Schriftelijke vragen : Herindicaties en de continuïteit van medische kindzorg
Vragen van de leden Westerveld (PRO), Tijmstra (CDA) en Synhaeve (D66) aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over herindicaties en de continuïteit van medische kindzorg (ingezonden 15 oktober 2026).
Vraag 1
Ontvangt u ook signalen dat zorgverzekeraars bij kinderen die intensieve verpleegkundige
zorg ontvangen vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) aandringen op een aanvraag voor
de Wet langdurige zorg (Wlz), ook wanneer het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)
eerder geen Wlz-indicatie heeft afgegeven?
Vraag 2
Deelt u de mening dat ouders van ernstig zieke kinderen hun tijd en energie moeten
kunnen besteden aan hun kind, in plaats van telkens te moeten bewijzen dat noodzakelijke
zorg nog steeds nodig is of vast te lopen door gedoe met instanties over wie deze
zorg betaalt? Zo ja, welke concrete maatregelen wilt u nemen?
Vraag 3
Deelt u de mening dat het voor ouders die laaggeletterd zijn, een licht verstandelijke
beperking hebben of de Nederlandse taal minder goed beheersen, niet te doen is om
alle regels en instanties te kennen? Hoe zorgt u ervoor dat de kinderen van deze ouders
ook de zorg krijgen die nodig is?
Vraag 4
Welke verantwoordelijkheid heeft een zorgverzekeraar wanneer deze van mening is dat
een kind onder de Wlz zou moeten vallen, terwijl het CIZ geen Wlz-indicatie heeft
afgegeven? Kan uitsluitend dit verschil van inzicht aanleiding zijn om noodzakelijke
Zvw-zorg te weigeren, te verminderen of niet te verlengen? Kunt u de juridische grondslag
van uw antwoord toelichten?
Vraag 5
Onder welke omstandigheden mag een zorgverzekeraar na een eerdere afwijzing door het
CIZ opnieuw aandringen op een Wlz-aanvraag? Welke nieuwe feiten of veranderingen in
de zorgbehoefte moeten daarvoor aanwezig zijn en wie beoordeelt dit?
Vraag 6
Hoe wordt bij deze beoordeling onderscheid gemaakt tussen een intensieve verpleegkundige
zorgbehoefte in een geneeskundige context en een zorgbehoefte die toegang geeft tot
de Wlz? Hoe worden de ouders, indicerend kinderverpleegkundige en hoofdbehandelaar
hierbij betrokken?
Vraag 7
Hoe wordt voorkomen dat onduidelijkheden over het toepasselijke wettelijke kader,
beoordeling of geschillen over een Wlz-aanvraag, leiden tot een onderbreking van de
zorg? Wie is verantwoordelijk voor het voorkomen van een onderbreking?
Vraag 8
Hoeveel signalen over dergelijke geschillen zijn de afgelopen twee jaar ontvangen
door uw ministerie, Het Juiste Loket en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)? Hoe vaak
ging dit gepaard met vertraging, vermindering of onderbreking van zorg? Bent u bereid
dit uit te zoeken wanneer deze gegevens ontbreken?
Vraag 9
Hoe geeft u voor kinderen met een chronische ziekte of blijvende beperking uitvoering
aan door ons eerder ingediende moties en de afspraak uit het coalitieakkoord dat zij
hun aandoening niet telkens opnieuw hoeven aan te tonen? Welke maatregelen gelden
daarbij voor medische kindzorg vanuit de Zvw, zowel bij zorg in natura als bij een
persoonsgebonden budget (pgb)?
Vraag 10
Deelt u de mening dat het evalueren van de ontwikkeling en actuele zorgbehoefte van
een kind iets anders is dan het opnieuw moeten aantonen dat een aandoening blijvend
is? Hoe wordt dit onderscheid in het herindicatieproces toegepast?
Vraag 11
Hoe verhoudt het slechts bij uitzondering toestaan van tweejarige indicaties en toekenningen
zich tot de aangenomen motie-Mohandis/Werner1 en motie-Beckerman c.s.2 die vragen om indicaties van minstens twee jaar als standaard en de aangenomen motie-Westerveld/Krul3 die vraagt om het uitgangspunt dat in alle zorgwetten langjarige indicaties worden
afgegeven. Bent u bereid de uitvoering hiervan opnieuw te bezien in het licht van
het coalitieakkoord? Bent u bereid een vereenvoudigde verlenging mogelijk te maken
wanneer de indicerend kinderverpleegkundige en het gezin vaststellen dat de zorgbehoefte
niet wezenlijk is veranderd?
Vraag 12
Hoeveel kinderen hebben sinds de landelijke afspraak uit juli 2025 een tweejarige
Zvw-pgb-toekenning gekregen, uitgesplitst naar zorgverzekeraar? Hoe wordt gecontroleerd
of alle verzekeraars deze mogelijkheid daadwerkelijk toepassen en ouders hierover
informeren?
Vraag 13
Wat is de stand van zaken van de aangekondigde opname van deze afspraak in de Bestuurlijke
afspraken Zvw-pgb en van de evaluatie van de Handreiking Indicatieproces Kindzorg
en de Toolbox? Welke verbeteringen zijn doorgevoerd in de betrokkenheid van de hoofdbehandelaar?
Vraag 14
Hoe wordt nagegaan of bij herindicaties bestaande informatie wordt hergebruikt en
medische documentatie door de indicerend verpleegkundige wordt opgevraagd, zoals eerder
afgesproken? Hoe voorkomt u dat ouders alsnog telkens dezelfde stukken moeten verzamelen
en aanleveren?
Vraag 15
Welke eisen gelden voor de zorginhoudelijke onderbouwing wanneer een zorgverzekeraar
afwijkt van de verpleegkundige indicatie of een lager budget toekent? Hoe wordt gezorgd
dat ouders een schriftelijke uitleg ontvangen in begrijpelijke taal? Hoe wordt gezorgd
dat er overleg is met de indicerend kinderverpleegkundige voordat noodzakelijke zorg
wordt verminderd?
Vraag 16
Welke laagdrempelige, onafhankelijke ondersteuning krijgen gezinnen bij een geschil
over een herindicatie of de afbakening tussen de Zvw en Wlz? Wie neemt de regie wanneer
bestaande ondersteuningsroutes geen tijdige oplossing bieden en de zorgcontinuïteit
in gevaar komt?
Vraag 17
Hoe voorkomt u dat vertraging of vermindering van professionele zorg ertoe leidt dat
ouders noodgedwongen extra verpleegkundige zorg overnemen, minder gaan werken of overbelast
raken? Hoe wordt bij herindicaties rekening gehouden met de draagkracht van het gehele
gezin, waaronder eventuele broers en zussen?
Vraag 18
Bent u bereid de knelpunten bij herindicaties en de afbakening tussen Zvw en Wlz expliciet
mee te nemen in de toekomstvisie op integrale medische kindzorg waarom de aangenomen
motie-Westerveld c.s. vraagt?4 Wanneer ontvangt de Kamer deze visie en welke concrete verbeteringen kunnen gezinnen
al eerder verwachten?
Indieners
-
Gericht aan
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport -
Indiener
Lisa Westerveld, Kamerlid -
Medeindiener
Marijke Synhaeve, Kamerlid -
Medeindiener
Eveline Tijmstra, Kamerlid