Schriftelijke vragen : Bufferzones van 250 meter langs beken en beekdalzones
Vragen van het lid Koorevaar (CDA) aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over bufferzones van 250 meter langs beken en beekdalzones (ingezonden 20 oktober 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Na presentatie stikstofplannen al twee maanden radiostilte:
Het frustreert dat wij geen duidelijkheid krijgen vanuit Den Haag»?1
Vraag 2
Klopt het dat u voornemens bent langs een groot deel van de beken bufferzones van
250 meter in te stellen? Waarom is gekozen voor een breedte van 250 meter?
Vraag 3
Wat is de reden dat er waterlopen als beekdal zijn aangewezen die geen beekdal zijn
en waar geen agrarische opgave is, zoals de Peelkanalen?
Vraag 4
Hoe reflecteert u op de noodzaak tot het op kaart zetten van beekdalzones en nieuwe
grondwaterbeschermingsgebieden in gebieden waar provincies reeds met een bestaande
aanpak op gebiedsniveau de nitraatnorm van 50 milligram per liter halen?
Vraag 5
Wat heeft de bemestingsvrije zone van vijf meter opgeleverd aan Kaderrichtlijn Water
(KRW)-norm doelbereik, gezien het feit dat in het Besluit Activiteiten Leefomgeving
(BAL) voor beekdalen reeds een bufferstrook van 5 meter is opgenomen?
Vraag 6
Wat is de effectiviteit, met onderbouwing, van een bufferzone van 250 meter op zowel
zandgronden als kleigronden?
Vraag 7
Klopt het dat deze maatregel is gericht op het verminderen van de hoeveelheid stikstof
en fosfaat in de beken en dat bij deze maatregel ervan wordt uitgegaan dat de omliggende
landbouw de voornaamste bron van deze nutriënten is?
Vraag 8
Kunt u voor iedere beek op de voorgestelde lijst aangeven welk procentueel aandeel
van de belasting met stikstof en fosfaat respectievelijk afkomstig is van landbouw,
riooloverstorten, effluent van rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s) en aanvoerwater
uit grensoverschrijdende wateren? Hoe liggen deze cijfers in de zomer en in de winter?
Vraag 9
Hoe wordt omgegaan met de afwenteling van waterkwaliteitsproblemen via grensoverschrijdende
waterlopen, zoals de Dommel vanuit België? Klopt het dat deze waterlopen in België
aan de KRW-normen voldoen, maar bij binnenkomst in Nederland niet? Zo ja, hoe is dit
verschil te verklaren?
Vraag 10
Zijn er afspraken met het verlagen van overschrijding van KRW-normen met Duitsland
en België zodat inkomend water van een betere kwaliteit wordt? Zo ja, wat is het effect
van deze afspraken?
Vraag 11
Klopt het dat rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi’s) moeten voldoen aan de stedelijk
afvalwaterzuivering normen en dat de normen voor water afkomstig uit rwzi’s hoger
liggen dan de normen voor de KRW? Zo ja, hoe verhouden die normen zich tot elkaar?
Vraag 12
Deelt u de opvatting dat, net als bij het stikstof- en emissiebeleid, bij het verbeteren
van de waterkwaliteit de eigen bijdrage aan de vervuiling centraal moet staan? Hoe
wordt voorkomen dat Nederlandse boeren maatregelen moeten nemen om vervuiling terug
te dringen die afkomstig is uit het buitenland of van andere bronnen en hoe wordt
geborgd dat de opgave per sector in verhouding staat tot de eigen bijdrage aan de
waterverontreiniging?
Vraag 13
Klopt het dat Nederland bij de beoordeling van de KRW het beginsel «one out, all out»
hanteert en dat daarbij aan 142 verschillende parameters moet worden voldaan? Hoe
verhouden zich de parameters voor Nederland zich voor de KRW in relatie tot andere
Europese landen?
Vraag 14
Kunt u onderbouwen in hoeverre de voorgestelde bufferzones, gelet op de verwachte
kosten en de toestand van de overige parameters, daadwerkelijk bijdragen aan het voldoen
aan de KRW?
Vraag 15
Hoe verhoudt het terugdringen van nutriënten in beken zich tot het verminderen van
stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden?
Vraag 16
Deelt u de verwachting dat de invoering van bufferzones van 250 meter rond beken tot
planschade kan leiden? Kunt u reageren op de schatting dat een dergelijke bufferzone,
uitgaande van 50 hectare per strekkende kilometer beek, tot circa 6 miljoen euro aan
planschade per strekkende kilometer kan leiden? Kunt u reageren op de schatting dat
bij circa 160 kilometer aan Brabantse beken de planschade ongeveer 900 miljoen euro
kan bedragen?
Vraag 17
Kunt u aangeven hoe hoog de totale planschade voor Nederland naar verwachting is wanneer
alle voorgestelde bufferzones langs alle genoemde beken worden gerealiseerd?
Vraag 18
Is er nagedacht over een compensatieregeling die beschikbaar is voor gemeenten en
provincies die deze planschade moeten vergoeden?
Vraag 19
Bent u bereid met provincies en waterschappen in gesprek te gaan en samen met hen
per gebied/waterloop in beeld te brengen of en in hoeverre een zonering nodig en doelmatig
is alvorens over te gaan tot het aanwijzen van zones met rijksinstructieregels?
Indieners
-
Gericht aan
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Indiener
Jan Arie Koorevaar, Kamerlid