Schriftelijke vragen : Het kinderopvangdebat
Vragen van het lid Van Houwelingen (FVD) aan de Minister van Werk en Participatie over het kinderopvangdebat (ingezonden 19 oktober 2026).
Vraag 1
Kunt u, zodra het kabinet communicatie tussen het kabinet en de Europese Commissie
als «informeel» bestempelt, weigeren, op verzoek van de Tweede Kamer, deze communicatie
aan de Kamer te verstrekken?
Vraag 2
Wanneer is communicatie tussen het kabinet en de Europese Commissie eigenlijk «informeel»?
En wanneer «formeel»? Kunt u een paar voorbeelden geven van «formele» en «informele»
communicatie tussen het kabinet en de Europese Commissie?
Vraag 3
Kunnen we uit het feit dat u weigert om de communicatie tussen het kabinet en de Europese
Commissie over een Dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) naar de Kamer te sturen
(omdat deze communicatie volgens u dus «informeel» zou zijn) logischerwijs concluderen
dat er geen «formele» communicatie is geweest tussen de Europese Commissie en het
Nederlandse kabinet over DAEB? Zo nee, kan de Kamer de «formele» communicatie tussen
het kabinet en de Europese Unie over het gebruik van (alternatieven voor) DAEB in
de kinderopvang zo snel mogelijk toegestuurd krijgen?
Indieners
-
Gericht aan
A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie -
Indiener
Pepijn van Houwelingen, Kamerlid