Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Mutluer over de stijging van wapenbezit onder jongeren
Vragen van het lid Mutluer (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de stijging van wapenbezit onder jongeren (ingezonden 18 mei 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 17 juni 2026)Zie
ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2175
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat de politie in 2025 ruim 2.300 wapens bij jongeren
in beslag heeft genomen en dat het aantal vuurwapens onder minderjarigen met circa
50 procent is gestegen?1 Hoe beoordeelt u deze ontwikkeling?
Antwoord 1
Ja. Er is een zorgelijke toename zichtbaar in de inbeslagname van wapens onder minderjarigen
in vergelijking met de politiecijfers van 2022, waarbij het voornamelijk gaat om steekwapens
(947 in 2025 t.o.v. 742 in 2022). Het bezitten, dragen en gebruiken van een wapen
onder jongeren vind ik zeer problematisch. Het is van wezenlijk belang dat wapenincidenten
bij en met jongeren worden voorkomen en het welzijn en de veiligheid van jongeren
wordt bevorderd.
Een belangrijke kanttekening met betrekking tot de huidige politiecijfers betreft
dat deze mogelijk een vertekend beeld geven, gezien er tegenwoordig beter geregistreerd
wordt dan voorheen. Dit houdt in dat de feitelijke toename van inbeslagnames van wapens
onder minderjarigen wellicht minder sterk is dan de gepubliceerde cijfers suggereren.
Ik volg de ontwikkelingen op het gebied van jeugdcriminaliteit nauwgezet, onder andere
door middel van de Monitor Jeugdcriminaliteit. Tussen 2023 en 2025 is een stijging
te zien in de verdachtencijfers van wapen gerelateerde delicten van 16 procent. De
meest recente cijfers over veroordeelde daders van (ernstige) geweldsdelicten gaan
tot en met 2023, daarin is geen toename te zien. Aangezien de cijfers doorgaans schommelen
zonder duidelijke oorzaak kijk ik vooral naar trends op de lange en middellange termijn.
Dit najaar verwacht ik een nieuwe rapportage van de Monitor Jeugdcriminaliteit met
daarin naast een actualisatie van dadercijfers ook cijfers vanuit zelfrapportagegegevens
met betrekking jeugdige delinquentie. Hiervan zal ik u dan ook dit najaar in kennis
stellen samen met een beleidsreactie.
Vraag 2
Kunt u verklaren waarom het vuurwapenbezit onder minderjarigen in korte tijd zo sterk
is toegenomen? Zo nee, bent u bereid hier onderzoek naar te doen en de Kamer hierover
te informeren?
Antwoord 2
Ik deel de zorgen om de sterke toename in de politiecijfers rondom de inbeslagname
van wapens onder jongeren. Zoals hierboven genoemd vind het ook van belang nuance
aan te brengen in deze cijfers, ten gevolge van de verbeterde registratie bij de politie.
De afgelopen jaren heeft mijn ministerie in samenwerking met onder andere het Ministerie
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, gemeenten, het Centrum voor Criminaliteitspreventie
(CCV) en Veiligheid, stichting Halt, het Openbaar Ministerie (OM), de politie, de
Raad voor de Kinderbescherming, Jeugdzorg Nederland en de Vereniging van Nederlandse
Gemeenten (VNG) diverse onderzoeken uitgevoerd naar de wapenproblematiek onder jongeren.
Dit betreft onder andere het rapport «Tekortgeschoten», een analyse van de problemen en oorzaken bij (de aanpak van) wapens onder jongeren,
en «Een scherpe blik op steekwapenproblematiek», een literatuuronderzoek naar de risicofactoren en motieven naar het dragen, bezitten
en gebruiken van steekwapens onder jongeren.2
3 Er komen verschillende «push- en pull» factoren naar voren die een voedingsbodem
creëren voor het bezitten, dragen en gebruiken van wapens onder jongeren. De meest
voorkomende factor betreft daarin onveiligheidsgevoelens. Door zich te bewapenen trachten
jongeren dit voelen te verminderen of weg te nemen.
Vraag 3
Welke rol spelen sociale media zoals Snapchat en Instagram bij online wapenhandel,
criminele ronseling en de verheerlijking van geweld onder jongeren? Klopt het dat
wapens nog altijd relatief eenvoudig online verkrijgbaar zijn? Welke maatregelen worden
hiertegen genomen?
Antwoord 3
We weten dat sociale media platforms, zoals Snapchat en Instagram, gebruikt worden
voor negatieve doeleinden zoals het delen van geweldsbeelden, online handel in illegale
middelen zoals wapens en voor het ronselen van jongeren voor criminele klussen. Daarbij
klopt het dat wapens online nog steeds relatief makkelijk te verkrijgen zijn. Een
recent voorbeeld hiervan is de «ROBA-zaak» waarbij naar aanleiding van signalen over
postpakketten met vuurwapens (alarmpistolen) afkomstig uit Estland een onderzoek is
opgestart.4 Bij een landelijke actiedag naar aanleiding daarvan zijn tientallen vuurwapens aangetroffen
en 14 verdachten aangehouden. Veel van deze zendingen waren bestemd voor personen
die al binnen de politiesystemen voorkwamen in relatie tot vuurwapenbezit of betrokkenheid
bij geweldsincidenten; vooral (criminele) jongeren tussen de 20 en 25 jaar.
Deze alarmpistolen zijn relatief eenvoudig om te bouwen tot reguliere vuurwapens en
deze blijken in steeds grotere mate te worden gebruikt voor criminele doeleinden en
geweldsdelicten. Op internationaal niveau verschilt de wetgeving omtrent gas- en alarmpistolen
nog zodanig dat deze in buurlanden erg eenvoudig te verkrijgen en om te bouwen zijn.
Het voornoemde onderzoek richtte zich op slechts één aanbieder van dergelijke wapens
vanuit Estland. Er zijn meerdere online aanbieders van dergelijke wapens. Ruim 40%
van de in Nederland inbeslaggenomen vuurwapens zijn omgebouwde/gemodificeerde vuurwapens.
Dat toont aan hoe groot dit probleem is en hoe belangrijk het is hier tegen op te
treden. Zoals uit de hiervoor genoemde actiedag blijkt heeft de aanpak van illegale
wapens daarom ook prioriteit bij politie en OM.
Recent onderzoek van Politie en Wetenschap laat zien in hoeverre en op welke manier
jongeren van 16 tot en met 27 jaar via sociale media worden geronseld voor criminele
klussen.5 Uit dit onderzoek blijkt dat 80 procent van de respondenten nooit oproepen op sociale
media heeft gezien waarin personen werden gezocht voor het plegen van een drugs- of
geweldsdelict. Daar tegenover staat dat 6,1 procent van de respondenten wel aangaf
ooit via sociale media benaderd te zijn voor een drugs- en/of gewelds-gerelateerde
klus. Het onderzoek noemt echter ook dat het merendeel van de professionals en jongeren
aangeeft dat jongeren voornamelijk geleidelijk via hun (in)directe sociale netwerk,
zoals familieleden en klas- en buurtgenoten, in aanraking komen met criminaliteit.
Dit laat zien dat het onderscheid tussen online en offline geen recht doet aan de
belevingswereld van jongeren. Deze twee domeinen zijn bij jongeren nauw met elkaar
verweven, waarbij we inmiddels spreken over de hybride wereld die voor jongeren hun
werkelijkheid is.
Om het deel van de jongeren die via sociale media worden benaderd hulp te bieden,
financiert mijn ministerie de online chat Keerpunt. Via Keerpunt kunnen jongeren die
vastzitten in de criminaliteit of gevraagd worden voor een klus anoniem chatten met
een hulpverlener. Wanneer nodig wordt een jongere hulp aangeboden in zijn of haar
regio. Ook werkt Keerpunt via proactieve outreach, waarbij actief (potentiële) slachtoffers
worden benaderd en naar het online platform worden bewogen. Om nog beter zicht te
krijgen op de modus operandi van online ronselaars wordt hier in opdracht van mijn
ministerie cyclisch onderzoek naar uitgevoerd. Deze eerste resultaten worden in een
handzame factsheet voor professionals verwerkt waarvan de eerste versie nog in de
zomer van 2026 wordt verwacht.
Verder gelden er in zijn algemeenheid voor sociale media platforms zorgvuldigheidsverplichtingen
en verantwoordelijkheden die de Digital Services Act (DSA) oplegt. De DSA verplicht
onder meer dat online platforms illegale content verwijderen of ontoegankelijk maken
zodra zij hier kennis van hebben. Doen zij dat niet, dan kunnen zij geen beroep doen
op de beperking van aansprakelijkheid die zij in beginsel genieten. Daarnaast verplicht
artikel 28 DSA tot passende en evenredige maatregelen om een hoog niveau van privacy,
veiligheid en bescherming van minderjarigen te waarborgen. Platforms zoals Snapchat
en Instagram zijn onder de DSA aangemerkt als zeer grote online platforms. Voor deze
platforms gelden aanvullende zorgvuldigheidsverplichtingen. Zo dienen op grond van
artikel 34 systeemrisico’s in kaart te worden gebracht en op grond van artikel 35
risicobeperkende maatregelen te worden genomen.
Op basis van vermoedens over risico’s voor minderjarigen, waaronder ronselen, en ontoereikende
mechanismen om illegale content te melden, heeft de Europese Commissie, als toezichthouder
op de zeer grote online platforms, op 26 maart jl. een formeel onderzoek ingesteld.
Afhankelijk van de uitkomsten kunnen hieruit maatregelen volgen.
Vraag 4
Wanneer kan de Kamer de nieuwe Wet Wapens en Munitie verwachten? Klopt het dat deze
nog dit jaar wordt ingediend? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Voor de ontwikkeling van nieuw beleid en een nieuwe Wet wapens en munitie zijn de
knelpunten in het huidige stelsel in kaart gebracht. Momenteel worden de knelpunten
verder geanalyseerd in relatie tot mogelijke oplossingsrichtingen/beleidsvoorstellen.
In mijn brief van 17 juni heb ik uw Kamer geïnformeerd over de planning van de nieuwe
Wet wapens en munitie en de uitwerking van de knelpunten. Ik streef ernaar u na de
zomer te informeren over de uitwerking van de beleidsvoorstellen.
Parallel aan dit inhoudelijke traject wordt de opbouw en systematiek van de nieuwe
wet nader uitgewerkt. Bij een voorspoedige voortgang kan, na afstemming met het veld,
in de eerste helft van 2027 het wetsvoorstel in consultatie gaan. Na de uitwerking
van de consultatieadviezen en uitvoeringstoetsen wordt het conceptwetsvoorstel voor
advies aan de Raad van State aangeboden. De planning is om eind 2027 het conceptwetsvoorstel
aan de Tweede Kamer aan te bieden.
Vraag 5
Beschikt de politie over voldoende capaciteit en expertise om online wapenhandel en
criminele netwerken die minderjarigen inzetten proactief op te sporen? Zo nee, wat
zijn hiervan de gevolgen?
Antwoord 5
Steeds meer criminaliteit speelt zich online en hybride in plaats van alleen offline
af. De online criminaliteit heeft zeer uiteenlopende verschijningsvormen. Dat gaat
breder dan de online wapenhandel en de inzet op criminele netwerken. Deze nieuwe criminaliteit
vergt ook andere kennis en expertise van de politie. Met het coalitieakkoord zijn
er middelen beschikbaar gekomen om onder meer te investeren in medewerkers die gespecialiseerd
zijn in het bestrijden van online criminaliteit. De politie werkt nu aan de uitwerking
van de visie op online criminaliteit en het versterken van de (online) veiligheid.
De inzet van politiecapaciteit is per definitie beperkt. Dat betekent dat er keuzes
moeten worden gemaakt.
Vraag 6
Bent u – bovenop Preventie met Gezag – bereid extra te investeren in gespecialiseerde
online politiecapaciteit, wijkagenten en jongerenwerkers om jongeren eerder in beeld
te krijgen en criminaliteit te voorkomen? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Ik werk met verschillende initiatieven aan de versterking van diverse professionals
om jongeren eerder in beeld te krijgen en criminaliteit te voorkomen. Het kabinet
investeert in de kennisuitwisseling tussen wetenschap en praktijk (waaronder jongerenwerkers
en politie) in samenwerking met het CCV. Dit gebeurt andere met leercirkels rondom
wapens en jongeren. Aan de hand van wetenschappelijke inzichten en casuïstiek wordt
er gesproken over de problematiek en het handelingsperspectief in de praktijk. In
2025 en 2026 zijn de thema’s (online) jongerenwerk, vroegsignalering en gegevensdeling,
scholen en wapens en Keerpunt (zie beantwoording vraag 3) aan bod gekomen. De doelgroep
betreft alle professionals die actief zijn in het werkveld rondom wapens en jongeren,
zoals politie en jongerenwerkers, maar ook scholen, boa’s en medewerkers van de Raad
voor de Kinderbescherming, Halt en het OM.
Daarnaast wordt er om gemeenten te ondersteunen in de signalering van jeugdcriminaliteit
een onderzoek uitgevoerd naar de best practices in de online leefwereld van jongeren
door Partner in Crime. Het doel is om initiatieven, projecten, werkwijzen en afspraken
in kaart te brengen die effectief zijn in het zicht en grip krijgen op online trends,
ontwikkelingen en gedrag bij jongeren. De oplevering van het onderzoek staat gepland
voor eind 2026. De opbrengsten worden via CCV met gemeenten gedeeld en breed beschikbaar
gemaakt.
Ook worden er momenteel nog gesprekken gevoerd over de verdeling van de middelen die
vanuit het coalitieakkoord beschikbaar zijn gekomen voor de (versterking van) de politie
(zie beantwoording vraag 5).
Vraag 7
Hoe is de samenwerking tussen politie, scholen, jeugdzorg, gemeenten en sociale mediaplatforms
ingericht om jongeren te beschermen tegen criminele ronseling? Wilt u deze vraag uitgebreid
beantwoorden?
Antwoord 7
Gemeenten geven lokaal invulling aan de samenwerking tussen partijen als politie,
jeugdzorg en scholen. De lokale verschillen zijn medebepalend voor de wijze waarop
deze samenwerking is georganiseerd. Een goede samenwerking en uitwisseling van signalen
van bovenstaande partijen is belangrijk om signalen van ronselen te herkennen en waar
nodig te acteren.
Vanuit het programma Preventie met Gezag (PmG) zet ik mij hier ook voor in. PmG draagt
onder meer bij aan het versterken van de lokale domeinoverstijgende samenwerking tussen
het gemeenten, zorg- en onderwijspartners en justitiepartners op het gebied van preventie.
Het doel van het programma is hierbij om te voorkomen dat jongeren in aanraking komen
met justitie danwel doorgroeien in de criminaliteit. PmG faciliteert dat er tussen
gemeenten ook «best-practices» en ervaringen worden uitgewisseld. Als onderdeel van
PmG zijn er ook lerende netwerken ingericht, waarbij ervaringen ook met andere gemeenten
worden gedeeld. School en veiligheid is één van de onderwerpen waar vanaf de start
van deze netwerken aandacht voor is en waar kennis en ervaringen worden uitgewisseld
om meer impactvolle en effectievere aanpakken te krijgen.
Het is belangrijk om tijdig signalen van bijvoorbeeld risicogedrag van kinderen te
delen om verder afglijden te voorkomen. Om die reden wordt in opdracht van mijn ministerie
gewerkt aan een handreiking om gemeenten meer houvast te geven bij het organiseren
van vroegsignalering die rechtmatig, zorgvuldig is en die met oog voor de rechten
van jongeren en hun ouders wordt uitgevoerd. De verwachting is dat deze rond de zomer
gereed zal zijn en beschikbaar komt voor alle gemeenten.
Op Rijksniveau zoekt mijn ministerie de dialoog met platforms over contentmoderatie.
In dit kader is in 2023 het initiatief genomen voor de inrichting van een overlegplatform
om als overheid en internetsector in gesprek te blijven over trends in contentproblematiek,
uitdagingen uit de moderatiepraktijk, best practices en wet- en regelgeving. Dit is
destijds vormgegeven in een publiek-private samenwerking (PPS) onder neutraal voorzitterschap
van het Platform voor de InformatieSamenleving (ECP).
Vraag 8
Deelt u de opvatting dat de verharding onder jongeren en de opkomst van «crime as
a service» vragen om een nationale aanpak met extra en aanvullende preventie, handhaving
en online toezicht? Wanneer kan de Kamer hierover concrete voorstellen verwachten?
Antwoord 8
De urgentie van de wapenproblematiek onder jongeren onderstreept het essentiële belang
van een effectieve aanpak. De factoren die bijdragen aan de keuze om een wapen te
dragen vinden grondslag in de onderliggende factoren die overeenkomen met de algemene
risicofactoren voor jeugdcriminaliteit, zoals beschreven in het Kwaliteitskader Effectieve
Jeugdinterventies tegen Jeugdcriminaliteit.6 Er wordt uitgegaan van de volgende risico- en beschermende factoren voor delinquentie
en recidive. (1) Criminele vrienden, (2) middelengebruik, (3) gezins- en opvoedingsproblemen,
(4) problemen op school en werk, (5) problemen in de vrijetijdsbesteding, (6) antisociale
attitude, (7) antisociale persoonlijkheid en (8) geschiedenis van antisociaal gedrag.
Deze variëren over de levensloop en kunnen verschillen voor specifieke groepen op
basis van leeftijd, sekse, etniciteit, intelligentie en delict.
Het is goed om in te zetten op algemeen werkende elementen en interventies voor weerbaarheid
en het voorkomen van jeugdcriminaliteit. Omdat «crime as a service» op andere aansluitende
thema’s terug te zien is, sluiten we met de huidige actielijnen dan ook aan bij wat
er breder loopt voor de aanpak van jeugdcriminaliteit. Zo is er binnen de brede ondermijningsaanpak
en de aanpak van aanslagen met explosieven ook aandacht voor het tegengaan van ronselen
van jongeren voor criminaliteit en criminele uitbuiting van jongeren. Zoals eerder
benoemd financiert mijn ministerie in dit kader Keerpunt.
De aansluiting bij de bredere aanpak van jeugdcriminaliteit wordt onderschreven door
een evaluatie van het Actieplan Wapens en jongeren 2020–2022 en een intensief Beleidskompas-traject.
In 2020 is naar aanleiding van een toenmalige toename in incidenten met (steek)wapens
een nationale aanpak voor wapenproblematiek onder jongeren gelanceerd in de vorm van
een Actieplan. In 2023 zijn de activiteiten van het actieplan geëvalueerd door het
WODC, waarbij het belang van een effectieve aanpak van wapenproblematiek onder jongeren
werd onderstreept. Dit betreft, zoals hierboven genoemd, de inzet op de algemene risicofactoren
voor jeugdcriminaliteit. Aan de hand van een uitgebreide probleem- en oorzakenanalyse
zijn vijf actielijnen opgesteld. Uw Kamer is hierover geïnformeerd in juli 2025.7
Aanvullend op de brede aanpak zet het kabinet in op een aantal interventies om de
wapenproblematiek onder jongeren en zo de ervaren verharding aan te pakken. We zijn
concreet sinds 1 april jongstleden twee nieuwe pilots gestart. De pilots lopen tot
en met 2028 en worden geëvalueerd aan de hand van praktijkonderzoeken.
Dit betreft een nazorgtraject voor slachtoffers van wapengeweld in verschillende ziekenhuizen.
Een interventie op een cruciaal crash moment: wanneer een slachtoffer wordt binnen
gebracht en de impact van wapengeweld keihard zichtbaar wordt. Vanuit onderzoek weten
we namelijk dat het bezitten, dragen en gebruiken van wapens onder jongeren een vicieuze
cirkel van slachtoffers en daders is.
Daarnaast wordt er samengewerkt met scholen aan een educatief pakket voor jongeren
rondom «life skills» zoals conflicthantering, genaamd Voel je veilig. Deze vaardigheden
dragen bij aan het veiligheidsgevoel en de weerbaarheid van jongeren.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.