Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Boelsma-Hoekstra, Inge van Dijk en Bühler over toenemende regeldruk voor lokale gemeenschapsactiviteiten
Vragen van de leden Boelsma-Hoekstra, Inge van Dijk en Bühler (allen CDA) aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Ministers van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en van Economische Zaken en Klimaat over toenemende regeldruk voor lokale gemeenschapsactiviteiten (ingezonden 15 april 2026).
Antwoord van Minister Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening),
mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (ontvangen
12 juni 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1979.
Vraag 1
Bent u bekend met de berichten «Tentfeesten in gevaar door regels en kosten» van Hart
voor Nederland en «Meer regels voor evenementen: onderzoek naar natuur soms nodig»
van Omroep Land van Cuijk?1,
2
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat door de stapeling van regels en administratieve verplichtingen
lokale gemeenschapsactiviteiten zoals dorpsfeesten onder druk komen te staan?
Antwoord 2
In bepaalde situaties kan dit inderdaad het geval zijn. Door de stapeling van, op
zichtzelf goed uitlegbare, regels en eisen is beleid en regelgeving door de jaren
heen ingewikkeld geworden voor burgers, bedrijven en medeoverheden.
Vraag 3
Hoe beoordeelt u de uitkomst van de landelijke enquête onder organisatoren van dorpsfeesten
door Landelijke Vereniging Kleine Kernen (LVKK) dat 79 procent van de organisatoren
van dorpsfeesten gemeentelijke regelgeving als een belemmering ervaart?3
Antwoord 3
Voor evenementen gelden, net als voor elke andere bedrijfsmatige activiteit, regels
vanuit verschillende belangen en bestuursorganen. In dit geval regels zoals in de
Algemene Plaatselijke Verordening (APV), Wet publieke gezondheid en Wet veiligheidsregio’s
en de Omgevingswet. Tegelijkertijd ziet dit kabinet dat er soms sprake is van onnodige
regeldruk. Daarom heeft dit kabinet stevige ambities ten aanzien van vereenvoudiging
van regels en vermindering van regeldruk. Vereenvoudiging betekent het terugdringen
van onnodige regels, stapeling van regels, uitzonderingen en complexiteit in wet-
en regelgeving, processen en dienstverlening, maar ook bijvoorbeeld het harmoniseren
van regelingen en het stoppen met opvragen van informatie die de overheid al heeft.
Op dit moment verkent de Staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid,
in samenspraak met de Minister van Economische Zaken en Klimaat, hiervoor de mogelijkheden.
Ik verwijs ook naar de beantwoording van de Staatssecretaris Koninkrijksrelaties en
Slagvaardige Overheid van 15 april 2026 op vragen uit de Tweede Kamer over regeldruk
bij paasvuuractiviteiten.
Vraag 4
Hoe verklaart u dat vooral de eisen rond veiligheid, vergunningen en bureaucratie
als grootste struikelblokken worden genoemd? Welke rol ziet u voor de landelijke overheid
om, in de context van de doelstelling om ten minste 500 regels te schrappen, hier
regeldruk te verminderen?
Antwoord 4
Met name bij de organisatie van kleinere evenementen kunnen dit soort regels sneller
als niet proportioneel worden ervaren. In het omgevingsplan kan de gemeente aangeven
waar evenementen ruimtelijk mogelijk zijn en welke regels daar gelden. Maar naast
regels in het omgevingsplan die gericht zijn op de belangen voor de fysieke leefomgeving
gelden ook nog steeds de regels voor de openbare orde en veiligheid en de publieke
gezondheid. Een dorpsfeest met 150 bezoekers moet soms aan dezelfde veiligheidsnormen
voldoen als een groot festival. Het kabinet is aan de slag om regeldruk te verminderen
en heeft als ambitie om jaarlijks minimaal 500 regels te schrappen of te vereenvoudigen.
Alle bewindspersonen en hun departementen krijgen hiervoor een opgave, gecoördineerd
door de Taskforce Slagvaardige Overheid. Hiernaast is het de bedoeling dat ook medeoverheden,
toezichthouders, uitvoeringsorganisaties, publieke dienstverleners en andere betrokken
partijen een rol krijgen in de vereenvoudigingsopgave op hun werkterrein. Het kabinet
wil ook afspraken gaan maken met gemeenten om praktische belemmeringen, zoals evenementenregels,
te verminderen.
Vraag 5
Kunt u in kaart brengen aan welke landelijke regelgeving voldaan moet worden bij het
organiseren van lokale gemeenschapsactiviteiten, zoals dorpsfeesten? Zou u daarin
per relevante wetgeving aan kunnen geven welke verplichtingen daaruit voort kunnen
vloeien?
Antwoord 5
Zoals hierboven toegelicht zijn de regels voor lokale gemeenschapsactiviteiten onder
andere afhankelijk van de omvang van het evenement, de locatie waar het evenement
plaatsvindt en de risico’s voor de openbare orde en veiligheid. Dat betekent ook dat
er voor verschillende locaties verschillende regels, zowel nationaal als decentraal
en vanuit verschillende belangen kunnen gelden. En afhankelijk van de geldende regels
kan er sprake zijn van een vergunning- of meldingsplicht. In de Algemene Plaatselijke
Verordening (APV) staan regels die betrekking hebben op de openbare orde en veiligheid
waarvoor de burgemeester verantwoordelijk is. Landelijk gelden er regels vanuit de
Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg, en de Wet veiligheidsregio’s, de Warenwet,
de Wegenverkeerswet, de Wet milieubeheer en de Omgevingswet. Sinds de inwerkingtreding
van de Omgevingswet in 2024 zijn de regels hierin voor evenementen, zoals regels over
brandveiligheid en toegang voor de hulpdiensten, geluidoverlast voor omwonenden, inzameling
van afvalstoffen, verkeer en invloed op beschermde natuur door harmonisatie gewijzigd
of staan ze op een andere plek dan voorheen.
Vraag 6
Kunt u aangeven welke ruimte er is voor gemeenten om binnen de Omgevingswet regeldruk
in het buitengebied tegen te gaan?
Antwoord 6
De Omgevingswet vraagt om een decentrale en integrale afweging van de verschillende
belangen in de fysieke leefomgeving, zoals brandveiligheid en toegang voor de hulpdiensten,
geluidoverlast voor omwonenden, inzameling van afvalstoffen, verkeer en invloed op
beschermde natuur. In het omgevingsplan kan de gemeente aangeven waar evenementen
ruimtelijk mogelijk zijn en welke regels daar gelden. Hierdoor is er lang niet altijd
een omgevingsvergunning verplicht voor evenementen en kan er vooraf voor organisaties
meer duidelijkheid zijn over wat er mogelijk is. Zo kan in het omgevingsplan het gebied
worden aangewezen waar evenementen kunnen worden gehouden en welke regels daar precies
gelden, zoals een geluidsnorm. Gemeenten worden vanuit het ministerie ondersteund
bij het anders werken met de mogelijkheden van de Omgevingswet.
Vraag 7
Bent u van mening dat van lokale gemeenschapsactiviteit zoals dorpsfeesten niet verwacht
kan worden dat zij aan dezelfde administratieve verplichtingen zouden moeten voldoen
als grootschalige evenementen zoals festivals?
Antwoord 7
Zoals hierboven toegelicht zijn de administratieve verplichtingen afhankelijk van
de geldende regels en die worden bepaald door de omvang en de locatie van het evenement
en de risico’s voor openbare orde en veiligheid. Er moet een goede balans moet zijn
tussen de bescherming en veiligheid van aanwezigen en de lasten die de lokale regelgeving
opwerpt voor deelnemers. Hierbij kan het ook helpen als de regels goed worden uitgelegd
aan betrokkenen, zodat er draagvlak voor ontstaat.
Vraag 8
Is het binnen de huidige wet- en regelgeving mogelijk om voor lokale gemeenschapsactiviteiten
versoepelde vergunningsprocedures te laten gelden? Zo nee, bent u bereid om te verkennen
op welke manier gemeenten in staat gesteld kunnen worden om voor bepaalde lokale gemeenschapsactiviteiten
zoals dorpsfeesten versoepelde procedures te laten gelden?
Antwoord 8
Ja, het is mogelijk voor gemeenten om in het omgevingsplan aan te geven op welke locatie
evenementen mogelijk zijn en welke regels daar gelden. Hierdoor is er niet altijd
een omgevingsvergunning verplicht voor evenementen en kan er vooraf voor organisaties
meer duidelijkheid zijn. Gemeenten worden door mijn ministerie en door de koepels
VNG, UvW en IPO ondersteund bij het anders werken onder de Omgevingswet en krijgen
informatie hierover ook via het Informatiepunt Leefomgeving.
Vraag 9
Bent u bereid om samen met het Interprovinciaal Overleg, de Vereniging Nederlandse
Gemeenten en maatschappelijke organisaties, zoals de LVKK, op te trekken om te kijken
hoe regelgeving voor lokale gemeenschapsactiviteiten, zoals dorpsfeesten, versoepeld
kan worden?
Antwoord 9
In het kader van onze gezamenlijke ambities ten aanzien van vereenvoudiging en vermindering
van regeldruk zijn wij in gesprek met de decentrale overheden en maatschappelijke
organisaties hierover en zetten wij dit gesprek de komende tijd voort.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
Mede namens
E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.