Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Schilder en Moinat over het bericht 'Drugs, vechtpartijen en gebrek aan controle, zo ontspoort de markt voor begeleid wonen'
Vragen van de leden Schilder en Moinat (beiden Groep Markuszower) aan de Ministers van Justitie en Veiligheid en van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over het bericht «Drugs, vechtpartijen en gebrek aan controle, zo ontspoort de markt voor begeleid wonen» (ingezonden 27 mei 2026).
Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 22 juni
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2278.
Vraag 1
Bent u bekend met het onderzoek van Follow The Money over ernstige misstanden binnen
de sector begeleid wonen voor kwetsbare jongeren?1
Antwoord 1
Ja, daarmee ben ik bekend. De situaties die in het artikel worden beschreven zijn
ernstig. Met name omdat jeugdigen hier de dupe van zijn en als gevolg hiervan vaak
niet de zorg krijgen die nodig is. Voor het kabinet staat voorop dat de kwaliteit,
veiligheid en rechtmatigheid van de (jeugd)zorg centraal staan.
Vraag 2
Hoeveel meldingen, signalen of aangiften zijn de afgelopen vijf jaar gedaan over geweld,
drugsgebruik, seksuele uitbuiting, mensenhandel, intimidatie, criminele uitbuiting
of ondermijning binnen instellingen voor begeleid wonen en hoelang zijn deze signalen
al bekend bij gemeenten, inspecties, politie en het Rijk?
Antwoord 2
Begeleid wonen is een sector die qua toezicht verdeeld is over meerdere toezichthouders
en financieringsstromen, waardoor een totaalcijfer niet beschikbaar is.
Vraag 3
Klopt het dat jongeren binnen sommige woonvoorzieningen in aanraking komen met drugscriminelen,
geweld en criminele ronselaars en deelt u de mening dat het onacceptabel is dat jongeren
die bescherming nodig hebben juist in zulke omgevingen terechtkomen?
Antwoord 3
Ik ben helaas bekend met deze signalen en deel de mening dat dit onacceptabel is.
De afgelopen periode heb ik meerdere maatregelen ingezet om screening en toezicht
op zorg- en jeugdhulpaanbieders in het algemeen te versterken en verder aan te scherpen.
Via de Kamerbrief van 15 april jl. heb ik u geïnformeerd dat ik besloten heb aan de
slag te gaan met een wetsvoorstel waarmee ook een vergunningplicht voor jeugdhulpaanbieders
wordt ingevoerd2. Ik ben ook van plan de vergunningplicht voor Wmo-aanbieders in te voeren.
Vraag 4
Hoeveel aanbieders van begeleid wonen zijn de afgelopen vijf jaar onderzocht, gesloten,
geschorst of strafrechtelijk aangepakt wegens fraude, witwassen, misbruik van zorggeld,
ondeugdelijke zorg of banden met georganiseerde criminaliteit?
Antwoord 4
Begeleid wonen is een sector die qua toezicht verdeeld is over meerdere toezichthouders
en financieringsstromen, waardoor een totaalcijfer niet beschikbaar is.
Vraag 5
Hoe verklaart u dat het blijkbaar relatief eenvoudig is om een zorginstelling of woonvoorziening
voor kwetsbare jongeren te starten terwijl toezicht, screening en controle volgens
het onderzoek ernstig tekortschieten?
Antwoord 5
Door de decentralisatie en inkoop van jeugdhulp op gemeenteniveau ligt de contractering
bij verschillende gemeenten en hanteren zij verschillende eisen. Ik erken dat de huidige
toelating van nieuwe jeugdhulpaanbieders in sommige gevallen te eenvoudig is en te
weinig randvoorwaarden biedt om malafide aanbieders te weren. Daarom heb ik besloten
ook een vergunningplicht voor jeugdhulpaanbieders en Wmo-aanbieders te introduceren.
De verwachting is dat het wetsvoorstel waarin dat wordt geregeld in 2028 kan worden
aangeboden aan de Tweede Kamer.
Vraag 6
Klopt het dat gemeenten in sommige gevallen tienduizenden euro’s per maand betalen
voor één jongere in begeleid wonen en hoe wordt gecontroleerd dat dit geld daadwerkelijk
aan zorg, begeleiding en veiligheid wordt besteed?
Antwoord 6
Hoewel het Ministerie van VWS daar geen centrale administratie over bijhoudt, blijkt
dat uit de tarieven dat dit voor kan komen. De gemeente is verantwoordelijk voor de
rechtmatigheid van gedeclareerde zorg en ondersteuning op grond van de jeugdwet en
Wmo en de prijzen die zij hanteren bij inkoop daarvan.
Vraag 7
Deelt u de opvatting dat bestaande toelatingseisen, screening en toezicht kennelijk
onvoldoende effectief zijn wanneer aanbieders met dubieuze praktijken of banden met
criminaliteit actief kunnen blijven? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Het toezicht op de uitvoering van de Jeugdwet is belegd bij verschillende partijen
die hierin vanuit hun eigen expertise een verantwoordelijkheid hebben. Er zijn recentelijk
maatregelen genomen om het toezicht verder aan te scherpen en het Kabinet heeft aanvullende
maatregelen aangekondigd, zoals in het antwoord op vraag 5 en 8 te lezen is.
Toezicht kan incidenten helaas nooit helemaal voorkomen. Toezichthouders kunnen ook
niet overal tegelijk zijn. Daarom maken toezichthouders op grond van risicoanalyse
keuzes over waar de risico’s het grootst zijn en toezicht het meest effectief is.
Hierbij is het belangrijk dat toezichthouders waar mogelijk informatie met elkaar
uitwisselen en goed en multidisciplinair met elkaar samenwerken, zodat zij elkaar
ook kunnen aanvullen en versterken.
Vraag 8
Ziet u aanleiding bestaande screening, integriteitstoetsen en financiële controles
voor aanbieders van begeleid wonen verder aan te scherpen en met een landelijke aanpak
tegen malafide zorgaanbieders te komen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
Het kabinet komt met een stevig pakket maatregelen om zorgfraude en ondermijnende
criminaliteit in de zorg harder aan te pakken. Het kabinet wil voorkomen dat malafide
zorgaanbieders zich eenvoudig kunnen vestigen of na eerdere overtredingen opnieuw
kunnen starten in de zorg. Daarom werkt het kabinet aan een wetsvoorstel om de toetredingseisen
te versterken. Uitgangspunt is een duidelijk norm en voor alle nieuwe en herstartende
aanbieders van zorg. Nieuwe en herstartende zorgaanbieders worden ook strenger gecontroleerd,
de inzet van de Wet Bibob wordt uitgebreid en toezicht- en opsporingsdiensten krijgen
extra capaciteit om fraudeurs sneller op te sporen en aan te pakken. Daarmee wil het
kabinet voorkomen dat publiek zorggeld verdwijnt naar criminelen in plaats van naar
mensen die zorg nodig hebben. Voor de aanpak is oplopend tot 50 miljoen euro per jaar
beschikbaar. Dit heb ik op 8 juni jl. in een brief aan uw Kamer gecommuniceerd3.
Ook zijn in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) afspraken gemaakt om het
gemeentelijk toezicht binnen de Jeugdhulp en WMO2015 te verstevigen en te professionaliseren.
Ik ben momenteel met de VNG in gesprek over wat nodig is om het gemeentelijk toezicht
te verstevigen. Daarnaast is sinds 1 januari 2026 de Wet verbetering beschikbaarheid
jeugdzorg (Wvbj) van kracht. De wet stelt strengere eisen aan de financiële bedrijfsvoering
en verantwoording van jeugdhulpaanbieders.
Vraag 9
Acht u de huidige bevoegdheden en capaciteit van gemeenten, de Inspectie Gezondheidszorg
en Jeugd en opsporingsdiensten voldoende om misstanden snel aan te pakken en bent
u bereid met spoed te komen met een landelijke aanpak tegen fraude, criminaliteit,
geweld en falend toezicht binnen begeleid wonen en de jeugdzorgsector en de Kamer
hierover vóór het zomerreces te informeren?
Antwoord 9
Zie het antwoord op vraag 7 en 8. Op 15 april en op 8 juni jl. heb ik aangekondigd
welke maatregelen het Kabinet neemt om fraude binnen de (jeugd)zorgsector aan te pakken
en het toezicht te verstevigen. Ik ga de komende tijd aan de slag om deze maatregelen
uit te werken.
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.