Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Dobbe over het bericht dat mensen in Dordrecht-West vaker longkanker krijgen
Vragen van het lid Dobbe (SP) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht dat mensen in Dordrecht-West vaker longkanker krijgen (ingezonden 6 mei 2026).
Antwoord van Minister Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) en de Staatssecretaris
van Infrastructuur en Waterstaat (ontvangen 9 juni 2026).
Vraag 1
Wat is uw reactie op het rapport «Het optreden van longkanker in postcodegebied 3317»
van de GGD Zuid-Holland Zuid?1
Antwoord 1
Het kabinet vindt het zorgelijk dat uit het rapport van de GGD Zuid-Holland Zuid «Het
optreden van longkanker in postcodegebied 3317» blijkt dat in meerdere buurten van
Dordrecht-West meer longkanker voorkomt dan het landelijke gemiddelde. Het kabinet
begrijpt daarom de zorgen van de bewoners over hun gezondheid. Gezondheidsschade door
schadelijke emissies in de leefomgeving moet zo veel mogelijk worden voorkomen.
Vraag 2
Deelt u de mening dat het alarmerend is dat bij bewoners van Dordrecht-West longkanker
zo vaak voorkomt?
Antwoord 2
Het rapport bevat een belangrijk signaal. Het is ernstig dat longkanker bij bewoners
van Dordrecht-West vaker voorkomt dan het landelijk gemiddelde. Het is goed dat de
GGD hier aandacht voor vraagt. Het kabinet neemt dit signaal serieus. Het onderzoek
wijst op blootstelling aan schadelijke stoffen in het verleden, waaronder op het werk,
en op schadelijke emissies in het heden en op leefstijlfactoren, waaronder roken.
Gelukkig is de situatie op het werk en in de leefomgeving sterk verbeterd ten opzichte
van het verleden en is er breed ontmoedigingsbeleid ten aanzien van roken. Het kabinet
werkt aan een gezonde leefomgeving en stuurt zoveel mogelijk op een verbetering van
de leefstijl, onder meer door het ontmoedigingsbeleid ten aanzien van roken.
Vraag 3
Op hoeveel andere plekken in Nederland lopen bewoners gezondheidsrisico door luchtvervuiling
door onder meer industrie?
Antwoord 3
Het is niet precies te zeggen op hoeveel plaatsen in Nederland de situatie vergelijkbaar
is met die in Dordrecht-West. Het RIVM meet in samenwerking met GGD’en en Omgevingsdiensten
op een aantal plekken verspreid door Nederland de luchtkwaliteit. Informatie uit de
metingen en uit berekeningen zijn openbaar te vinden op de websites van het luchtmeetnet2 en de Atlas Leefomgeving3. Het is bekend dat luchtvervuiling de belangrijkste van alle milieufactoren is die
de gezondheid negatief beïnvloedt. Naast milieufactoren dragen ook persoonsgebonden
factoren en gedrag bij. Volgens berekeningen van het RIVM veroorzaakt luchtverontreiniging
ongeveer 3,4% van de ziektelast in Nederland4.
Overal is de situatie anders en is die in het verleden ook anders geweest. De invloed
van luchtverontreiniging is groter op plaatsen met veel verkeer en industrie in Nederland
en waar emissies uit verschillende bronnen, onder meer uit de industrie, samenkomen.
Voorbeelden zijn de IJmond en de regio Rotterdam.
De luchtkwaliteit in Nederland voldoet aan de op dit moment geldende EU-normen, en
is daarmee op veel plekken op een goed niveau. Deze normen liggen momenteel nog boven
het gezondheidskundig meest wenselijke niveau, zoals deze zijn vastgelegd in de advieswaarden
van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO)5. Vanaf 2030 gelden dan ook nieuwe, aangescherpte grenswaarden voor de concentraties
van de belangrijkste luchtvervuilende stoffen in de buitenlucht, als gevolg van de
in 2024 herziene richtlijn Luchtkwaliteit. Deze normen liggen een stuk dichter bij
de advieswaarden van de WHO. Het is de inzet van het kabinet om in 2030 overal in
Nederland aan deze nieuwe grenswaarden te voldoen. Daardoor zullen de gezondheidsrisico’s
van luchtvervuiling verder afnemen.
Binnen Nederland werken sinds 2020 152 overheden (139 gemeenten, alle provincies en
het Rijk) samen aan het Schone Lucht Akkoord (SLA). Doel is om 50% gezondheidswinst
in 2030 ten opzichte van 2016 te bewerkstelligen, met name door het verlagen van emissies
van luchtvervuilende stoffen, ook als al aan de huidige grenswaarden wordt voldaan.
Elke twee jaar wordt door het RIVM gemonitord of de doelen van het Schone Lucht Akkoord
binnen bereik liggen. Uit de laatste «voortgangsmeting», uit 20246, blijkt dat Nederland op koers ligt om de meeste doelen van het SLA te bereiken (met
uitzondering van enkele sectorspecifieke doelen). Belangrijke voorwaarde bij deze
resultaten is dat hierbij wel ervan uit wordt gegaan dat het beleid dat zowel in het
SLA als in de klimaat- en stikstofaanpak is geformuleerd, doorgang vindt7. In 2026 komt er weer een nieuwe voortgangsmeting uit.
Vraag 4
Hoe gaat u de aanbevelingen van de GGD Zuid-Holland Zuid opvolgen, graag specificeren
per aanbeveling?
Antwoord 4
De GGD Zuid-Holland Zuid doet aanbevelingen, gericht op a) het verder verlagen van
de emissies van vervuilende stoffen rond Dordrecht-West, b) aanvullende maatregelen
in de woningen, zoals filters in ventilatiesystemen, c) maatregelen gericht op een
prettige, gezonde en verkoelende leefomgeving, en d) maatregelen om roken te ontmoedigen.
De gezamenlijke overheden geven hier op de volgende wijze invulling aan:
a. Rijk en decentrale overheden, waaronder ook de provincie Zuid-Holland en de gemeente
Dordrecht, werken via het Schone Lucht Akkoord (SLA) aan het verder verminderen van
emissies van luchtvervuilende stoffen en het bereiken van gezondheidswinst. Diverse
maatregelen worden in dat kader genomen, zoals verkeersmaatregelen, het aanleggen
van walstroomfaciliteiten in havens, het strenger vergunnen van emissies uit industrie
en het laten overkappen van opgeslagen stoffen die kunnen verwaaien. Binnen het SLA
wordt ook een aanpak opgesteld voor zogenoemde hoogblootgestelde gebieden (plekken
met uitzonderlijke hoge concentraties van luchtvervuiling).
Deze aanpak richt zich op het meer houvast bieden voor het Rijk, provincies en gemeenten
voor het treffen van maatregelen voor een gezonde luchtkwaliteit in zwaarder belaste
gebieden, zoals omwonenden bij industrie.
Een door de GGD geopperde verlaging van de maximumsnelheid naar 80 kilometer per uur
op de A16 en de N3, zal waarschijnlijk slechts een zeer beperkte invloed hebben op
de luchtkwaliteit in Dordrecht-West. Emissies van personenauto's en vrachtverkeer
op wegen met een maximumsnelheid van 100 km/u, zoals de A16 en de N3, verschillen
niet of nauwelijks van emissies op wegen met een maximumsnelheid van 80 km/u8. Emissies van het wegverkeer zijn de afgelopen jaren flink gedaald, en met name emissies
van NOx zullen in de komende jaren nog verder dalen. De concentraties van NO2 en fijnstof rond de A16 en N3 voldoen aan de huidige grenswaarden.
In 2030 zullen er op grond van de in 2024 herziene EU-richtlijn Luchtkwaliteit strengere
grenswaarden gelden voor de concentraties van de belangrijkste luchtvervuilende stoffen
in de buitenlucht. Overheden nemen continu maatregelen om de luchtkwaliteit verder
te verbeteren. Om overal in Nederland aan deze nieuwe normen te kunnen voldoen, is
richting 2030 nog extra inzet nodig. Dit zal ook ten goede komen aan de gezonde leefomgeving.
Op dit moment wordt bekeken welke maatregelen dat kunnen zijn.
In het kader van de Actieagenda Industrie en Omwonenden9, wordt via de verkenning positieve financiële prikkels in algemene zin onderzocht
of het mogelijk is om bovenwettelijke maatregelen te nemen voor het terugdringen van
negatieve gezondheidseffecten door de industrie financieel te ondersteunen. Het feit
dat de GGD Zuid-Holland Zuid deze maatregelen als effectief aanwijst, zal in dit onderzoek
worden meegenomen.
b. Via onder meer in de ISDE-regeling subsidieert de overheid het gebruik van fijnstoffilters
in ventilatiesystemen van woningen, met name door de focus op een gezond binnenklimaat
en de subsidiëring van energiezuinige systemen. De ISDE-regeling is een subsidie voor
de verduurzaming van een woning voor woningbezitters;
c. Voor het gezonder en prettiger maken van de leefomgeving door meer groen aan te leggen
zijn vooral lokale en regionale overheden aan zet. Het kabinet ondersteunt dit onder
meer met onderzoek en kennisproducten via de Gids Gezonde Leefomgeving;
d. Het kabinet heeft een breed ontmoedigingsbeleid ten aanzien van roken. De afgelopen
jaren zijn bijvoorbeeld accijnzen verhoogd, is het aantal verkooppunten fors verminderd
en zijn producteisen voor tabak en vapes aangescherpt. Het is belangrijk dat jongeren
niet beginnen met roken omdat hoe jonger iemand begint, hoe lastiger het is om er
mee te stoppen. Voor mensen die al kampen met een tabaksverslaving is de hulp bij
stoppen met roken verder uitgebreid en sinds een aantal jaren vrijgesteld van eigen
risico.
e. De GGD Zuid-Holland Zuid doet daarnaast verschillende goede aanbevelingen om lokaal
met maatwerk verder invulling te geven aan een effectief tabaksontmoedigingsbeleid.
Vraag 5
Welke stappen worden er gezet om ervoor te zorgen dat de kans op longkanker in Dordrecht
niet langer boven het landelijke gemiddelde blijft?
Antwoord 5
De maatregelen die genomen worden in het kader van het Schone Lucht Akkoord en het
halen van de aangescherpte grenswaarden uit de herziene EU-richtlijn luchtkwaliteit
zullen de ziektelast van luchtverontreiniging in de nabije toekomst laten dalen. Dankzij
die aanpak zullen mensen in Nederland, ook in Dordrecht-West, uiteindelijk langer
en langer gezond leven.
Het is verder belangrijk te constateren dat mensen in lagere leefomgevingskwaliteit
meer kans hebben op gezondheidsschade. Het is alle overheden er veel aan gelegen de
gemiddelde leefomgevingskwaliteit in Nederland te verbeteren. De Omgevingswet is met
deze insteek vormgegeven en dwingt alle overheden om expliciet rekening te houden
met de gezondheid van hun inwoners. Ook in Dordrecht-West zal een verbetering van
de leefomgevingskwaliteit gezondheidswinst opleveren.
Daarnaast zet het kabinet zich actief in om roken en vapen onder jongeren terug te
dringen via voorlichting, normcampagnes, rook -en reclameverboden en beperking van
verkooppunten. In algemene zin daalt het aantal rokers in Nederland al jaarlijks,
helaas is het effect daarvan op het aantal mensen met longkanker pas na vele jaren
merkbaar.
Het onderzoek van de GGD Zuid-Holland Zuid in Dordrecht-West, uitgevoerd in het kader
van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) past in deze inzet.
De thema’s waaraan het programma NPLV werkt in Dordrecht-West zijn het verkleinen
van gezondheidsachterstanden en het investeren in goede woningen en een verbetering
van de fysieke leefomgeving. Zowel landelijk als lokaal wordt aan deze uitdagingen
gewerkt.
Als laatst heeft de gemeente Dordrecht de verantwoordelijkheid om onder de Wet Publieke
Gezondheid elke vier jaar een nota gezondheidsbeleid op te stellen waarin de gezondheid
van de inwoners wordt bevorderd.
Vraag 6
Welke stappen gaat u zetten om in het algemeen de kans op kanker in dit soort wijken,
met veel luchtverontreiniging, te verlagen?
Antwoord 6
Zie het antwoord op vraag 4a en 5.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede ondertekenaar
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.