Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Houwelingen over Kabelinterceptie
Vragen van het lid Van Houwelingen (FVD) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over kabelinterceptie AIVD (ingezonden 6 mei 2026).
Antwoord van Minister Heerma (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) en de Minister
van Defensie (ontvangen 11 juni 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar
2025–2026, nr. 2099.
Vraag 1
In het jaarverslag 2025 schrijft de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) op
pagina 14 «De verhouding tussen de inbreuk op grondrechten enerzijds en de achterblijvende
opbrengst anderzijds baart de TIB bij kabelinterceptie nog altijd zorgen»; maakt u
zich hier ook zorgen over? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat gaat u met deze zorgen
doen?
Antwoord 1
De afgelopen jaren hebben de diensten slechts beperkt gebruik kunnen maken van het
middel kabelinterceptie gelet op de juridische beperkingen. Dit heeft effect gehad
op de opbrengsten van het middel. Sinds de inwerkingtreding van de Tijdelijke wet
kunnen de diensten (juridisch) effectiever gebruik maken van het middel kabelinterceptie.
Sindsdien zijn de diensten begonnen aan een inhaalslag en is het mogelijk om kabelinterceptie
ketenbreed, van verwerving tot analyse, te optimaliseren. Ik wil benadrukken dat dit
proces tijd kost.
Daarnaast is het van belang te vermelden dat de huidige opbrengsten niets afdoen aan
het unieke karakter van kabelinterceptie, en daarmee de potentie en het belang van
dit middel voor de bescherming van onze nationale belangen. Kabelinterceptie is een
relevant en onmisbaar middel om gekende en ongekende dreigingen tegen de nationale
veiligheid te onderkennen. Het is daarmee zeer geschikt om op zoek te gaan naar nieuwe
targets. Het kan als ongericht middel waardevolle informatie opleveren, waardoor andere
(gerichte) inlichtingenmiddelen vervolgens effectiever kunnen worden ingezet en het
rendement van deze middelen wordt vergroot. Ik ben dan ook positief gestemd over de
potentiële opbrengst van kabelinterceptie.
Vraag 2
Kan de Kamer een getalsmatig overzicht ontvangen van de stijging (aldus de TIB) sinds
2018 van de hoeveelheid data die jaarlijks door middel van kabelinterceptie wordt
vergaard, liefst uitgedrukt in bijvoorbeeld GB per jaar of anders, als deze informatie
vertrouwelijk is, in de vorm van indexcijfers (waarbij het beginjaar 2018 dus de waarde
100 krijgt)? Zo nee, waarom niet? Waarom kan de Kamer zelfs indexcijfers hierover,
indexcijfers die immers slechts uitsluitend informatie geven over de stijging en niets
zeggen over het absolute niveau van de kabelinterceptie, niet ontvangen?
Antwoord 2
De diensten doen nooit uitspraken over het actuele kennisniveau en hun modus operandi.
De hoeveelheid data die via kabelinterceptie wordt vergaard, is een directe indicator
van de operationele capaciteit en de technische effectiviteit van de inlichtingendiensten.
Als de exacte hoeveelheid (in GB) of zelfs een indexcijfer publiek wordt, kan een
buitenlandse mogendheid of kwaadwillende actor daaruit afleiden of de capaciteiten
van de Nederlandse diensten toenemen, stabiliseren of juist afnemen. Een daling in
de hoeveelheid vergaarde data zou kunnen duiden op een verzwakking van de interceptiecapaciteit,
terwijl een sterke stijging bijvoorbeeld kan wijzen op nieuwe technologische doorbraken.
Dit is gevoelige informatie die effect kan hebben op de nationale veiligheid. In het
algemeen geldt dat de Kamer over de vertrouwelijk aspecten van de diensten via de
geëigende kanalen geïnformeerd wordt.
Vraag 3
Hoeveel procent (ongeveer, bij benadering) van alle data die vergaard wordt via kabelinterceptie
wordt gedeeld met buitenlandse inlichtingendiensten?
Antwoord 3
De diensten doen nooit uitspraken over het actuele kennisniveau en hun modus operandi.
Een benadering in percentages zou ook niet mogelijk zijn. In het algemeen geldt dat
gegevensdeling geen constante stroom is, maar een resultaat van specifieke operationele
noodzaak en onderlinge afspraken. De informatie die gedeeld wordt, betreft vrijwel
altijd de geanalyseerde uitkomst van de verzamelde data, en niet de volledige verzamelde
datastroom zelf.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Mede ondertekenaar
D. Yeşilgöz-Zegerius, minister van Defensie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.