Schriftelijke vragen : De uitspraak van een Israëlische militaire commissies over herregistratie grond Tent of Nations
Vragen van het lid Ceder (ChristenUnie) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de uitspraak van een Israëlische militaire commissies over herregistratie grond Tent of Nations (ingezonden 19 oktober 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het nieuws dat een militaire commissie de registratie van het land
van de familie Nassar (Tent of Nations) op 8 oktober 2026 heeft afgewezen, ondanks
dat het Israëlische Hooggerechtshof in 2006 reeds opdracht had gegeven tot registratie
van het land? Hoe luidt uw reactie op dit nieuws?
Vraag 2
Klopt het dat de militaire commissie als reden voor deze afwijzing geeft dat de familie
niet alleen haar eigen grond (427 dunam, omgerekend circa 42 hectare) zou moeten registreren,
maar ook de omliggende grond van andere eigenaren (in totaal ca. 1.000 dunam), en
dat tot die tijd het land geclassificeerd blijft als «staatsland»? Deelt u de mening
dat het een zeer onredelijke eis is om de familie te verplichten grond te registreren
die niet haar eigendom is, te meer in het licht van de uitspraak van het Hooggerechtshof?
Vraag 3
Welke juridische mogelijkheden staan verder open voor de familie Nassar na deze uitspraak?
Vraag 4
Klopt het dat sinds de beantwoording van eerdere Kamervragen de bewegingsvrijheid
van de familie op het eigen land nog verder is ingeperkt?1 Kunt u dit verder toelichten?
Vraag 5
Ziet u positieve effecten van de Nederlandse inzet voor de situatie van de familie
Nassar, haar land en haar gasten? Zo ja, welke? Zo nee, welke stappen bent u bereid
extra te zetten?
Vraag 6
Heeft het Israëlische besluit om de status van Nederlandse diplomaten in Ramallah
in te trekken gevolgen voor de Nederlandse inzet voor de zaak van Tent of Nations?
Zo ja, welke? Hoe wordt de Nederlandse inzet zo georganiseerd dat deze niet vermindert
door het besluit van de Israëlische autoriteiten?
Vraag 7
Bent u bereid om met spoed, zowel in bilateraal als in Europees verband, bij de Israëlische
autoriteiten aan te dringen op de registratie en wettelijke erkenning van de 427 dunam
grond, zonder dat de familie Nassar wordt verplicht om ook grond van andere eigenaren
te registreren, oftewel naleving van de uitspraak van het Israëlische Hooggerechtshof
en het beëindigen van de aanvullende voorwaarden die de uitvoering daarvan belemmeren?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 8
Bent u tevens bereid om met spoed, zowel in bilateraal als in Europees verband, bij
de Israëlische autoriteiten aan te dringen op het onmiddellijk opheffen van de beperkingen
op de toegang tot en de bewerking van de grond van de familie, en het voorkomen van
verdere inbreuken op haar eigendomsrechten? Zo nee, waarom niet?
Vraag 9
Bent u ten slotte bereid om met spoed, zowel in bilateraal als in Europees verband,
bij de Israëlische autoriteiten aan te dringen op de bescherming van de familie tegen
intimidatie en verdere pogingen om haar land in bezit te nemen, zodat zij haar land
vreedzaam kan blijven bewonen, onderhouden en ontwikkelen?
Vraag 10
Kunt u deze vragen beantwoorden voor de begrotingsbehandeling van het Ministerie van
Buitenlandse Zaken?
Indieners
-
Gericht aan
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Indiener
Don Ceder, Kamerlid