Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Beckerman en Bushoff over het bericht dat er honderden miljoenen bestemd voor gedupeerde Groningers op de plank blijven liggen terwijl zwaar gedupeerden niet geholpen worden
Vragen van de leden Beckerman (SP) en Bushoff (GroenLinks-PvdA) aan de Minister voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht dat er honderden miljoenen bestemd voor gedupeerde Groningers op de plank blijven liggen terwijl zwaar gedupeerden niet geholpen worden (ingezonden 27 mei 2026).
Antwoord van Minister Heerma (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen
23 juni 2026).
Vraag 1
Voor 2025 werd geraamd dat er 1,6 miljard euro uitgegeven zou worden aan versterking
en perspectief, daarvan is 644 miljoen euro niet uitgegeven; erkent u dat dit zeer
problematisch is?
Antwoord 1
Een groot deel van deze uitgaven zijn gerelateerd aan de versterkingsoperatie. Deze
operatie blijft een complex proces waarbij het lastig te voorspellen is welke uitgave
wanneer en ten laste van welk budget wordt gedaan. In het jaarverslag wordt de ontwerpbegroting
voor 2025 vergeleken met de realisatie. De geraamde uitgaven voor de versterkingsoperatie
zijn in de ontwerpbegroting 2025 nog gebaseerd op het behalen van de einddatum in
2028, maar die planning is gedurende de uitvoering van de begroting verschoven. Dit
verklaart grotendeels de geconstateerde afwijking.
Ik geef prioriteit aan voortgang van de versterking en het beschikbaar zijn van voldoende
middelen hiervoor. Middelen die in 2025 niet tot besteding zijn gekomen zijn veelal
doorgeschoven naar latere jaren. Ik acht dit niet zeer problematisch.
Vraag 2
Ruim tien jaar na de start van de versterking zijn er 5.147 woningen daadwerkelijk
versterkt of herbouwd opgeleverd, zo’n 8.700 woningen moeten nog versterkt of herbouwd
worden; erkent u dat dit nog steeds veel te traag gaat?
Antwoord 2
Ja. Ik begrijp goed dat dit tot frustratie en onzekerheid leidt. Natuurlijk wil ik
voor bewoners dat de versterking sneller gaat, maar dat mag niet ten koste gaan van
zorgvuldigheid en kwaliteit. Uit het verleden blijkt dat gehaaste besluiten vaak leiden
tot vertraging. Daarom zet ik de koers voort om snelheid en kwaliteit meer in balans
te brengen. Op deze manier kan ik voor bewoners ook een positieve bijdrage leveren
in een voor hen ingrijpend proces zoals bijvoorbeeld door de woningen tegelijkertijd
met de versterking te verduurzamen.
Vraag 3 en 4
Voor 2025 werd geraamd dat er 1.165 miljoen euro uitgegeven zou worden aan schades,
daarvan is 221 miljoen euro niet uitgegeven; erkent u dat dit problematisch is?
De grootste onderbesteding op uw begroting is de post duurzaam herstel, een regeling
waar gedupeerden al zeer lang op wachten; erkent u dat het in 2025 op de plank laten
liggen van 168 miljoen euro zeer problematisch is?
Antwoord 3 en 4
Het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) raamt jaarlijks hoeveel aanvragen worden
verwacht en voor welke regeling bewoners daarbij kiezen. Ik volg deze raming in mijn
begroting. Met de nieuwe regelingen sinds Nij Begun is gebleken dat de praktijk behoorlijk
kan afwijken van de raming. Het feit dat er minder geld is uitgegeven, kan bijvoorbeeld
betekenen dat minder bewoners zich hebben gemeld dan vooraf werd verwacht en/of dat
bewoners daarbij voor een andere regeling hebben gekozen dan begroot. In zoverre vind
ik deze onderbesteding dan ook niet problematisch. Bewoners met schade kunnen zich
melden bij het IMG, daar doet de onderuitputting niks aan af.
Specifiek voor duurzaam herstel geldt dat vanaf het begin duidelijk is geweest dat
nog veel onzeker was over de aard en omvang van de opgave. Mede hierom is ook gestart
met een pilotaanpak. In de praktijk is gebleken dat duurzaam herstel minder vaak noodzakelijk
is voor het voorkomen van mijnbouwschade dan eerder werd verwacht, wat de onderbesteding
in 2025 gedeeltelijk verklaart. Tegelijkertijd is vorig jaar ook geconstateerd dat
er nog uitdagingen zijn bij de praktische uitvoering van de aanpak. In dit kader is
uw Kamer eerder geïnformeerd over wijzigingen die begin dit jaar zijn doorgevoerd
om de werkwijze te helpen versnellen en versimpelen1.
Vraag 5
Een voorbeeld van bewoners die al zeer lang wachten zijn de bewoners aan de Schipsloot
in Loppersum: op de plek waar in 2015 werd aangekondigd dat de versterking daar zou
beginnen, wachten gedupeerden nog; begrijpt u dat dit zeer problematisch is?
Antwoord 5
Ik begrijp goed dat het lange wachten problematisch is. Niet alleen aan de Schipsloot
maar ook elders in het gebied. Natuurlijk wil ik voor bewoners dat de versterking
sneller gaat, maar dat mag zoals ik aangeef in mijn antwoord op vraag 2 niet ten koste
gaan van zorgvuldigheid en kwaliteit. Daarom bouw ik voort op de ingezette koers om
meer balans aan te brengen tussen snelheid en kwaliteit in de versterking.
Vraag 6
In uw Kamerbrief reageert u op de situatie aan de Schipsloot, echter de bewoners geven
aan dat er veel fouten in uw brief staan; heeft u voor u deze Kamerbrief schreef ook
contact gezocht met de betrokken bewoners? Zo nee, bent u bereid dit alsnog te doen?2
Antwoord 6
Ik ben bekend met het signaal dat bewoners menen dat er sprake is van fouten in de
brief. Dat beeld herken ik niet. Op basis van signalen die tijdens Kamerdebatten naar
voren kwamen is mijn voorganger ingegaan op de uitnodiging van de bewoners voor een
«bewonersreis». Hierbij heeft hij ook uitvoerig met de bewoners gesproken. Op 22 juni
heb ik samen met de regeringscommissaris een bezoek gebracht aan Schipsloot. In de
gesprekken daar is mij ook duidelijk geworden hoe complex te situatie is. Verder loopt
de communicatie met bewoners in eerste instantie via de Nationaal Coördinator Groningen
(NCG) en de gemeente.
Vraag 7
De bewoners zijn allen ingedeeld in clusters, zij geven aan dat deze complexe systematiek
al jaren de werkelijkheid bepaalt waar zij dagelijks mee te maken hebben. Waarom is
gekozen voor zo’n complex en bureaucratisch systeem?
Antwoord 7
De indeling in clusters was bedoeld om de omvangrijke complexe opgave van de versterking
uitvoerbaar te maken door groepen woningen met soortgelijke maatregelen in een gebied
in één cluster onder te brengen. De indeling van de clusters was gebaseerd op de op
dat moment beschikbare informatie. De clusterindeling betekent niet automatisch dat
dit leidt tot dezelfde maatregelen voor alle adressen die op dat moment in één cluster
zijn ondergebracht.
Vraag 8
De clustering zou volgens de bestuurlijke afspraken bedoeld zijn om verschillen binnen
een buurt te voorkomen, nu ontstaan juist grote verschillen tussen twee straten. Kunt
u uitleggen waarom het doel «verschillen tegengaan» lijkt te zijn losgelaten?
Antwoord 8
De clusterindeling van NCG waarnaar wordt verwezen is niet gebaseerd op de bestuurlijke
afspraken. Zoals in het antwoord op vraag 7 aangegeven is deze clusterindeling van
NCG bedoeld om werkzaamheden op een goede manier te kunnen combineren en overzichtelijk
te houden. Het voorkomen van verschillen is dus geen doel van deze clusterindeling.
Vraag 9
In uw Kamerbrief geeft u een, voor de bewoners, nieuwe reden dat er een knip is ontstaan
in de behandeling van bewoners in cluster 1, namelijk zorgen dat het proces «ongewijzigd
door kon lopen», bewoners zien echter dat er in hun straat juist sprake is van stilstand.
Kunt u uw argumentatie onderbouwen?3
Antwoord 9
Met de zinsnede uit de brief dat het proces «ongewijzigd kon doorlopen» is bedoeld
dat de versterking aan Schipsloot niet langer werd gekoppeld aan de Middenstraat,
juist omdat de uit te werken stappen aan de Middenstraat gingen afwijken in verband
met sloop-nieuwbouw. Hierdoor kon het versterkingsproces aan de Schipsloot ongewijzigd
doorlopen. Onderdeel van dat proces was dat de versterkingsadviezen inclusief kostenberekeningen
moesten worden afgerond. Deze zijn inmiddels gecontroleerd en zijn aan bewoners van
de Schipsloot aangeboden. Er vindt binnenkort een bewonersavond plaats over het vervolg.
Vraag 10 en 11
De bewoners van de Schipsloot herkennen zich niet in uw woorden dat «hetzelfde vastgestelde
proces» wordt gevolgd als voor de Middenstraat binnen cluster 1; bij de Middenstraat
heeft namelijk een collectieve scenario-afweging plaatsgevonden voor de straat als
geheel, maar aan de Schipsloot niet. Kunt u verduidelijken waarom u dan toch spreekt
van «hetzelfde vastgestelde proces»?
Waarom is de scenario-afweging richting sloop/nieuwbouw voor de Middenstraat gebaseerd
op ramingen en moet voor diezelfde scenario-afweging aan de Schipsloot gewacht worden
op het beschikbaar zijn van definitieve uitvoeringsontwerpen, aannemersbegrotingen
en definitieve kosten?
Antwoord 10 en 11
Bij de scenario-afweging per woning wordt bepaald of versterking of sloop-nieuwbouw
aan de orde is. Dit gebeurt op basis van de kostenraming behorende bij het versterkingsadvies.
Wat vervolgens mogelijk is, is onder andere afhankelijk van de marktwaarde van de
huidige woning (zonder grond), de kosten voor uitvoeren van het versterkingsadvies
en de kostennieuwbouw met bijkomende kosten. De scenario afweging is daarmee iets
anders, dan het toepassen van de routekaart voor verschillen. Bij toepassing van de
routekaart wordt op basis van de individuele scenario-afwegingen beoordeeld of er
sprake is van onaanvaardbare verschillen tussen bewoners waarbij dempende maatregelen
nodig zijn.
Deze werkwijze is ook gehanteerd in de Middenstraat. De scenario-afweging in de Middenstraat
leidde in relatief veel situaties alsnog tot sloop/nieuwbouw. Vervolgens is op basis
van de verschillen die daardoor ontstonden alsnog besloten om ook in de overige situaties
sloop/nieuwbouw aan te bieden, ook als voor die woningen versterking uit de individuele
scenario-afweging volgde. Zoals aangegeven zijn de versterkingsadviezen met de kostenraming
nu ook beschikbaar voor de Schipsloot. Op basis daarvan zal ook daar op individueel
niveau een scenario-afweging worden gemaakt. Vervolgens wordt ook voor de Schipsloot
na de scenario-afweging beoordeeld of de uitkomsten aanleiding geven om tot aanvullende
maatregelen te komen om verschillen te overbruggen. Hiermee wordt hetzelfde proces
gevolgd als bij de Middenstraat.
Vraag 12
Erkent u dat dit handelen op gespannen voet staat met de wijze waarop de routekaart
voor onaanvaardbare verschillen door de toenmalig Staatssecretaris is omschreven in
de Kamerbrief van 27 maart 2025?4
Antwoord 12
Nee, de wijze van het doorlopen van de routekaart komt overeen met de beschreven werkwijze
in de Kamerbrief. Wel is het zo dat de communicatie met de bewoners uit de Schipsloot
hierover niet goed is gegaan. Dat heeft NCG erkend. NCG heeft hiervoor excuses aangeboden
aan de bewoners.
Vraag 13 en 14
Begrijpt u dat bewoners die al zo lang in onzekerheid zitten en zien dat zij ongelijk
behandeld worden, aangeven dat hun realiteit haaks staat op de woorden in uw Kamerbrief
dat «bewoners hebben recht op duidelijkheid over wat zij kunnen verwachten en op een
overheid die haar beloftes nakomt»? Zo ja, wat gaat u hieraan doen?5
Hoe gaat u uw slotzin waarmaken «dat vertrouwen wordt niet gewonnen met woorden, maar
met daden: door afspraken na te komen, bewoners serieus te nemen en knelpunten proactief
op te lossen»?6
Antwoord 13 en 14
Voor de bewoners in de Schipsloot wordt hetzelfde proces gevolgd als in de Middenstraat.
Hiermee kom ik de afspraken na. Ik begrijp ook goed dat bewoners snel duidelijkheid
willen hebben. Het doorlopen van de verschillende stappen heeft echter ook tijd nodig.
Ik acht het van belang dat NCG bewoners daar goed in meeneemt, bewoners serieus neemt
en knelpunten proactief oplost. Indien dat niet gebeurt dan spreek ik NCG daar op
aan.
Vraag 15
Ook huurders in de Middenstraat en de Schipsloot geven aan dat zij eveneens in grote
onzekerheid zitten over wat er met hun huis gaat gebeuren en zij niet actief betrokken
worden bij het gehele proces (niet uitgenodigd voor bewonersbijeenkomsten of informatieavonden);
erkent u dit signaal? Erkent u dat veel meer huurders deze ervaring hebben? Wat gaat
u hiermee doen?
Antwoord 15
Contact met huurders loopt via de eigenaar van de woning als aanspreekpunt voor de
versterking. NCG heeft hierover overleg met de woningcorporaties. Met de woningbouwcorporatie
is afgesproken dat zij de huurders informeren over de aanpak van verschillen in de
straat. Mocht daarover onduidelijkheid zijn bij bewoners dan kunnen zij contact opnemen
met de woningbouwcorporatie. Dit is ook zo gegaan bij de Middenstraat.
Vraag 16 en 17
Huurders voelen zich onzichtbaar, terwijl in communicatie naar buiten vaak wel de
indruk wordt gewekt dat het om besluitvorming over hele straten, blokken of clusters
gaat. Hoe gaat u zorgen dat huurders tijdig en gelijkwaardig worden geïnformeerd?
Hoe voorkomt u dat er besluiten worden genomen die direct invloed hebben op de veiligheid
en woonomgeving van huurders zonder dat zij daarin worden meegenomen?
Antwoord 16 en 17
Alle huurders horen tijdig en juist geïnformeerd te worden. Hiervoor is de verhuurder
primair verantwoordelijk. NCG communiceert met de verhuurder van het gebouw, die weer
met de huurder communiceert. Als het gaat om huurwoningen die behoren tot een woningcorporatie,
neemt de desbetreffende woningcorporatie contact op met huurder. Dit gaat meestal
goed, maar er is ruimte voor verbetering. In dit kader hebben de woningcorporaties
de afgelopen periode stappen gezet om hun huurders goed te informeren. Zo communiceren
de woningcorporaties juist per straat en/of blok om rust en duidelijkheid te creëren.
Ook communiceert de gemeente met alle bewoners als er door de versterking verandering
optreedt in hun buurt. Verder spreken corporaties regelmatig met Stut en Steun en
Huurdersplatform Aardbevingen Groningen over hoe huurders goed te informeren.
Vraag 18 en 19
Na de parlementaire enquête is besloten dat onuitlegbare verschillen in de versterking
worden rechtgezet en huurders daarom recht krijgen op vergoedingen die er eerder alleen
voor eigenaren waren (onder andere maatregel 8 en 12 Nij Begun). Hoe staat het met
de uitvoering hiervan? Hebben alle huurders gekregen waar zij recht op hebben?
Erkent u dat er opnieuw signalen zijn van huurders die alsnog een vergoeding (zoals
de verhuisvergoeding) (nog) niet krijgen? Wat gaat u hieraan doen?
Antwoord 18 en 19
Het kabinet streeft in lijn met Nij Begun naar gelijkwaardige vergoedingen voor eigenaren
en huurders. Daarom werk ik samen met de uitvoeringsorganisaties aan de uitvoering
van maatregelen voor vergoeding aan huurders. Voor wat betreft de schadeafhandeling
door het IMG zijn de aangekondigde aanpassingen met betrekking tot huurders reeds
geïmplementeerd: sinds september 2025 beoordeelt het IMG bijvoorbeeld aanvragen voor
de immateriële schadevergoeding van niet-woningeigenaren waaronder huurders en eigenaren
op dezelfde manier.
Voor wat betreft de versterking door de NCG geldt dat voor veruit de meeste huurders
de vergoedingen waar zij recht op hebben nu geregeld zijn. In het geval van sociale
huurders lopen deze vergoedingen via de woningcorporaties, die daarvoor budget ontvangen
van NCG. Bij huurders van private eigenaren loopt dit via de verhuurder of de NCG.
Er zijn nog enkele specifieke groepen huurders voor wie nog niet alle vergoedingen
geregeld zijn. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om huurders in de batch 1588 en de Zandplatenbuurt-Zuid.
Op basis van een recente overeenkomst tussen het Rijk en de betrokken gemeenten krijgen
ook deze huurders recht op verschillende vergoedingen. Hierover ontvangen deze huurders
binnenkort meer informatie vanuit de gemeenten en/of de NCG, afhankelijk van de vergoedingen
waar zij recht op hebben.
Vraag 20
In de Tweede Kamer is er door verschillende partijen al vele jaren aandacht gevraagd
voor straten en buurten die vastlopen of ongelijk behandeld worden, zo was er in 2020
veel aandacht voor «het vergeten hoekje» en de actie «en wij dan» in de wijk Opwierde
in Appingedam. Erkent u dat veel bewoners van die buurt, zes jaar na de acties en
elf jaar na de start van de versterking, nog in onzekerheid zitten?
Antwoord 20
Om de aanpak van de sloopnieuwbouw van de ruim 300 woningen in Hart van Opwierde uitvoerbaar
te houden is de uitvoering in 3 clusters van ongeveer 100 woningen opgedeeld. Nog
niet op iedere plek zijn de werkzaamheden gestart. Cluster 1 is inmiddels afgerond
en cluster 2 is van start gegaan. In cluster 3 is inmiddels ook al een deel van de
woningen gesloopt. NCG is met de laatste bewoners in gesprek om akkoord te krijgen
op de uitvoeringsovereenkomst voor hun woning. Als dat is afgerond en de versterkingsbesluiten
definitief zijn, kan ook daar met de sloop en bouwwerkzaamheden worden gestart. De
genoemde onzekerheid heeft hier betrekking op het proces van uitvoering van het nieuwbouwplan
en niet meer, zoals aan Schipsloot, op de uitkomst van de versterkingsadviezen en
de maatregelen die daarbij horen. Om die onzekerheid zoveel mogelijk weg te nemen
houdt NCG regelmatig bewonersavonden waar planningen worden gedeeld. Ook voert NCG
zogenaamde individuele en tevens blokgesprekken gesprekken. Op deze manier worden
bewoners zo goed mogelijk meegenomen in deze ingrijpende operatie van deze buurt.
Vraag 21, 22 en 23
Bewoners die inmiddels al vijftien maanden in een wisselwoning wonen, geven aan dat
pas recent hun oude woning is gesloopt, delen hun grote zorgen dat de herbouw nog
zeer lang kan gaan duren, aangezien er momenteel sprake is van een complex en vertraagd
traject waarin conflicten zijn ontstaan en waarbij juridische en organisatorische
processen elkaar raken. Kunt u deze bewoners meer zekerheid en duidelijkheid geven?
Welk tijdpad wordt er gevolgd en welke harde afspraken zijn er waar de bewoners op
kunnen vertrouwen? Hoe wordt erop toegezien dat de Nationaal Coördinator Groningen
(NCG) de bestaande conflicten oplost?
De bewoners geven aan zich al jaren gegijzeld te voelen door een gevoel van voortdurende
afhankelijkheid en gebrek aan regie, ook ervaren zij een gebrek aan communicatie over
voortgang en knelpunten. Kunt u zorgen dat deze bewoners veel beter geïnformeerd worden
en knelpunten worden opgelost?
Antwoord 21, 22 en 23
Ik kan mij goed voorstellen dat bewoners zich soms machteloos voelen. Ik kan echter
niet ingaan op individuele gevallen. NCG zet zich er voor in voorspelbaar te zijn,
zorgvuldig te werken en oog te houden voor wat bewoners echt nodig hebben. Tegelijkertijd
realiseer ik mij dat dit nog niet altijd even goed gaat. Om snel knelpunten op te
kunnen lossen is het mandaat laag belegd in de organisatie. Ook in de communicatie
richting bewoners worden verbeteringen aangebracht. Bijvoorbeeld door gespreksverslagen
te maken en deze ter goedkeuring voor te leggen aan bewoners. In dit soort situaties
kan het bewoners helpen om een onafhankelijk adviseur in de arm te nemen. Voor de
inhuur van deze adviseurs is een vergoeding beschikbaar.
Vraag 24
Gebrekkige communicatie is een terugkerende klacht vanuit veel betrokken bewoners;
hoe ziet u toe op verbetering van de communicatie?
Antwoord 24
De NCG heeft na de publicatie van het bewonerstevredenheidrapport in 2025 ingezet
op het verbeteren van de communicatie. De eerste stappen daarin worden nu zichtbaar.
Zo zijn brieven die gestuurd worden actief gecontroleerd en aangepast op begrijpelijkheid.
Daarnaast worden bewoners gedurende het versterkingsproces beter op de hoogte gehouden
van de voortgang en worden gespreksverslagen ter goedkeuring aan de bewoner aangeboden.
Tot slot wordt ook gekeken naar een betere en structurele verspreiding van informatiefolders
en lopen er initiatieven om uniformer naar bewoners te communiceren. Daarnaast loopt
op dit moment een proef met kort cyclisch meten en sturen, waarbij regelmatiger op
adresniveau gemeten wordt hoe de bewoner de dienstverlening van NCG beoordeelt. Op
basis hiervan kan gerichter verbeterd worden, zowel op adresniveau gedurende het versterkingsproces
als ook andere verbeteringen. Ook doet het Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG)
in het advies over de beoordelingsrapporten gerichte aanbevelingen om de communicatie
met bewoners te verbeteren. Deze aanbevelingen volg ik onverkort op.
Ik ben mij ervan bewust dat er nog verdere verbetering nodig is en het nog niet overal
goed gaat. Ik zet hier samen met de NCG op in en monitor of hier verbetering in wordt
aangebracht.
Vraag 25
Kunt u zich voorstellen wat zo lang vastzitten in een moeizaam verlopende versterkingsoperatie
voor impact heeft op het welzijn en de gezondheid van de betrokkenen en hun gemeenschappen?
Welke invloed heeft dit op de maatregelen die u neemt?
Antwoord 25
Ja, zie ook mijn antwoord op vraag 2. Juist daarom is de ervaring van bewoners in
de dagelijkse praktijk voor mij leidend in de maatregelen die ik met NCG neem. Mijn
inzet is om de versterking niet alleen technisch zorgvuldig uit te voeren, maar ook
begrijpelijker, voorspelbaarder en betrouwbaarder te maken. Hier moeten nog stappen
in gezet worden. Dit blijkt ook uit het advies van de ACVG over de beoordelingsrapporten.
Dit advies bevat aanbevelingen die gericht zijn op het verbeteren van het vertrouwen.
Deze aanbevelingen volg ik onverkort op. Ik ben mij ervan bewust dat er nog verdere
verbetering nodig is en het nog niet overal goed gaat. Ik zet hier samen met de NCG
op in en monitor of hier verbetering in wordt aangebracht.
Vraag 26 en 27
Hoe voorkomt u dat bewoners die uit huis moeten vanwege de versterkingsoperatie verschillen
ervaren in de manier waarop ze tijdelijk gehuisvest worden en de financiering hiervan?
Herkent u de signalen over gebrekkige wisselwoningen? Wat gaat u hieraan doen? Herkent
u de signalen over verschillen hierin tussen bewoners?
Antwoord 26 en 27
Nee, die signalen herken ik niet. Een wisselwoning is tijdelijk en zal natuurlijk
nooit als thuis voelen voor een bewoner. Er zijn wel verschillen tussen wisselwoningen.
Om zo goed mogelijk aan te sluiten bij de behoeften en persoonlijke situatie van bewoners
levert NCG maatwerk bij wisselwoningen, bijvoorbeeld voor kleinkinderen en huisdieren
Hierdoor kunnen er uitlegbare verschillen zijn tussen bewoners. Indien bewoners niet
tevreden zijn over hun tijdelijke huisvesting, kunnen zij daarover in gesprek met
NCG.
Vraag 28 en 29
Naast noodkreten vanuit buurten en straten ontvangen we ook veel noodsignalen van
bewoners die nog steeds vastlopen. Erkent u dat het daarom erg wrang is te lezen dat
er ook veel geld op de plank blijft liggen bij de verschillende regelingen voor het
oplossen van knelpunten en bijzondere situaties?
Hoe kan het dat er in 2025 veel minder is uitgegeven dan begroot voor vastgelopen
situaties (2,7 en 4,7 miljoen euro), de commissie bijzondere situaties (1,6 miljoen
euro) en knelpunten Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) (14,7 miljoen euro) terwijl
er zoveel knelpunten en vastgelopen situaties zijn?
Antwoord 28 en 29
Elk noodsignaal van een gedupeerde die vastloopt is er een te veel. Het komen tot
een oplossing in situaties die bij de vangnetten voorliggen, is vaak een langdurig
proces. Bij deze situaties is veelal sprake van een opeenstapeling van vaak complexe
(persoonlijke) omstandigheden. In samenwerking met betrokken partijen en de bewoner
wordt gezocht naar een totaaloplossing. Dit maakt dat de oplossing en daarmee ook
de kosten per situatie heel verschillend en van te voren niet goed te voorspellen
zijn. Daar bijkomend worden gemaakte kosten ook via de reguliere budgetten van de
NCG en het IMG gedekt. Indien nodig worden op advies van het Interventieteam Vastgelopen
Situaties en/of de Commissie Bijzondere Situaties middelen uit de knelpuntenpot bijgelegd.
Bovenstaande maakt dat de uitgaven kunnen afwijken van de begroting.
Bovenstaande geldt ook voor de inzet van de knelpuntenregeling die het IMG specifiek
tot zijn beschikking heeft om unieke en schrijnende situaties op te lossen wanneer
de wettelijke kaders daar onvoldoende ruimte voor bieden. De uitgaven voor de verschillende
vangnetten en de knelpuntenregeling van het IMG zijn dus geen geschikte indicatie
voor het aantal opgeloste situaties en de voortgang op het gebied van complexe casuïstiek.
IMG en NCG hebben het afgelopen jaar verdere stappen gezet om de langlopende en complexe
casuïstiek verder in beeld te brengen en lossen deze met prioriteit op. Het hiervoor
benodigde budget is beschikbaar en wordt benut.
Vraag 30
Ook mensen die bijgestaan worden door het interventieteam geven aan dat ze lang moeten
wachten tot knopen worden doorgehakt en beloftes om voor een bepaalde datum duidelijkheid
te geven niet worden gehaald. Kunt u aangeven hoe gezorgd kan worden dat beloftes
worden nagekomen en er sneller duidelijkheid kan komen voor betrokken gedupeerden?
Antwoord 30
Het Interventieteam (IVS) zoekt naar duurzame totaaloplossingen, elke casus is specifiek
en vraagt een maatwerkaanpak. Het kost tijd om de problematiek goed in beeld te brengen
en vraagt soms ook aanvullende deskundigheid of onderzoek. Ook is het van belang om
nauw overleg te voeren met gedupeerden en betrokken instanties. Feit blijft dat het
bieden van perspectief vaak ingewikkeld is en veel tijd kost, juist bij deze complexe
casuïstiek. Dat beloftes niet worden nagekomen herken ik niet. Een zorgvuldig proces
zoals hierboven beschreven vanuit IVS of CBS, zorgt er juist voor dat afspraken worden
nagekomen.
Vraag 31
Tegelijkertijd geven bewoners aan dat zij wel strak worden gehouden en binnen termijnen
moeten reageren; waarom doet de overheid niet wat zij wel van inwoners vraagt? Waarom
is er niet meer coulance richting inwoners wanneer zij extra tijd nodig hebben?
Antwoord 31
Dit beeld herken ik niet. Zowel IMG als NCG gaan soepel om met de termijnen als een
bewoner aangeeft extra tijd nodig te hebben. Hierom heb ik de motie van het lid Beckerman
c.s. (33 529, 1303) die mede hiertoe oproept ook Oordeel Kamer gegeven.
Het IMG heeft voorafgaand aan Nij Begun zijn beleid inzake de omgang met termijnen
versoepeld. Wanneer bewoners bijvoorbeeld meer tijd nodig hebben voor het indienen
van een zienswijze op een adviesrapport, kunnen zij daarvoor 4 weken extra krijgen.
Bewoners krijgen verder twee keer zoveel tijd als wettelijk vastgelegd in de Algemene
wet bestuursrecht om een bezwaar in te dienen, namelijk 12 in plaats van 6 weken.
Ook is het mogelijk binnen die termijn een pro forma bezwaar in te dienen, waarin
de bewoner kan aangeven meer tijd nodig te hebben voor het bezwaarschrift. De bewoner
wordt dus op verschillende momenten extra tijd geboden. Los van bovenstaande: als
een bewoner aangeeft nog extra tijd nodig te hebben, dan staat het IMG hier welwillend
tegenover.
Ook NCG gaat soepel om met beslistermijnen als een bewoner aangeeft meer tijd nodig
te hebben, ook als de formele bezwaartermijn al voorbij is.
Vraag 32
Voor 2025 werd geraamd dat er 112 miljoen euro zou worden uitgegeven aan versterking
in eigen beheer, daarvan is 78 miljoen euro niet uitgegeven. Erkent u dat dit zeer
problematisch is?
Antwoord 32
De versterkingsoperatie blijft een complex proces, waarbij het lastig te voorspellen
is welke uitgave wanneer en ten laste van welk budget wordt gedaan. Zo ook bij versterking
in eigen beheer. De geraamde uitgaven van de versterkingsoperatie in de ontwerpbegroting
2025 zijn gebaseerd op een einddatum van 2028, maar die planning is in het uitvoeringsjaar
van de begroting aangepast. Dit verklaart grotendeels de afwijking. Ik geef prioriteit
aan voortgang van de versterking en het beschikbaar zijn van voldoende middelen, middelen
die in 2025 niet tot besteding zijn gekomen zijn veelal doorgeschoven naar latere
jaren. Ik acht dit niet zeer problematisch.
Vraag 33 en 34
Veel mensen willen in eigen beheer versterken om regie te houden op hun huis en leven,
maar krijgen dit niet voor elkaar. Welke stappen gaat u zetten om te zorgen dat deze
regeling goed gaat lopen?
In het laatste debat is u een casus voorgelegd van mensen in een monumentale boerderij
die al jaren strijden om de inspectie in eigen beheer te mogen uitvoeren. Erkent u
het belang van deze mogelijkheid van eigen regie en welke stappen wilt u zetten om
te borgen dat ook inspectie in eigen beheer een serieuze optie wordt?
Antwoord 33 en 34
Ja. Ik kan mij goed voorstellen dat bewoners juist in een langdurig en ingrijpend
traject behoefte hebben aan regie. Daarom kan iedere bewoner de versterking onder
eigen regie laten uitvoeren, mits aan de voorwaarden uit de Tijdelijke wet Groningen
wordt voldaan. Wel is het zo dat aan het eind van iedere fase van bewoners wordt verwacht
dat zij aan NCG informatie aanleveren, zodat NCG kan beoordelen of die fase is uitgevoerd
conform de eisen die NCG stelt op basis van de TwG. Dit is noodzakelijk, omdat bewoners
altijd moeten kunnen terugvallen op NCG als de bewoner de versterking niet meer in
eigen regie wil uitvoeren. De versterking blijft een veiligheidsoperatie. Ook wanneer
bewoners kiezen voor versterken in eigen beheer, blijft NCG verantwoordelijk om te
toetsen of de versterking is uitgevoerd conform het vastgestelde uitvoeringsontwerp
en daarmee ook voldoet aan de veiligheidsnorm.
Vraag 35 en 36
De Groninger Bodembeweging (GBB) laat in haar rapport «de staat van het kerngebied»
duidelijk zien hoe bewoners in het kerngebied nog steeds te maken hebben met een stapeling
van problemen en bewoners zich nog steeds in de steek gelaten voelen. Kunt u een reactie
geven op dit rapport, waarbij u ook ingaat op welke acties u wilt ondernemen voor
juist deze groep gedupeerden?7
Deelt u de mening van de GBB dat de focus moet verschuiven naar de zwaarst gedupeerden?
Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 35 en 36
De Staat van het kerngebied maakt duidelijk dat bewoners met schade in het «kerngebied»,
nog te weinig merken van de veranderingen in de schadeafhandeling en versterking.
Het rapport geeft meer onderbouwing voor de regionale verschillen die ook in de Staat
van Groningen en Noord-Drenthe zijn gesignaleerd over de tevredenheid over de schadeafhandeling
en versterking. Zoals blijkt uit verschillende onderzoeken zijn de tevredenheidscijfers
over de schadeafhandeling gemiddeld genomen toegenomen, maar bestaan er ook substantiële
verschillen in ervaringen van bewoners. Daarbij is de waardering van de uitvoering
van de versterkingsoperatie nog steeds laag. Ook speelt de versterking bijna volledig
in het kerngebied af waarbij sprake is van een lage bewonerstevredenheid. Ik kan me
dan ook goed vinden in het leggen van focus op de zwaarst gedupeerden. Het IMG en
de NCG besteden daarom ook extra aandacht aan inwoners van dit gebied. Zo zijn er
verschillende gezamenlijke steunpunten van IMG en NCG in het versterkingsgebied, waar
inwoners met hun vragen terecht kunnen.
Daarnaast wil het IMG voor het eind van dit jaar ervoor zorgen dat alle mensen met
een langlopend fysiek schadedossier een keuze kunnen maken voor herstel of een vergoeding.
Waar nodig zet het IMG daar ook extra capaciteit voor in. Ook de vaste herhaalvergoeding,
waarmee na nieuwe bevingen nieuwe schades snel en makkelijk met een vast bedrag kunnen
worden vergoed, kan in dit gebied een verschil maken. Daarnaast begint het IMG later
dit jaar met het proactief benaderen van stille gedupeerden. Dat zijn inwoners die
nog geen gebruik hebben gemaakt van schaderegelingen terwijl zij hier wél recht op
hebben. Aanvullend gaat het IMG ook gedupeerden proactief benaderen die eerder wel
een aanvraag hebben gedaan, maar mogelijke (nieuwe) schade niet hebben gemeld, terwijl
zij waarschijnlijk wel (weer) geholpen kunnen worden. Met name in het gebied waar
de meeste bevingen hebben plaatsgevonden en nog steeds plaatsvinden, kan deze proactieve
aanpak een verschil maken voor de zwaarst gedupeerden. Ook de NCG geeft prioriteit
aan de zwaarst gedupeerden binnen de versterking. De NCG heeft hiervoor eerder dit
jaar de meest complexe en langlopende casussen in kaart gebracht om voor die adressen
met voorrang te komen tot een oplossingsrichting, en daarover het gesprek aan te gaan
met de bewoners.
In de kabinetsreactie op de Staat van Groningen & Noord-Drenthe zal ik ook ingaan
op de situatie van inwoners in dit gebied met de grootste problematiek en de daarvoor
benodigde verbeteracties. U ontvangt deze kabinetsreactie in juli.
Vraag 37 en 38
In 2023 werd de motie Beckerman/Nijboer aangenomen waarin het kabinet onder andere
werd verzocht om onterecht afgewezen schades, zoals B- en C-schades van de Nederlandse
Aardoliemaatschappij (NAM), alsnog te vergoeden; in 2025 presenteerde het kabinet
een plan om uitvoering te geven aan deze motie. Kunt u de resultaten hiervan delen?8
Hoeveel gedupeerden hebben inmiddels vergoeding gekregen, hoeveel gedupeerden wachten
nog? Waar zitten de knelpunten?
Antwoord 37 en 38
Eerder is door mijn voorgangers vastgesteld dat een volledige herbeoordeling van alle
individuele NAM- en CVW-schadedossiers niet uitvoerbaar is. Het gaat om bijna 100.000
schademeldingen waarbij dossiers vaak onvolledig zijn en uniforme beoordelingscriteria
ontbreken. Het vorige kabinet heeft daarom in 2025 een werkwijze gepresenteerd met
oplossingen die wel voor handen zijn voor oude NAM/CVW-schades. Deze werkwijze voorziet
deels in een generieke aanpak en deels in een aanpak op maat.
Met de Aanvullende Vaste Vergoeding (AVV) kunnen bewoners in het effectgebied hun
eerdere schadevergoeding onder voorwaarden door het IMG laten aanvullen tot € 10.000
per adres. Inmiddels is deze vergoeding aan ruim 47.000 bewoners toegekend. Hierbij
gaat het naast aanvullingen op eerder door de NAM en CVW afgehandelde schades ook
om aanvullingen op eerdere schadevergoedingen van de voorganger van IMG, de Tijdelijke
Commissie Mijnbouwschade Groningen, en het IMG zelf. De AVV regeling zal in de toekomst
ook aan oud-eigenaren worden aangeboden en biedt voor veel bewoners een praktische
oplossing voor verschillen die in het verleden zijn ontstaan.
Daarnaast is er voor een groep bewoners met schrijnende schadeproblematiek voor wie
de AVV onvoldoende oplossing biedt een aanpak op maat ingericht. Voorafgaand hieraan
is verkend wat de aard en omvang is van deze groep door gesprekken met de regio, maatschappelijke
organisaties en de uitvoeringsorganisaties. Hiervoor zijn casussen aangedragen, waaruit
het beeld naar voren is gekomen dat het om een zeer beperkte groep gaat. Tegelijkertijd
kan op basis van de aangeleverde casussen niet met zekerheid worden vastgesteld dat
hiermee alle situaties in beeld zijn. Daarom blijft het voor gemeenten, IMG en NCG
mogelijk om nieuwe casussen aan te dragen bij het Interventieteam Vastgelopen Situaties
(IVS). De bewoners met oude NAM- of CVW-schades die te maken hebben met schrijnende
en voortdurende problematiek kunnen in ieder geval terecht bij het IVS. Het IVS kan
integrale oplossingen bieden, zoals herstelplannen, sloop/nieuwbouw of financiële
ondersteuning. Momenteel is één dergelijke casus in behandeling genomen door het IVS.
Er is met de eigenaren overeenstemming over de oplossingsrichting die nu wordt uitgewerkt
en het IVS voorziet geen knelpunten bij de uitvoering.
Er zijn ook bewoners die nog verwikkeld zijn in procedures met de NAM. Hierover is
met de NAM contact geweest. Het betreft onder meer bewoners die met de NAM een schadevergoeding
zijn overeengekomen, maar deze nog niet (geheel) hebben ontvangen omdat door de bewoners
volgens NAM nog niet is voldaan aan de voorwaarden die eerder zijn vastgelegd in een
vaststellingsovereenkomst. De NAM heeft deze bewoners aangeboden om alsnog de (resterende)
vergoeding uit te keren.
Daarnaast zijn er nog 19 lopende rechtszaken tussen de NAM en bewoners of ondernemers.
De NAM heeft aangegeven mee te willen denken over afronding, maar geeft aan dat het
veelal omvangrijke claims betreft waarbij partijen ver uit elkaar liggen.
Los van de bovenstaande werkwijze kan het Team op Maat van het IMG in het kader van
de knelpuntenregeling onder bepaalde voorwaarden óók casuïstiek in behandeling nemen
waarbij sprake is van eerder behandelde NAM- of CVW schades om te komen tot een passende
totaaloplossing.
Vraag 39
Hoe beoordelen gedupeerden de aanpak en de vergoeding?
Antwoord 39
Het IMG vraagt bij de verschillende schaderegelingen naar de waardering daarvan door
de aanvrager. Dit doorlopende onderzoek, waarvan de resultaten jaarlijks worden gepubliceerd
in de Bouwen aan Herstel monitor, laat zien dat de Aanvullende Vaste Vergoeding in
2025 gemiddeld gewaardeerd werd met een 8,3. De tevredenheid over de werkwijze van
het Interventieteam Vastgelopen Situaties wordt niet separaat gemeten.
Vraag 40
In uw Kamerbrief over de gekozen uitwerking van de motie gaf u aan dat de door het
kabinet gemaakte keuzes «niet voor iedereen een passende oplossing [zullen] bieden».
Voor hoeveel gedupeerden komt er geen passende oplossing? Waar kunnen gedupeerden
zich melden wanneer zij in deze groep vallen?9
Antwoord 40
In de Kamerbrief van 12 september 2025 staat dat een substantieel deel van de groep
met oude NAM/CVW-schade geholpen kan worden met de AVV en, onder bepaalde voorwaarden,
met regelingen als duurzaam herstel en daadwerkelijk herstel van het IMG. Zoals in
het antwoord op vragen 37 en 38 is aangeven is er een zeer beperkte groep die niet
geholpen is met deze regelingen, omdat sprake is van schrijnende en complexe schadeproblematiek
waarvoor specifieke ondersteuning en een totaaloplossing nodig is. Met de regionale
partijen, het IMG en de NCG is afgesproken dat zij gedupeerden met deze problematiek
aandragen bij het Interventieteam Vastgelopen Situaties, die deze situaties beoordeelt
en ondersteuning biedt bij het vinden van een passende oplossing.
Vraag 41
Erkent u dat bewoners die genoegen moesten nemen met een korting van vijf procent
op de taxatiewaarde van hun woning omdat zij vielen onder de Stichting Proef Koopinstrument
(SPKI) en de opvolgers daarvan ongelijk zijn behandeld? Bent u bereidt dit alsnog
recht te zetten? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 41
Het koopinstrument is een laatste redmiddel als bewoners hun woning niet meer tegen
een «normale» prijs kunnen verkopen. Nadat bewoners voldoen aan de voorwaarden van
het Koopinstrument krijgen de eigenaren inderdaad een bod van 95% van de taxatiewaarde.
De gedachte daarachter is dat dit bod aanzienlijk hoger is dan de waarde van de woning
en dat het instrument als zodanig niet de markt mag verstoren. Bovendien is het Koopinstrument
destijds ook ontwikkeld gezamenlijk met de waardedalingsregeling van IMG die complementair
aan elkaar zijn.
Bovenstaande geldt al sinds het begin van het koopinstrument en het percentage is
sindsdien niet veranderd. Er is dus geen sprake van een ongelijke behandeling tussen
bewoners die gebruik hebben gemaakt van deze regeling.
Vraag 42
Achter elk onderbestedingscijfer in de verantwoordingsdagstukken zitten vaak schrijnende
verhalen van mensen. Bent u bereid op korte termijn met de bewoners die de verhalen
uit deze Kamervragen hebben gedeeld in gesprek te gaan?
Antwoord 42
Zoals ik in mijn beantwoording van de vragen 1,3, 4 en 29 heb aangegeven, duidt een
lagere besteding niet in alle gevallen op problemen of schrijnende situaties. Dat
laat onverlet dat ik ook zie dat er nog te veel mensen zijn met langlopende dossiers
en dat het hier soms om heel schrijnende situaties gaat. Ik heb op 22 juni jl. een
bezoek gebracht aan bewoners van de Schipsloot en heb toen ook gesproken over de ervaringen
en frustraties van bewoners. Hier was ook regeringscommissaris Henk Nijboer bij aanwezig.
Hij is door het kabinet aangesteld om partijen in de regio bij elkaar te brengen en
om mij te adviseren over het wegnemen van knelpunten die voortgang van de versterking
en schadeafhandeling belemmeren.
Vraag 43
In het vorige week gepresenteerde jaarverslag van de Nationale ombudsman waarschuwt
deze voor het gevaar dat de overheid de behoefte van de burger te weinig centraal
stelt in hersteltrajecten, zoals bij de toeslagenaffaire en de aardbevingsschade in
Groningen. Herkent u dit? Zo ja, hoe zorgt u dat de behoefte van inwoners wel centraal
komt te staan?
Antwoord 43
Ja, ik herken dit risico. De parlementaire enquêtecommissie die onderzoek heeft gedaan
naar de gaswinning in Groningen heeft daarom ook expliciet geadviseerd om samen mét
Groningers in dialoog te treden over hoe de ereschuld wordt ingelost. Hier geeft het
kabinet op verschillende manieren invulling aan. Zo hebben honderden inwoners meegedacht
over de uitwerking van de Sociale Agenda, worden doorlopend initiatieven genomen om
jongeren te betrekken, hebben IMG en NCG een burgerpanel en bewonersadviesraad ingesteld,
en is in het PEGA-wetsvoorstel vastgelegd dat de conclusies en aanbevelingen uit de
Staat van Groningen & Noord-Drenthe expliciet met inwoners worden besproken. Vorige
maand hebben bijvoorbeeld 152 gesprekken plaatsgevonden met inwoners in Loppersum,
Delfzijl, Appingedam, Winsum, Uithuizen, Ten Boer, Veendam, Winschoten en Paterswolde
naar aanleiding van het verschijnen van de Staat van Groningen & Noord-Drenthe 2026.
In de kabinetsreactie op de Staat van Groningen & Noord-Drenthe kom ik terug op deze
gesprekken.
Vraag 44
De Ombudsman waarschuwt voorts dat wanneer de overheid tekortschiet in hersteltrajecten,
het vertrouwen van de burger verder afbrokkelt. Herkent u dit signaal en hoe gaat
u hiermee om?
Antwoord 44
Ik ben het hiermee eens. Cijfers uit de Staat van Groningen & Noord-Drenthe die ik
u vorige maand heb toegestuurd, laten zien dat het vertrouwen in de overheid van Groningers
en Noord-Drenten al lange tijd gemiddeld genomen lager is dan in de rest van Nederland.10 Vertrouwen keert niet van de ene op de andere dag terug. De hersteloperatie in Groningen
en Noord-Drenthe vordert weliswaar gestaag, maar doet een groot beroep op het geduld,
de flexibiliteit en het incasseringsvermogen van mensen. Dat vraagt om een overheid
die oog heeft voor wat schade en versterking met mensen doet, en geen onrealistische
verwachtingen wekt. Laagdrempelig contact is daarbij cruciaal. Zo investeren het IMG
en de NCG in persoonlijk contact, bijvoorbeeld met fysieke steunpunten in bibliotheken
en dorpshuizen, en met individuele toelichtingen op schadebesluiten of versterkingsadviezen.
Uiteindelijk zal het vertrouwen van mensen vooral moeten verbeteren door concrete
resultaten: veilige, verduurzaamde huizen en herstelde schade. Om dit doel te helpen
bereiken, heeft het kabinet Henk Nijboer aangesteld als regeringscommissaris. Hij
zal volop in de regio zijn om de samenwerking tussen partijen te bevorderen, en zichtbaar
en aanspreekbaar te zijn voor inwoners, maatschappelijke partijen, medeoverheden en
andere betrokkenen. Hij kan mij daarover gevraagd en ongevraagd van advies voorzien.
Vraag 45
Kunt u deze vragen beantwoorden vóór het eerstvolgende Kamerdebat?
Antwoord 45
Ja.
Ondertekenaars
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.