementen staan vaker onder druk door hogere belastingen, btw-verhogingen en
stijgende lasten. Dat 75% van de vakantiehuizen geen rendement meer zouden opleveren
lijkt mij een hele hoge inschatting, die ook nergens bevestigd wordt door data. De
vraag naar de huur van vakantiewoningen blijft relatief sterk. Ondernemers en particuliere
beleggers zullen wel steeds kritischer en professioneler moeten kijken naar hun investeringen.
Daarnaast zijn de verschillen per regio groot. Het is daarom lastig alles te vervatten
in een landelijk rendementsbeeld. In bijvoorbeeld Zeeland, in Limburg of op de Veluwe
bestaan veel verschillen. Het aantal vakantiehuizen dat in de verkoop gaat zal sterk
verschillen per regio. Met name particuliere beleggers zullen waarschijnlijk eerder
uit deze markt stappen vanwege lagere rendementen en fiscale druk.
Vraag 4
De SP heeft jarenlang gewaarschuwd dat de overname van campings en de bouw van veel
nieuwe vakantiewoningen ertoe zou leiden dat deze markt ook op een moment weer zou
afkoelen, met grote gevolgen voor alle betrokkenen, erkent u dat dit nu gebeurt?
Antwoord 4
De koopmarkt koelt af, maar de huurvraag naar vakantiewoningen houdt aan, mede door
de groei van buitenlands en binnenlands toerisme. Degene die kortgeleden hebben gekocht
zullen wel scherper moeten zijn op hun rendementen. Daarnaast zien we in Nederland
geen opvallende prijsbewegingen in deze markt.
Vraag 5
Ondanks de snel afkoelende markt voor vakantiehuizen, worden er nog steeds campings
opgekocht en geherstructureerd voor de bouw van (luxe) vakantiewoningen, deelt u onze
mening dat dit zeer onverstandig is?
Antwoord 5
Hoewel de verkoopmarkt voor vakantiehuizen momenteel stabiliseert, blijft de vraag
onverminderd aanwezig. Het opkopen en herstructureren van campings kan bijdragen aan
een toekomstbestendig recreatieaanbod. Het geeft vernieuwing in het aanbod, het versterkt
de toeristische aantrekkingskracht van een regio, draagt bij aan de lokale economie
en werkgelegenheid.
Vraag 6
Nog steeds verliezen recreanten hun vaste kampeerplek omdat ze moeten wijken voor
de komst van duurdere vakantiewoningen, ondanks dat er een groter tekort is aan betaalbare
vakantieplekken dan aan luxere vakantiewoningen, wat gaat u doen om deze trend te
keren?
Antwoord 6
Het is mij bekend dat er gevallen zijn waarbij recreanten hun vaste kampeerplek verliezen
doordat het huurcontract wordt opgezegd. Ik beschik op dit moment niet over signalen
waaruit blijkt dat sprake is van een landelijke ontwikkeling. Dit is een ontwikkeling
die ik zeer spijtig vind voor de betrokken recreanten. Echter, ik erken ook het belang
van ondernemers om hun bedrijfsvoering rendabel en concurrerend te houden in een markt
die voortdurend in beweging is.
Vraag 7
Kent u de oproep van Veluwse gemeenten «Overnamegolf vakantieparken baart gemeenten
op Veluwe zorgen: «Voor veel mensen onbetaalbaar»»?3
Antwoord 7
Ja.
Vraag 8, 9 en 10
Begrijpt u de zorgen van de Veluwse gemeenten dat steeds meer vakantieparken in handen
komen van grote ketens?
Begrijpt u de zorgen van de Veluwse gemeenten dat vakanties daardoor te duur worden?
De Veluwse gemeenten spreken nu de, ook door de SP vaak geuite zorg uit, dat vakantieparken
eenheidsworst worden en vakantie straks alleen nog te betalen is voor mensen met veel
geld, deelt u deze zorg nu eveneens?
Antwoord 8, 9 en 10
Ik trek me de zorgen aan van de Veluwse gemeenten over de overnames van vakantieparken
door grote ketens. Op landelijk niveau zijn er geen duidelijke aanwijzingen dat overnames
structureel leiden tot hogere prijzen, tot marktdominantie of tot een uniforme inrichting
van vakantieparken die recreatie ontoegankelijk maakt voor brede groepen. De Autoriteit
Consumenten & Markt (ACM) houdt hierop toezicht en bewaakt de markt hierop. Er zijn
op dit moment geen aanwijzingen voor marktdominante posities.
Overnames door grotere partijen zie ik niet allereerst als problematisch. Ik kan me
ook niet vinden in de vrees voor een uniforme inrichting. Integendeel, het versterkt
vaak juist professionalisering, modernisering en veranderingen gericht op nieuwe doelgroepen.
Daarmee blijft een vakantiepark ook dynamisch en in staat om met nieuwe impulsen te
blijven concurreren en te blijven bestaan. Gemeenten hebben daarbij de mogelijkheid
om te sturen op de gewenste lokale invulling. Lokaal doen zich wel prijsstijgingen
voor en wisselingen in het aanbod, maar dit hangt vaak nauw samen met het aansluiten
op veranderende doelgroepen en de regionale marktcontext.
Vraag 11
Erkent u dat het voor gemeentes nu vaak lastig is om de komst van vakantieketens te
voorkomen? Kunt u in uw antwoord meenemen welke mogelijkheden gemeenten volgens u
hebben om deze trend te keren?
Antwoord 11
Het staat eigenaren van parken vrij om privaatrechtelijk hun park te verkopen aan
andere partijen. Dat kan natuurlijk ook een overheid zijn. De gemeente kan in het
omgevingsplan publiekrechtelijk regels stellen over de toegelaten kampeermiddelen,
een maximaal aantal recreatiewoningen of een maximaal bebouwd oppervlakte. Op deze
manier kan door de gemeente actief gestuurd worden op de ontwikkeling van een park.
Vraag 12
Erkent u dat wanneer het voor gemeenten al lastig is om hier iets aan te doen, het
voor recreanten die hun vaste plek dreigen te verliezen nog veel lastiger is?
Antwoord 12
Ik kan mij goed voorstellen dat recreanten die hun vaste plek dreigen te verliezen
dit als zeer ingrijpend ervaren en dat hierbij ook persoonlijke en emotionele belangen
meespelen. De verhalen over het verliezen van een plaats waar sommige families soms
tientallen jaren hebben gestaan, en die voelen als een tweede thuis, heb ik gezien
en gehoord. Afhankelijk van de situatie zal hun juridische positie ten aanzien van
de nieuwe eigenaar verschillen. Huurders van een vaste standplaats kunnen zich bijvoorbeeld
beroepen op het algemeen huurrecht waarin de plichten van zowel de verhuurder als
de huurder zijn geregeld.
Vraag 13
Erkent u dat gemeenten bestaande instrumenten om recreatiebestemmingen te beschermen
in de praktijk lang niet altijd benutten of handhaven?
Antwoord 13
Ik kan daar in algemeenheid geen antwoord op geven. Gemeenten en provincie maken beleid
en regels over recreatie. Dat kan ook gaan over de vitalisering van vakantieparken
of recreatieparken. Gemeenten kunnen uiteindelijk concreet op de ontwikkeling van
een recreatiefunctie op een bepaalde locatie sturen via het omgevingsplan of de verlening
van een vergunning om daarvan af te wijken.
Vraag 14
Wat gaat u doen om te voorkomen dat gemeenten recreatief gebruik laten verdwijnen
zonder duidelijke ruimtelijke afweging over de gevolgen voor betaalbare recreatie,
leefbaarheid en toerisme?
Antwoord 14
Het is in beginsel aan de gemeenten en daarna aan de provincie om ruimtelijk beleid
te maken over recreatie. In dat kader kunnen zij ook beoordelen of het recreatief
gebruik van gronden binnen hun grondgebied afneemt en een afweging te maken over de
gevolgen daarvan voor de beschikbaarheid van betaalbare recreatie, leefbaarheid en
toerisme. De gemeente en daarna de provincie kunnen de lokale en regionale situatie
het beste beoordelen en in dat kader ook de ruimtelijke afweging het beste maken.
Als het gaat om concrete lokale of regionale ontwikkelingen heb ik daar in beginsel
vanuit het Rijk geen rol in.
Vraag 15
Erkent u dat recreanten nu niet of nauwelijks beschermd zijn bij overnames en herstructureringen?
Antwoord 15
Ik herken me niet in de stelling dat recreanten momenteel niet of nauwelijks beschermd
zijn. Recreanten kunnen met een vaste standplaats zich beroepen op het algemeen huurrecht,
waarin de rechten en plichten van verhuurder en huurder zijn geregeld.4 Daarnaast zijn herstructureringen die buiten het geldende omgevingsplan vallen onderworpen
aan planologische toetsing op grond van de Omgevingswet, waarbij de effecten op de
fysieke leefomgeving moeten worden onderzocht. Bovendien bieden de HISWA-RECRON-voorwaarden
recreanten op aangesloten parken aanvullende bescherming boven op de wettelijke kaders.
Deze voorwaarden zijn recent aangescherpt in samenwerking met de ANWB en zijn consumentvriendelijker
geworden. Zo geldt bij herstructurering zonder vervangende plaats een minimale opzegtermijn
van 18 maanden en zijn de verplaatsingsvergoedingen verhoogd. Geschillen kunnen worden
voorgelegd aan de Geschillencommissie Recreatie en Watersport, waarbij HISWA-RECRON
de nakoming van bindende uitspraken garandeert.
Vraag 16
Wat vindt u ervan dat sommige recreanten niet eens precies weten wie de nieuwe eigenaar
is omdat deze verscholen zit in een reeks bv’s? Zo is Metanoia, de nieuwe eigenaar
van camping de Fontein, met 25 bv’s ingeschreven op één adres en staan er 60 bv’s
op één adres in Zandvoort waaronder de nieuwe eigenaar van camping Sandevoerde, ziet
u dit als onwenselijk?
Antwoord 16
Wat vindt u ervan dat sommige recreanten niet eens precies weten wie de nieuwe eigenaar
is omdat deze verscholen zit in een reeks bv’s? Zo is Metanoia, de nieuwe eigenaar
van camping de Fontein, met 25 bv’s ingeschreven op één adres en staan er 60 bv’s
op één adres in Zandvoort waaronder de nieuwe eigenaar van camping Sandevoerde, ziet
u dit als onwenselijk?
Vraag 17
Hoeveel campings en vakantieparken zijn sinds 2020 overgenomen door investeringsmaatschappijen,
grote recreatieketens of vastgoedpartijen?
Antwoord 17
Er is geen officiële telling van alle overnames in Nederland. Er is wel sprake van
een beweging van de markt van een situatie met veel individuele eigenaren naar een
situatie waarin een groeiend deel van de vakantieparken wordt beheerd door professionele
partijen. Dit draagt bij aan kwaliteitsverbetering, meer comfort, meer veiligheid
en goed beheer.
Vraag 18
Heeft het kabinet zicht op hoeveel vaste kampeerplaatsen de afgelopen vijf jaar zijn
verdwenen?
Antwoord 18
Onder vaste kampeerplaats wordt doorgaans verstaan een plek waar een kampeermiddel
het gehele jaar mag blijven staan doordat de huurder de grond huurt voor een jaar
met stilzwijgende verlenging. Het gaat dan veelal om specifieke huurafspraken tussen
de eigenaar van de grond en de huurder. Vanuit het kabinet is hier geen zicht op.
Vraag 19
Hoeveel nieuwe recreatiewoningen, waaronder luxe recreatiewoningen, zijn de afgelopen
vijf jaar vergund, en hoeveel betaalbare kampeerplaatsen zijn in dezelfde periode
verdwenen?
Antwoord 19
Ik heb geen gegevens over het aantal vergunde luxe recreatiewoningen die de afgelopen
vijf jaar vergund zijn en het aantal betaalbare kampeerplaatsen. In dit kader is ook
van belang dat er geen vastomlijnde definitie is van betaalbare kampeerplaatsen. Dat
maakt dat het aantal verdwenen betaalbare kampeerplaatsen überhaupt niet concreet
te bepalen is. Hetzelfde geldt voor luxe recreatiewoningen.
Vraag 20
Heeft u inzicht in het aantal overnames van campings en vakantieparken dat gepaard
gaat met opzegging van vaste standplaatsen, herstructurering of omzetting naar recreatiewoningen?
Antwoord 20
Ik heb geen specifiek inzicht in de eigendomssituatie van campings en vakantieparken.
Hierdoor heb ik ook geen inzicht in hoeverre de overnames gepaard gaan met opzegging
van vaste standplaatsen, herstructurering of omzetting naar recreatiewoningen. Ik
wil toch graag nog het volgende toelichten over de marktsituatie. Het beeld dat overnames
vooral door grote concerns worden gedreven, is te eenzijdig. De markt bestaat voor
een belangrijk deel uit mkb’ers, familiebedrijven en kleinere investeerders. Bovendien
investeren sommige buitenlandse concerns juist gericht in het behoud en de verbetering
van vaste standplaatsen.
Vraag 21
Bent u bereid landelijk inzichtelijk te maken hoeveel vaste kampeerplaatsen de afgelopen
jaren zijn verdwenen door overnames, herstructurering en transformatie van vakantieparken?
Antwoord 21
Een onderzoek naar het enkel verdwijnen van vaste kampeerplaatsen en de reden daarvan
acht ik niet noodzakelijk. Vanuit het Rijk zet ik in op een vitale recreatiesector
waarbij het aanbod aansluit op de vraag. Dit vergt een breder perspectief dan alleen
de ontwikkeling in het aantal vaste kampeerplaatsen.
Vraag 22
Erkent u dat recreatiewoningen en vakantieparken in toenemende mate worden gebruikt
door bedrijven die vakantiewoningen opkopen voor de huisvesting van arbeidsmigranten,
waardoor recreatiebestemmingen feitelijk verdwijnen?
Antwoord 22
Ik heb geen specifiek inzicht in de eigendomssituatie van recreatiewoningen en vakantieparken.
Het is aan de gemeente om te beoordelen in hoeverre activiteiten zoals de huisvesting
van arbeidsmigranten op een vakantiepark of in een recreatiewoning past binnen de
regels voor die locatie het omgevingsplan en of afwijking hiervan mogelijk is.
Vraag 23
Heeft u inzicht in hoeveel recreatieparken momenteel geheel of gedeeltelijk worden
gebruikt voor de huisvesting van arbeidsmigranten?
Antwoord 23
Zie het antwoord op vraag 22.
Vraag 24
Deelt u de mening dat recreatieparken primair bedoeld moeten blijven voor recreatie
en betaalbare vakanties, en niet sluipenderwijs moeten veranderen in grootschalige
huisvestingslocaties?
Antwoord 24
Dat kan ik in algemeenheid zo niet zeggen. Zoals eerder aangegeven zet ik mij vanuit
het Rijk in op een vitale recreatiesector waarbij het aanbod aansluit op de vraag.
Vraag 25
Erkent u dat de combinatie van grootschalige opkoop van vakantieparken, herstructurering
en huisvesting van arbeidsmigranten leidt tot verdere afname van betaalbare recreatiemogelijkheden
voor Nederlandse gezinnen?
Antwoord 25
Zoals eerder aangegeven heb ik geen inzicht in de eigendomssituatie van vakantieparken
en de mate waarin deze parken gebruikt worden voor de huisvesting van arbeidsmigranten.
Ik kan dan ook niet aangeven of de combinatie van grootschalige opkoop van vakantieparken,
herstructurering en huisvesting van arbeidsmigranten leidt tot verdere afname van
betaalbare recreatiemogelijkheden voor Nederlandse gezinnen.
Vraag 26
Hoe verklaart u dat woningbouwprojecten in heel Nederland geregeld stilvallen vanwege
stikstofregels, terwijl de uitbreiding of herstructurering van vakantieparken en de
bouw van recreatiewoningen vaak wel doorgaan, óók nabij kwetsbare natuurgebieden?
Antwoord 26
De kaders zijn voor alle projecten gelijk, woningbouw noch recreatie krijgt een voorkeursbehandeling
in wet- en regelgeving. De toetsing en vergunningverlening blijft altijd liggen bij
gemeenten en provincies als bevoegde gezagen. Zij beschikken over voldoende instrumentarium
om hier zorgvuldig op te sturen. Wanneer een project significante effecten heeft op
een Natura 2000-gebied, is een natuurvergunning verplicht.
Vraag 27
Deelt u de mening dat het wringt dat betaalbare woningbouw regelmatig wordt tegengehouden
vanwege stikstof, terwijl recreatieve vastgoedontwikkeling veelal wel mogelijk blijkt?
Antwoord 27
Het Kabinet begrijpt die spanning, maar deelt de conclusie niet dat er sprake is van
een ongelijk speelveld. Zie eerder toelichting bij het antwoord van vraag 26.
Vraag 28
Erkent u dat stikstofberekeningen bij de herstructurering van vakantieparken doorgaans
gebaseerd zijn op door initiatiefnemers zelf aangeleverde gegevens en berekeningen?
Antwoord 28
Ja. Het is gebruikelijk dat initiatiefnemers zelf de benodigde berekeningen en onderzoeksgegevens
aanleveren. Overigens geldt dat voor alle sectoren, niet alleen voor recreatie.
Vraag 29
Hoe wordt gecontroleerd of de aangeleverde stikstofberekeningen, verkeersprognoses
en natuuronderzoeken bij recreatieve herstructureringsprojecten daadwerkelijk volledig
en realistisch zijn?
Antwoord 29
Zoals eerder omschreven ligt de toetsing van aangeleverde berekeningen en onderzoeken
bij de bevoegde gezagen (gemeenten en provincie). Zij beoordelen of de onderbouwing
volledig en realistisch is voordat een vergunning wordt verleend.
Vraag 30
Heeft u signalen dat herstructureringen van vakantieparken gefaseerd worden uitgevoerd
om stikstofeffecten of vergunningplichten te beperken of te omzeilen?
Antwoord 30
Hiervan ben ik niet op de hoogte. Dit is vooral een juridisch en planologisch vraagstuk.
Gefaseerde ontwikkelingen zijn meestal zichtbaar. De discussie gaat daarom doorgaans
niet over de zichtbaarheid van een project, maar over de manier waarop het juridisch
wordt beoordeeld. Dit speelt met name bij provincies en gemeenten.
Vraag 31
Wordt bij gefaseerde herstructurering van campings en vakantieparken altijd gekeken
naar de totale cumulatieve stikstof- en natuureffecten van het volledige project?
Antwoord 31
Het is aan de initiatiefnemer en het bevoegd gezag om te bepalen of een project een
geheel vormt of juridisch sprake is van losse projecten. Op basis van deze beoordeling
moet ook bepaald worden welke stikstofberekening nodig is.
Vraag 32
Deelt u de mening dat voorkomen moet worden dat grootschalige recreatieve vastgoedontwikkeling
via deelprojecten of gefaseerde aanvragen onder natuur- en stikstofregels uitkomt?
Antwoord 32
Zie het antwoord op vraag 31.
Vraag 33, 34 en 35
Voorjaar 2025 werd ons voorstel aangenomen om te komen tot een nieuwe Kampeerwet om
recreanten, natuur en omgeving beter te beschermen (motie Kamerstuk 36 452, nr. 4), hoe staat het met de uitvoering van deze motie?
Op 21 januari 2026, bij de behandeling van de begroting van Economische Zaken, schreef
u aan de Kamer «de uitvoering van de motie heeft mijn aandacht» en «naar verwachting
wordt de reactie de binnenkort aan de Kamer gestuurd», wat is uw definitie van binnenkort?
Wanneer kunnen we de reactie op de aangenomen motie verwachten? Kunt u al zeggen welke
maatregelen u gaat nemen om recreanten, natuur en omgeving beter te beschermen?
Antwoord 33, 34 en 35
Ik erken dat de reactie op de motie langer op zich heeft laat wachten dan ik had voorzien.
De motie vroeg om een zorgvuldige afweging en dat vergde de nodige tijd.
Ik realiseer mij dat het verlies van een jaarplaats op een kampeerterrein voor recreanten
ingrijpend kan zijn en dat hierbij ook persoonlijke en emotionele belangen meespelen.
De verhalen over het verliezen van een plaats waar sommige families soms tientallen
jaren hebben gestaan, en die voelen als een tweede thuis, heb ik gezien en gehoord.
Die zorgen neem ik serieus en heb ik meegewogen in mijn overwegingen.
Om verschillende redenen ben ik echter tot de conclusie gekomen dat een nieuwe Kampeerwet
niet leidt tot een betere situatie voor recreanten en ondernemers. Ik zie dan ook
geen aanleiding voor aanvullende landelijke wetgeving. Hierin heb ik een zorgvuldige
afweging gemaakt waaruit blijkt dat meer wettelijke bescherming niet leidt tot meer
beschikbare plaatsen, maar wel tot meer regeldruk en hogere kosten voor zowel ondernemers
als voor recreanten.
In de Kamerbrief Toerisme, die ik vandaag naar de Kamer heb gestuurd, ga ik uitgebreider
in op de verschillende redenen die hieraan ten grondslag liggen.
Vraag 36
Welke maatregelen gaat u opnemen in de nota Ruimte om te borgen dat Nederland een
divers recreatieaanbod heeft met mogelijkheden voor elk budget?
Antwoord 36
Ruimte voor recreatie is belangrijk voor complete en prettige leefomgevingen. Voor
de Nota Ruimte bezie ik hoe er meer dan in de Ontwerp-Nota Ruimte aandacht kan zijn
voor reactie, welke vaak goed samengaat bij ontwikkelingen van bijvoorbeeld woningbouw
of natuurontwikkeling. Dit betreft dan de ruimtelijke aspecten daar waar het Rijk
een rol heeft. Vaak liggen verantwoordelijkheden rondom recreatie bij de medeoverheden
en het bedrijfsleven, zo ook waar dat de mogelijkheden voor elk budget betreft.
Vraag 37
Kunt u deze vragen beantwoorden voor de «eerste verjaardag» van onze aangenomen motie
om te komen tot een nieuwe Kampeerwet (binnen de termijn van drie weken)?
Antwoord 37
Door de zorgvuldige afweging die ik gemaakt heb over deze motie, is het helaas niet
gelukt de vragen tijdig te beantwoorden.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat -
Mede namens
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.