Schriftelijke vragen : Het zicht op de doelmatigheid van zelfstandige bestuursorganen
Vragen van het lid Keijzer (Keijzer) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het zicht op de doelmatigheid van zelfstandige bestuursorganen (ingezonden 29 oktober 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de kabinetsreactie op de evaluatie van de Kaderwet zelfstandig
bestuursorganen (zbo’s), waarin is aangekondigd het accountantsverslag over de doelmatigheid
van beheer en organisatie te schrappen en waarin is toegezegd dat het Ministerie van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Ministerie van Financiën het solide
beoordelen van doelmatigheid zouden stimuleren, faciliteren en periodiek monitoren?1
Vraag 2
Klopt het dat die verplichting met de wetswijziging van februari 2022 is komen te
vervallen?2
Vraag 3
Op welke wijze is sindsdien uitvoering gegeven aan de toezegging tot periodieke monitoring,
wanneer heeft die monitoring plaatsgevonden en wat waren de uitkomsten?
Vraag 4
Kunt u de Kamer een overzicht sturen van de zbo’s waarvan de doelmatigheid in de afgelopen
vijf jaar is onderzocht, met de datum van het onderzoek en de hoofdconclusie?
Vraag 5
Bij hoeveel zbo’s is de wettelijk verplichte periodieke evaluatie tijdig uitgevoerd,
en bij hoeveel van die evaluaties is de doelmatigheid daadwerkelijk beoordeeld in
plaats van alleen de taakuitvoering beschreven?
Vraag 6
Bij welke zbo’s ontbreekt op dit moment inzicht in de vraag of de wettelijke taken
doelmatig worden uitgevoerd?
Vraag 7
Hoe verhoudt de toezegging uit 2019 zich tot de vaststelling van de Algemene Rekenkamer
dat slechts 22 procent van de onderzochte periodieke rapportages voor een aanzienlijk
deel van het beleid duidelijk maakt of resultaten tegen zo laag mogelijke kosten zijn
bereikt?3
Vraag 8
Klopt het dat het regeerakkoord aankondigt te verkennen of zelfstandige bestuursorganen
onder de rechtstreekse verantwoordelijkheid van een Minister kunnen worden gebracht,
met het UWV als voorbeeld?4
Vraag 9
Op welke gegevens over de doelmatigheid van die organisaties wordt die verkenning
gebaseerd?
Vraag 10
Kunt u aangeven welk jaarlijks budget gemoeid is met zbo’s waarvan de doelmatigheid
in de afgelopen vijf jaar niet aantoonbaar is beoordeeld?
Vraag 11
Wie is aanspreekbaar wanneer een vakminister de doelmatigheid van een zbo niet in
beeld brengt: de Minister van Financiën vanuit de verantwoordelijkheid voor de doelmatige
besteding van publieke middelen, of de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
vanuit de stelselverantwoordelijkheid voor de Kaderwet zbo’s?
Vraag 12
Acht u het verantwoord dat de bekostiging van een zbo ongewijzigd doorloopt zolang
niet kan worden vastgesteld of de publieke taak doelmatig wordt uitgevoerd?
Vraag 13
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Indiener
Mona Keijzer, Kamerlid