Stenogram : Wijziging van de Visserijwet 1963
7 Wijziging van de Visserijwet 1963
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 95
Te raadplegen sinds
2026-10-20Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier3689936899Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 95
Wijziging van de Visserijwet 1963
Aan de orde is de behandeling van:
-het wetsvoorstel Wijziging van de Visserijwet 1963 in verband met de implementatie van Verordening (EU) 2023/2842 over visserijcontrole met betrekking tot de maximaal op te leggen bestuurlijke boete (36899).
De voorzitter:
Aan de orde is de behandeling van de Wijziging van de Visserijwet 1963 in verband met de implementatie van Verordening (EU) 2023/2842 over visserijcontrole met betrekking tot de maximaal op te leggen bestuurlijke boete (36899). Ik heet de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van harte welkom in vak K. Ik zie zeven sprekers van de zijde van de Kamer. Het betreft wetgeving, dus er is ruimte voor debat. Ik hanteer in eerste instantie interrupties in drieën, mits u ze kort en bondig houdt.
De algemene beraadslaging wordt geopend.
De voorzitter:
Ik geef als eerste het woord aan het lid Kostić voor haar inbreng namens de Partij voor de Dieren in eerste termijn. Gaat uw gang.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. Vandaag spreken we over een wijziging van de Visserijwet 1963. De wet is ernstig verouderd en toe aan een frisse vernieuwing. De bedoeling van de wetswijziging is het handhaven van de visserijregelgeving. Deze regelgeving is er omdat we het samen belangrijk vinden dat we voorkomen dat de zee wordt leeggevist. We willen samen dat er voldoende vissen in de zee blijven en dat de natuur, waar we zo afhankelijk van zijn, wordt beschermd.
Voorzitter. Dat is geen overbodige luxe. Onderzoek naar Europese visbestanden laat zien hoe groot de druk op de zee is. Een studie naar honderden Europese visbestanden concludeerde dat meer dan de helft van de bestanden onder het gezonde niveau ligt. Als je de regels daarvoor overtreedt, dan krijg je een boete. Zo simpel is het, en dat is maar goed ook.
Maar bij het handhaven van visserijregels zou het niet alleen moeten gaan over cijfers, quota en visbestanden. Het zou ook moeten gaan om de levende dieren daarachter. In deze Kamer gaat het helaas nooit over misschien wel de meest mishandelde dieren: de vissen. Vissen kunnen pijn lijden, stress ervaren en angst voelen. Daar is de wetenschap heel duidelijk over. Terwijl we voor honden, katten, koeien en varkens regels hebben, en terecht, ontbreken die compleet voor vissen. Dat is raar en willekeurig. De manier waarop vissen worden gevangen, kan namelijk tot pijn en ernstige verwondingen leiden. Vissen die van grote diepte naar boven worden gehaald, kunnen door het plotselinge drukverschil ernstig gewond raken. Hun ogen worden uit hun kassen gedrukt. Hun maag kan door hun mond naar buiten komen. En eenmaal op het dek, waar ze vaak langzaam stikken, liggen de vissen massaal te happen naar adem. Minuten- en soms urenlang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dit debat gaat over het wijzigen van de Visserijwet uit 1963. Dat heeft te maken met de harmonisatie van regels, met Europa. Dit stuk was een hamerstuk. Dat is onthamerd door het lid Kostić, naar nu blijkt om het gewoon over hele andere dingen te hebben die helemaal niks met de wet te maken hebben. Ik kreeg net een amendement in handen waarin eigenlijk ertoe wordt opgeroepen dat gemeenten visserij, dus sportvissen in het water, in de vijvers, kunnen verbieden.
De voorzitter:
En uw vraag?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
We hadden vandaag een commissiedebat Zoönosen en dierziekten gepland. Dat is harstikke belangrijk. Dat debat is uit de agenda gehaald vanwege het onthameren van dit hamerstuk, waardoor wij vervolgens hier een debat moeten voeren. Dan komen er vervolgens allerlei andere dingen langs. Waarom gebruikt het lid Kostić deze Visserijwet om het over heel andere dingen te hebben? Dat moeten we gewoon niet willen met z'n allen.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter, eerst even procedureel. Eigenlijk alles wat mevrouw Van der Plas heeft gezegd, klopt niet. Ten eerste: wij hebben geen aanvraag ingediend om hierover vandaag het debat te voeren. Sterker nog, we hebben richting de griffier aangegeven dat dit wat ons betreft ook later had gekund. Het had iets te maken met de agenda's van het kabinet, waardoor een gat ontstond. Het lag dus niet aan ons dat er een ander debat voor werd verschoven. Die uitleg mag de Griffie geven, maar het lag niet aan ons. Dat is één.
Het tweede is de inhoud. Volgens mij zijn we hier om het over de inhoud te hebben. Ik heb net geconcludeerd dat we met z'n allen hebben besloten dat we het belangrijk vinden om de vissen op een of andere manier te beschermen. Daar gaat de Visserijwet ook over; daar gaat wat we vandaag behandelen ook voor een deel over. Het enige wat wij vinden, is dat, als je zegt "we willen de vissen beschermen", je niet alleen moet kijken naar de visquota en de visbestanden en de boetes die daarbij horen, maar er een integraal verhaal van moet maken en dus ook moet kijken naar het welzijn van de individuele dieren. Zij moeten namelijk nogal wat doormaken; dat heb ik net ook al gezegd. Dat heeft dus te maken met de manier waarop ze uit de zee worden gehaald, het heeft te maken met de manier waarop ze vervolgens op het dek worden behandeld en het heeft te maken met hoe ze vervolgens onverdoofd worden opengereten. Het heeft ook te maken met de manier waarop ze worden gevangen, met weerhaken.
Tot slot wil ik nog even iets wegnemen. Ons amendement gaat nadrukkelijk juist over het geven van keuzevrijheid aan gemeenten; nergens toe oproepen, niks opleggen, maar keuzevrijheid. Als een gemeenteraad beslist een bepaalde richting op te gaan, dan moeten ze ook die juridische mogelijkheid hebben. Als ze het belangrijk vinden dat het vissenwelzijn wordt beschermd, moet dat juridisch ook mogelijk worden gemaakt.
De voorzitter:
U komt waarschijnlijk nog tot de toelichting van uw amendement. Dan doen we dingen dubbel. Ik verzoek zowel de interrumpant als de beantwoorder om kort van stof te zijn.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Vorige week hoorden wij al dat het debat Zoönosen en dierziekten hiervoor verplaatst zou worden. Het lid Kostić had ook kunnen zeggen: dat hoeft helemaal niet, want dit kan misschien ook later. Ik hoor straks graag een reactie van de staatssecretaris op de argumentatie die hier wordt gegeven. Als wij hier debatten voeren over een wet, moet het debat wel over de wet gaan en moet niet via een U-bocht geprobeerd worden de sportvisserij te verbieden. Daar gaat dit helemaal niet over. Dit gaat over boetes, dit gaat over handhaving in de Visserijwet en niet over het verbieden van de sportvisserij.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik vind het ook belangrijk voor de mensen thuis dat we echt wegblijven van desinformatie. Die is BBB nu echt uitgebreid aan het tentoonspreiden. Dit gaat niet over het verbieden van de hengelsport. Het gaat erom dat je vissenwelzijn mag meewegen in de wet. Dat ontbreekt nu, dat is een gat in de wet. Dat sluit precies aan bij het huidige debat. Het gaat erom dat gemeenteraden democratische besluiten over vissenwelzijn kunnen nemen. Tot slot nog een keer over het proces. Nogmaals, wij hebben duidelijk aangegeven dat de Visserijwet wat ons betreft niet vandaag hoeft te worden behandeld. We hebben ook heel nadrukkelijk meegegeven dat andere debatten wat ons betreft voor kunnen gaan. Maar ja, daar is anders over besloten en dat is echt buiten ons om.
Mevrouw Bromet (PRO):
Een heel kort puntje over de procedure die de Partij voor de Dieren kiest. Ik heb gisteren ook pas het amendement gezien. Normaal gesproken hebben wij hier wetsbehandelingen met een advies van de Raad van State, met een memorie van toelichting en kun je belangenorganisaties et cetera raadplegen. Dat is nu allemaal niet gebeurd.
Dat wilde ik even gezegd hebben, voordat ik mijn vraag stel. Maar misschien kan lid Kostić daar dan een antwoord op geven, gezien de kennisachterstand die ik heb. Als je het verbiedt om mensen met een haakje vissen te laten vangen, hoe doe je dat dan? Hoe kan je een vis vangen zonder haakje?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat is niet het amendement. Overigens weet mevrouw Bromet ook dat ik dit amendement eerder in concept al naar PRO heb gestuurd. Wij waren op het ministerie aan het wachten, voor technische ondersteuning daarin. Volgens mij is het prima gegaan. We hebben voor dit debat een amendement gestuurd; dat gebeurt wel vaker. We hebben het dus in ieder geval netjes voor het debat gedaan. Dat is één, over het proces.
Twee, over wat het amendement beoogt. Daar kom ik straks ook nog op, maar het gaat dus niet om haken, maar om weerhaken. Dat is eigenlijk een stalen haak met daarop nog haakjes, die extra hard in een dier, in dit geval een vis, kan blijven steken met maximale schade voor het dier. Daarover zeggen ook heel veel hengelaars dat dat totaal overbodig is. Dat is gewoon een feit, want je kan inderdaad vissen vangen met een gewone haak. Zo'n weerhaak geeft dus totaal overbodig extra dierenleed. Daar gaat het expliciet om.
Mevrouw Bromet (PRO):
Nou, dat geeft al heel veel verheldering, want dit wist ik oprecht niet. Ik dacht aan die totebellen, zoals wij die vroeger noemden. Dat zijn van die kruizen met een net. Die mag je volgens mij niet gebruiken. Maar nu weet ik in ieder geval dat het over weerhaken gaat en niet over haken. Dat maakt de beoordeling wat makkelijker.
De voorzitter:
U vervolgt.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Fijn. Het staat ook duidelijk zo in het amendement, hoor. Maar ik snap het wel. We hebben een drukke Kameragenda; er zijn veel stukken om te lezen.
Mevrouw Bromet (PRO):
Ik vind niet dat je het ons kwalijk kunt nemen ...
Kamerlid Kostić (PvdD):
Nee ...
De voorzitter:
Mevrouw Bromet heeft het woord.
Mevrouw Bromet (PRO):
Ik vind niet dat je ons dit kwalijk kunt nemen. Wij hebben gisteren dit amendement pas gezien. Ik vis niet, dus ik weet niet wat het verschil is tussen een haak en een weerhaak. Nu weet ik dat wel, maar ik wil niet het verwijt krijgen dat ik me hier niet goed in verdiept heb.
De voorzitter:
Lid Kostić, u vervolgt.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Nee, absoluut niet. Dat wil ik ook meteen van tafel halen; dat was niet mijn bedoeling. Ik wilde ook gewoon voor de mensen hier, de mensen die meeluisteren en ook voor Kamerleden die hier uiteindelijk over moeten beslissen, extra verduidelijken dat "de weerhaak" als term ook echt in ons voorstel staat.
De voorzitter:
U vervolgt.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ja.
Of ze worden bij volle bewustzijn onverdoofd opengesneden om de ingewanden te verwijderen. Ik citeer een voormalig minister: "Er is geen regelgeving met betrekking tot het doden van dieren in de visserij." Het gaat om miljoenen vissen, roggen, inktvissen en vele andere dieren, miljoenen wezens die pijn kunnen voelen, maar er is geen wetgeving die ze tegen onnodig leed beschermt. Laat dat tot je doordringen. Wat vindt de staatssecretaris daarvan? Zet hij zich in voor regelgeving met betrekking tot de bescherming van vissenwelzijn, hier in Nederland maar ook daarbuiten? Ik vraag mijn mede-Kamerleden ook: alsjeblieft, het zou toch ook voor jullie onacceptabel moeten zijn dat er echt geen enkele bescherming is voor deze dieren, die wel pijn kunnen voelen? Wat de Partij voor de Dieren betreft hoort dit niet bij een beschaafd land. We horen goed met dieren om te gaan, ook als die dieren wat minder aaibaar zijn dan puppy's en pony's.
Voorzitter. We willen graag een start maken met de bescherming van deze dieren en dus met het beschaafder maken van de Visserijwet. En als je groot wil, moet je klein beginnen. Daarom komen wij met twee amendementen op de Visserijwet. Beide amendementen stellen gemeenten beter in staat om op hun eigen grondgebied vissenleed te voorkomen.
Ik licht ons amendement tegen weerhaken er even extra uit. Een stalen haak met nog andere haken aan de weerzijden: die richt maximale schade aan bij het binnendringen, het binnenhalen en het verwijderen. Bij het binnendringen snijdt de scherpe punt van de weerhaak door de huid en het lichaam van het dier. Als de vis uit het water wordt getrokken, klappen de weerhaakjes achterwaarts uit als ankers en nestelen ze zich extra diep in het lichaam van de vis. Hoe meer de vis tegenstribbelt, hoe dieper en pijnlijker de weerhaken zich vastgrijpen. Ze doorboren de vis en haken zich vast in het omringende weefsel, spieren, zenuwen en bloedvaten. Het gevolg hiervan is dat de wond groter en pijnlijker wordt dan bij een normale haak. Het kan hierbij zelfs gebeuren dat een vissenmond helemaal doorscheurt, of erger, dat de haak dieper in de vis komt en alle vitale organen openscheurt. Je kunt je voorstellen dat het verwijderen van zo'n haak ook niet zomaar gaat, want of je trekt alles met huid en haar eruit, of je duwt de haak door, met alle schade van dien.
Het tragische is dat deze praktijk absoluut vermijdbaar is. Ik had het daar net al over richting mevrouw Bromet. Er zijn voldoende geschikte alternatieven beschikbaar. De stalen weerhaken vormen ook een gevaar voor andere dieren, waaronder huisdieren, en zorgen voor extra natuurschade en milieuvervuiling. Dierenartsen en medewerkers van dierenambulances hebben de Kamer hierop gewezen tijdens het rondetafelgesprek Toekomst van de diergeneeskundige zorg, op 25 september 2025. Zo vertelde Gerrit van de dierenambulance: "We hadden gisteren een meeuw gevonden die een dubbele snoekhaak met twee keer een drietand van zijn ene vleugel naar zijn andere vleugel had lopen. Hij zat daarmee helemaal vast. Zo heeft hij lang moeten lijden voordat hij stierf van ellende." Probeer dat beeld eens voor je te zien: een vogel die probeert weg te vliegen maar dat niet kan, omdat de stalen haken door zijn vleugels zitten, een dier dat probeert los te komen, maar zichzelf alleen maar verder verwondt tot het langzaam sterft.
Dit is het soort dierenleed dat medewerkers van dierenambulances dagelijks zien. Totaal onnodig. Niet voor niets is wettelijk vastgelegd dat het verboden is om zonder redelijk doel — of verdergaand: zonder dat het voor zo'n doel nodig is — pijn of letsel bij een dier te veroorzaken of het welzijn van het dier te benadelen. Maar blijkbaar passen we dit dus niet toe op vissen. De conclusie is dan heel logisch: pijnlijke weerhaken zouden tot het verleden moeten behoren. Gelukkig hebben sommige gemeenten hier al op ingegrepen, maar andere gemeenten wachten juist op ons in Den Haag voor regelgeving. Daar moeten we in voorzien, want een vis in Heiloo voelt niet minder pijn dan een vis in Putten.
Voorzitter. Tot slot. De Visserijwet is er niet alleen voor regels en boetes; het gaat om wat we met die regels willen beschermen: de natuur, de zee en de dieren die daarin leven. Laten we daarom niet alleen naar vissen kijken als kilo's vangst, niet alleen als omzet, maar als individuele dieren: de vis met die stalen weerhaak door zijn mond, de vis die op het dek minutenlang naar adem ligt te happen, de vis waarvan de ogen uit de kassen zijn gedrukt, de vis waarvan de maag door de mond naar buiten is gekomen. Dat zijn levende dieren die pijn kunnen voelen en die onze bescherming verdienen.
Voorzitter. We zouden het volstrekt onacceptabel vinden als iemand voor zijn plezier een stalen haak door de mond van een hond of kat zou trekken. Waarom zouden we bij een vis ineens doen alsof het niet uitmaakt, alleen omdat wij de pijn van een vis minder goed kunnen zien? Vissen kunnen niet voor zichzelf naar deze Kamer komen. Ze kunnen niet vertellen wat er met hen gebeurt. Ze kunnen niet vragen om bescherming, dus moeten wij die verantwoordelijkheid nemen. Soms is dat heel eenvoudig, door bijvoorbeeld een weerhaak weg te laten. Ik hoop dat de Kamer deze minimale stap voor de dieren vandaag maakt.
Dank u wel.
De voorzitter:
Bent u daarmee aan het einde gekomen van uw inbreng?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Jazeker.
De heer Lohman (CDA):
Ik wil me toch even aansluiten bij de voorbereiding die ik hierop heb kunnen doen, want ik was er inderdaad echt van uitgegaan dat we het vooral over de Visserijwet en de professionele visserij gingen hebben. Maar goed, ik hoor ook een gepassioneerd betoog over sportvisserij. Ook ik heb een vraag over de weerhaken. Is lid Kostić het ermee eens dat het bij de weerhaken ook erom gaat hoe je die gebruikt? Ik heb bijvoorbeeld zelf kinderen. Die zijn ook bezig met sportvisserij. In principe zouden op voorwaarde van een goed gebruik — dat begrijp ik van de Sportvisunie — dit soort vervelende scenario's die lid Kostić schetst, niet voor hoeven komen.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank ook voor de interesse. Ik heb uitgebreid geschetst dat dit voor ons bij elkaar hoort. Het gaat ons om de bescherming van vissenwelzijn. Daarbij maakt het niet uit of de vis in de zee of in de gracht zwemt en het maakt niet uit of een professionele visser het dier vangt of een hengelaar voor de hobby: vissen lijden. Die willen we beschermen. In dit specifieke geval gaat het om weerhaken. Uit onderzoek weten we dat die weerhaken onnodig meer schade opleveren dan een gewone haak. Ik weet ook dat er hengelaars zijn — gelukkig zijn dat steeds meer hengelaars — die zeggen: ja, ik kan het prima doen met een gewone haak, zonder een weerhaak. Dat is precies het punt, en daar is eigenlijk gewoon geen discussie over: we weten dat er een doelmatig alternatief bestaat. Dan is gewoon de vraag aan de Kamer: waarom zou je dan niet kiezen voor dat alternatief?
De heer Lohman (CDA):
Dank u voor dat antwoord. Misschien een korte vervolgvraag over het aantal gemeentes waarin nu ook sprake is van verboden. Dat zou om een toenemend aantal gemeentes gaan. Ik begreep dat het nu vooral in Amersfoort speelt. Zou lid Kostić daarop kunnen reflecteren?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ja, het speelt in een toenemend aantal gemeentes, maar de meeste gemeentes wachten, zoals ik al zei, gewoon op landelijke wetgeving, omdat ze daar juridisch nog niet voldoende haakjes voor zien. Zij zoeken daarvoor duidelijkheid van de Kamer. Nogmaals, wij gaan uiteindelijk over vissenwelzijn. Daar gaat de Visserijwet over. We hebben met z'n allen besloten dat het belangrijk is om vissen op een bepaalde manier te beschermen. Door de verouderde Visserijwet gaat het vooral over visbestanden. Daardoor is het voor een gemeenteraad juridisch eigenlijk onmogelijk of bijna onmogelijk om keuzes te maken puur op basis van vissenwelzijn. Dat is helaas een mankement in de wet, maar in dit geval, als het gaat om weerhaken, kunnen we dat makkelijk corrigeren.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Van der Plas. O, er is nog een interruptie van mevrouw Bromet. Gaat uw gang.
Mevrouw Bromet (PRO):
Ja, want ik heb net pas het verschil tussen haken en weerhaken leren kennen. Mij lijkt dat een gewone haak door je lip ook geen pretje is. Heeft de Partij voor de Dieren ook overwogen om een algeheel verbod op haken in te voeren?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Och, dat raakt mij in mijn hart. Ik zal eerlijk bekennen — dit zal De Telegraaf vast overnemen — dat ik vroeger, als klein kind, ook heb gehengeld. Ik ben als vluchteling hiernaartoe gekomen en in een asielzoekerscentrum in Den Haag terechtgekomen. Daar was een slootje en daar heb ik ook wat uitgegooid. Maar inmiddels heb ik geleerd dat vissen pijn kunnen voelen, net zoals de andere dieren die ik noemde: honden, katten, varkens. Die gaan we ook niet zomaar een stalen haak door de mond boren. Ik kijk ook gewoon naar deze Kamer. Die vindt het al heel moeilijk om over vissenwelzijn te praten. Dit staat dus los van wat de Partij voor de Dieren verder vindt of wat ik verder vind. Ik vind het vooral belangrijk dat we in ieder geval kijken waar we onnodig leed kunnen vermijden. Er zijn gewoon alternatieven voor weerhaken. Die weerhaken zijn écht marteltuigen en zijn onnodig. Nog los van het gegeven dat ze bij vissen schade aanrichten — net heb ik het stukje voorgelezen van de dierenambulance — veroorzaken ze enorm veel leed, ook bij andere wilde dieren. Als we dat met z'n allen kunnen voorkomen, laten we die stap dan zetten. Dan ben ik ook heel blij.
De heer Lohman (CDA):
Wat een interessante ontboezeming van lid Kostić. Ik heb zelf vroeger nooit gevist, maar mijn zoons zijn nu heel actief bezig met visserij. Dan wil ik misschien toch een korte reflectie. Ik zie juist onder jonge kinderen heel veel interesse in visserij. Dan zijn ze buiten en zitten ze niet achter het schermpje. Ze zijn dan bezig met dieren, zij het op een manier die lid Kostić misschien niet het liefst ziet. Maar ze zijn meer in de natuur. Zitten er volgens lid Kostić ook positieve aspecten aan de sportvisserij?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Even ter verduidelijking: het lijkt nu een beetje alsof wij nu een voorstel doen om de hele sportvisserij op te doeken, maar dat is níet het geval. Het enige wat wij zeggen is: kom nou af van die weerhaken. Die zijn echt onnodig. Daarmee voorkom je heel veel dierenleed, niet alleen bij vissen, maar ook bij andere dieren, en veel vervuiling van natuur en milieu. Daarnaast zeggen we dat gemeenteraden, volksvertegenwoordigers, in meerderheid kunnen besluiten dat het belangrijk is om de vissen in hun territorium, het vissenwelzijn, beter te beschermen en beperkingen op te leggen aan de hengelaars, maar dat moet dan wel in de wet mogelijk worden gemaakt. De wet maakt dat nu niet mogelijk. De wet maakt het nemen van zo'n besluit nu alleen maar mogelijk op basis van visbestanden, maar niet op basis van het individuele dierenleed. Daarvan zeg ik nogmaals: alle gemeenten moeten dat zelf kunnen beslissen. Dat blijft ook zo in ons voorstel. Dat is altijd aan de gemeente, maar door de huidige wet- en regelgeving wordt de gemeente de mogelijkheid ontnomen om die keuze zelf te maken. Wij maken alleen maar mogelijk dat de gemeente die keuze kan maken.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van der Plas, namens de BBB.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Ik ga het wel over de wet hebben. Ik wil beginnen met te benadrukken dat de visserijsector al ongelofelijk veel voor zijn kiezen heeft gekregen: saneringen, toenemende regelgeving, ruimtelijke beperkingen, hoge kosten en natuurlijk voortdurend in onzekerheid zitten. De vissers die nog over zijn, moeten kunnen vissen terwijl er duidelijke regels en een eerlijke handhaving zijn. BBB staat voor een overheid die streng is waar dat moet, maar uitgaat van vertrouwen.
Wie bewust de regels overtreedt, moet worden aangepakt. Dat staat buiten kijf. Maar wie te goeder trouw handelt en door onduidelijke regels of een onbedoelde fout in de problemen komt, verdient geen disproportionele straf. Dat is wat de BBB onder "proportionaliteit" verstaat. Daar moeten we helder over zijn. Handhaving moet proportioneel zijn, moet redelijk zijn en moet rechtvaardig zijn. Juist daarom maken we ons daar heel erg veel zorgen over. Dit wetsvoorstel gaat over het maximale niveau van bestuurlijke boetes in de visserij. De regering benadrukt terecht dat de zwaarste boetemogelijkheden zijn bedoeld voor ernstige overtredingen en grote ondernemingen. Ook geeft de regering aan dat er bij de beoordeling van de overtredingen wordt gekeken naar onder andere de ernst, de verwijtbaarheid en het behaalde voordeel. Dat uitgangspunt kan op steun rekenen van BBB.
Maar proportionaliteit betekent ook dat er een duidelijk verschil moet zijn tussen iemand die bewust en doelgericht de regels overtreedt en iemand die gewoon te goeder trouw handelt en bijvoorbeeld niet wist dat er een specifieke regel gold of door onduidelijke regelgeving onbedoeld een fout maakt. Wij horen vanuit de visserij steeds vaker voorbeelden waarbij vissers worden aangesproken of zelfs worden beboet voor regels waarvan ze helemaal niet wisten dat deze op die manier worden toegepast. Ik vind dat een zorgelijke ontwikkeling. Ik zal een voorbeeld geven: de situatie in het Eems-Dollardgebied. Garnalenvissers zijn recent gewaarschuwd omdat zij met hun netten boven water richting de haven zouden zijn gestoomd om daar scheep te zetten. Blijkbaar mag dat niet zonder rekening te houden met specifieke afspraken uit het Eems-Dollardverdrag. De betrokken vissers geven aan dat zij daar niet of niet voldoende van op de hoogte waren. Gelukkig is er in dit geval sprake geweest van een waarschuwing. Tegelijkertijd werd gesproken over mogelijke strafpunten en sancties, terwijl het dankzij de nieuwe black box duidelijk is dat er ook met de netten buiten boord niet wordt gevist. De vraag van BBB aan de staatssecretaris is dan ook: hoe duidelijk zijn deze regels eigenlijk gecommuniceerd aan de Nederlandse vissers? Is de staatssecretaris bereid om te bekijken of deze regels en de toepassing daarvan in het kader van het Eems-Dollardverdrag kunnen worden verduidelijkt of kunnen worden aangepast? Want als een regel in de praktijk leidt tot een situatie waarin vissers zich onveiliger voelen, bijvoorbeeld doordat zij bij slecht weer niet op een veilige manier een luwere plek kunnen opzoeken, moeten we ons wel gaan afvragen of de regelgeving nog wel aansluit bij de praktijk op zee.
Voorzitter. Een ander punt betreft de zogenaamde lijst met loshavens. BBB begrijpt dat er vragen leven rond onder andere Kornwerderzand en Brouwershaven. Waarom zijn deze locaties niet toegevoegd aan de lijst van loshavens, terwijl daar door vissers aantoonbaar in de afgelopen jaren is gelost? Deze havens zouden dan ook moeten worden toegevoegd aan de lijst, conform de motie-Boomsma. Kan de staatssecretaris die twee havens dan alsnog toevoegen aan de lijst? En zijn er in de afgelopen periodes boetes, waarschuwingen en/of strafpunten uitgedeeld vanwege de onduidelijkheid juist rondom de juridische status van deze loshavens?
Voorzitter. BBB wil ook aandacht vragen voor situaties waarin vissers worden geconfronteerd met hoge boetes, terwijl zij zich niet bewust waren van een overtreding. Een voorbeeld dat ons is voorgelegd betreft het gebied bij Lauwersoog en het oude Westgat, in de omgeving van een meetpaal. Een visser is daar binnen een bepaalde afstand langs gevaren en kreeg daarvoor een boete van €4.100. Na een rechtszaak is die boete weliswaar verminderd tot €2.100, maar wel onder de voorwaarde dat gedurende twee jaar geen nieuwe overtreding wordt begaan. Dat zijn forse bedragen, terwijl vissers er ook hier vooraf niet van op de hoogte waren dat dit niet mocht. Daarom vinden wij dat vooraf altijd heel duidelijk moet worden gecommuniceerd welke handelingen niet zijn toegestaan, zodat dit soort situaties kan worden voorkomen. Want proportionaliteit gaat niet alleen over de hoogte van de maximale boete, proportionaliteit gaat ook over de vraag of iemand redelijkerwijs kon weten dat hij een overtreding beging. Ik wil daarom van de staatssecretaris weten hoe hij ervoor zorgt dat onwetendheid die redelijkerwijs verschoonbaar is, een vergissing of een onbedoelde fout voldoende worden onderscheiden van bewuste, ernstige overtredingen. De regering geeft zelf aan dat de mate van verwijtbaarheid een rol speelt bij de sanctionering, bij het straffen dus. Ik wil graag weten hoe dat in de dagelijkse praktijk daadwerkelijk wordt toegepast.
Voorzitter. Dan het toezicht. Vanuit de visserijsector wordt ervaren dat er sinds de saneringen veel minder visvaartuigen zijn, terwijl het aantal controleschepen en de controlecapaciteit niet in dezelfde mate zijn afgenomen. Het gevolg is dat de resterende vissers dus veel vaker worden gecontroleerd, en dat heeft gevolgen. Iedere controle kost tijd. Dat is tijd waarin een visser niet kan vissen en dat betekent visverlet, zoals we dat noemen, en dus economische schade. Maar het leidt volgens de sector ook tot toenemende frustratie en achterdocht. Wij vinden toezicht belangrijk — daar hoeft geen misverstand over te bestaan — maar het toezicht moet wel risicogericht en, opnieuw, proportioneel zijn. Deze geluiden vanuit de sector nemen wij serieus. Ik hoor graag van de staatssecretaris of hij deze ook serieus neemt.
De regering geeft aan dat het toezicht van de NVWA risicogericht plaatsvindt en dat de frequentie van toezicht afhankelijk is van het risico op een overtreding en de impact daarvan op de visbestanden en het milieu. Ik vraag de staatssecretaris daarom: hoe wordt dit risicogerichte toezicht in de praktijk vormgegeven, nu de vloot aanzienlijk kleiner is geworden? Wordt er daadwerkelijk gekeken naar de verhouding tussen het aantal beschikbare controles en het sterk afgenomen aantal vissersvaartuigen? Is de staatssecretaris bereid om met de visserijsector in gesprek te gaan over de proportionaliteit van het toezicht en de handhaving? Wat mij betreft moet het uitgangspunt zijn dat een hardwerkende visser die zich aan de regels probeert te houden niet het gevoel krijgt dat hij voortdurend wordt behandeld als een potentiële overtreder.
Voorzitter. Ik wil ook aandacht vragen voor de situatie van de wadvissers en de garnalenvissers rond de 48 uursregeling voor rusttijden. Er zijn vissers die er bewust voor kiezen hun schip te laten droogvallen, zodat de bemanning op een veilige manier de noodzakelijke rust kan nemen. Dat gebeurt niet om de regels te omzeilen, maar juist vanuit het oogpunt van veiligheid en goed zeemanschap. Toch kan deze situatie volgens de huidige uitleg worden aangemerkt als "rusten op zee", waardoor een visser mogelijk een overtreding begaat en zelfs een hele hoge boete riskeert. Ik vind dat moeilijk uit te leggen. Een visser die bewust kiest voor een veilige situatie en zijn bemanning de rust ook gunt, zou niet door de huidige regelgeving onbedoeld in de problemen moeten komen. Ik vraag de staatssecretaris daarom om te kijken naar een praktische en, opnieuw, een proportionele oplossing. Wil de staatssecretaris dit onderwerp samen met zijn collega van Infrastructuur van Waterstaat en de ILT, de Inspectie Leefomgeving en Transport, opnieuw bekijken, specifiek voor vissers die hun schip bewust laten droogvallen om de bemanning veilig rust te geven?
Voorzitter. Ik sluit af met het volgende. Wat ook buitenproportioneel is, is dat een kleine schrijffout in het logboek direct leidt tot een proces-verbaal en drie strafpunten, zeker als het hier ook om een onbedoelde fout gaat bij soorten waarvan het quotum tóch niet wordt bereikt. Vissen is zwaar en vermoeiend werk, vaak onder moeilijke omstandigheden en met lange werkdagen. Een komma, een punt of een cijfer is dan zo verkeerd ingevuld. Daarom roep ik de staatssecretaris op om onderscheid te maken tussen een onbedoelde schrijffout en bewuste fraude, en om vissers de mogelijkheid te geven om zo'n fout te corrigeren.
Verder wens ik, zoals ik ze altijd noem, de "helden van de zee" heel veel sterkte, succes en een mooie visvangst, want dan kunnen wij — vrijdag, visdag — een lekker kabeljauwtje of een harinkje eten.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie meneer Jansen, maar ik heb op mijn lijstje eerst nog meneer Lohman staan. U staat gewoon te popelen, meneer Jansen. U komt vanzelf aan de beurt. Eerst meneer Lohman, namens het CDA. U moet uw kruit nog even drooghouden, meneer Jansen.
De heer Lohman (CDA):
Voorzitter. Vis is sterk verweven met onze eetcultuur. Het is moeilijk voor te stellen hoe het leven eruitziet zonder een haring aan de staart of een blik tonijn in het schap, gevangen door vissers. Het gaat om families, om vakmanschap en om gemeenschappen die al generaties met de zee verbonden zijn. Het CDA wil dat er ook een volgende generatie is die een toekomst ziet in de visserij. In gesprekken met vissers hoor ik zorgen en frustratie, het gevoel dat er steeds nieuwe verplichtingen bij komen terwijl het antwoord op de vraag "hoe kan ik verder met mijn bedrijf?" uitblijft. Juist daarom zijn duidelijke regels, eerlijke handhaving en een werkbare uitvoering zo belangrijk.
Internationaal gerenommeerde chefs Jamie Oliver en Joris Bijdendijk, waarvan ik een aantal zinnen net citeerde, schreven onlangs in Trouw over hun verantwoordelijkheid als chefs voor de toekomst van de zee. Wat zet je op de kaart? Welke vis koop je in? Wat betekent die keuze voor de zee en de mensen die ervan leven? Wat mij daarin aanspreekt, is dat zij naar hun eigen rol kijken. Zorg voor de zee en perspectief voor de visser horen bij elkaar.
Het wetsvoorstel dat vandaag voorligt, gaat over een aanpassing van de boetesystematiek. Het CDA steunt deze aanpassing. Ernstige en herhaalde overtredingen mogen niet lonen. Juist voor de vissers die zich wel aan de regels houden, is het van belang dat dit gebeurt. Een gelijker speelveld binnen Europa is winst. Deze wetswijziging is smal, maar komt voort uit de Europese Controleverordening. Juist bij de uitvoering daarvan heeft het CDA nog zorgen. De staatssecretaris heeft naar aanleiding van onze schriftelijke vragen aangegeven dat extra middelen beschikbaar zijn gesteld voor de NVWA en de RVO. Kan de staatssecretaris aangeven hoeveel extra fte inmiddels daadwerkelijk beschikbaar zijn?
Als gevolg van de Controleverordening moeten systemen worden aangepast, moeten werkwijzen veranderen en moeten vissers weten waar ze aan toe zijn. Ook een familiebedrijf met één kotter moet aan die regels kunnen voldoen. Hoe zorgt de staatssecretaris ervoor dat de praktische knelpunten samen met de sector, NVWA en RVO tijdig worden opgelost?
Een belangrijk voorbeeld is cameratoezicht, waar we het eerder al over hadden. De sector blijft zeer, zeer kritisch over de uitvoerbaarheid. Ik citeer: jullie leggen ons moeilijk uitvoerbare regels op en hangen vervolgens camera's op om te controleren of we daaraan voldoen. Wat zegt de staatssecretaris tegen deze ondernemers? Ik begreep ook dat de Nederlandse pilot nog niet van de grond is gekomen. Wat is daar nu de status van?
In juni vroeg ik de staatssecretaris wie verantwoordelijk wordt voor de enorme hoeveelheid cameradata. Dat moest toen nog Europees worden uitgewerkt. Waar staan we nu? Hoe voorkomt de staatssecretaris dat vissers in 2028 voor voldongen feiten komen te staan?
Voorzitter. Het CDA steunt deze wetswijziging. Van vissers vragen we verantwoordelijkheid voor de zee en naleving van de regels. Daar staat tegenover dat de vissers van de overheid duidelijke, uitvoerbare regels en een deugdelijke uitvoering mogen verwachten.
Dank u.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Een korte vraag misschien. Vindt mijn collega van het CDA dat vissen, die wetenschappelijk gezien pijn kunnen voelen, goede bescherming in de wet verdienen?
De heer Lohman (CDA):
Ik denk toch dat het lid Kostić en ik de prioriteiten daarin wat anders leggen. Daarmee zeg ik niet dat ik denk dat vissen geen pijn kunnen voelen, maar we vragen van alles van de visserij en ik vind het herstel van ecosystemen en een goede visstand op dit moment belangrijker dan het aanpassen van de gewone, gangbare vismethoden op basis van dierenwelzijn; maar als er misstanden zijn, is dat wel iets.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Het gaat om het volgende. Als we vissenleed kunnen voorkomen, zoals in het voorbeeld van weerhaken, dus als er alternatieven zijn, vindt het CDA dan ook dat we daarnaar moeten kijken en dat we ook een haakje in de wet moeten kunnen creëren om die weerhaken niet meer te gebruiken en onnodig vissenleed te vermijden?
De heer Lohman (CDA):
Ik ben het met het lid Kostić eens dat onnodig vissenleed voorkomen moet worden. Als mijn kinderen gaan vissen — nogmaals, ik weet niet zo goed hoe ze dat doen, want ik heb het zelf nooit gedaan — hebben we het daar natuurlijk ook over: doe dat voorzichtig, zorg dat je geen onnodig leed veroorzaakt. Daar gingen mijn vragen aan het lid Kostić net ook over. Ik weet niet of een verbod op het gebruik van weerhaken nou de beste optie is. Ik denk wel dat voorlichting goed is: als je vist, doe dat dan op een verantwoordelijke manier. Ik geloof ook dat die voorlichting in viswinkels wordt gegeven. De Sportvisunie is daar natuurlijk ook mee bezig. Ik ben het er dus zeker mee eens dat onnodig leed, niet alleen in de sportvisserij, maar ook in de professionele visserij, indien mogelijk voorkomen moet worden.
De voorzitter:
Afrondend.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ja, afrondend. Het punt is het volgende. Als gemeenteraden vissenwelzijn beter willen beschermen en als daar democratisch toe is besloten, zijn er nu onvoldoende haken in de wet om dat te kunnen oplossen. Ik hoop — dat is mijn oproep aan het CDA richting de stemmingen — dat daarover wordt nagedacht en dat in ieder geval die opening wordt gecreëerd, zodat gemeenten die dat willen, hierin een vissenwelzijnsafweging kunnen maken. Ten aanzien van de weerhaken: vanuit de wetenschap weten we dat die voor onnodige extra schade zorgen, ook als je er voorzichtig mee bent. Als er alternatieven zijn, waarom zou je die dan niet gebruiken?
De heer Lohman (CDA):
Ik moet nog steeds een beetje glimlachen om de "haken in de wet". Over het doel zijn we het, denk ik, eens. Ik denk dat er bij de sportvissers wel een zelforganiserend vermogen is om dat soort keuzes te maken, dus ik weet niet of verankering hiervan in de wet de voorgenomen richting van het CDA zou zijn, maar we kunnen elkaar vinden in het voorkomen van onnodig leed.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer … O! Er is nog een interruptie van mevrouw Van der Plas.
De heer Lohman (CDA):
Ja, we bouwen de spanning op!
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het is mooi om te horen dat de kinderen van de heer Lohman vissen. Ze zijn lekker in de natuur bezig en ze zijn met elkaar bezig. Dat is veel beter dan de hele dag achter een iPad zitten, dus dat ten eerste. Stimuleer ze vooral om hiermee door te gaan. Maar ik wil dan ook vragen of de heer Lohman, in een eventuele overweging naar aanleiding van een oproep van lid Kostić, meeneemt dat de Partij voor de Dieren natuurlijk gewoon uit is op een totaalverbod op de visserij. Dat is al eens eerder gezegd door de voormalig fractievoorzitter, mevrouw Ouwehand, die gewoon helemaal af wil van alles wat met dieren te maken heeft en het plezier van mensen.
De voorzitter:
Uw vraag?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat is geen geheim. Wil de heer Lohman dan ook in zijn overweging meenemen dat dit soort dingen, dit soort amendementen en moties, allemaal hele kleine stapjes zijn zodat het gewoon onmogelijk wordt gemaakt om te vissen? Dat is even mijn overweging.
De voorzitter:
De partij van lid Kostić wordt via een interruptie aangesproken, dus ik geef ruimte voor een persoonlijk feit. Gaat uw gang.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank, voorzitter. Er worden mij woorden in de mond gelegd die ik niet heb geuit.
De voorzitter:
Kort, kort.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik probeer hier gewoon een goed debat te voeren. Het enige waar ik het CDA in probeer mee te nemen, is …
De voorzitter:
Ja.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat is: alstublieft, laten we er samen voor zorgen dat het vissenwelzijn in de wet is geborgd zodat gemeenteraden hun keuzes kunnen maken.
De voorzitter:
Ja, dat is helder. Waarvan akte, waarvan akte, waarvan akte.
Heeft u nog een antwoord op mevrouw Van der Plas?
De heer Lohman (CDA):
Ja, een korte reactie. Ik heb net in mijn inbreng laten weten dat het CDA wil dat een volgende generatie een toekomst kan opbouwen in de visserij, dus dat is het standpunt van het CDA. Voor andere zaken moet u bij PvdD zijn.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu toch echt het woord aan de heer Chris Jansen namens de Partij voor de Vrijheid in de eerste termijn. Gaat uw gang.
De heer Chris Jansen (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik stond inderdaad te trappelen om weer te mogen.
Voorzitter. Vandaag zijn we wederom getuige van de zoveelste beschamende knieval van dit kabinet voor de onverzadigbare machtshonger van Brussel. Het voorliggende wetsvoorstel is niets minder dan een flagrante uitverkoop van onze nationale soevereiniteit. De aanleiding is een Europese Controleverordening. In de ambtelijke stukken wordt het nog verbloemd, maar laten we eerlijk zijn: dit is gewoon een ordinair moetje uit Brussel. De PVV verwerpt dit soort Brusselse dictaten, die onze Nederlandse vissers opzadelen met draconische sancties. De regering verschuilt zich achter de koninklijke boodschap en de memorie van toelichting, die reppen over een "noodzakelijke implementatie". Maar laten we de feiten niet uit het oog verliezen. De staatssecretaris staat hier simpelweg als het lokale filiaal van de Europese Commissie braaf opdrachten af te stempelen. Wij als Kamer zijn verworden tot een stemmachine die uiteindelijk een oordeel mag geven over regels die elders zijn bedacht om onze eigen ondernemers de nek om te draaien.
Voorzitter. Laten we kijken naar de financiële vernietiging die hier als beleidsinstrument wordt gepresenteerd. Het voorstel regelt een verhoging van de bestuurlijke boete naar de zesde categorie. Dat is maar liefst per peildatum 1 januari 2026 een bedrag van 1,1 miljoen euro. Maar daar stopt de waanzin niet. Als het aan Brussel en dit kabinet ligt, kan de boete ook nog 10% van de jaaromzet bedragen, 10%! De staatssecretaris beweert in zijn nota dat dit slechts een verduidelijking is dat de handhavingskaders niet strenger worden. Maar in een sector met flinterdunne marges en torenhoge kapitaallasten is 10% van de omzet geen boete, maar een gedwongen faillissement vanwege een administratieve fout. Ik vraag de staatssecretaris dan ook hoe een boete van 1,1 miljoen euro zich verhoudt tot de economische realiteit van een Nederlandse kotter. Ziet de staatssecretaris niet in dat met deze astronomische bedragen het voortbestaan van onze vissersvloot willens en wetens in de waagschaal wordt gesteld?
De regering probeert de Kamer zand in de ogen te strooien door te beweren dat het alleen voor de "grote spelers" bedoeld is, maar als we de wet erbij pakken, zien we dat een modern Nederlands familiebedrijf met slechts één pelagische trawler door deze wet direct wordt behandeld als een gezichtsloze multinational. De grens van 1.200 brutoton is niet de uitzondering; het is de ruggengraat van onze vloot. Door deze ondernemingen in de hoogste boetecategorie te duwen raakt u de cultuurhistorische kern van onze kustgemeenschappen. Waarom weigert de staatssecretaris dit onderscheid te maken?
Het proces rondom deze wet is het toonbeeld van Haagse arrogantie. De internetconsultatie is overgeslagen onder het mom van "zuivere implementatie". Met andere woorden: de sector heeft niets te vertellen, want Brussel heeft al beslist. Dan durft de regering ook nog te beweren dat er geen gevolgen zijn voor de regeldruk. Erkent de staatssecretaris dan niet dat de dreiging van een miljoenenboete de financierbaarheid door banken volledig om zeep helpt? De psychische druk op vissersgezinnen … Zij moeten met dit zwaard van Damocles boven hun hoofd de zee op. Het leed is onbeschrijfelijk. Graag een reactie hierop.
Dan de rol van de NVWA. In de beslisnota lezen we dat er extra middelen zijn begroot voor de NVWA om deze taak uit te voeren. De Nederlandse belastingbetaler mag extra ambtenaren betalen om onze eigen vissers met miljoenenboetes het faillissement in te jagen. Volgens de PVV wordt de NVWA hier misbruikt als melkkoe van de rijkskas.
Hoe zit het eigenlijk met de rechtsbescherming? De staatssecretaris komt met een flauw verhaaltje over het beginsel "ne bis in idem". Hij stelt dat je herstelsancties en strafrecht gewoon kunt stapelen. Een visser heeft er lak aan of je een boete van een miljoen "een herstelsanctie" of "een straf" noemt. De bankrekening is even leeg en het bedrijf is even kapot. Een overheid die haar burgers niet beschermt tegen deze juridische willekeur, verliest elke morele autoriteit.
Voorzitter. De visserij is meer dan een economische sector. Het is onze nationale identiteit, trots en voedselzekerheid. Dit wetsvoorstel is een frontale aanval op de hardwerkende vissers, die al generaties lang de stormen trotseren om Nederland te voeden. De PVV pikt dit niet. Wij weigeren mee te gaan in deze financiële terreur die vanuit Brussel over de Noordzee wordt uitgestort. We roepen de Kamer dan ook op: kies voor onze eigen mensen, kies voor onze eigen vissers en verwerp dit onzalige voorstel. Handen af van onze Nederlandse vissers.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Bromet namens PRO.
Mevrouw Bromet (PRO):
Dank u wel, voorzitter. We praten hier vandaag eigenlijk over een hele beperkte wijziging van de Visserijwet, met een helder doel, namelijk ervoor zorgen dat de maximale boete die een visser opgelegd kan worden, in lijn is met de nieuwe Europese regels. Progressief Nederland zal deze wet gewoon steunen en heeft daar verder geen vragen over.
Maar zoals u ziet is er genoeg te bespreken over de Visserijwet, buiten de wijziging van de wet om. Een bredere beschouwing over de visserij bespaar ik u, maar over de rivierkreeft en over de amendementen van de Partij voor de Dieren heb ik wel een paar dingen te zeggen.
De rivierkreeft heb ik zelf in mijn tuin. Ik ben er ook een beetje bang voor, eerlijk gezegd. Onze binnenwateren worden geteisterd door de exotische Amerikaanse rivierkreeft. Het diertje verstoort de oevers, de waterplanten en uiteindelijk de vispopulaties in de rivieren. In elk waterschap zit men met de handen in het haar, want elke keer als je die kreeft probeert te beheersen, komen er weer 100 voor terug. Als het geregend heeft, zie ik ze over de weg lopen.
Er geldt een Europese verordening die stelt dat de rivierkreeft beheerst moet worden, maar gezien de snelle groei van de populatie lukt dat nog niet. Waterschappen zouden die taak graag op zich nemen, zoals ze ook doen bij de muskusrat en de beverrat, maar naar eigen zeggen staan wet- en regelgeving dat in de weg.
Ik vraag het kabinet daarom het volgende. Erkent het kabinet, de staatssecretaris, dat de beheersing van de rivierkreeft nu niet voldoende lukt? Zijn daar wel genoeg middelen voor? Welke plannen heeft het kabinet om samen met de waterschappen de beheersing van de rivierkreeften wettelijk beter te regelen? Welke rol is er weggelegd voor de sportvissers in deze aanpak? Is dit kansrijk? Is hier een wijziging van de Visserijwet voor nodig?
Ik wil ook nog even wijzen op een proef van het Hoogheemraadschap van Rijnland en de gemeente Leiden, waarin natuurvriendelijke oevers voor tot wel zeventien keer minder rivierkreeften zorgen. Ik denk zelf dat we de rivierkreeft moeten accepteren als een blijver, maar ik ben benieuwd hoe de staatssecretaris daarover denkt en hoe we het behapbaar houden. Ziet het kabinet het experiment van het Hoogheemraadschap van Rijnland als een succes en wat kan het doen om te zorgen voor meer natuurvriendelijke oevers bij onze binnenwateren?
Tot zover de kreeft. Dan nu de amendementen. Het eerste amendement van het lid Kostić regelt een totaalverbod op weerhaken. Ik heb net in de interrupties al aangegeven dat ik allereerst niet wist dat er verschillende soorten haken gebruikt werden bij het vissen. Wij vinden vissenwelzijn heel erg belangrijk als PRO. Als er een heel simpele manier is om een bepaalde haak te verbieden, waarom zou je dat dan niet doen? Toen ik de heer Lohman net hoorde over het vissen van zijn kinderen, vroeg ik me ook af — ik ben vergeten het hem te vragen — of hij zelf zou weten welke haken zijn kinderen gebruiken. Is het dan niet veel makkelijker om die haken gewoon te verbieden? Dan weet je tenminste zeker dat ze niet gebruikt worden.
Maar mijn vragen aan het kabinet zijn de volgende. Is dit amendement haalbaar en wenselijk? Wat zijn de gevolgen? Wat voor manieren zijn er om het gebruik van pijnlijke of grote weerhaken terug te dringen en vissers hierop te wijzen?
De heer Lohman (CDA):
We moeten hier niet een heel debat over mijn kinderen van maken, maar toch even een reactie, nu ik werd aangesproken. Ik bedacht me inderdaad dat ik nog nooit weerhaken heb gezien aan de spullen die mijn kinderen hebben. Dus ik heb niet het idee dat die nou zo voor het oprapen liggen. Daar zit geen vraag in, voorzitter. Het is eigenlijk een antwoord.
De voorzitter:
U heeft het in ieder geval voor de geschiedschrijving verduidelijkt, dank u wel.
Mevrouw Bromet (PRO):
Als je zelf geen hengelaar bent ... Ik heb vroeger weleens naast mijn oma gezeten, die dan een vis ving en 'm aan de kat gaf, en dat vond ik ook best wel leuk om te zien. Maar ik heb geen idee of hengelaars weten dat er een verschil is tussen gewone haken en weerhaken en of ze weten dat er een verschil is in het leed dat je die vissen daarmee aandoet. Ik neem aan van wel, want zo ken ik de sportvissers ook: als grote natuurliefhebbers. Dat is echt zo. Als PRO een vraag heeft over vissen, dan bellen wij Sportvisserij Nederland en dan weten zij ons alles te vertellen over de natuur en de bescherming daarvan.
De heer Meulenkamp (VVD):
Ik haak even aan op Sportvisserij Nederland. Ik herken dat beeld. Er zijn gewoon meer dan een miljoen mensen die met heel veel plezier langs de waterkant staan en ook de natuur beschermen. Die zijn gewoon begaan met hun omgeving. Welke indruk zal het bij deze mensen wekken dat wij als Rijk weer gaan zeggen: wij gaan toch weer ingrijpen in jullie leefwereld en jullie weer dingen opleggen, in plaats van ... Ik zie bij de sportvisserij dat ze zaken juist continu van onderop aan het verbeteren zijn.
Mevrouw Bromet (PRO):
Als het geen probleem is om te vissen zonder weerhaken, dan heb je ook geen last van een verbod, zou ik zeggen. We verbieden een heleboel dingen. We verbieden roken voor kinderen. We verbieden alcohol voor kinderen. We hebben allerlei regels om het dierenwelzijn te bevorderen. Als de vissers zelf ook ontzettend begaan zijn met het welzijn van de dieren die ze vangen, dan kan ik me niet voorstellen dat ze hiertegen bezwaar hebben. Maar goed, ik heb ze niet gesproken in verband met de korte termijn, dus ik kan daar niets over zeggen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Daar heb ik natuurlijk alle begrip voor. Het was ook inderdaad allemaal korte termijn. Nu heeft de Sportvisunie een reactie gestuurd over die weerhaken. Daar staat echt wel nuttige informatie in. Ik zou graag willen vragen of de bode deze reactie zou willen kopiëren en misschien ronddelen, voor de mensen die 'm niet zelf hebben gehad. Dan kun je in ieder geval voor de stemmingen nog even een overweging doen of nog even contact opnemen met de Sportvisunie. Ik begrijp ook dat je niet alles kunt lezen wat je binnenkrijgt.
De voorzitter:
Het document wordt verspreid onder de leden.
Mevrouw Bromet (PRO):
Ik zou nog wel willen zeggen dat ik een klein beetje ongemak voor de sportvissers best op de koop toe wil nemen als we daarmee het vissenwelzijn enorm verbeteren. Dus ik denk dat wij het amendement wel gaan steunen, maar ik moet het daar met de fractie over hebben.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Daar wordt in de reactie van de Sportvisunie ook op ingegaan. Ik geef het gewoon ter informatie aan de leden. Het is aan mevrouw Bromet wat ze daarmee doet.
Mevrouw Bromet (PRO):
Ja, dank.
Voorzitter. Dan het hengelverbod dat de Partij voor de Dieren ook instelt, althans de mogelijkheid daartoe voor gemeenten. Daar kunnen gemeenten natuurlijk allerlei redenen voor hebben. Het verbaast me eigenlijk dat ze dat niet nu al zelf kunnen instellen, maar ik ken de Partij voor de Dieren als een partij die zich goed verdiept in dit soort kwesties en ook met hun lokale bestuurders contact heeft. PRO steunt dat principe. Wij vinden dat gemeenten dat prima zelf kunnen bepalen. Ik heb er nog wel twee vragen over. Is het kabinet het met mij eens dat gemeenten zelf moeten kunnen bepalen of ergens een visverbod geldt? En is dit amendement dan de juiste manier om dat te regelen? Zo niet, welke andere mogelijkheden zijn er? Ik kijk uit naar de antwoorden.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Vellinga-Beemsterboer, voor haar inbreng namens D66.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog wel een paar vragen over de wetswijziging. Een gezonde zee is een voorwaarde voor gezonde natuur, een koel klimaat en voor mensen om hun boterham mee te verdienen. Als er genoeg vissen zijn, is er genoeg te vissen voor de vissers. Als dat niet zo is, gaat de populatie, dus de natuur, achteruit en komen vissers in het nauw, met lege netten. Dat is precies waarom D66 hecht aan een stevige, geloofwaardige handhaving van visserijregels, om ervoor te zorgen dat vissers vandaag, morgen en over tien jaar nog volle netten uit zee kunnen halen. Deze wet is er dus indirect voor bedoeld om ervoor te zorgen dat die volle zee vol blijft, maar ik hoop eigenlijk dat die wet volledig overbodig is. Een maximale boete betekent namelijk ook een maximale overtreding. Dat heeft grote gevolgen voor de natuur, maar ook voor andere vissers die zich netjes aan regels proberen te houden. Ook moet er wat D66 betreft een duidelijk onderscheid zijn tussen vissers die wellicht per ongeluk de regels overtreden en tussen partijen die stelselmatig willens en wetens de gemeenschappelijke bron uitputten, ten koste van iedereen. Onze zorg is alleen wel dat we vandaag praten over een dak, terwijl het fundament, namelijk welke overtredingen precies onder welk boetebedrag vallen, nog gebouwd moet worden in een besluit en een regeling die we nog niet hebben gezien.
De heer Chris Jansen (PVV):
Ik ben wel benieuwd naar het volgende. Ik schets net de situatie van het familiebedrijf met één vistrawler. Die vallen onder de categorie "multinational", zoals ik net noemde. De boete kan oplopen tot 1,1 miljoen euro, met het prijspeil van 1 januari van dit jaar. Vindt u dat dan een logische boete voor een bedrijf dat een administratieve fout realiseert en daardoor op die manier gestraft wordt?
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Laten we niet doen alsof dit over de boetebedragen voor administratieve fouten gaat. Dit gaat over de maximale boetebedragen voor mensen die maximale overtredingen begaan. Ik hoop toch dat ik de PVV aan mijn zijde vindt als we hier zeggen dat mensen die in dit land overtredingen begaan, daar niet mee weg mogen komen. Dat soort regels hebben we ook in het verkeer. Mensen die de maximale snelheid overtreden, krijgen een boete. Die regels hebben we ook op andere plekken. Daar gaat deze wetswijziging over.
De heer Chris Jansen (PVV):
Volgens mij kent D66 ons als een partij die zegt: op het moment dat iemand een overtreding begaat en dat is moedwillig, dan moet je die inderdaad zo snel mogelijk straffen. Maar ik heb het hier over bedrijven, families, die een fout maken, soms daar zelfs zelf achter komen, maar wel een boete krijgen die kan oplopen tot 1,1 miljoen euro. Vindt u dat in proportie staan tot de jaaromzet van zo'n familiebedrijf?
De voorzitter:
"Vindt mevrouw Vellinga-Beemsterboer dat in verhouding staan?"
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Zoals ik net al zei: deze wetswijziging gaat niet over mensen die een administratieve fout maken en daarop gewezen worden. Door collega Van der Plas werd er net ook al gevraagd naar proportionaliteit. Proportionaliteit is altijd belangrijk. Ik maakte daar zelf net ook een opmerking over. Dit gaat niet over de mensen die wellicht per ongeluk een fout maken, maar over mensen die zware overtredingen begaan ten koste van hun collega's in de sector. Ik sta wel voor de mensen die zich aan de afspraken houden. Die moeten erop kunnen rekenen dat mensen die zich niet aan de afspraken houden, daar ook op gepakt kunnen worden.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Chris Jansen (PVV):
Dat ben ik deels eens met mijn collega van D66, maar er is één probleem: dit gaat juist wel ook over vissers die een administratieve fout maken. Ook die kunnen beboet worden en dat kunnen enorme bedragen worden. Misschien is het verstandig als mijn collega nog één keer goed kijkt naar het voorstel, want volgens mij is de potentiële doelgroep groter dan mijn collega vermoedt.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Ik denk dat wij het dan heel verschillend hebben gelezen. Het lijkt me een mooie vraag om aan de staatssecretaris door te geven. Volgens kunnen wij allemaal staan achter de gedachte: zorg ervoor dat deze wet geldt voor die mensen die de wet overtreden en niet voor de mensen die per ongeluk een fout maken.
De voorzitter:
U vervolgt.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Wij vragen de staatssecretaris een concreet tijdpad te geven en toe te zeggen dat de Kamer de uitwerking te zien krijgt voordat deze definitief wordt vastgesteld.
Voorzitter. De wet maakt onderscheid op basis van scheepsgrootte en bedrijfsomvang. Een groot vissersvaartuig of een bedrijf met meer dan 50 werknemers valt onder de zwaarste categorie. Dat onderscheid kunnen wij goed volgen. Grotere vangsten betekenen doorgaans een groter mogelijk voordeel bij een overtreding. Maar wij willen de staatssecretaris wel uitdagen om ook verder te kijken dan alleen die meetlat. De samenstelling van een onderneming of vistechnieken kunnen tenslotte ook meespelen. Klopt het bijvoorbeeld dat recidive niet per schip wordt bekeken, maar per onderneming, ook wanneer opeenvolgende overtredingen met verschillende vaartuigen binnen dezelfde vloot zijn begaan? Een boetemaximum dat alleen naar scheepslengte kijkt, mist misschien precies partijen die het verdienen om aangepakt te worden.
Voorzitter. Tot slot een bredere vraag, die wat D66 betreft niet mag blijven liggen. In de beantwoording van de regering lezen wij dat het toezicht van de NVWA risicogebaseerd is en dat de frequentie van controles afhangt van het risico op het begaan van een overtreding en de impact daarvan op de visbestanden en/of het milieu. Dat vinden wij precies het juiste uitgangspunt, maar dan moeten we ook eerlijk zijn over wat die impact precies is. Deze wet legt de nadruk op de pelagische visserij. Dat is te begrijpen vanuit het economische voordeel dat daar kan ontstaan bij een overtreding. Maar economische omvang is niet hetzelfde als ecologische schade. Bodemberoerende visserij met sleepnetten die over de bodem gaan, richt aantoonbaar meer schade aan aan bodemhabitats, biodiversiteit en het herstelvermogen van visbestanden dan de pelagische visserij dat doet, en zorgt ook nog voor meer CO2-uitstoot.
Als we het serieus menen met een boetestelsel dat is gekoppeld aan de impact op natuur- en visbestanden, dan hoort de ecologische realiteit een net zo zware plek te krijgen als de economische. Daarom vraag ik de staatssecretaris: wordt de ecologische impact van bodemberoerende vistuigen expliciet meegewogen in het risicogebaseerde toezicht van de NVWA? Op welke manier is dat vastgelegd? Is de staatssecretaris bereid om bij de aangekondigde wijziging van het besluit en de regeling te bezien of de zwaarste boetecategorie niet alleen aan scheepsgrootte, maar ook aan het type vistuig en de bewezen ecologische schade kan worden gekoppeld? Zo maken we van dit wetsvoorstel niet alleen een correcte implementatie van gezamenlijke Europese regels, maar een instrument dat daadwerkelijk bijdraagt aan een gezonde zee.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Meulenkamp als laatste spreker van de zijde van de Kamer in de eerste termijn. Dat doet hij namens de VVD.
De heer Meulenkamp (VVD):
Dank u wel, voorzitter. De VVD steunt het aanpassen van het boetemaximum aan de herziene Europese regelgeving. Als regels bewust en ernstig worden overtreden, moeten we daar ook stevig tegen optreden, zeker als het gaat om ondernemingen die herhaaldelijk de regels aan hun laars lappen. Het kan niet zo zijn dat het overtreden van regels onderdeel wordt van een verdienmodel. Als je met een overtreding meer kunt verdienen dan je met een boete kwijt bent, dan werkt de handhaving natuurlijk niet.
Stevige handhaving betekent wat de VVD betreft niet automatisch zo hoog mogelijke boetes. Een boete moet in verhouding staan tot wat er daadwerkelijk gebeurd is. Dat is niet alleen een kwestie van rechtvaardigheid; het is ook belangrijk voor het draagvlak voor de regels en het vertrouwen in de handhaving. Daarom moeten de regels waarmee ondernemers te maken krijgen, duidelijk en voorspelbaar zijn. Een visser moet vooraf kunnen weten: dit is de regel en als ik deze regel overtreed, dan staat daar deze sanctie tegenover. Dat vraagt om transparantie over de manier waarop boetes worden opgelegd en over de sancties die bij verschillende overtredingen horen.
Dan het gelijke speelveld. Dat is voor de VVD een belangrijk punt. De Europese regelgeving is juist bedoeld om de handhaving tussen lidstaten meer te harmoniseren. Tegelijkertijd blijft er ruimte voor nationale invulling van het sanctiestelsel. Daar zit onze zorg. Daarom is mijn belangrijkste vraag aan de staatssecretaris om toe te lichten hoe hij ervoor gaat zorgen dat de toepassing van het nieuwe boetemaximum in Nederland niet leidt tot een concurrentienadeel voor Nederlandse vissers ten opzichte van vissers uit andere lidstaten.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik hoor dat de staatssecretaris een korte schorsing wenst voordat hij kan aanvangen met zijn beantwoording. Ik schors de vergadering tot 15.05 uur.
De vergadering wordt van 14.49 uur tot 15.05 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de voortzetting van het debat over de Wijziging van de Visserijwet 1963 et cetera, et cetera. Ik geef het woord aan de staatssecretaris voor de eerste termijn van de zijde van het kabinet.
Staatssecretaris Erkens:
Dank, voorzitter. Ik zal even vertellen hoe ik u door dit debat ga meenemen. Ik heb een korte inleiding en daarna heb ik meerdere mapjes. Die beginnen heel dicht op het wetsvoorstel en gaan steeds iets verder ervan af. We beginnen dus met het mapje vragen over het wetsvoorstel, daarna hebben we het mapje controle en handhaving, het mapje middelen voor het wetsvoorstel, het mapje aanlandhavens, het mapje vissenwelzijn en het mapje overig. Op die manier gaan we erdoorheen.
Voor de Visserijwet dienden tot 2024 alle overtredingen afgedaan te worden via het strafrecht. In 2024 is de bestuurlijke boete onder de Visserijwet in werking getreden met als doel om binnen vijf jaar alle overtredingen onder visserijregelgeving bestuurlijk af te kunnen doen. Dit draagt bij aan een snellere en efficiëntere sanctionering na overtredingen en het geeft ook duidelijkheid voor de overtreder. De invoering van de bestuurlijke boete onder de Visserijwet is complex gebleken. De herziening van de Europese Controleverordening per 10 januari 2026 stelt nieuwe eisen aan administratieve sancties. In de Nederlandse situatie zijn dat de bestuurlijke boetes onder de Visserijwet. Om aan deze nieuwe eisen te voldoen, is een wijziging van de Visserijwet nodig. Hiertoe heeft mijn ambtsvoorganger een wetsvoorstel ingediend. Het is goed om hier vandaag met uw Kamer het gesprek over te voeren.
Voordat ik uw vragen beantwoord, zal ik even kort toelichten wat deze wet wel en niet doet. Zoals gezegd is het wetsvoorstel bedoeld om de bestuurlijke boete onder de Visserijwet in lijn te brengen met de herziening van de Europese Controleverordening. De verordening vereist dat bij herhaling van specifieke overtredingen een administratieve sanctie kan worden opgelegd van acht keer de waarde van de visserij- of aquacultuurproducten die bij het plegen van de overtreding zijn verkregen. Dat maximum is alleen van toepassing bij zeer ernstige overtredingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid voor omvangrijke visserijondernemingen. Denk hierbij aan grote pelagische ondernemingen die zonder vergunningen zouden vissen en daarmee dus illegaal vissen, wat een zeer grote impact zou kunnen hebben. Het gaat niet over ondernemers met een vergunning die zich netjes aan de regels houden. Het wetsvoorstel heeft dan ook geen automatische boeteverhoging tot gevolg; er wordt alleen ruimte geboden om een hogere boete op te leggen in de gevallen waarin dat vereist zou zijn.
Naast de wetswijziging zullen ook het Besluit bestuurlijke boete en de Regeling bestuurlijke boete worden aangepast. Deze wijzigingen volgen uit het ingroeimodel en uit de geleerde lessen van de afgelopen twee jaar. Hierin zal ook een boetematiging komen voor overtredingen die met permanent administratief toezicht zijn geconstateerd. Dat is ook nodig om disproportioneel hoge boetebedragen te kunnen voorkomen, waar een aantal Kamerleden naar vroeg. Dat zit dus niet hierin, maar het zit in andere wijzigingen die nu plaatsvinden. Europees blijven we inzetten op uitvoerbare, handhaafbare en proportionele regels met een zo laag mogelijke administratieve last. Een sluitstuk van de controlemaatregelen is sanctiebeleid met boetes en straffen die proportioneel zijn en impact maken. Via dit ingroeimodel zullen steeds meer overtredingen bestuurlijk beboet kunnen worden. Ik voorzie daarmee een effectieve manier van sanctionering, die hopelijk ook gaat leiden tot het vergroten van de naleving.
Voorzitter. Dan de vragen in het blokje wetsvoorstel. Ik kom op de vragen van de BBB. Hoe wordt de mate van verwijtbaarheid in de dagelijkse praktijk daadwerkelijk toegepast? De verwijtbaarheid van een overtreding wordt geacht hoger te zijn naarmate de overtreder professioneler is. Ook zal het behaalde voordeel over het algemeen groter zijn naarmate de overtreder ook een grotere onderneming betreft. Daarnaast vangt een groter vissersvaartuig vaak ook meer extra kilo's vis dan een kleiner vaartuig. Overtredingen begaan door een natuurlijk persoon, denk aan een sportvisser, worden daarom gekoppeld aan lagere boetebedragen dan die begaan door omvangrijkere bedrijven met veel grote vaartuigen.
Kan de staatssecretaris toezeggen een concreet tijdpad te zullen geven, vraagt D66. Kan hij toezeggen dat de Kamer die uitwerking te zien krijgt voor die definitief wordt vastgesteld? Over de wijziging van het besluit heeft de Raad van State op 15 juli een blanco advies uitgebracht. Voor het besluit was geen voorhang bij de Kamer vereist. Ik ben voornemens om het nadere rapport naar de Koning te sturen, met het verzoek het besluit vast te stellen. De wijziging van de regeling die samenhangt met het besluit is al voorbereid en zal in januari worden vastgesteld. U stemt over dit wetsvoorstel. Als het doorgeleid wordt, kunnen we het ook in werking laten treden.
Ik zie een vraag, voorzitter. Het kan zijn dat wij niet goed hebben begrepen om welk tijdpad er gevraagd werd.
De voorzitter:
Ik aarzel een beetje. Ik sta de interruptie nu toe, maar als er te veel interrupties tijdens zo'n eerste blokje komen, doen we het in parten. Laten we het dus even proberen. De zaal is namelijk om 16.30 uur door de volgende commissie geboekt. Maar ik sta het nu toe; gaat uw gang.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Dank u wel, voorzitter. Het tijdpad is voldoende duidelijk, maar krijgen wij het ook te zien? Dat is mijn vraag.
Staatssecretaris Erkens:
Het tijdpad van inwerkingtreding van deze wet? Dat heb ik namelijk zonet beschreven. U stemt erover, dan gaat het naar de Eerste Kamer en vervolgens treedt de wet in werking. Ik weet dus niet om welk tijdpad u precies vraagt.
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66):
Het kan zijn dat we langs elkaar heen praten; dat is misschien mijn onervarenheid. U vroeg om verdere invulling. U zei dat er geen voorhang nodig is. Maar had ik hier dan al meer inhoud in moeten lezen? Of komt die nog? Wanneer krijgen wij die als Kamer te zien? Ik heb het dan specifiek over het volgende. U geeft aan dat er nog bepaalde misdrijven aan die boetebedragen worden gehangen. Krijgen wij dat als Kamer te zien?
Staatssecretaris Erkens:
Daar kom ik in tweede termijn op terug. Nu snap ik de vraag een stuk beter.
Voorzitter. Dan een vraag van de PVV over de proportionaliteit van het verhoogde boetemaximum. Hoe verhoudt een boete van 1,1 miljoen euro zich tot de economische realiteit van een kotter? Dat boetemaximum is alleen van toepassing op de hoogste overtreders en overtredingsklasse, zoals vastgesteld in het Besluit bestuurlijke boete. De boetemaxima gelden dus voor de ernstigste overtredingen en voor eigenaren van een vissersvaartuig met een lengte langer dan 59 meter of meer dan 1.200 brutoton, en voor eigenaren van een onderneming met meer dan 50 mensen in dienst. Daarnaast kan het boetemaximum gelden als de hoogte van de boete door het met de overtreding behaalde voordeel aanmerkelijk wordt overschreden. Dergelijke overtredingen komen trouwens in Nederland nauwelijks voor, ook niet in het verleden. De verwachting is dan ook dat deze boetes nu weliswaar in de wet zijn opgenomen, maar dat ze, als we geen enorme toename zien van dit soort grote overschrijdingen, niet opgelegd zullen worden.
Voorzitter. Dan een vraag van de heer Meulenkamp. Kan de staatssecretaris toelichten hoe hij ervoor zorgt dat de toepassing van het nieuwe boetemaximum in Nederland niet leidt tot een concurrentienadeel voor Nederlandse vissers ten opzichte van andere vissers? De eisen aan deze bestuurlijke boete volgen uit de Europese herziene Controleverordening. Alle lidstaten moeten die implementeren. De boetebedragen die zijn voorzien in het voorstel, sluiten aan bij de boetebedragen die andere lidstaten rond de Noordzee opleggen voor vergelijkbare overtredingen. Daarmee beperken we ook mogelijke concurrentienadelen. We proberen het dus zo veel mogelijk in lijn te hebben met de andere landen rondom de Noordzee.
Voorzitter. Dan nog één vraag in dit mapje. Die zat in een interruptiedebatje tussen D66 en de PVV, volgens mij, en gaat over het verschil in benadering van een bedrijf met één pelagische trawler en het boeteplafond van het maximale bedrag. Is het bedoeld voor grotere of kleinere bedrijven? Het wetsvoorstel gaat over het maximale bedrag. Dat kan alleen worden toegepast bij de zwaarste overtredingen van de grootste overtrederscategorie.
Ook een aantal vragen van de PVV ging hierover. Moeten vissers dit als een zwaard van Damocles boven hun hoofd zien hangen? Nee, dat is niet het geval. Het zijn theoretische maxima voor situaties die in het verleden ook heel weinig hebben gezien in Nederland. We synchroniseren het hiermee alleen maar. Het is wel onderdeel van de toolkit.
Voorzitter. Dan de volgende map: controle en handhaving. Daarin zitten onder andere een aantal vragen van BBB. Een kleine schrijffout leidt tot een proces-verbaal, vissen is zwaar vermoeiend en de administratie kan fouten bevatten. Maken we dus onderscheid tussen onbedoelde fouten en bewuste overtredingen? De Europese wetgeving biedt zeer beperkte ruimte om schrijffouten te kunnen corrigeren. Omdat dit grote gevolgen kan hebben voor vissers heeft RVO vorig jaar een traject uitgevoerd om de administratieve discipline te verhogen. Dat heeft goede resultaten opgeleverd. Daarnaast passen we boetematiging toe bij de NVWA op dit soort voorstellen. Dat wordt nu ook geformaliseerd in het besluit dat ik in mijn inleiding noemde, het Besluit bestuurlijke boete. Daar loopt momenteel een separaat regelgevingstraject voor. Precies om te voorkomen dat dit soort kleine foutjes kunnen leiden tot disproportionele boetes, gaan we dat aanpassen in de wet.
De voorzitter:
Gaat uw gang, mevrouw Van der Plas, al gaf de staatssecretaris aan dat er nog meer vragen en antwoorden voor uw fractie in dit blokje zitten. Maar als u toch nu een interruptie wenst te doen, kan dat.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Even over dat laatste. Ik hoor iets over boetematiging, maar waar het mij om gaat is het volgende. Als iemand gewoon aantoonbaar heeft aangetoond dat hij echt onbewust een fout heeft gemaakt, vind ik eigenlijk dat er ruimte moet zijn om een fout te herstellen. Het is mij nog niet helemaal duidelijk in hoeverre dat mogelijk is binnen de wet.
Staatssecretaris Erkens:
Er is op dit moment vrij weinig ruimte beschikbaar in de wet om te kunnen corrigeren. Tegelijkertijd ben ik het met mevrouw Van der Plas eens dat het heel ongewenst is dat je daarvoor gestraft wordt. Vandaar dat we nu in ieder geval kijken naar het Besluit bestuurlijke boete om die matiging toe te passen, zodat je niet door een paar foutjes hele forse boetes krijgt. Die bedragen gaan dus omlaag en stapelen ook minder op. Ik zal ook met de NVWA in gesprek gaan om te kijken wat we daar nog meer in kunnen doen. Dat kan ik toezeggen. Maar Europeesrechtelijk heb ik weinig ruimte om te zeggen: we gaan dat niet beboeten. Vandaar de matiging. Ik kan in gesprek kijken wat er nog meer mogelijk is, omdat ik het wel eens ben met het punt dat gemaakt wordt.
Voorzitter. Dan de vraag, ook van mevrouw Van der Plas, over het droogvallen voor rust: of ik samen met mijn collega van IenW specifiek wil kijken naar vissers die hun schip bewust laten droogvallen om de bemanning veilig te laten rusten. Ik heb al contact met mijn collega van IenW over een aantal andere zaken op het gebied van veiligheid op zee. Ik zal het meenemen in die gesprekken, die op ambtelijk niveau lopen.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Wil de staatssecretaris dan een terugkoppeling geven van wat er in dat gesprek is besproken en wat daaruit is gekomen, het liefst vóór het commissiedebat Wadden of Water van de vaste commissie voor I&W, zodat we het daar eventueel ook in kunnen meenemen?
Staatssecretaris Erkens:
Ik ben sowieso bereid hier schriftelijk op terug te komen en zal in de tweede termijn zeggen binnen welke termijn dat haalbaar is, want ik weet niet wanneer die debatten precies plaatsvinden.
Dan de vraag: is de staatssecretaris bereid met de visserijsector in gesprek te gaan over de proportionaliteit van toezicht en handhaving? Het rechtssysteem dat we in Nederland hebben, houdt al rekening met evenredigheid en bijzondere omstandigheden. Dat proberen we ook op die manier toe te passen. Binnen de Europese kaders nemen we dus alle mogelijke ruimte die er al is om proportioneel en evenredig te kunnen sanctioneren. Ik noemde net die boetematiging als voorbeeld. Ik blijf hierover in gesprek met de sector en betrek de signalen ook in de Europese overleggen, omdat we als Nederland samen met een aantal andere lidstaten wel echt pleiten voor een aantal meer uitvoerbare en handhaafbare regels. Met name op bijvoorbeeld de aanlandplicht proberen we daar echt te komen tot iets wat beter uit te voeren is, met aan de ene kant een beter resultaat en aan de andere kant ook minder druk op de visserijsector.
Dan nog een vraag van de BBB: wordt er daadwerkelijk gekeken naar de verhouding tussen het aantal beschikbare controles en het sterk afgenomen aantal vissersvaartuigen? De risicoanalyse van de NVWA vindt domeinbreed plaats en heeft, naast het aantal vissersvaartuigen, betrekking op andere onderdelen uit de gehele keten. Zo wordt er in de herziene Controleverordening meer nadruk gelegd op de traceerbaarheid door de gehele visketen. Dat is ook een van de redenen dat de capaciteit op handhaving best wel in stand is gebleven: we kijken met elkaar dieper in de keten en houden toezicht vanuit die Controleverordening.
Hoe wordt dit risicogerichte toezicht in de praktijk vormgegeven? De sector is inderdaad kleiner geworden, en we zien aan de andere kant dat de toezichtstaak in ieder geval gelijk blijft, of toeneemt. Zo zorgt de herziening van de Controleverordening voor een verandering in het toezicht en stelt deze aanvullende voorwaarden aan het toezicht. Zoals ik net zelf aangaf, zijn we in Europees verband wel aan het kijken hoe we die regels met elkaar wat aangescherpt kunnen krijgen, zodat ze wel effectief en doelmatig zijn op dat vlak. De herziening van de Controleverordening resulteert namelijk in een verbreding van het toezicht, waarbij de NVWA onder andere verder in de keten toezicht houdt, maar ook meer toezicht houdt op kleinschalige visserij. Dat legt ook uit waarom je, met een kleinere sector, ziet dat het toezicht niet afneemt. De frequentie is wel gebaseerd op het risico op het begaan van een overtreding en de impact daarvan op de visbestanden en/of het milieu.
Voorzitter. Dan nog een aantal vragen in dit blokje. De BBB vroeg ook: kan de staatssecretaris aangeven hoe hij ervoor zorgt dat onwetendheid die redelijkerwijs verschoonbaar is — een vergissing of een onbedoelde fout — voldoende wordt onderscheiden van bewuste en ernstige overtredingen? Volgens mij is dit net al ten dele beantwoord, toen ik zei dat ik daar begrip voor heb en dat we daarbinnen de ruimte pakken die al mogelijk is in Nederland. Ik zal natuurlijk ook met de NVWA blijven kijken wat mogelijk is, want volgens mij willen we bewuste fouten zo veel mogelijk opsporen en sanctioneren. Onbewuste foutjes moeten leiden tot herstel en ook tot begrip van welke fout je niet moet maken.
Dan een aantal vragen van het CDA over cameratoezicht. Ik snap sowieso dat dit op weinig enthousiasme kan rekenen in de sector; het is natuurlijk best invasief om continu een camera op je werkplek te hebben. Ik vind het tegelijkertijd wel wenselijk dat we een pilot uitvoeren, want we doen daarmee ervaring op, en dat is wel nodig voor een goede implementatie. Hierover spreken we met de sector. Tot op heden zijn er geen vissers die bereid zijn om deel te nemen. Vanzelfsprekend ga ik graag het gesprek aan met de sector om die pilot mogelijk te maken. Ik merk hierbij wel op dat het tijdpad voor invoering krap begint te worden. Als we de sector bereid kunnen vinden om een pilot te doen, kunnen we de uitkomsten van de pilot nog betrekken bij de gesprekken in Europa en mogelijk ook de verplichting nog wat aanpassen en verbeteren. Er zit dus hopelijk een stimulus in om hierop stappen te zetten.
Wat zegt de staatssecretaris tegen de ondernemers? Ik heb net aangegeven dat ik snap dat het niet op veel enthousiasme kan rekenen. Tegelijkertijd wordt het wel per 10 januari 2028 verplicht gesteld, op basis van Europese regelgeving. Daar heb ik ook aan te voldoen. Het is een zware extra administratieve verplichting. Daarom doen we er ook alles aan om het zo uitvoerbaar mogelijk te maken. Ik wil ook graag met de sector in gesprek over hoe we dat op een goede manier kunnen invoeren. We zullen vanuit EMFAF middelen ter beschikking stellen aan de vissers om aan die verplichting te kunnen voldoen. Op die manier probeert de overheid hierbij te helpen.
Voorzitter. Dan nog twee vragen van D66 in dit blokje. Klopt het dat recidive niet per schip maar per onderneming wordt bekeken, ook wanneer opeenvolgende overtredingen met verschillende vaartuigen binnen dezelfde vloot zijn begaan? Dat is afhankelijk van de soort overtreding die begaan is. Recidive geldt wanneer een bestuurlijke boete aan een overtreder is opgelegd die onherroepelijk is en deze overtreder binnen drie jaar opnieuw eenzelfde of soortgelijke overtreding begaat. Voor overtredingen waarbij de verantwoordelijkheid voor de naleving bij een persoon ligt, de schipper, wordt de beoordeling van recidive uitsluitend op het niveau van de overtreder toegepast. Er wordt dus gekeken: is de overtreding door de schipper begaan of ligt deze op het niveau van de onderneming? Op die manier wordt er onderscheid gemaakt.
Voorzitter. Wordt de ecologische impact expliciet meegewogen in het risicogebaseerde toezicht van de NVWA en op welke manier is dat vastgelegd? De ecologische impact van bodemberoerende vistuigen wordt op dit moment niet als afzonderlijke risicofactor meegewogen bij de inrichting van het risicogebaseerde toezicht. Het type vistuig dat gebruikt wordt, is wel een van de factoren bij de inrichting van het toezicht. Hierbij wordt bijvoorbeeld ook gelet op de doelsoorten waarop gevist wordt, bijvoorbeeld tong in de boomkorvisserij.
Voorzitter. Dan de laatste vraag in dit mapje: is de staatssecretaris bereid om bij de aangekondigde wijziging van het besluit en de regeling te bezien of de zwaarste boetecategorie niet alleen aan scheepsgrootte, maar ook aan het type vistuig en de bewezen ecologische schade wordt gekoppeld? Zoals ik net aangaf, is dat impliciet wel meegenomen in de boetecategorisering. De verwijtbaarheid van de overtreding wordt ook geacht hoger te zijn naarmate de overtreder professioneler is. Ook zal het behaalde voordeel over het algemeen groter zijn als de overtreder een grotere ondernemer is. Daarnaast heeft een overtreding door een groter vissersvaartuig ook vaak meer impact op het milieu dan bij een kleiner vaartuig het geval is. Op die manier is het impliciet dus wel meegenomen.
Voorzitter. Dan het mapje middelen. Dat is eigenlijk een mapje met één vraag van het CDA, dus dit zal snel gaan. De vraag gaat over de uitvoeringscapaciteit: kan de staatssecretaris aangeven hoeveel extra fte's inmiddels daadwerkelijk beschikbaar zijn? De aantallen mensen heb ik hier niet op mijn blaadje staan, maar met de invoering van de bestuurlijke boete is een ingroeimodel beoogd met als doel het opdoen van ervaring met het instrument. Na aanpassing van het interventiebeleid past de NVWA sinds augustus 2025 dus de boetestelling voor de binnen- en kustvisserij toe. De NVWA is zich aan het voorbereiden op de volgende fases. Ze zijn dus ook in staat om binnen de beschikbare middelen en aantallen fte's de bestuurlijke boete proportioneel en zorgvuldig uit te voeren. Het toezicht doen we dus risicogebaseerd. Dat betekent wederom dat in de tweede ronde de frequentie toeziet op de naleving en ook op het risico en de impact daarvan.
Voorzitter. Dan weer een kort mapje: aanlandhavens. Ik heb daar een aantal vragen van de BBB over gekregen.
Het leek of de heer Jansen een vraag had. Ik popelde al om antwoord te geven.
De voorzitter:
Dat was een schijnbeweging van de heer Jansen.
Staatssecretaris Erkens:
Kijk, het was een schijnbeweging.
Ik ga verder met de loshavens. De vraag was: zijn er de afgelopen periode boetes en waarschuwingen of strafpunten uitgedeeld vanwege de onduidelijkheid rondom de juridische status van loshavens? Zoals ik in juni heb gecommuniceerd aan uw Kamer zorg ik, in overleg met de NVWA, dat er communicatie plaatsvindt over de wijzigingen in de lijst met loshavens, voordat er handhavend wordt opgetreden. Dat betekent inderdaad dat er de afgelopen periode geen boetes en waarschuwingen of strafpunten zijn uitgedeeld in de betreffende havens.
Voorzitter. Dan nog de vraag van de BBB over de loshavens Kornwerderzand en Brouwershaven. De vraag was waarom die niet zijn toegevoegd aan de lijst van loshavens en of ik die nog toe kan voegen, conform de motie-Boomsma. Na nadere analyse van de havens waar aanlandingen hebben plaatsgevonden en na overleg met de visserijsector en afstemming met de NVWA, heb ik besloten om deze havens niet aan te wijzen als loshavens. De afgelopen jaren was het aantal aanlandingen in Kornwerderzand minimaal. In Brouwershaven is de afgelopen vijf jaar niet gelost. In lijn met de motie-Boomsma en de Beleidsregel aanlandhavens voeg ik deze niet toe aan de lijst. Tegelijkertijd zijn er een aantal havens die wel toegevoegd gaan worden. Ik informeer u deze maand verder over de uitvoering van de motie-Boomsma. Die brief komt dus deze maand nog naar de Kamer.
Voorzitter. Dan gaan we naar het blokje vissenwelzijn. De eerste vraag was: er is geen wetgeving die miljoenen wezens die pijn voelen tegen onnodig leed beschermt; wat vindt de staatssecretaris daarvan? Aspecten rond vissenwelzijn kunnen worden meegewogen in de vormgeving van regelgeving. Ik heb wel eerder aangegeven dat stappen rond vissenwelzijn gezamenlijk in Europees verband genomen moeten worden. Dat is ook nodig om een gelijk speelveld tussen lidstaten te behouden. Mijn inschatting is op dit moment dat het geen prioriteit voor de lidstaten is.
Zet de staatssecretaris zich in voor regelgeving met betrekking tot het beschermen van vissenwelzijn in Nederland? We werken aan methodes om het welzijn te verbeteren op sommige vlakken, bijvoorbeeld bedwelmingsmethodes. Daarnaast hebben we ook handhaving op mishandeling van dieren et cetera. Daar wordt ook tegen opgetreden. Tegelijkertijd heb ik net aangegeven wat die Europese inzet is.
Waarom zouden we bij een vis doen alsof de pijn van de haak niet uitmaakt, omdat wij de pijn niet kunnen zien? Het klopt dat het welzijn van vissen minder zichtbaar is. Zoals in de wetenschap consensus is, erken ik dat ook vissen pijn en stress kunnen ervaren. Het bewustzijn daarvan is wel minder dan bij zoogdieren, maar ze kunnen wel degelijk pijn ervaren. Daarom heeft het welzijn ook onze aandacht. De toepassing van dergelijke maatregelen moet echter wel Europees worden opgepakt om een gelijker speelveld te kunnen garanderen.
Het lid Bromet van PRO vroeg welke rol in deze aanpak is weggelegd voor sportvissers en of hier een wijziging van de Visserijwet voor nodig is. Sportvissen met weerhaakjes kan, mits correct uitgevoerd, verantwoord plaatsvinden. De koepelorganisatie van sportvisserij, de Sportvisunie, heeft hier een gedragscode voor opgesteld. Hiermee wordt voorzien in een zorgvuldige omgang met de vissen. Ik vind dit ook een goed voorbeeld van het nemen van eigen verantwoordelijkheid door de sector. Binnen deze kaders kan sportvisserij wat mij betreft prima blijven plaatsvinden. Ik heb wel eerder met uw Kamer gedeeld dat ik met de Sportvisunie in gesprek zal gaan om de toepassing van de gedragscode ook nog nadrukkelijker onder de aandacht te brengen.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Het is fijn dat de staatssecretaris erkent dat vissen helaas pijn kunnen lijden. Hij stelt echter wel dat het gebruik van weerhaken bij vissen verantwoord kan. Op welke wetenschappelijke bronnen baseert hij zich? Erkent hij, ook op basis van wetenschap, dat weerhaken per definitie meer dierenleed veroorzaken dan gewone haken?
Staatssecretaris Erkens:
Als we wetenschappelijke studies moeten sturen, zal ik u op een later moment daarover moeten informeren. Als dit het verzoek is van de Kamer, kan ik dat uiteraard ook doen. De Sportvisunie heeft zelf aangegeven onder welke omstandigheden vissen met weerhaken kan. Mijn kinderen vissen nog niet, want ze zijn te jong, dus ik heb niet dezelfde analogie als de heer Lohman, maar ik heb vroeger wel heel veel gevist op karpers. Het verschilt per vissoort wat de impact van een weerhaak is. Bij bijvoorbeeld forel leidt het gebruik ervan tot grotere sterfte, maar bij karpers is dat niet significant. Een aantal van die onderzoeken zullen we nog kunnen delen.
Kamerlid Kostić (PvdD):
De staatssecretaris erkent hier zelf dat het sowieso leidt tot extra dierenleed. Bij de ene soort leidt het tot, zoals hij het noemt, significante sterfte en bij de andere tot minder significante sterfte. Maar het veroorzaakt sowieso heel veel dierenleed: het openscheuren van de mond en misschien andere organen. Het is vooral ook onnodig. Erkent de staatssecretaris dat er ook alternatieven zijn? Ik heb hier ook een artikel van Karperwereld Online, waarin vurig wordt gepleit om alternatieven te gebruiken, die soms ook efficiënter zijn.
Staatssecretaris Erkens:
Er zijn alternatieven voor het gebruik van weerhaken. Tegelijkertijd zijn er een aantal redenen, bijvoorbeeld voor sportvissers die dat zelf doelmatig doen, om weerhaken in te zetten, want met weerhaken is de vangkans groter dan met andere haken. Er zijn dus omstandigheden waarin die worden toegepast. Vandaar dat ik zeg dat ik met de Sportvisunie in gesprek kan gaan over waar het niet nodig is. We kunnen echt met elkaar kijken hoe we de informatievoorziening daarover in de gedragscode kunnen verbeteren, maar een generiek verbod gaat voor mij echt twee stappen te ver.
De voorzitter:
Afrondend.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat het de staatssecretaris te ver gaat, is natuurlijk aan de staatssecretaris, maar ik wil er wel op wijzen dat a die weerhaken onnodig dierenleed veroorzaken, dat b daarvoor doelmatige alternatieven zijn, waarover Karperwereld Online vertelt, en dat c ons voorstel erover gaat dat gemeenten eindelijk in staat worden gesteld om dat verbod daadwerkelijk uit te voeren en we hier eindelijk markeren dat we zulk echt onnodig dierenleed niet meer accepteren.
Staatssecretaris Erkens:
Volgens mij heb ik net aangegeven dat we samen met de sector kunnen kijken hoe we het gebruik van weerhaken, waar dat kan, kunnen verminderen. Een generiek verbod zal ook nadelen hebben. Aan de ene kant zijn dat de nadelen die door een aantal Kamerleden zijn genoemd: toch vanuit Den Haag besluiten om een verbod op te leggen terwijl een deel van de vissers die nog wel toepast en de combinatie met het feit dat een weerhaak vergeleken met andere haken voor sommige vormen van visserij wel voordelen biedt. Ik ben echter bereid om met de Sportvisunie te bekijken hoe we het gebruik daarvan wel kunnen minimaliseren waar dat mogelijk is.
Voorzitter. Dan de vraag van mevrouw Bromet aan het kabinet. "Is het amendement haalbaar en wenselijk?" Ik heb daar volgens mij net antwoord op gegeven. "Is het kabinet het ermee eens dat gemeenten zelf moeten kunnen bepalen of een visverbod geldt? Is het amendement de juiste manier om dat te regelen? Zo nee, wat zijn dan andere mogelijkheden?" Wat mij betreft is het amendement niet nodig, want gemeentes kunnen al in hun private toestemmingen bepalingen voor visserij opnemen. Ik vind daarbinnen een hele bevoegdheid om visserijverboden op te leggen een stap verder gaan. Je kunt dat dus al privaatrechtelijk voor de visserijgronden doen; wat mij betreft is het onnodig om dat op te nemen.
De voorzitter:
Heeft u nog veel, staatssecretaris?
Staatssecretaris Erkens:
Nee, ik heb nog een mapje rivierkreeft, specifiek voor de voorzitter, want ik denk dat dat een onderwerp is dat hem heel erg aan het hart gaat.
De voorzitter:
Neenee, dat was een ander leven van de voorzitter. Haha. Het lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Wat de staatssecretaris zegt, klopt gewoon niet. De gemeenteraad van Arnhem heeft dit probleem heel direct aan de Tweede Kamer voorgelegd: daar bestaat wel de wens om een beperking op te leggen, maar zij kunnen dat juridisch gezien niet doen op basis van vissenwelzijn. Dat kan alleen maar als het gaat om het vissenbestand et cetera, dus niet op basis van vissenwelzijn. Dat is precies waar dit amendement over gaat.
Staatssecretaris Erkens:
Privaatrechtelijk kun je dus voorwaarden aan de sportvisserij opleggen. Een generiek verbod opleggen gaat wel een stuk verder. Het kabinet is geen voorstander van die bevoegdheid.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dit gaat niet over generieke verboden. Dit gaat er alleen maar om dat in de wet mogelijk wordt gemaakt dat een gemeente, als zij dat wil, op basis van vissenwelzijn, waar we het vandaag ook over hebben, beperkingen of een verbod op het hengelen invoert, zoals Arnhem dat graag wil. Arnhem zegt heel duidelijk: wij kunnen dat juridisch gezien niet, want de wet laat het niet toe om dat te doen op basis van dierenwelzijn.
Staatssecretaris Erkens:
Ja, maar dat hangt ervan af hoever de maatregel gaat die je in die privaatrechtelijke overeenkomst wil opleggen. Er zijn wel degelijk mogelijkheden om regels te stellen aan sportvisserij binnen een gemeente. Dat kan. Tegelijkertijd vind ik een bevoegdheid om verboden op te leggen aan bepaalde vormen van visserij een stuk verder gaan dan wat op dit moment noodzakelijk is. Het kabinet is het dus niet eens met deze lijn. Het is uiteindelijk wel een amendement, dus de Kamer stemt hier over.
De voorzitter:
Tot slot dan.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ja, natuurlijk, maar laten we twee dingen uit elkaar halen. Aan de ene kant wil deze staatssecretaris dat gewoon niet. Hij wil die mogelijkheid niet aan de gemeenten geven, ook niet als een gemeente dat wel wil. Dat staat aan de ene kant. Dat staat los van het feit — en daar gaat het amendement over — dat de wet het gemeenten die dat wel willen, nu onmogelijk maakt om zo'n verbod in te stellen. We weten dus dat het niet kan. Je kan inderdaad regels stellen, maar dus niet op basis van vissenwelzijn. Arnhem en mogelijk ook andere gemeenten zitten daarmee. Daar gaat het amendement over. De staatssecretaris kan daar iets van vinden, maar ik roep ook de Kamer op: laat gemeenten hun eigen besluiten nemen.
De voorzitter:
Ja. De staatssecretaris vervolgt zijn beantwoording.
Staatssecretaris Erkens:
Voorzitter, of voor de voorzitter in een vorig leven, moet ik dan zeggen: de rivierkreeften. Ziet het kabinet het experiment van het waterschap Rijnland als een succes en wat kan het doen om te zorgen voor meer natuurvriendelijke oevers bij onze binnenwateren? Ik zie het experiment als een succes, maar het is niet altijd mogelijk om natuurvriendelijke oevers aan te leggen, bijvoorbeeld wanneer er daaromheen geen ruimte is. Waterbeheerders zullen per locatie moeten besluiten wat de beste aanpak is om uitheemse rivierkreeften terug te dringen. Natuurvriendelijke oevers kunnen een belangrijk deel zijn binnen de aanpak.
Ik had nog een andere vraag over de rivierkreeft, maar die heb ik nu niet in mijn mapje, dus ik hoop dat mevrouw Bromet dit mij wil vergeven als ik ervoor zorg dat ik die in tweede termijn wel bij me heb. Die ging namelijk over de rol van sportvissers, of die de juiste juridische basis hebben om rivierkreeften te kunnen wegvangen, en ook over de bredere aanpak van het kabinet.
Mevrouw Bromet (PRO):
Ja, zeker, dus of de sportvissers daarin een rol zouden kunnen spelen. En ook de hamvraag: is ie here to stay of gaan we er nog van afkomen?
Staatssecretaris Erkens:
Op die hamvraag ga ik nu even niet vooruitlopen, ook omdat de rivierkreeft in de portefeuille van de minister zit. Ik ga specifiek over het bevissen van de rivierkreeft. Zo hebben we het geregeld in het kabinet. Maar ik zal zorgen voor een uitgebreid antwoord in de tweede termijn. Als het aankomt op de sportvissers, doe ik dat uit mijn hoofd. Wij willen waterschappen de mogelijkheid geven om ook sportvissers te vragen om rivierkreeften weg te vangen. Dat geeft de waterschappen dan ook de mogelijkheid om een aantal randvoorwaarden mee te geven, want het kan natuurlijk ook tot schade leiden als dat wegvissen verkeerd plaatsvindt, maar die mogelijkheid moet geboden worden. Ik kom dadelijk terug op de tijdlijn.
De voorzitter:
U voltooit uw beantwoording.
Staatssecretaris Erkens:
In het mapje overig. De heer Jansen: hoe staat het met de rechtsbescherming? Dit wetsvoorstel ziet alleen op de bestuurlijke boete. Een bestuurlijke boete kan niet worden opgelegd samen met een strafrechtelijke boete. Hoewel een herstelsanctie een grote impact kan hebben, is die niet bedoeld om te bestraffen. In de sanctionering wordt hiermee rekening gehouden. Ik heb tevens andere boetes aangepakt — zoals ik dat ook bij de vraag van mevrouw Van der Plas noemde — om te voorkomen dat kleine foutjes kunnen leiden tot een flinke stapeling en disproportioneel grote boetes.
Erkent de staatssecretaris dat de dreiging van miljoenenboetes de financierbaarheid bij banken volledig om zeep helpt? Nou, hoe banken omspringen met boetes, daar ga ik niet over oordelen, maar ik heb net al aangegeven dat het theoretische boetes zijn die we in het verleden eigenlijk ook zo goed als niet hebben moeten toepassen in Nederland. Als daar dus onrust over bestaat, neem ik die volgens mij weg door te zeggen dat ik er niet van uitga dat deze boetes vaak toegepast gaan worden, omdat het eigenlijk gaat over vissers die met de grootste vaartuigen hele grote, forse, bewuste overtredingen maken. Volgens mij is dat niet wat onze vissers nu doen.
Dan de kustgemeenschappen. Waarom weigert de staatssecretaris het onderscheid te maken met betrekking tot de grens van 1.200 brutoton? Dit wordt op verschillende plaatsen in de Nederlandse regelgeving gebruikt om aan te geven dat er sprake is van een zeer groot vissersvaartuig. Daarbij is aangesloten bij de categorie van de grootste overtreders. Zoals ik net aangaf, is het een combinatie van hoe groot het schip is, hoe groot de impact is en hoe groot de overtreding is en de mate van bewustheid ervan. Dus ook hierbij is de verwachting niet dat die boetes vaak worden toegepast. Ze zijn er voor de grootste overtredingen, mochten ze een keer plaatsvinden.
Nou voorzitter, dan komt nu toch die vraag over de rivierkreeft. Die lag in het mapje overig en niet in het mapje rivierkreeft, dus mevrouw Bromet heeft geluk hier. We zullen inderdaad moeten accepteren dat die uitheemse rivierkreeften hier zullen blijven, maar ze kunnen lokaal nog wel onderdrukt worden en de schade kan dan beperkt worden. Welke maatregelen nodig zijn, verschilt per gebied, maar als ze alleen worden weggevangen zonder verdere maatregelen, zijn ze binnen twee jaar weer in volle sterkte terug. Om ze duurzaam te onderdrukken, moet bijvoorbeeld de nutriëntenbelasting omlaag en moeten er voldoende predatoren zijn om de rivierkreeftpopulatie te onderdrukken. We gaan het mogelijk maken voor waterschappen om rivierkreeften structureel weg te vangen met selectieve vistuigen. Daarbij mogen ze opdrachten geven aan derde partijen, zoals ook sportvisserijverenigingen. En over de verdere aanpak van de rivierkreeft heeft u recent ook nog een brief ontvangen, begreep ik.
Dan heb ik nog een aantal vragen, voorzitter. De heer Meulenkamp wou al een sprintje trekken, maar hij gaat weer zitten.
De voorzitter:
Ik stel toch voor dat u uw beantwoording afrondt. Daarna geef ik nog ruimte voor een paar interrupties, want zoals ik al zei: om 16.30 uur is de zaal door een volgende commissie geboekt.
Staatssecretaris Erkens:
Dat gaat lukken, denk ik, voorzitter.
Ziet de staatssecretaris niet in dat met die bedragen het voortbestaan van onze vissers gewoon in de waagschaal wordt gesteld? Ik heb die vraag van de heer Jansen volgens mij net beantwoord.
Zijn de vissers geïnformeerd over de regels van het Eems-Dollardverdrag? Dat was een vraag van mevrouw Van der Plas. Voor de visserij is in het kader van het Eems-Dollardverdrag afgesproken wie in het desbetreffende gebied mag vissen. Een aantal vissers heeft daar een specifieke toestemming voor nodig en gekregen. Garnalenvissers die die toestemming niet hebben, mogen daar wel varen, maar niet vissen. Vissers mogen daar dan ook niet hun netten spoelen, omdat dat niet te onderscheiden is van vissen. Deze regels waren dus wel gecommuniceerd met de sector. De vissers zijn er bekend mee, maar wij kunnen die communicatie nog een keer herhalen als er onduidelijkheid is. Ik zie geknik, dus dat gaan we doen.
Is de staatssecretaris bereid om te kijken of de regels kunnen worden aangepast? Nee, dat gaat niet. Zoals ik net aangaf, is het een algemeen geldende regel om het voor de handhaving mogelijk te maken, omdat het onderscheid niet goed gemaakt kan worden. Ook hier is het zo dat de betreffende vissers een waarschuwing hebben gekregen en geen proces-verbaal. We letten er met elkaar ook op dat, als het inderdaad komt door een onbewuste fout, we niet meteen naar boetes grijpen en de mogelijkheden zoeken die we hebben.
Volgens mij heb ik alle vragen gehad, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie meneer Meulenkamp en meneer Jansen. Daarna gaan we direct door naar de tweede termijn van de zijde van de Kamer.
De heer Meulenkamp (VVD):
Dank u wel voor de beantwoording. Ik begrijp uit de vragen van de BBB dat we minder vissers hebben. De staatssecretaris antwoordt daarop dat er inderdaad nog wel evenveel controleurs zijn bij de NVWA, omdat ze dieper in de keten controleren op wat er gebeurt. De vraag die dan bij mij opkomt is: controleren we dus nu op plekken waar we voorheen nooit controleerden? Is dat een terechte vraag? Daar zou ik graag antwoord op hebben. Als dat zo is: kunnen we daar dan een keer het gesprek over hebben?
Staatssecretaris Erkens:
Dat klopt. We controleren nu dieper in de keten, dus ook meer richting de verwerkende industrie, de aanlandhavens, de kleinere vissersvaartuigen en ga zo maar door. Daar kunnen we het gesprek uiteraard in een debat over hebben. De complexiteit hiervan is dat het meeste ook voortkomt uit de Controleverordening. Ik gaf net aan dat we met een heleboel lidstaten in Europa aan het kijken zijn naar hoe die verplichtingen doelmatiger ingericht kunnen worden. Daarbij moet je wel de waarborg met elkaar hebben die je zoekt, maar moet je de administratievelastendruk vervolgens wel verminderen, want die druk van deze voorstellen is echt heel hoog. De Commissie komt de komende weken of maanden ook met een voorstel hoe ze gaan kijken naar een aantal van deze aspecten. Dat wil ik dus afwachten. Ik zou kunnen toezeggen dat ik de Kamer, zodra deze voorstellen er zijn, laat weten hoe we ons daartoe verhouden.
De heer Chris Jansen (PVV):
Voorzitter, mijn verzoek aan u is: krijg ik iets meer ruimte voor deze interruptie? Dan hoef ik geen tweede termijn. Dat scheelt weer tijd.
De voorzitter:
O, nou, gaat uw gang.
De heer Chris Jansen (PVV):
Dank u wel. Ik hoor de staatssecretaris natuurlijk antwoord geven op alle vragen die gesteld zijn, ook die door mij namens de PVV. Ik heb even geturfd wat ik dan hoor: "niet voor bedoeld", "proportionaliteit", "theoretisch mogelijk", "ga ik niet van uit" en "de verwachting is". Ik snap natuurlijk dat de staatssecretaris probeert om dit erdoorheen te krijgen met zo breed mogelijke steun. Alleen, wat schiet de visserijsector hier nou eigenlijk mee op, behalve dan harmonisatie en dat we het moeten van Brussel?
Staatssecretaris Erkens:
Dit is dus een technische implementatie van een beperkte wijziging in de Visserijwet. Dit gaat over het harmoniseren van boetecategorieën. Hier zit geen groot voordeel voor de visserijsector aan; dat klopt. Het is een deel van je sanctioneringsbeleid. Daarnaast hebben we als kabinet natuurlijk heel veel ander beleid op het gebied van visserij om de sector wel degelijk te helpen. Je kunt erop rekenen dat het sanctioneringsbeleid niet hetgeen is waar de sector nu enthousiast voor op de bankjes staat.
De heer Chris Jansen (PVV):
Mijn constatering is dat de staatssecretaris heel goed zijn best doet, maar dat hij mij nog niet heeft overtuigd. Dus ik ga daarop broeden en u ziet vanzelf bij de stemmingen hoe ik ertegen aankijk.
Staatssecretaris Erkens:
Ik waardeer dat de heer Jansen erop gaat reflecteren en openstond voor mijn beantwoording.
Mevrouw Bromet (PRO):
Nog even terug naar de handhaving. Aan de ene kant zegt de staatssecretaris dat hij zijn best wil doen om te kijken of die afgeschaald kan worden. Dat zijn mijn woorden, maar in ieder geval wil hij in Europa gaan praten over of het zo moet blijven zoals het nu is. Aan de andere kant zegt hij ook dat het risicogericht toezicht is. Volgens mij betekent "risicogericht" dat er risico's zijn en dat je dus toezicht moet houden. Ik wil er even voor waken dat we nu met één streek de handhaving en het toezicht weghalen voordat alle misstanden de wereld uit zijn.
Staatssecretaris Erkens:
Laat ik dat verduidelijken. Met de NVWA doen we het risicogebaseerd. Waar ik op duid, is dat we in Europees verband eigenlijk zien dat een aantal van de verplichtingen en regels op dit vlak vrij arbeidsintensief zijn, ook voor de NVWA. Dat zijn zaken die we moeten doen, terwijl dit niet bijdraagt aan het risicogebaseerde toezicht. Aan de andere kant bereiken we er ook niet de resultaten mee op het gebied van bodembescherming, quota et cetera die we willen bereiken. Dat is een discussie die nu ook gaande is met de Europese lidstaten. Het gaat echt meer over dat bredere speelveld en niet over het afschalen van toezicht. Het gaat erom dat we dat met elkaar een stuk efficiënter inrichten.
De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris voor zijn beantwoording in eerste termijn. Ik geef het woord aan het lid Kostić voor haar tweede termijn namens de Partij voor de Dieren.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter, dank. Voor de verandering geen moties van de Partij voor de Dieren vandaag. We hebben volgens mij twee mooie, doordachte amendementen ingediend en ik hoop dat de Kamer daar goed over zal nadenken. Het eerste amendement gaat over het vermijden van onnodig dierenleed. Dat heeft te maken met de weerhaken, waar echt alternatieven voor zijn. Ik zei al: in de wereld van de hengelaars wordt gezegd dat ze hier prima mee kunnen stoppen. Zie ook de bron die ik aan het amendement heb toegevoegd. Zo zijn er wel meer. Natuurlijk zijn er ook weer wat conservatieve geluiden, maar lieve mensen, dit is echt de basis. Als je echt iets wilt doen aan vissenwelzijn, hoef je niet meteen grote stappen te zetten. Dit is een kleine stap die we als Kamer kunnen zetten, dus laten we dat alsjeblieft doen. Dat is één.
Het tweede amendement gaat over de keuzevrijheid van gemeenten om in hun eigen wateren te beslissen wat er wel of niet met hengelen gebeurt. Ik heb net het voorbeeld van de gemeente Arnhem genoemd; dat was ook in het nieuws. Die gemeente wilde het verbieden, maar dat kon juridisch niet, omdat de wet uit de jaren zestig komt en het begrip "vissenwelzijn" toen nog niet bestond, omdat we toen niet wisten dat vissen pijn konden hebben. Toen ging het over visbestanden en de hoeveelheid vissen. Daar kun je je wel op beroepen, maar je kunt je dus niet puur op vissenwelzijn beroepen. Dat is ontzettend jammer. Nogmaals, we laten gemeenten er helemaal vrij in wat ze daarin wel of niet doen — dat is democratische besluitvorming — maar als een gemeente hier iets mee wil doen en vissenwelzijn beter wil beschermen, maak dat dan alsjeblieft mogelijk. Dat is het enige wat ik vraag.
Dank u wel. O, sorry, mag ik nog heel even? Ik ging helemaal op in die twee amendementen, maar ik heb nog een laatste vraag aan de staatssecretaris. In een vorig debat heeft de staatssecretaris toegezegd na het zomerreces met een reactie te komen op het rapport Naar een dierwaardige visserij en aquacultuur. Dat zou na het zomerreces gebeuren. Dat is natuurlijk een breed begrip, dus ik ben benieuwd wanneer die reactie precies komt.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Van der Plas van de BBB, in tweede termijn.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dank u wel. Ik begin met de moties.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat een kleine, onbedoelde schrijffout in het visserijlogboek kan leiden tot een proces-verbaal en drie strafpunten;
overwegende dat onderscheid moet worden gemaakt tussen een administratieve vergissing en bewuste fraude;
verzoekt de regering vissers de mogelijkheid te geven om onbedoelde schrijffouten binnen een redelijke termijn te corrigeren, zonder directe bestraffing, mits er geen aanwijzingen zijn voor bewuste fraude,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Plas en Meulenkamp.
Zij krijgt nr. 9 (36899).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat drie gespecialiseerde familiebedrijven voor 2026-2028 over een winningsquotum beschikken, maar door onzekerheid over de benodigde vergunningen feitelijk geen schelpen kunnen winnen;
overwegende dat uitwijken naar verder op de open Noordzee gelegen winningsgebieden voor kleinschalige schelpenzuigers veiligheidsrisico's oplevert, omdat schepen daar niet op gemaakt zijn;
overwegende dat de sector heeft voorgesteld kwetsbare wingebieden grotendeels te ontzien en slechts circa 25% van het vergunde quotum te benutten;
verzoekt de regering samen met Rijkswaterstaat, de provincie Fryslân en de sector met spoed te onderzoeken hoe de schelpenwinning binnen de wettelijke, ecologische en maritieme veiligheidskaders gedurende de vergunningsperiode 2026-2028 kan worden voortgezet, en daarbij het voorstel van de sector te betrekken;
verzoekt de regering de Kamer te informeren over de mogelijke oplossing, het tijdpad en het toekomstperspectief voor de schelpenvisserij,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 10 (36899).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan wil ik heel graag nog even ingaan op het amendement dat nu voorligt om gemeenten de mogelijkheid te bieden om de hengelsport te verbieden. Ik wil toch het volgende wel even benadrukken en nogmaals onder de aandacht van de staatssecretaris brengen, hoewel ik denk dat hij het met me eens is. Als je dit gaat doen, ga je weer allemaal verschillen creëren. De ene gemeente mag het wel en de andere gemeente mag het niet. Dat bemoeilijkt gewoon de controle en de handhaving. Het leidt bovendien weer — daar gaan we weer — tot misschien onbewuste overtredingen, omdat mensen niet meer weten welke regels waar gelden. Daarnaast vraag ik me af wie dat toezicht en die handhaving allemaal gaat betalen. Daar moeten we ook over nadenken.
Het is ook het geval dat vissers, hengelsportverenigingen met name, niet alleen gezellig aan de waterkant vissen, maar ook aan visserijkundig onderzoek doen, aan onderhoud en beheer van wateren doen en reddingsacties uitvoeren bij droogte of zuurstoftekort. Ze hebben dus ook een hele grote sociale en maatschappelijke functie. Als je dat eruit gaat halen, ga ik me wel afvragen wie dat dan allemaal gaat doen en wie dat allemaal gaat betalen. Het zal wel weer in de ozb worden verrekend. De kwaliteit van het water komt onder druk te staan. Het beheer komt onder druk te staan. De visstand komt onder druk te staan. Ik wil dat hier nog wel heel goed benadrukken, zodat we dit niet vanuit een soort van "het is ook zielig om op vissen te vissen" gaan doen. Denk daar heel goed over na voordat er straks wordt gestemd over het amendement, zeg ik tegen de Kamer, want het lijken altijd sympathieke dingen, maar ze hebben hele grote gevolgen. Daar wilde ik eigenlijk mee eindigen.
Mevrouw Bromet (PRO):
Maar het amendement stelt toch niet dat visserij verboden wordt? Het is alleen de mogelijkheid voor gemeentes om op bepaalde plekken een visverbod in te stellen. Dan kun je een bordje neerzetten met "verboden te vissen". Dat kennen we ook uit de Donald Duck. Dan is er een boa die gewoon kan zeggen: daar zit iemand te vissen terwijl er een bordje staat met "verboden te vissen". Zo moeilijk is het toch niet?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik begon met te zeggen dat het amendement gaat over het bieden van de mogelijkheid aan gemeenten om dit te doen. Daarbij heb ik argumenten gegeven voor de gevolgen die dat heeft. Als er gemeenten zijn die dit gaan doen, komen bijvoorbeeld het beheer en onderhoud van het water, het kijken naar de visstand … Als tijdens droogte vissen een beetje naar lucht lopen te happen in de modder, zorgen ze er ook voor dat de vissen kunnen worden overgeplaatst. Maar er is niemand meer die dat dan gaat doen. Dit zijn vaak organisaties die niet alleen aan het vissen zijn, maar ook een heleboel andere zaken doen. Je krijgt een wirwar aan regels. Dan mag het in postcodegebied A niet en in postcodegebied B wel. Mensen weten niet meer waar het wel en niet mag. We hebben bij heel veel regelgeving al gezien dat dat tot heel onwenselijke situaties leidt. Over de gevolgen van een amendement dat sympathiek lijkt — ik vind het niet sympathiek want ik vind dat mensen gewoon moeten kunnen vissen — moet je wel goed nadenken. Het lijkt dus allemaal heel leuk, maar het gaat echt wel grote gevolgen hebben.
De voorzitter:
Dank u wel.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Alstublieft.
De voorzitter:
Ik schors enkele minuten voor de beantwoording van de staatssecretaris, aangezien de overige leden afzien van hun tweede termijn. De vergadering is kort geschorst.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Ik geef het woord aan de staatssecretaris.
Staatssecretaris Erkens:
Ik heb een korte inleiding. Het was een debat waarin ik veel heb opgepikt, wat ik niet verwacht had. Ik had het vandaag liever wel over zoönosen gehad, omdat we gezien de ontwikkelingen binnenkort met de Kamer over het westnijlvirus moeten spreken. Ik begreep dat we dat ook gaan doen. Dat wordt opnieuw ingepland.
Voorzitter. Ik heb geleerd dat het lid Kostić zelf vroeger gevist heeft, net als de kinderen van de heer Lohman. Zelf was ik vroeger fervent karpervisser. U gaat allen dus met nieuwe feitjes naar huis; dat is ook fijn. Sportvissen is natuurlijk heel mooi om te doen. Het kent een van de grootste verenigingen van Nederland. Iedereen is in de buitenlucht. Ga vooral door met het goede werk dat iedereen doet. Het is een mooie hobby. Ik hoop dat mijn kinderen ook voor de buitenlucht kiezen, net zoals die van de heer Lohman.
Voorzitter. Dan ga ik naar de moties, de amendementen en nog een paar vragen.
De voorzitter:
Deze kon u zien aankomen: lid Kostić.
Staatssecretaris Erkens:
Wellicht.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Nee, hoor. Het is misschien goed om hier even op te reflecteren. Er zijn inderdaad mensen die ervoor kiezen om te hengelen, maar is de staatssecretaris het met mij eens dat er ook voldoende andere mogelijkheden zijn voor kinderen om buiten in de natuur te spelen en zich te vermaken?
Staatssecretaris Erkens:
Ik erken dat er ook andere mogelijkheden zijn om buiten te spelen en je te vermaken in de natuur. Ik benoemde enkel dat ik als jong jochie sportvissen heel leuk vond.
De voorzitter:
We zien de foto's graag tegemoet.
Staatssecretaris Erkens:
Die zijn voor de pubquiz eind dit jaar.
De voorzitter:
U vervolgt.
Staatssecretaris Erkens:
De moties. Het zijn twee stuks. De eerste is van mevrouw Van der Plas, meegetekend door de heer Meulenkamp. Die gaat over het corrigeren van onbedoelde schrijffouten. Die kan ik oordeel Kamer geven, met een kleine interpretatie. De Europese wetgeving biedt zeer beperkt ruimte om te corrigeren. Daar kan ik niet van afwijken. Het kan wel grote gevolgen voor vissers hebben. Ik ben dus bereid om te kijken wat ik met de NVWA en de RVO kan doen binnen de juridische kaders.
De voorzitter:
Ik kijk even of dat mag. Ik zie mevrouw Van der Plas knikken. Daarmee krijgt de motie op stuk nr. 9 oordeel Kamer.
De motie op stuk nr. 10.
Staatssecretaris Erkens:
Die gaat over de toekomst van de schelpenvisserij. Mijn verzoek zou zijn om die motie aan te houden. Anders moet ik 'm ontijdig geven. De vergunning voor schelpenwinning ligt namelijk bij IenW. Ik zal de minister van IenW vragen uw Kamer hierover op korte termijn te informeren, als u de motie kunt aanhouden.
De voorzitter:
Kunt u daar een tijdshorizon bij geven?
Staatssecretaris Erkens:
Hier staat: op korte termijn. Laat ik zeggen: voor het oktoberreces. Als dat niet lukt, dan laat ik dat mevrouw Van der Plas nog weten. Ik moet het namelijk wel even bij collega Karremans checken. "Korte termijn" klinkt wel als voor het oktoberreces, vind ik zelf.
De voorzitter:
We gaan kijken of mevrouw Van der Plas dat ook vindt.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Vóór het zomerreces is "korte termijn"?
Staatssecretaris Erkens:
Ik zei: oktoberreces.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
O, ik schrok me helemaal kapot!
Staatssecretaris Erkens:
Nee, nee, nee, nee, nee. Het zomerreces is net geweest.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan houd ik 'm inderdaad even aan. Volgens mij hebben wij na het herfstreces het commissiedebat Water en het commissiedebat Maritiem komt nog. Het zou wel mooi zijn als het voor dat debat komt. Dan kunnen we ermee verder in de I&W-commissie. Mag ik nog even een aanvullende vraag stellen?
De voorzitter:
Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik zat namelijk nog even te denken over de loshavens waar we het net over hadden, bijvoorbeeld Kornwerderzand en Brouwershaven. Ik zou graag aan de staatssecretaris willen vragen of hij in gesprek wil gaan met de sector, want ons signaal is dat er bijvoorbeeld in de Brouwershaven wel wordt gelost. De havens dienen ook als een schuilhaven in verband met veiligheid. Ik zou de staatssecretaris willen vragen: wil hij hierover toch nog even met de sector in gesprek gaan en dat terugkoppelen naar de Kamer?
Staatssecretaris Erkens:
Ik ben bereid dat te doen, maar wel met de kanttekening dat ik op dit moment niet voornemens ben om de lijst uit te breiden. Als er feitelijke onjuistheden zitten in wat ik net gezegd heb, dan kan ik dat wel nog dubbelchecken met de sector.
De voorzitter:
Betekent dit dat mevrouw Van der Plas de motie op stuk nr. 10 aanhoudt? Dat is het geval.
Op verzoek van mevrouw Van der Plas stel ik voor haar motie (36899, nr. 10) aan te houden.
Daartoe wordt besloten.
Staatssecretaris Erkens:
Dan de amendementen. Die zijn in dit debat volgens mij uitvoerig besproken. Het eerste amendement gaat over weerhaken bij sportvissen. Dat ontraad ik.
De voorzitter:
Even voor de volledigheid: is dat het amendement op stuk nr. 7?
Staatssecretaris Erkens:
Bij mij staat er "nummer 1" op.
De voorzitter:
Het gaat om 36899-7.
Staatssecretaris Erkens:
Oké. U heeft het officiële nummer. Bij mij staat er "nummer 1" op. Volgens mij is dat niet het nummer dat u heeft.
Ik heb net aangegeven waarom ik dat amendement ontraad. Om die reden verwijs ik naar het debat. Mevrouw Van der Plas had er een paar aanvullende vragen over. Het zou inderdaad betekenen dat je je op het gebied van handhaving en naleving best een complexe operatie op de hals zou halen.
Dan het tweede amendement van het lid Kostić. Dat gaat over de bevoegdheid van gemeentes.
De voorzitter:
En dat is dus het amendement op stuk nr. 8, zeg ik tegen de leden.
Staatssecretaris Erkens:
Het amendement op stuk nr. 8 is, ook deels verwijzend naar het debat, feitelijk niet nodig, omdat gemeenten binnen de Visserijwet op specifieke onderdelen nu al voor hun eigen wateren voorwaarden verbinden aan huurovereenkomsten voor recreatieve visserij, of besluiten die huurovereenkomsten niet te verlengen. Ik wil niet te veel ingaan op de specifieke casus van Arnhem, maar dat het daar niet gelukt is, had ook te maken met de onderbouwing en uitwerking. De mogelijkheden om dat te kunnen doen, zijn er wel degelijk al.
Dan heb ik nog een aantal vragen, ook van het lid Kostić.
De voorzitter:
Voor de volledigheid: de amendementen op de stukken nrs. 7 en 8 worden ontraden.
Staatssecretaris Erkens:
Klopt, voorzitter. Dan de laatste vragen. Het lid Kostić vroeg wanneer ik na het zomerreces zou terugkomen met een reactie op het rapport dierwaardige aquacultuur. Die brief is in voorbereiding. Die kunnen jullie begin oktober verwachten. Begin oktober is dat.
Dan had ik volgens mij nog één vraag zelf doorgeleid naar de tweede termijn, namelijk van D66 over het tijdspad. Zowel het besluit als de regeling bestuurlijke boete hebben al ter internetconsultatie gelegen. Die stukken zijn vergevorderd. Ik zou ze het liefst zo snel mogelijk afronden, ook om uitvoering te geven aan de Europese regelgeving. Als ik de stukken volledig deel, zou dat voor vertraging kunnen zorgen. Ik ben even aan het nadenken, want ik snap de vraag van D66 volledig. Zou het een pragmatische oplossing zijn dat wij in oktober in een brief over een LVR-Raad een toelichting opnemen, met daarin een aantal voorbeelden van die boetecategorieën en wat daaronder zou vallen? Zou dat misschien een goede weg zijn, voorzitter? Ik zie geknik, dus dan gaan we dat doen.
De voorzitter:
Ik zie ook geknik. Dat bevestig ik bij dezen voor de Handelingen.
Staatssecretaris Erkens:
Dan is dat toegezegd.
Voorzitter, dan was dat het.
De voorzitter:
Dan dank ik de staatssecretaris voor de beantwoording in tweede termijn en het gevoerde debat. Ik dank ook de leden voor het gevoerde debat.
De algemene beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de ingediende moties … Nee, over de ingediende motie, want de tweede is aangehouden, en de amendementen gaan wij op 22 september stemmen.
De vergadering wordt van 16.06 uur tot 16.30 uur geschorst.