Schriftelijke vragen : Het artikel ‘UWV trekt stekker uit ICT-project dat 55 miljoen euro heeft gekost’
Vragen van de leden Zwinkels en Van Ark (beiden CDA) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het artikel «UWV trekt stekker uit ICT-project dat 55 miljoen euro heeft gekost» (ingezonden 28 oktober 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «UWV trekt stekker uit ICT-project dat 55 miljoen euro
heeft gekost» en het onderliggende rapport van het Adviescollege ICT-Toetsing (AcICT)?1
Vraag 2
Deelt u de conclusie van het AcICT dat het UWV bij de implementatie van de nieuwe
Bemiddelingsservice (BMS) onvoldoende grip had op de kwaliteit en dat de gekozen aanpak
onvoldoende aansloot bij het vernieuwende karakter van het project, waardoor het project
steeds verder vertraagde en de kosten opliepen?
Vraag 3
Waarom is er niet voor gekozen om eerst op kleine schaal te onderzoeken en te testen
waar het systeem aan moest voldoen, voordat grootschalig werd opgeschaald, aangezien
het AcICT rapport constateert dat de eisen vooraf onvoldoende duidelijk waren en het
project daardoor steeds complexer werd?
Vraag 4
Welke go/no-go momenten zijn er gedurende de looptijd geweest en op basis van welke
criteria is gekozen op toch door te gaan?
Vraag 5
Welke ruimte ervaren medewerkers om zich uit te spreken en hoe wordt gewaarborgd dat
dergelijke kritieke signalen voldoende doordringen tot de verantwoordelijke bestuurders,
mede gezien het feit dat het AcICT constateert dat het optimisme over de planning
toenam naarmate de persoon hoger in de hiërarchie van de organisatie zat?
Vraag 6
Welke maatregelen worden ingesteld om de samenwerking tussen teams bij grote ICT-projecten
te verbeteren, nu het AcICT constateert dat verschillende teams binnen het UWV onvoldoende
samenwerkten en niet altijd op de hoogte waren van elkaars werkzaamheden?
Vraag 7
Hoe wordt ervoor gezorgd dat de lessen uit dit mislukte project niet alleen binnen
het UWV, maar ook rijksbreed worden benut, zodat voorkomen wordt dat bij nieuwe ICT-projecten
telkens opnieuw het wiel moet worden uitgevonden?
Vraag 8
Welke rol ziet u hier voor meer rijksbrede sturing op grote ICT-projecten bijvoorbeeld
op het gebied van duidelijke kaders, stevig mandaat en centrale ICT-expertise en welke
rol kan de Digitale Dienst hierin betekenen?
Vraag 9
Gezien de ambitie van het UWV om in te zetten op verdere digitalisering, acht u het
risico aanwezig dat vergelijkbare problemen zich ook voordoen bij andere ICT-projecten
die lopen binnen het UWV? Welke grote programma’s lopen er momenteel?
Vraag 10
Heeft u voldoende zicht op hoe deze projecten lopen of is het mislukken van dit project
aanleiding om de andere projecten ook te beoordelen op risico’s ten aanzien van sturing,
kosten en uitvoerbaarheid?
Toelichting:
Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen terzake van het lid Ergin (DENK),
ingezonden 15 oktober 2026 (vraagnummer 2026Z22400), het lid Heutink (Groep Markuszower), ingezonden 15 oktober 2026 (vraagnummer 2026Z22403) en het lid Neijenhuis (D66), ingezonden 16 oktober 2026 (vraagnummer 2026Z22543)
Indieners
-
Gericht aan
E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Gericht aan
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
Indiener
Jantine Zwinkels, Kamerlid -
Medeindiener
Elles van Ark, Kamerlid