Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Vellinga-Beemsterboer over het bericht dat de Nederlandse visserijsector een nieuwe vangstmethode (de 'flyshoot') grootschalig inzet zonder de impact op de visstand te onderzoeken
Vragen van het lid Vellinga-Beemsterboer (D66) aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het bericht dat de Nederlandse visserijsector een nieuwe vangstmethode (de «flyshoot») grootschalig inzet zonder de impact op de visstand te onderzoeken (ingezonden 23 april 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Erkens (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur)
(ontvangen 12 juni 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026,
nr. 1924.
Vraag 1
Op welke wetenschappelijke basis wordt de flyshoot-methode momenteel beoordeeld als
aanvaardbaar vanuit het oogpunt van ecosysteembeheer en acht u die onderbouwing voldoende,
gezien de schaal waarop deze methode inmiddels wordt toegepast?1
Antwoord 1
Om de visbestanden en het ecosysteem waar deze zich in bevinden te beschermen, zijn
regels en beleid op Europees niveau vastgelegd in het Gemeenschappelijk Visserijbeleid
(hierna: GVB). Het GVB streeft duurzaam gebruik van visserij en aquacultuur na om
bijvoorbeeld overbevissing te voorkomen. De flyshoot, ook wel «Schotse zegen» genoemd,
is een door de Europese Unie (hierna: EU) erkende visserijtechniek die binnen de kaders
van het GVB valt. Het GVB streeft ecologische, economische en sociale duurzaamheid
na.
Het vissen met de flyshoot-methode gebeurt door Nederlandse vissers seizoensmatig
op de Noordzee en in Het Kanaal. De schaal waarop deze methode wordt toegepast, is
begrensd in het Kanaal en de Noordzee. Het totale aantal Nederlandse schepen dat gebruik
mag maken van de flyshoot-techniek in het Kanaal is beperkt tot 24. Daarnaast worden
de visserijen in het Kanaal beheerd door middel van een visserij-inspanningsregeling
op basis van KW-dagen. KW-dagen staat voor de periode of het aantal zeedagen (kW-dagen)
dat er gevist mag worden. Op de Noordzee is flyshoot begrensd in (delen van) beschermde
gebieden waar een verbod op bodemberoerende visserij geldt (momenteel gaat het om
7,2% van de Nederlandse Noordzee).
Vraag 2
Deelt u de analyse dat flyshoot in zijn geïndustrialiseerde Nederlandse vorm met zware
kabels en hoog motorvermogen wezenlijk verschilt van de oorspronkelijke, kleinschalige
Deense snurrevaad-methode en wat betekent dat voor de ecologische beoordeling?
Antwoord 2
De flyshoot (afgekort SSC) is een andere techniek dan de Deense Zegen (afgekort SDN)
en verschilt daarmee per definitie. De flyshoot wordt uitgevoerd met een motorvermogen
dat ongeveer 1/3 minder is dan de boomkorvisserij waardoor de methode eerder een «gemiddeld
motorvermogen» inzet bij de visserijactiviteit dan een «hoog motorvermogen» in vergelijking
met de totale Nederlandse kottervisserij. Er zijn geen Nederlands gevlagde vissers
actief met een Deense Zegen waardoor een vergelijking qua ecologische beoordeling
op nationaal niveau geen meerwaarde heeft. Een eerdere internationale analyse over
de verschillende bodemimpact tussen visserijtechnieken laat zien dat de impact van
de beroering (dieper dan 2cm) per oppervlak bij flyshootvisserij fors minder is dan
bij de conventionele boomkor.2
Vraag 3
Hoe reflecteert u op de visserij die volgens het artikel niet mee willen werken aan
het onderzoek van 4,8 miljoen euro naar de ecologische impact van flyshoot vissen?
Antwoord 3
Verschillende vertegenwoordigers van de visserij zijn betrokken geweest in het proces
rondom de aanvraag vanuit de Nederlandse Wetenschapsagenda: «Kennis over onbeschermde
soorten voor duurzaam visserijbeleid». De raad van bestuur van NWO heeft op 10 juni
jl. een besluit genomen over de aanvraag. Tot het besluit gecommuniceerd is, kan niet
aangenomen worden dat het project doorgang vindt en of de visserij deelneemt.
Vraag 4
Herkent u zich in de analyse dat het risico op overbevissing toeneemt door het uitblijven
van onderzoek, dataverzameling en beheermaatregelen?
Antwoord 4
De suggestie dat onderzoek, dataverzameling en beheermaatregelen uitblijven herken
ik niet. Er vindt onderzoek plaats naar de hoeveelheid vis die door de Europese visserijvloot
wordt bevist vanuit de Datacollectie verordening, in Nederland uitgewerkt in de Wettelijke
Onderzoektaken (WOT-05 Visserijonderzoek). Deze dataverzameling vindt ook plaats in
de Schotse zegenvisserij en de doelsoorten van deze visserij worden in surveys zoals
de International Bottom Trawl Survey (IBTS) bemonsterd. Er bestaan daardoor ook ICES-vangstadviezen
voor verschillende doelsoorten die bevist worden in «flyshootvisserij». Als de informatie
beschikbaar is kan er per vissoort beoordeeld worden of de visserijdruk hoger is dan
de maximale duurzame opbrengst (MSY). Wanneer de visserijdruk langdurig boven MSY
plaatsvindt neemt het risico op overbevissing toe.
Ik herken mij wel in een analyse dat de informatiedichtheid voor de verschillende
soorten in Schotse zegenvisserij lager is dan bijvoorbeeld voor de soorten tong of
schol en dat aanvullend onderzoek nodig is. Hiervoor heb ik via de Nederlandse Wetenschapsorganisatie
een onderzoekscall uitgezet om meer kennis te verwerven over onbeschermde soorten.
Dit ishet onderzoek dat in het artikel wordt aangehaald. Ik blijf mij inzetten voor
het vergroten en versterken van onze kennisbasis, zodat de visserij ecologisch duurzamer
kan opereren.
Tot slot worden er beheermaatregelen genomen ter bescherming van niet-gequoteerde
soorten die door de flyshoot-visserij worden gevangen. Zo heeft Nederland in 2021
op verzoek van onze visserijsector het initiatief genomen om de maaswijdte aan te
passen voor de visserij op pijlinktvis. In de visserij op inktvis was het tot vorig
jaar oktober toegestaan met kuilen met een maaswijdte van minimaal 40 mm te vissen.
Nu geldt er een minimale maaswijdte van 80 mm. Het vergroten van de maaswijdte draagt
bij aan het verminderen van vangst van kleinere inktvisexemplaren en bijvangst van
andere soorten.
Vraag 5
Welk instrumentarium heeft u om deelname aan het onderzoek alsnog te bevorderen? Kunt
u toezeggen dat instrumentarium in te zetten?
Antwoord 5
De beoordeling van het voorstel heeft nog niet plaatsgevonden. Van aanvullende inzet
is daarom op dit moment geen sprake. De aanname dat de visserijsector ten algemene
niet mee wil werken aan wetenschappelijk onderzoek is in mijn ogen niet juist. Zo
zijn verschillende vissers betrokken bij verschillende onderzoeken, zoals het onderzoek
naar de FloMo, Fully Documented Fisheries of andere onderzoeken zoals in de garnalenvisserij.
Vraag 6
Hoe wordt de bijvangst van niet-doelsoorten bij flyshoot-schepen momenteel gemonitord
en acht u die monitoring toereikend voor soorten waarvoor geen quota bestaan?
Antwoord 6
Vanuit de Europese controleverordening2 moeten alle vissers met een vaartuiglengte van 12 meter of meer tijdens de visreis
hun (bij)vangsten en mogelijke discards registreren in het elektronisch logboek. De
Nederlandse flyshoot-vaartuigen vallen binnen deze doelgroep. De verplichting geldt
voor zowel gequoteerde als niet gequoteerde soorten. Bij de aanlanding wordt de totale
omvang van de vangsten bepaald door een officiële weging. De resultaten van deze weging
worden gebruikt voor het bepalen van de quotumbenutting.
De logboekgegevens worden door de NVWA geverifieerd door middel van kruiscontroles
met het resultaat van de weging. Op basis van de controleverordening is een tolerantiewaarde
toegestaan waarbij een overschrijding kan leiden tot een ernstige inbreuk en de toekenning
van punten. Deze kruiscontrole stimuleert de correcte registratie in het elektronisch
logboek. Naast de administratieve kruiscontroles ziet de NVWA door middel van risico-gebaseerde
fysieke controles toe op de weging van visserijproducten en de tolerantiewaarden.
Op basis van de herziene controleverordening zal het toezicht op de vangsten die onder
de aanlandplicht vallen vanaf 10 januari 2028 voor een deel van de Nederlandse vloot
worden aangevuld met sensor- en cameratoezicht (REM/CCTV). De Rijksdienst voor Ondernemend
Nederland (RVO) monitort op wekelijkse basis de nationale benutting van de Nederlandse
visquota. De monitoring voor soorten waar geen quota voor bestaat acht ik daarmee
toereikend.
Vraag 7
Hoe verhoudt het huidige vergunningenbeleid voor flyshoot zich tot de verplichting
om te handelen op basis van het voorzorgsprincipe uit het Gemeenschappelijk Visserijbeleid?
Bent u voornemens dit beleid aan te passen?
Antwoord 7
Nederland kent geen specifiek vergunningenbeleid voor de flyshootvisserij. Vissers
die met flyshoot willen vissen moeten beschikken over een vismachtiging voor de vistuigcategorie
TR, waartoe ook de flyshootvisserij behoort. Het aantal vismachtigingen dat voor de
vistuigcategorie TR kan worden afgegeven is begrensd en gereguleerd via het meerjarenplan
Noordzee en de Uitvoeringsregeling zeevisserij. Vissers die deze visserij willen uitoefenen
in het Kanaal moeten bovendien beschikken over een zogenaamde «kanaalvergunning».
De afgifte van deze vismachtiging is primair gereguleerd via het meerjarenplan Westelijke
wateren en verordening (EG) nr. 1954/2003 waarin het beheer van de visserijinspanning
is gereguleerd. Het aantal kanaalvergunningen dat Nederland verstrekt is begrensd
tot maximaal 24. Daarmee blijft Nederland binnen het Europees bepaalde visserijinspanningsniveau.
Ik ben op dit moment niet voornemens om dit beleid aan te passen.
Vraag 8
Kunt u in Europees verband pleiten voor uniforme transparantie-eisen en monitoringsverplichtingen
voor visserijmethoden met een vergelijkbare vangstkracht als de huidige Nederlandse
flyshoot?
Antwoord 8
Op dit moment gelden er op basis van de Europese controleverordening al uniforme transparantie-eisen
en monitoringsverplichtingen. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 6.
Vraag 9
Welke andere concrete stappen gaat u nemen om overbevissing te voorkomen, te voorkomen
dat we een herhaling krijgen van de situatie waar Nederland eerder mee te maken had
omtrent de pulsvisserij en welke stappen gaat u zetten om te zorgen dat de relatie
met onze buurlanden constructief blijft?
Antwoord 9
Het behouden van gezonde vispopulaties is belangrijk voor de biodiversiteit en het
functioneren van het mariene ecosysteem. Daarnaast zijn gezonde bestanden van belang
voor vissers die nu én in de toekomst hun boterham willen verdienen. Om die reden
ben ik in gesprek met de visserijsector over de toenemende interesse van Nederlandse
vissers in niet-gequoteerde soorten en in het bijzonder over de relatie met buurlanden
in het Kanaal.
Verder lopen er op dit moment verkennende gesprekken om te kijken naar het huidige
beheer van ongequoteerde soorten. Deze gesprekken worden gevoerd door de Europese
Commissie met het Verenigd Koningrijk, omdat deze bestanden doorgaans gedeeld beheerd
worden. Zo wordt er gewerkt aan het bouwen van een goede wetenschappelijke kennis
van diverse bestanden en zal vervolgens in kaart worden gebracht welke beheermogelijkheden
er mogelijk zijn om overbevissing te voorkomen.
Ik zie geen overeenkomst of verband met de pulsvisserij.
Vraag 10
In welke mate zorgt flyshoot-vissen voor bodemberoering in vergelijking met conventionele
boomkor- en pulsvisserij?
Antwoord 10
Flyshoot-vissen heeft een andere vorm van bodemcontact dan de conventionele boomkor
(met wekkerkettingen) of de pulskor. Flyshoot-vissen kan plaatsvinden over een groter
oppervlak per trek dan een conventionele boomkor en beïnvloedt daardoor qua oppervlak
meer van de bodem. De impact van de beroering per oppervlak is echter fors minder,
omdat de bodempenetratie van flyshoot-vissen minder is dan bij de conventionele boomkor.
Een eerdere analyse over de verschillende bodemimpact tussen vistuigtypen geeft dit
ook aan (zie antwoord vraag 2).
Vraag 11
Wat is de klimaatimpact van bodemberoering door de vormen van visserij in voorgaande
vraag en in hoeverre wordt die impact meegenomen in de klimaatscenario’s en uitstootcijfers
van deze sector?
Antwoord 11
De potentiële CO2-emissies van bodemberoering zijn onderzocht als deel van het bredere onderzoek naar
CO2 uitstoot van de visserijsector. De Kamer is hierover geïnformeerd op 2 april jl.
(Kamerstuk 32 813/29 675, nr. 1557).
Vraag 12
Welke stappen zet u om de ecologische en klimaatimpact van bodemberoerende visserij
te beperken?
Antwoord 12
Het kabinet zet zich in voor een toekomstbestendige en duurzame visserijsector.
Hiervoor wordt relevant onderzoek gefinancierd en stelt het kabinet regelmatig innovatieregelingen
open. Ook zet het kabinet zich in voor de legalisering van beproefde duurzamere innovaties
zoals de pulskor en het versimpelen van de wet- en regelgeving voor de introductie
van nieuwe innovaties. Deze inzet is onder meer uitgewerkt in de Uitvoeringsagenda
Visie op Voedsel uit Zee en Grote Wateren, waarin concrete acties zijn opgenomen die
bijdragen aan de verduurzaming, innovatie en toekomstbestendigheid van de visserijsector.
Voor deze inzet heeft het kabinet meerdere middelen en instrumenten beschikbaar, zoals
toegelicht in vraag 15.
Anderzijds streef ik ernaar om in 2030 15% van de Nederlandse Noordzee te vrijwaren
van bodemberoerende visserij in beschermd natuurgebieden zoals afgesproken in het
Noordzeeakkoord. Dit draagt bij aan het verminderen van de ecologische impact en komt
voort uit wettelijke verplichtingen van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, Kaderrichtlijn
Mariene Strategie en Natuurherstelverordening.
Vraag 13
Kunt u uiteenzetten welke maatregelen de reeds aangekondigde «energie-efficiëntieregeling
visserij» van 25 miljoen euro zal bekostigen (Kamerstuk 36 933, nr. 1)?
Antwoord 13
Zoals in de Kamerbrieven «Acties weerbaarheid energieschok» en «Energie-efficiëntieregeling
visserij en steunmaatregel conflict in het Midden-Oosten» (Kamerstuk 36 933, nr. 1 en Kamerstuk 21 501-32, nr. 1795) aangegeven, zal het kabinet eind september een energie-efficiëntieregeling voor
de visserijsector openstellen. Hiervoor wordt € 25 miljoen vrijgemaakt op de begroting
van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. De komende
maanden zal deze regeling nader worden vorm gegeven en zal bezien worden wie er in
aanmerking komt, welke investeringen subsidiabel zijn en hoe deze middelen verdeeld
worden. Over de details van de regeling zal ik de Kamer op een later moment informeren.
Vraag 14
Wordt bij de toekenning van de verduurzamingssubsidie onderscheid gemaakt tussen investeringen
die de vangstkracht verhogen en investeringen die de milieu-impact per gevangen kilo
vis verlagen? Zo ja, hoe?
Antwoord 14
De komende maanden zal deze regeling nader worden vorm gegeven en zal bezien worden
welke investeringen subsidiabel zijn. Het verhogen van de vangstcapaciteit van vissersvaartuigen
is uitgesloten onder de verordening die gebruikt wordt voor deze regeling, de visserijvrijstellingsverordening.
Over de details van de regeling zal ik uw Kamer op een later moment informeren.
Vraag 15
Kunt u bevestigen dat het ministerie in de periode 2025–2029 80 miljoen euro apart
heeft gezet voor de verduurzaming van de vloot, bovenop eerdere middelen uit het klimaatfonds?
Antwoord 15
Voor het bevorderen van verduurzaming van de visserijsector heeft het Ministerie van
Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur verschillende middelen en instrumenten
beschikbaar.
Zo is er o.a. in 2022 199 miljoen vanuit het Klimaatfonds beschikbaar gesteld voor
de aanpassing en verdere verduurzaming van de visserij. Een deel van deze middelen
is reeds ingezet voor subsidieregelingen, onderzoek en het Visserij Ontwikkel Plan
(VOP).
Onder het kabinet Schoof 1 is er bij het Hoofdlijnenakkoord € 4,5 miljoen voor 2025
en onder het regeerprogramma € 50 miljoen voor de periode 2026–2033 beschikbaar gesteld
om de visserij te ondersteunen in de doorontwikkeling naar een toekomstbestendige
vloot. Deze middelen zullen deels worden ingezet voor verduurzaming.
Zoals al aan de Tweede Kamer gemeld (Kamerstuk, 36 933, nr. 1 en Kamerstuk 21 501-32, nr. 1795), zal ik eind september 2026 een energie-efficiëntieregeling voor de visserij openstellen,
waarvoor € 25 miljoen beschikbaar wordt gesteld op de LVVN-begroting.
Vraag 16
Hoeveel procent van de kotters en andere vissersschepen verwacht u dat met deze nieuwe
25 miljoen euro bovenop de reeds gereserveerde 80 miljoen euro te kunnen verduurzamen?
Antwoord 16
Dit percentage is nog niet bekend. Het aantal vissersvaartuigen dat verduurzaamd zou
kunnen worden onder de energie-efficiëntieregeling (€ 25 miljoen) is onder meer afhankelijk
van het aantal aanvragen voor steun van de regeling, welke investeringen er onder
de regeling subsidiabel zijn en hoe de middelen verdeeld worden.
Vraag 17
Hoe wordt voorkomen dat deze middelen ten goede komen aan methoden die de visstand
verder onder druk zetten?
Antwoord 17
Het kabinet hecht aan een toekomstbestendige visserij die vist binnen de draagkracht
van het ecosysteem. Daarom is het belangrijk dat de regeling niet ten goede komt aan
methoden die de visstand verder onder druk zetten. Dit wordt gewaarborgd in de regeling
zelf, ook vanwege de voorwaarden uit het steunkader, waaronder het feit dat het niet-naleven
van het GVB betekent dat men niet in aanmerking komt voor subsidie.
Vraag 18
Is de Staatssecretaris bereid de subsidiecriteria zo in te richten dat vissers die
meewerken aan wetenschappelijk onderzoek naar de impact van hun vangstmethode voorrang
of een toeslag krijgen?
Antwoord 18
Met deze subsidieregeling wil ik mij voornamelijk richten op het verminderen van brandstofverbruik
in de visserijsector. Ik wil iedere visser gelijke kansen bieden om hun vissersvaartuig
te verduurzamen. Een voorrangspositie voor vissers die meewerken aan wetenschappelijk
onderzoek naar de impact van hun vangstmethode draagt hier niet aan bij.
Vraag 19
Welke ruimte ziet u om de verduurzamingssubsidies specifiek te benutten voor de overgang
naar kleinschaligere en meer selectieve vismethoden, zoals handlijnvisserij en passieve
visserij, als alternatief voor opschaling van de flyshoot?
Antwoord 19
Zoals ook te lezen is in de «Visie voedsel uit zee en grote wateren» (Kamerstuk 21 501-32, nr. 1624) streef ik naar een flexibele, innovatieve en ook diverse visserijsector. Het doel
van deze energie-efficiëntieregeling is het brandstofverbruik van de visserijsector
naar beneden te brengen. De overgang naar kleinschalige en meer selectieve vismethoden
is niet de focus van deze regeling. Het stimuleren van innovatie, waaronder selectieve
vangststechnieken, wordt ondersteund door andere regelingen, namelijk de innovatieregelingen
voor de visserij.
Ondertekenaars
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.