Schriftelijke vragen : Het onderzoek van Nieuwsuur 'Tientallen miljoenen naar extreme behandelmethode in Spanje'
Vragen van het lid Westerveld (PRO) aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over het onderzoek van Nieuwsuur «Tientallen miljoenen naar extreme behandelmethode in Spanje» (ingezonden 21 oktober 2026).
Vraag 1
Heeft u het onderzoek van Nieuwsuur gelezen en wat is uw reflectie hierop?1
Vraag 2
Op welke manier gaat u zorgen dat de jongeren, die hier onder vreselijke omstandigheden
moesten leven, hulp krijgen om te verwerken wat er is gebeurd? Deelt u de mening dat
deze jongeren erkenning verdienen? Wat is uw rol daarin?
Vraag 3
Kunt u analyseren waarom hier niet is ingegrepen door een toezichthoudende instantie
en dit bericht naar buiten komt door journalistiek onderzoek? Kunt u daarbij in beeld
brengen hoe vaak er melding is gedaan door jongeren of hun omgeving, waar deze meldingen
terecht zijn gekomen en wat er mee is gedaan?
Vraag 4
Bij wie ligt primair de verantwoordelijkheid voor het toezicht en wie had hier moeten
ingrijpen? Is dat de onderaanbieder, de jeugdzorgaanbieder, de gemeente of de Inspectie
Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)? Deelt u de mening dat het toezicht en de verantwoordelijkheden
te versnipperd zijn, waardoor uiteindelijk niemand eindverantwoordelijk is?
Vraag 5
Hoe kan het dat de «behandelvisie» en «behandelmethodiek» van Huize Soria evident
niet voldoen aan kwaliteitsstandaarden of basale bepalingen over veiligheid en dat
kinderen daar toch zijn geplaatst? Wie had hierop moeten toezien en moeten ingrijpen?
Vraag 6
Herinnert u zich het antwoord op Kamervragen over uitbuiting van kinderen in Franse
gastgezinnen en waarin u verwijst naar de geldende protocollen en het stelsel?2 Deelt u de mening dat dit nieuwe onderzoek laat zien dat deze protocollen niet voldoende
zijn om de kwaliteit van hulp en de veiligheid van jongeren te garanderen?
Vraag 7
Hoe is het te verantwoorden dat er tientallen miljoenen naar een zeer omstreden methode
gaan en dat hier niet op is ingegrepen? Wie houdt er financieel toezicht op een doelmatige
besteding van middelen?
Vraag 8
Deelt u de mening dat «meer aandacht voor de verplichte procedures bij de Centrale
Autoriteit Internationale Kinderaangelegenheden» en «het verbeteren van het Afsprakenkader
Buitenlands Zorgaanbod Jeugd,» waar u op wijst in antwoord op Kamervragen uit februari,
niet voldoende is maar dat ingrijpen nodig is? Zo ja, gaat u ingrijpen en wat gaat
u doen?
Vraag 9
Klopt het eerder gegeven antwoord dat er in 2024 twaalf jongeren in het buitenland
zijn geplaatst, of is er nu andere informatie voorhanden?3 Hoeveel jongeren zijn sinds de decentralisatie in 2015 in het buitenland geplaatst
voor hulp? Kunt u dit in kaart brengen of anders een schatting geven?
Vraag 10
U schreef eerder dat plaatselijke aanbieders moeten toezien dat wordt voldaan aan
Kinderrechten en de Jeugdwet4, wie hoort in te grijpen als dit niet gebeurt?
Vraag 11
Is het Afsprakenkader Buitenlands Zorgaanbod Jeugd inmiddels aangepast zodat ook de
rechtspositie van jongeren wordt versterkt? Zo ja, wat is er precies aangepast? Zo
nee, waarom is dit nog niet gebeurd?
Vraag 12
Hoe kijkt u terug op uw uitspraken dat u geen aanvullend onderzoek wil doen? Deelt
u de mening dat dit nieuwe onderzoek laat zien dat er wel aanvullend onderzoek nodig
is om te verbeteren en jongeren erkenning te geven?
Vraag 13
Kunt u garanderen dat er momenteel geen enkele jongere meer in een onveilige situatie
in het buitenland zit?
Vraag 14
Kunt u deze vragen binnen de geldende termijn beantwoorden en in ieder geval ruim
voor het wetgevingsoverleg Jeugd op 30 november a.s. naar de Kamer sturen?
Indieners
-
Gericht aan
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport -
Indiener
Lisa Westerveld, Kamerlid