Lijst van vragen en antwoorden : Lijst van vragen en antwoorden, gesteld aan de regering, over het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij het Ministerie van Defensie (Kamerstuk 36945-X-2)
36 945 X Jaarverslag en slotwet Ministerie van Defensie 2025
Nr. 6
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 9 juni 2026
De vaste commissie voor Defensie heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister
en Staatssecretaris van Defensie over de brief van 20 mei 2026 over het rapport Resultaten
verantwoordingsonderzoek 2025 bij het Ministerie van Defensie (Kamerstuk 36 945 X, nr. 2).
De Minister en Staatssecretaris hebben deze vragen beantwoord bij brief van 9 juni
2026. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie, Paternotte
Adjunct-griffier van de commissie, Manten
Vragen en antwoorden
1
Hoe wordt voorkomen dat de snelle groei van Defensie leidt tot blijvende tekortkomingen
in de bedrijfsvoering?
Defensie neemt de aanpak van de tekortkomingen zeer serieus. Dat gaat hand in hand
met de snelle groei van Defensie maar vraagt wel om aanvullende maatregelen. Defensie
heeft de afdeling «Aanpak Onvolkomenheden» opgericht met een werkende programma-aanpak
voor het oplossen van onvolkomenheden. Deze aanpak wordt de komende tijd opgeschaald.
Daarnaast houdt Defensie in haar bestedingsplannen voor personele en materiële uitbreiding
ook rekening met de benodigde financiële middelen voor het meegroeien van de ondersteunende
diensten. Dit geldt bijvoorbeeld voor de juridische ondersteuning bij het inkoopproces.
Tot slot versterkt Defensie de interne beheersing (IB) met als doel om proactief kwetsbaarheden
in de bedrijfsvoering te constateren en gericht te adviseren aan de inrichtings- en
uitvoeringsverantwoordelijken bij het monitoren en vormgeven van een soepel lopende,
robuuste en flexibele bedrijfsvoering. De versterking van de interne beheersing moet
eraan bijdragen dat de basis op orde komt en blijft, en dat we voortdurend leren en
verbeteren.
2
Hoe beoordeelt u de huidige balans tussen snelheid van verwerving en rechtmatigheid?
Defensie moet zo snel mogelijk het militair vermogen versterken waarbij Defensie vanzelfsprekend
ook onder deze omstandigheden blijft toezien op de doelmatige, rechtmatige en navolgbare
besteding van overheidsmiddelen. Een zorgvuldige en controleerbare besteding van publiek
geld is van groot belang voor Defensie. Daarnaast is en blijft Defensie gebonden aan
de Europese aanbestedingsregelgeving.
Zoals eerder aangegeven in brieven aan uw Kamer over het verminderen van de administratieve
lastendruk, maakt Defensie voor de versnelling van het inkoopproces maximaal gebruik
van de uitzonderingsbepalingen van de Europese aanbestedingsregelgeving zonder deze
ruimte te overschrijden. Het gebruik van uitzonderingsbepalingen van de Europese aanbestedingsregelgeving
is aan strenge voorwaarden verbonden. Defensie moet daarom de toepassing van een uitzonderingbepaling
goed onderbouwen in het inkoopdossier. Dit is een gebruikelijke werkwijze, conform
geldende Europese aanbestedingsregelgeving, die al bestond voordat de versnelling
als gevolg van de geopolitieke omstandigheden werd ingezet en ook nu gehandhaafd blijft.
Omdat de inkoopvolumes groeien heeft Defensie de juridische capaciteit ter ondersteuning
van het inkoopproces uitgebreid.
3
Hoe wordt gestuurd op hogere directe contractering binnen Nederland en Europa?
Defensie zet nog meer in op snellere productie en het opschalen van de Nederlandse
en Europese Defensie-industrie. Dit stimuleren we door ernaar te streven om 50% van
ons materieel aan te schaffen in Nederland en Europa. Ook maken we slimme afspraken
met internationale partners om de Nederlandse en Europese strategische autonomie te
vergroten en streven naar 40% gezamenlijke aanschaf. Bij de aanschaf van materieel
laat Defensie, naast kwaliteit, prijs, levertijd, strategische autonomie en leveringszekerheid
ook de herkomst van het materieel meewegen voor zover dit binnen de huidige (aanbestedings-)regelgeving
mogelijk is. Bij voorkeur kiest Defensie voor Nederlandse of Europese leveranciers.
Indien leveranciers uit Nederland of Europa onvoldoende kunnen voorzien in de defensiebehoefte,
kijkt Defensie naar andere potentiële aanbieders. Een robuuste Nederlandse defensiesector
en internationale positionering in de keten is hierin essentieel. Orders zijn een
belangrijke factor in de mogelijkheid van defensiegerelateerde bedrijven om op te
kunnen schalen en nieuwe producten te kunnen ontwikkelen. Daarom geeft Defensie uitvoering
aan de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie (DS-II) middels onder meer «industrieversterkend
inkopen». Per casus beziet Defensie waar dit instrument kan worden toegepast, conform
de ambities die het kabinet in het coalitieakkoord heeft opgenomen. Vanaf de Stand
van Defensie najaar 2026 maakt Defensie tevens inzichtelijk in hoeverre de doelstellingen
voor inkoop bij Nederlandse en Europese ondernemingen worden gerealiseerd.
4
Welke personele tekorten vormen momenteel het grootste risico voor de uitvoerbaarheid?
De grootste personele risico’s voor de uitvoerbaarheid zitten momenteel in moeilijk
te vullen specialistische functies, de opleidings- en instructiecapaciteit en de vulling
van operationele eenheden. Met name in de technische, IT- en geneeskundige functies
blijft de uitdaging op de arbeidsmarkt groot. Daarnaast beperkt de beschikbare opleidings-
en instructiecapaciteit het tempo waarin nieuwe medewerkers kunnen worden opgeleid
en gekwalificeerd. Dit raakt direct de gereedstelling, geoefendheid en het voortzettingsvermogen
van operationele eenheden.
5
Welke aanvullende investeringen zijn volgens u noodzakelijk om aan toekomstige NAVO-targets
te voldoen?
Met de Kamerbrief financiële en personele consequenties NAVO-capaciteitsdoelstellingen is uw Kamer in 2025 geïnformeerd over het feit dat om volledig
invulling te geven aan de NAVO capaciteitsdoelstellingen, gebaseerd op volumepeil
bbp 2025, minimaal 3,5% van het bbp nodig is.
Concrete stappen die nodig zijn voor het tijdig invullen van de huidige NAVO-capaciteitsdoelstellingen
worden toegelicht in de uitkomst van de tweejaarlijkse NATO Defence Capability Review,
deze wordt na het zomerreces verwacht. De plannen van dit kabinet om de NAVO-capaciteitsdoelstellingen te realiseren worden toegelicht in de Defensienota 2026.
6
De Rekenkamer stelt vast dat de toelichting in het Jaarverslag over de onvolkomenheden
inzake inkoopbeheer en vastgoedbeheer niet in overeenstemming is met de resultaten
van haar onderzoek. Hoe verklaart u dit verschil?
Met betrekking tot het inkoopbeheer is Defensie van mening dat de key controls bij
Defensie goed functioneren en dat daarmee is voldaan aan het oplossen van de oorspronkelijk
geformuleerde onvolkomenheid in het Jaarverslag 2016. De opmerkingen van de Algemene
Rekenkamer over het inkoopbeheer richten zich nu vooral op de inrichting van interne
monitoring van de key controls, een aanvullend element dat met het Verantwoordingsonderzoek
(VO) 2021 is geïntroduceerd en waarvan het beoordelingskader voor het eerst bij het
VO 2025 aan Defensie kenbaar is gemaakt. Defensie streeft er naar de onvolkomenheid
dit jaar op te lossen.
Met betrekking tot Vastgoedbeheer heeft Defensie in het Jaarverslag onderkend dat
de onvolkomenheid in stand is gebleven en dat we in 2025 acties hebben ondernomen
om het vastgoedbeheer te verbeteren. Dat de Rekenkamer vervolgens concludeert dat
er geen voortgang is waargenomen is spijtig, maar wordt niet ontkend of tegengesproken.
7
Het inkoopkader Hoofdtaak 1 wijkt op één specifiek punt af van de reguliere interne
procedure: er wordt geen juridisch expert ingeschakeld. Wanneer en waarom is besloten
deze uitzondering te maken?
Bij het gebruik van uitzonderingsgronden adviseert de juridisch expert over de rechtmatigheid
van het toepassen van de betreffende uitzonderingsgrond op de aanbestedingsregelgeving.
Het Inkoopkader hoofdtaak 1 bevat deze juridische onderbouwing al en is mede daarom
ook in nauw overleg met de Directie Juridische Zaken en de juridisch experts van de
inkoopafdelingen tot stand gekomen. Dit maakt deze inkoopdossiers anders dan andere
inkoopdossiers waarbij gebruik wordt gemaakt van een uitzonderingsbepaling. Aangezien
de juridische beoordeling al heeft plaatsgevonden bij de totstandkoming van het inkoopkader
hoofdtaak 1 waarnaar in de verwervingsstrategie wordt verwezen, adviseert de juridische
expert niet opnieuw. De afwegingen die overblijven en die de inkoper moet maken voor
de toepassing van het Inkoopkader Hoofdtaak 1, worden door de lijnmanager getoetst
als onderdeel van de goedkeuring van de verwervingsstrategie. In de interim rapportage
gaf de Auditdienst Rijk (ADR) aan dat deze onderbouwingen nog niet toereikend waren.
Naar aanleiding daarvan hebben de inkooppunten dit verbeterd, naar tevredenheid van
de ADR.
8
Wat is de verklaring voor de verdubbeling in de fouten en onzekerheden in de inkopen
van € 360,6 miljoen in 2024 naar € 849,6 miljoen in 2025?
In het Verantwoordingsonderzoek 2025 lijkt de Algemene Rekenkamer op pagina 37 aan
te geven dat de fouten en onzekerheden bij de verplichtingen respectievelijk € 555,8
miljoen bij het Ministerie van Defensie en € 293,8 miljoen op het DMF bedragen.
De Algemene Rekenkamer heeft in deze passage echter een totaalbedrag weergegeven door
de fouten en onzekerheden voor de uitgaven (€ 555,8 miljoen) van Hoofdstuk X op te
tellen bij het totaalbedrag aan fouten en onzekerheden voor de rechtmatigheid van
verplichtingen (€ 293,8 miljoen) van het Defensiematerieelbegrotingsfonds K.
Fouten en onzekerheden in de uitgaven zien niet op de inkopen.
9
Kunt u per project aangeven wat de reden van vertraging is, aangezien van de 10 deelprojecten
die in 2025 gereed hadden moeten zijn, er 7 niet zijn voltooid?
Het verbeterplan wordt door een programmaorganisatie in samenwerking met de defensieonderdelen
gerealiseerd. De zeven nog niet afgeronde projecten hebben vertraging opgelopen door
de complexiteit en samenhang van oorzaken. Een voorbeeld hiervan is de onderlinge
afhankelijkheid tussen vastgoed- en beveiligingsprocessen. Daarnaast was herprioritering
binnen de beschikbare programmacapaciteit noodzakelijk, waardoor de oorspronkelijke
planning niet haalbaar bleek. Het tijdpad van de projecten is inmiddels geactualiseerd,
alle projecten zijn gestart en de programmaorganisatie monitort en stuurt op de voortgang.
Het actualiseren van het tijdpad van de projecten heeft geen impact op de doorlooptijd
van het totale verbeterprogramma.
10
U geeft aan dat vertraging bij de objectbeveiliging deels te wijten is aan een gebrek
aan personele capaciteit: hoeveel fte is er eind 2025 geworven voor dit onderwerp,
en wanneer zijn deze mensen volledig inzetbaar?
Vooruitlopend op de structurele versterking van beveiligingsadviseurs zijn eind 2025
19 VTE tijdelijk ingehuurd voor de programmaorganisatie. Deze capaciteit is inmiddels
volledig aan de slag voor het verbeterprogramma.
11
Wanneer worden meetbare doelstellingen vastgesteld en aan de Kamer gemeld, aangezien
de Algemene Rekenkamer constateert dat de doelstellingen voor het verbeteren van het
beveiligingsbewustzijn niet meetbaar zijn geformuleerd?
Volgens de huidige planning zijn meetbare doelstellingen voor het verbeteren van het
beveiligingsbewustzijn in 2026 gereed.
12
Het project Defensie Bewakings- en Beveiligingssysteem is gestart in 2016 en had in
2019 gereed moeten zijn: wanneer verwacht u volledige implementatie en welke tijdelijke
maatregelen zijn getroffen op locaties die nog niet zijn voorzien van dit systeem?
Het project Defensie Bewakings- en Beveiligingssysteem heeft de nodige vertraging
opgelopen. Defensie betreurt dit, omdat de beveiliging van onze kazernes een topprioriteit
is. De planning is nu dat uiterlijk in 2032 een nieuw beveiligingssysteem is geïmplementeerd.
Om de beveiliging in de tussenliggende periode te waarborgen, worden de contracten
met de leveranciers van de bestaande beveiligingssystemen met vijf jaar verlengd en
krijgen zij de opdracht de noodzakelijke updates door te voeren. Met deze maatregelen
werkt Defensie toe naar een toekomstbestendig beveiliging.
13
Welke concrete maatregelen waren er vóór de publicatie van het Rekenkamerrapport getroffen
om de risico’s van de toenemende fraude en corruptie te beheersen?
14
Wie is op dit moment de verantwoordelijke functionaris voor de beheersing van fraude-
en corruptierisico’s, aangezien de Rekenkamer constateert dat dit binnen Defensie
niet duidelijk is?
Antwoord vraag 13 en 14:
De verantwoordelijkheid voor het beheersen van fraude- en corruptierisico’s is momenteel
belegd in de commandantenlijn. Commandanten bij Defensie beheersen risico’s in de
bedrijfsvoering door het toepassen van Integraal Risicomanagement (IRM). Zij worden
hierbij ondersteund met trainingen en door veiligheidsadviseurs, integriteitsadviseurs
en compliance officers.
In het recent vastgestelde Beleidskader Integriteit is opgenomen dat IRM bijdraagt
aan structureel en integraal inzicht in de belangrijkste integriteitsrisico’s en dat
deze een expliciet onderdeel zijn van de toepassing van IRM en de bijbehorende training.
De IRM-systematiek wordt sinds begin 2025 defensiebreed ingevoerd.
Het eigenaarschap en de verantwoordelijkheden op het gebied van fraude en corruptie
(en het volledige integriteitsdomein) worden belegd op basis van dialoogsessies die
op dit moment plaatsvinden binnen Defensie, onder begeleiding van de Auditdienst Rijk
(ADR). Hierin wordt ook vastgesteld welke functionaris primair verantwoordelijk is
voor de beheersing van fraude- en corruptierisico’s. Dit moet bijdragen aan een duidelijke
en effectieve verantwoordelijkheidsverdeling. Besluitvorming hierover vindt plaats
begin Q3 2026.
15
U stelt in uw reactie dat de onderbouwing van uitzonderingsbepalingen zorgvuldig en
uitgebreid plaatsvindt (p. 75). De Rekenkamer concludeert dat dit slechts in enkele
gevallen zo is (p. 67): Hoe verklaart u dit verschil van inzicht en op welke dossiers
baseert u uw oordeel?
Defensie gaat op hoogambtelijk niveau in gesprek met de Algemene Rekenkamer en de
Auditdienst Rijk over de onderbouwing van inkoopdossiers om nieuwe onzekerheden te
voorkomen. De dossiers uit de steekproef van de Algemene Rekenkamer vormen daarvoor
de basis. Defensie zoekt daarbij naar een balans tussen verantwoording enerzijds en
het beperken van administratieve lasten en regeldruk anderzijds.
16
Aangezien u in uw reactie op het Rekenkamerrapport stelt dat Defensie geen volledig
inzicht heeft gekregen in de onderliggende inkoopdossiers die tot het oordeel van
de Rekenkamer hebben geleid: klopt het dat de door de Rekenkamer onderzochte inkoopdossiers
door Defensie zelf zijn opgesteld en beheerd? Zo ja, kunt u dan toelichten waarom
Defensie niet beschikt over volledig inzicht in deze eigen dossiers?
Uiteraard heeft Defensie zelf volledig inzicht in haar inkoopdossiers. Wij hebben
alleen geen volledig zicht op welke inkoopdossiers de Algemene Rekenkamer heeft gebruikt
in haar onzekerheidsoordeel. Defensie gaat op hoogambtelijk niveau in gesprek met
de Algemene Rekenkamer en de Auditdienst Rijk over de onderbouwing van inkoopdossiers
om nieuwe onzekerheden te voorkomen.
17
De Rekenkamer kwalificeert de € 3,6 miljard als een onzekerheid in de rechtmatigheid,
terwijl u spreekt van een administratieve onvolledigheid: kunt u toelichten wat volgens
u het juridische verschil is tussen beide kwalificaties?
18
De Rekenkamer kwalificeert de € 3,6 miljard als een onzekerheid in de rechtmatigheid,
terwijl u spreekt van een administratieve onvolledigheid: kunt u dit nader motiveren?
Antwoord vraag 17 en 18:
Wij spreken van een administratieve onvolledigheid omdat er geen sprake is van het
ontbreken van een onderbouwing in de inkoopdossiers waar de Algemene Rekenkamer haar onzekerheidsoordeel
op baseert. De Algemene Rekenkamer stelt vragen bij de volledigheid van de onderbouwing en stelt dat deze onvoldoende zelfdragend onderbouwd zijn, waardoor
zij deze dossiers als onzekerheid in de rechtmatigheid hebben beoordeeld. Defensie
gaat op hoogambtelijk niveau in gesprek met de Algemene Rekenkamer en de Auditdienst
Rijk over de onderbouwing van inkoopdossiers om nieuwe onzekerheden te voorkomen.
19
Bevat het beleidskader integriteit van april 2026 specifieke maatregelen gericht op
fraude- en corruptiebeheersing in het inkoopproces, of richt het zich primair op sociale
veiligheid?
Het Beleidskader Integriteit richt zich op het volledige integriteitsdomein van Defensie.
Zo zijn er concrete beleidsdoelen met betrekking tot het actualiseren van de gedragscode,
het vereenvoudigen van het meldsysteem, aandacht voor ethiek in opleidingen en gereedstelling
en het inrichten van een Plan Do Check Act (PDCA)-cyclus voor integriteit.
In het Beleidskader Integriteit zijn daarnaast specifieke beleidsdoelen opgenomen
gericht op het beheersen van fraude- en corruptierisico’s. Hierbij gaat het om het
uitvoeren van een nulmeting op het gebied van frauderisicomanagement, het laten uitvoeren
van een defensiebrede frauderisicoanalyse en het inrichten van een frauderisicomanagementstelsel.
Tevens is er een beleidsdoel dat ervoor zorgt dat fraude- en corruptierisico’s een
expliciet onderdeel zijn van Intergaal Risicomanagement (IRM). Het proces om IRM-richtlijnen
en -opleidingen hiervoor aan te passen is reeds opgestart.
Het ontwikkelen van het hiervoor genoemde frauderisicomanagementstelsel heeft een
defensiebrede reikwijdte en zal ook zorgen voor een betere fraude- en corruptiebeheersing
binnen het inkoopproces. In het Beleidskader Inkopen en Aanbesteden staat reeds beschreven
welke onderdelen en waarborgen in het inkoop- en aanbestedingsproces zijn ingericht,
om misbruik en onrechtmatig gebruik te voorkomen. Voorbeelden hiervan zijn de gebruikelijke
lijncontrole bij inkoopstrategie en voornemen tot gunnen, waaronder ook het laten
beoordelen van risicovolle inkoopprojecten door de Directeur Inkoop en het vereisen
van een Gedragsverklaring Aanbesteden. Aan de hand van de defensiebrede risicoanalyse
wordt bezien of dit afdoende is of dat actualisatie nodig is.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.M. Paternotte, voorzitter van de vaste commissie voor Defensie -
Mede ondertekenaar
N.E. Manten, adjunct-griffier