Schriftelijke vragen : Het bericht ‘Hoe de voedingsindustrie ruim baan krijgt om tegen Wet kindermarketing te lobbyen’
Vragen van het lid Krul (CDA) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht «Hoe de voedingsindustrie ruim baan krijgt om tegen Wet kindermarketing te lobbyen» (ingezonden 21 oktober 2026).
Vraag 1
Kent u het bericht «Hoe de voedingsindustrie ruim baan krijgt om tegen Wet kindermarketing
te lobbyen»?1
Vraag 2
Wat is uw reactie op de conclusie van het artikel dat de voedselindustrie intensief
betrokken is bij de Wet kindermarketing, terwijl gezondheidsorganisaties veel minder
in de gelegenheid zijn en worden gesteld mee te praten?
Vraag 3
Kunt u precies aangeven hoe en op welke momenten de voedselindustrie, in ieder geval
de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) en de Vereniging voor de
Bakkerij- en Zoetwarenindustrie (VBZ), betrokken zijn (geweest) bij de totstandkoming
van de Wet kindermarketing?
Vraag 4
Klopt het dat de FNLI en de VBZ hebben kunnen meelezen en meedenken op concept-Kamerbrieven?
Zo ja, op welke brieven en tot welke aanpassingen heeft dit geleid?
Vraag 5
Kunt u precies aangeven hoe en op welke momenten andere net zo relevante maatschappelijke
stemmen zoals de gezondheidsfondsen betrokken zijn (geweest) bij de totstandkoming
van de Wet kindermarketing?
Vraag 6
Deelt u de mening dat de voedselindustrie een groot belang heeft bij het zo min mogelijk
reguleren van kindermarketing en dat het daarom des te belangrijker is dat ook stemmen
die het gezondheidsbelang vertegenwoordigen betrokken worden? Zo ja, in hoeverre bent
u van mening dat deze verschillende perspectieven voldoende zijn meegenomen?
Vraag 7
Kunt u per geschrapte maatregel of marketingtechniek (algemene norm, antropomorfische
afbeeldingen van dieren, fantasiefiguren, producten in de vorm van een dier, speelgoed
gekoppeld aan het (verpakte) product en gebruik van de term «kind») aangeven waarom
deze uit het wetsvoorstel is geschrapt en of hierover verschil van inzicht bestond
tussen uw ambtenaren en de voedselindustrie?
Vraag 8
Klopt het dat een interne jurist heeft gewaarschuwd dat uitzonderingen «juridisch
kwetsbaar» zijn? Zo ja, kunt u deze overwegingen met de Kamer delen?
Vraag 9
Deelt u de mening dat het nog steeds van het grootste belang is dat de Wet kindermarketing
er snel komt, gezien de toenemende problemen met overgewicht bij kinderen en de ineffectiviteit
van vrijblijvende afspraken?
Vraag 10
Deelt u de mening dat afzwakkingen van het wetsvoorstel niet in lijn zijn met het
coalitieakkoord, waarin juist is afgesproken dat de wet die kindermarketing gaat reguleren
aangescherpt wordt? Zo ja, hoe gaat u het coalitieakkoord uitvoeren?
Vraag 11
Bent u bereid om er vanaf nu voor te zorgen dat zowel de voedselindustrie als gezondheidsorganisaties
in gelijke mate betrokken worden bij de Wet kindermarketing?
Indieners
-
Gericht aan
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Indiener
Harmen Krul, Kamerlid