Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Heutink over het nieuwsbericht dat bruggen, sluizen en wegen in verval raken, maar het geld voor de hoognodige reparaties ontbreekt
Vragen van het lid Heutink (Groep Markuszower) aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over het nieuwsbericht dat bruggen, sluizen en wegen in verval raken, maar het geld voor de hoognodige reparaties ontbreekt (ingezonden 19 mei 2026).
Antwoord van Minister Karremans (Infrastructuur en Waterstaat), mede namens de Staatssecretaris
van Infrastructuur en Waterstaat (ontvangen 19 juni 2026)
Vraag 1
Bent u op de hoogte van dit nieuwsartikel?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoeveel bruggen, viaducten, tunnels en sluizen verkeren in een slechte staat en wat
is bij ieder van deze objecten het risico op instorten? Kunt u een allesomvattende
lijst toezenden?
Antwoord 2
Op 8 december 2025 zijn de rapportages over de Staat van de Infrastructuur Rijkswaterstaat
en ProRail met de Kamer gedeeld.2 In deze rapportages wordt per netwerk inzicht gegeven in de resterende levensduur
en veiligheidsrisico's.
In de RWS-rapportage wordt ook gerapporteerd over het aantal kunstwerken dat in een
slechte staat verkeert, te weten kunstwerken met gebruiksbeperkingen en/of kunstwerken
die onder een verhoogd inspectieregime staan. In de meest recente rapportage gaat
het om respectievelijk 80 kunstwerken met een gebruiksbeperking en 104 kunstwerken
die onder een verhoogd inspectieregime staan. Het «risico op instorten» is geen indicator,
aangezien de veiligheid van (vaar)weggebruikers reeds wordt gewaarborgd door middel
van gebruiksbeperkingen en inspecties.
In de ProRail-rapportage is aangegeven dat de algemene staat van de Nederlandse spoorweginfrastructuur
gemiddeld genomen wordt beoordeeld als «ruim voldoende». De technische prestaties
zijn beheersbaar, de betrouwbaarheid is goed en de veiligheid van de assets blijft
geborgd. Ondanks de beoordeling «ruim voldoende» laat de ontwikkeling over de afgelopen
vijf jaar een neerwaartse trend zien. Daarnaast verwacht ProRail dat de opgave in
de komende tien tot vijftien jaar verder zal toenemen, met name voor (beweegbare)
bruggen, bovenleidingsystemen, tunneltechnische installaties en beveiligingssystemen
(in samenhang met ERTMS-programma).
Vraag 3
Als, volgens u, 60% van de bruggen op het hoofdwegennet de levensduur al heeft bereikt
of zelfs heeft overschreden, wat zegt dit dan over het risico dat Nederlanders lopen
door hier overheen en/of onderdoor te rijden?
Antwoord 3
Om de veiligheid van de gebruikers zo veel mogelijk te waarborgen, vinden er extra
inspecties plaats en worden er indien nodig beheersmaatregelen genomen. Voorbeelden
hiervan zijn ondersteuningsconstructies of ingrijpende beperkingen, zoals snelheidsverlagingen,
gewichtsbeperkingen of zelfs langdurige afsluitingen. Voor IenW, waaronder Rijkswaterstaat,
staat veiligheid voorop.
Vraag 4
Bent u van mening dat het niet langer uit te leggen is dat er geen extra geld wordt
vrij gemaakt voor de verouderde infrastructuur nu de negatieve gevolgen alsmaar toenemen?
Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Ik deel de zorg over negatieve gevolgen door verouderde infrastructuur. Het is positief
dat in het coalitieakkoord extra middelen zijn vrijgemaakt na 2030.
Ondanks deze middelen, zijn de opgaven en ambities op het gebied van infrastructuur
groot, en zijn de beschikbare middelen en mensen schaars. Daarom is het onvermijdelijk
dat er scherpe keuzes moeten worden gemaakt. Dit is toegelicht in de Kamerbrief Prioritering
Mobiliteitsfonds en Deltafonds van 16 maart.3 Om die reden werkt IenW aan een prioritering over de gehele breedte van de infrastructurele
opgaven om het beschikbare geld zo goed en efficiënt mogelijk aan het werk te zetten
voor Nederland.
In de Kamerbrief die uw Kamer voorafgaand aan het commissiedebat Strategische Keuzes
Bereikbaarheid van 23 juni heeft ontvangen, wordt een afweegkader gepresenteerd op
basis waarvan de prioritering zal plaatsvinden. Het gesprek over dit afweegkader vindt
plaats tijdens voornoemd debat.
Vraag 5
Hoe gaat u onderhoud van bestaande infrastructuur prioriteit geven terwijl ook bestaande
fileknooppunten, waaronder maar niet uitsluitend knooppunt A1 Hoevelaken en de N35,
worden opgelost?
Antwoord 5
Over de volle breedte van beide fondsen én de middelen uit het coalitieakkoord zal
er geprioriteerd worden, zowel over de infrastructurele opgaven als over de dekking
hiervan. De prioritering betreft zowel de exploitatie, onderhoud en vernieuwing van
bestaande infrastructuur als de ontwikkeling van nieuwe infrastructuur, waaronder
de ontwikkeling rondom bestaande fileknooppunten.
Middels deze prioritering zet IenW zich in om gedurende deze kabinetsperiode de meest
urgente instandhoudings- en MIRT-projecten van voldoende budget te voorzien, zodat
deze kunnen worden voorbereid en kunnen worden uitgevoerd. Er worden vooraf geen projecten
of programma’s uitgesloten van deze prioritering, met uitzondering van de (deel)projecten
waarbij reeds juridische verplichtingen zijn aangegaan.
Vraag 6
Hoeveel geld is er nodig om te voldoen aan de gehele onderhoudsopgave en hoeveel komt
u tekort?
Antwoord 6
De Algemene Rekenkamer heeft in haar verantwoordingsonderzoek over 2025 aangegeven
dat voor de gehele instandhoudingsopgave van Rijkswaterstaat een bedrag van circa
€ 75,3 miljard nodig is voor de periode 2025 tot en met 2039. In diezelfde periode
wordt er in het Mobiliteitsfonds en Deltafonds voor een bedrag van circa € 40,9 miljard
ter beschikking gesteld. Het geraamde tekort in die periode wordt daarmee in het verantwoordingsonderzoek
geraamd op circa € 34,5 miljard voor de instandhouding van alle drie de RWS-netwerken.
Het tekort op de exploitatie, onderhoud en vernieuwing van het spoornetwerk bedroeg
conform de brieven van 15 juli 20254 en 23 januari 20265 circa € 20 miljard. Het gaat daarbij om instandhouding, ERTMS, de HSL, TEN-T en de
Nedersaksenlijn. Van het tekort van ca. € 20 miljard bedraagt het nieuw berekende
instandhoudingstekort, waar in de brief van 23 januari 2026 naar wordt verwezen inclusief
gehonoreerde claims in het kader van de voorjaarsbesluitvorming 2026, circa € 3,1
miljard. Dit tekort bestaat voor circa € 2,1 miljard uit indexatiespanning (prijspeil
2025).
In het coalitieakkoord worden er extra middelen beschikbaar gesteld voor het beheer
en onderhoud van infrastructuur en voor de ontsluiting van nieuwe woningbouwlocaties.
Hiervoor wordt in de periode 2031 tot en met 2035 jaarlijks € 1,1 miljard euro beschikbaar
gesteld. Vanaf 2036 is structureel € 500 miljoen euro per jaar beschikbaar.
Vraag 7
Hoeveel economische schade ontstaat er jaarlijks als gevolg van uitgestelde werkzaamheden,
omleidingen, afsluitingen, filevorming en overige noodmaatregelen?
Antwoord 7
Het Kennisinstituut Mobiliteit van IenW heeft in 2023 onderzoek gedaan naar de maatschappelijke
kosten als gevolg van files. Deze zijn voor het hoofdwegennet berekend op circa € 2,7–3,5
miljard euro per jaar. Een gedetailleerd inzicht van de economische schade als gevolg
van de andere gevraagde factoren valt niet te geven.
Vraag 8
Welke concrete maatregelen bent u van plan te nemen om verdere achteruitgang tegen
te gaan?
Antwoord 8
Het kabinet blijft zich ondanks de schaarste aan middelen en mensen, inzetten om binnen
de beschikbare ruimte de basisuitvoering van Rijkswaterstaat te borgen, conform de
aangenomen motie Stoffer/Grinwis over de uitvoeringscapaciteit van Rijkswaterstaat.6
Om de basis van onze infrastructuur weer op orde te krijgen en op deze goede basis
uiteindelijk weer verder te kunnen bouwen, moet er over de gehele breedte van de infrastructurele
opgaven worden geprioriteerd. Om te komen tot een politiek gedragen en voor Nederland
optimale uitkomst van deze prioritering zetten we vier stappen:
1. Tijdens het Tweeminutendebat van 26 maart heeft de Kamer moties ingediend met elementen
die bij de afweging dienen te worden meegewogen. De aangenomen moties zijn te vinden
in de Kamerbrief die voorafgaand aan het commissiedebat Strategische Keuzes Bereikbaarheid
van 23 juni met uw Kamer is gedeeld.
2. Op basis van de aangenomen moties stelt het kabinet een afweegkader op voor de volgorde
waarin de beschikbare middelen worden ingezet voor instandhouding en ontwikkeling
van nieuwe infrastructuur. Dit afweegkader is eveneens te vinden in de Kamerbrief
die voorafgaand aan het commissiedebat Strategische Keuzes Bereikbaarheid van 23 juni
met de Kamer is gedeeld. Het gesprek over het afweegkader vindt plaats tijdens voornoemd
debat.
3. Na bespreking van het afweegkader in het commissiedebat Strategische Keuzes Bereikbaarheid
op 23 juni a.s. en verwerking van eventuele aangenomen moties door de Kamer stelt
het kabinet het afweegkader vast. Op basis van het afweegkader wordt vervolgens een
transparante en herleidbare prioritering opgesteld.
4. De besluitvorming over de prioritering van het MIRT vindt vervolgens plaats in de
bestuurlijke overleggen MIRT dit najaar en het daaropvolgende commissiedebat met de
Kamer. De budgettaire verwerking vindt plaats bij de Voorjaarsnota 2027.
Vraag 9
Kunt u garanderen dat er in Nederland nooit een viaduct, brug, tunnel of sluis zal
instorten als het gevolg van uitgestelde, dan wel niet-uitgevoerde, herstelwerkzaamheden
vanwege geldgebrek? Zo ja, hoe gaat u dat voorkomen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
Rijkswaterstaat en ProRail hanteren strenge inspectieregimes en voeren regelmatig
inspecties uit aan de objecten en/of de assets. Veiligheid staat daarbij voorop. Als
de veiligheid niet kan worden gegarandeerd, worden er beheersmaatregelen genomen of
worden objecten en/of de assets afgesloten. Hiermee wordt de veiligheid zo veel als
mogelijk gewaarborgd en worden de wettelijke vereisten ten aanzien van de constructieve
veiligheid in acht genomen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Mede namens
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat