Stenogram : Midden- en kleinbedrijf
6 Midden- en kleinbedrijf
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 93
Te raadplegen sinds
2026-10-15Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle stukken over dossier32637Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 93
Midden- en kleinbedrijf
Aan de orde is het tweeminutendebat Midden- en kleinbedrijf (CD d.d. 01/07).
De voorzitter:
We gaan meteen verder met het tweeminutendebat Midden- en kleinbedrijf. Daarvoor geef ik als eerste het woord aan mevrouw Bühler voor haar inbreng namens het CDA.
Mevrouw Bühler (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik ga nog even terug naar het commissiedebat dat wij hierover hebben gehad. Daarin spraken de heer Kisteman en ik met elkaar over de evaluatie van de Kamer van Koophandel. We constateerden dat een aantal taken van de Kamer van Koophandel niet meer door ondernemers werden gewaardeerd. Toen hebben we ook gezegd: laten we eens bekijken wat we daarmee doen en of we dat moeten gaan afbouwen. De heer Kisteman komt dadelijk met een motie, maar wij vinden het ook heel belangrijk dat de taken van de Kamer van Koophandel worden afgebouwd op het moment dat ze niet meer voldoen. Als we het met elkaar belangrijk vinden dat we dingen doen die werken voor ondernemers, dan moeten we ook stoppen met de dingen die niet werken en die niet gewaardeerd worden. Wij zouden de minister heel graag willen vragen om daarmee aan de slag te gaan en te bekijken waar we middelen die over zijn kunnen inzetten. We hebben als CDA altijd gezegd dat we het ook heel belangrijk vinden om de financiering van het mkb mogelijk te maken. De heer Bontenbal is in het Irandebat al gekomen met de motie-Bontenbal. Daarin hebben wij ook gevraagd om middelen vrij te maken voor mkb-financiering, met name via een win-winconstruct. Dat komt dadelijk ook terug in de motie die de heer Kisteman zal voordragen.
Voorzitter, dat was het wat mij betreft.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan meneer Van der Lee namens PRO.
De heer Van der Lee (PRO):
Dank, voorzitter. Het debat is al even geleden, maar de minister kan zich, denk ik, nog wel herinneren dat ik mij hard heb gemaakt voor sociale ondernemingen. Die trekken al jaren aan de bel en vragen de politiek om erkenning en herkenning van hun businessmodel, dat vooral gericht is op impact en niet per se op winst. Daarvoor zoeken zij een juridische vorm. Op dat gebied is al heel veel werk verzet. Er ligt ook al een wetsvoorstel op het departement. Ik vind dat we niet moeten dralen. Als er een groep ondernemers is die dit wil en daar belang aan hecht en er geen enkel reëel bezwaar tegen bestaat, wat volgens mij zo is, laten we dan tot actie overgaan. Vandaar de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat sociale ondernemingen al jarenlang wachten op een passende juridische vorm die hun maatschappelijke missie juridisch verankert;
constaterende dat inmiddels een ver uitgewerkt conceptwetsvoorstel voor de bvm beschikbaar is en er daarmee al jarenlang aan een oplossing wordt gewerkt;
overwegende dat een passende rechtsvorm voor sociale ondernemingen de maatschappelijke missie centraal moet stellen en transparantie moet bieden over de daadwerkelijk gerealiseerde maatschappelijke waarde;
verzoekt de regering om nog dit najaar een concreet stappenplan uiteen te zetten ter realisatie van een dergelijke juridische status van sociale ondernemingen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Lee.
Zij krijgt nr. 766 (32637).
De heer Van der Lee (PRO):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan meneer Schenk. Hij spreekt namens Forum voor Democratie.
De heer Schenk (FVD):
Dank, voorzitter.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat bij nieuwe en gewijzigde regelgeving reeds een regeldrukberekening wordt gemaakt waarin administratieve lasten en nalevingskosten worden geraamd;
overwegende dat dezelfde wettelijke verplichting voor een kleine onderneming relatief veel zwaarder kan wegen dan voor een grote onderneming die beschikt over bijvoorbeeld gespecialiseerde juridische en administratieve capaciteit;
overwegende dat het zodoende niet volstaat om uitsluitend de totale regeldrukkosten van nieuwe regelgeving te berekenen, maar tevens moet worden beoordeeld of kleine ondernemingen hierdoor onevenredig worden belast;
overwegende dat waar dit het geval is, bij de vormgeving van regelgeving nadrukkelijk moet worden bezien of kleine ondernemingen kunnen worden ontzien;
verzoekt de regering bij nieuwe regelgeving met substantiële gevolgen voor het midden- en kleinbedrijf expliciet te beoordelen of kleine ondernemingen hierdoor relatief zwaarder worden belast en, indien daarvan sprake is, te bezien of een mkb-uitzondering of -vrijstelling mogelijk is en deze afweging inzichtelijk te maken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Schenk.
Zij krijgt nr. 767 (32637).
De heer Schenk (FVD):
Dan de laatste.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet de doelstelling heeft om jaarlijks 500 regels te schrappen of te vereenvoudigen;
constaterende dat de ontwikkeling van de regeldrukkosten reeds wordt bijgehouden in de Regeldrukmonitor, maar daarin niet afzonderlijk inzichtelijk wordt gemaakt welk deel van de toe- en afname van de regeldrukkosten neerslaat bij het midden- en kleinbedrijf;
overwegende dat het aantal geschrapte of vereenvoudigde regels onvoldoende zegt over de daadwerkelijke ontwikkeling van de regeldruk voor ondernemers wanneer tegelijkertijd nieuwe verplichtingen worden ingevoerd;
overwegende dat juist voor het midden- en kleinbedrijf de totale kosten en tijd die gemoeid zijn met het naleven van regelgeving bepalend zijn voor de ervaren regeldruk;
verzoekt de regering in de Regeldrukmonitor afzonderlijk inzichtelijk te maken welk deel van de toe- en afname van regeldrukkosten neerslaat bij het midden- en kleinbedrijf, en zodoende de netto-ontwikkeling van de regeldrukkosten voor het mkb inzichtelijk te maken,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Schenk.
Zij krijgt nr. 768 (32637).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Kisteman namens de VVD.
De heer Kisteman (VVD):
Voorzitter. We hebben in het mkb-debat uitgebreid stilgestaan bij de Kamer van Koophandel en de twee wettelijke taken die deze uitvoert, namelijk innovatie- en regiostimulering. Ik heb daarover nog twee vragen aan de minister: hoeveel ambtenaren zijn er bij deze twee taken betrokken en welk bedrag is hier jaarlijks voor gereserveerd? Daarop vooruitlopend heb ik een motie. De motie luidt als volgt.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat in de evaluatie van de Kamer van Koophandel het advies wordt gegeven binnen één jaar te komen tot herijking van de innovatie- en regiostimuleringstaak en indien dit niet lukt, deze wettelijke taak te schrappen;
overwegende dat innovatie- en regiostimulering ook op andere plekken binnen Economische Zaken wordt vormgegeven, zoals bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en de regionale ontwikkelingsmaatschappijen;
overwegende dat het kabinet de ambitie heeft slagvaardiger te willen worden;
verzoekt de regering nog voor de behandeling van de begroting van Economische Zaken met een voorstel te komen om de wet aan te passen, zodat de innovatie- en regiostimuleringstaak als taak van de Kamer van Koophandel wordt geschrapt en de middelen die hieruit vrijkomen in te zetten voor een win-winlening, en daarin mee te nemen dat de taken op een ordentelijke manier worden afgebouwd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kisteman, Bühler en Nanninga.
Zij krijgt nr. 769 (32637).
De heer Kisteman (VVD):
Voorzitter. In het debat Marktordening en consumentenbescherming hebben we stilgestaan bij consumenten die een dubbele verzekering afsluiten zonder dat zij dit weten. Toen gaf de minister aan hiernaar te willen kijken, maar inmiddels ligt er een onderzoek van de AFM dat dit bevestigt. Daarom de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat consumenten bij aankopen, zoals van een vliegticket, fiets, tv of concertkaartje, vaak worden gestuurd naar het afsluiten van een verzekering en daarbij niet over de juiste informatie beschikken om te beoordelen of deze verzekering nuttig is;
overwegende dat veel consumenten een verzekering afsluiten die niet passend is bij hun situatie — zogenaamde oververzekeringen — bijvoorbeeld doordat de dekking overlapt met bestaande verzekeringen, waardoor zij te veel betalen;
overwegende dat de Autoriteit Financiële Markten na onderzoek stelt dat deze praktijk anders moet;
verzoekt de regering marktpartijen een termijn van zes maanden te stellen om significante maatregelen te nemen tegen oververzekeringen;
verzoekt de regering voorts bij onvoldoende actie en het verstrijken van deze termijn bij toezichthouders erop aan te dringen handhaving op dit fenomeen op te voeren en zo nodig additionele regulerende maatregelen te treffen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kisteman en Schoonis.
Zij krijgt nr. 770 (32637).
Dank u wel. Het woord is aan de heer Prickaertz namens de PVV.
De heer Prickaertz (PVV):
Dank, voorzitter. Het mkb-debat is al een tijdje geleden gevoerd. De minister weet dat ik mij grote zorgen maak over de ambulante handel in Nederland en het feit dat dit kabinet verduurzaming kennelijk belangrijker vindt dan het voortbestaan van die handel. Vandaar de volgende motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat uit het SEO-onderzoek blijkt dat de gemiddelde terugverdientijd in de ambulante handel acht tot elf jaar bedraagt;
overwegende dat ondernemers noodzakelijke investeringen moeten doen in onder meer verduurzaming en materieel, terwijl vergunningen bij sommige gemeenten voor slechts twee jaar worden verleend, wat veelal leidt tot afwijzing van banken om deze investeringen te financieren;
overwegende dat een dergelijke korte vergunningsduur onvoldoende zekerheid biedt om deze investeringen te financieren en terug te verdienen;
verzoekt de regering een landelijke minimale vergunningsduur van tien jaar vast te stellen voor schaarse vergunningen in de ambulante handel,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Prickaertz.
Zij krijgt nr. 771 (32637).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat ondernemers, in het bijzonder in het mkb, al te maken hebben met hoge regeldruk;
overwegende dat nationale koppen boven op Europese regelgeving leiden tot onnodige extra lasten en rapportageverplichtingen voor Nederlandse ondernemers;
overwegende dat deze extra regeldruk de concurrentiepositie en het ondernemerschap onnodig onder druk zet;
verzoekt de regering geen nieuwe nationale koppen in te voeren die leiden tot extra lasten of rapportageverplichtingen voor het mkb,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Prickaertz.
Zij krijgt nr. 772 (32637).
De heer Prickaertz (PVV):
De laatste motie.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat kleine ondernemers bij zakelijke financieringen geconfronteerd kunnen worden met zeer hoge rentes, doordat zij vaak verplicht worden gebruik te maken van non-bancaire financiers;
overwegende dat consumenten wettelijke bescherming genieten tegen excessieve rentes, terwijl kleine ondernemers deze bescherming niet kennen;
overwegende dat hoge financieringskosten het ondernemerschap en de continuïteit van kleine bedrijven onder druk kunnen zetten;
verzoekt de regering te onderzoeken of een renteplafond voor zakelijke financieringen tot €250.000 wenselijk en uitvoerbaar is, teneinde kleine ondernemers beter te beschermen tegen excessieve rentelasten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Prickaertz.
Zij krijgt nr. 773 (32637).
De heer Prickaertz (PVV):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Schoonis namens D66.
De heer Schoonis (D66):
Dank, voorzitter. Ondernemers vragen niet om nog een rapport voor regeldruk. Ze vragen om tijd om te ondernemen. Het kabinet wil 500 regels schrappen; een prima ambitie. Maar begin juli waren er daarvan 94 echt geschrapt. De rest is vooral in beeld gebracht. In beeld brengen is echter nog geen schrappen. Daar heeft geen enkele ondernemers 's avonds minder papierwerk door. Daar komt bij dat MKB-Nederland heeft gezegd dat het overwegend gaat om laaghangend fruit en dubbele regelgeving. Vier regels eraf en vijf erbij; de ondernemer schiet daar niets mee op. Vandaar een oproep tot een nettotelling. Dat lijkt me niet meer dan logisch. Tel niet wat je schrapt, maar wat er per saldo overblijft, en meet alles in uren en niet in aantallen. Anders blijven we dweilen met de kraan open.
Voorzitter. De diagnose kennen we. Nu is het tijd voor de uitvoering. Minder tijd achter de formulieren betekent meer tijd voor ondernemen. Ik dien vandaag geen moties in. De ambitie staat en de toezeggingen zijn gedaan, maar ik houd de minister wel aan haar woord. Ik kom hier terug met de teller in de hand, want deze vermindering van regeldruk moet niet alleen op papier staan; ondernemers moeten er ook echt wat van gaan merken.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot is het woord aan mevrouw Nanninga namens JA21.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dank, voorzitter. Dat waren mooie woorden van mijn voorganger over regeldruk. Ik zou hem verzoeken die bril op te houden in de tweede termijn van het Bushoffdebat, maar dat terzijde.
Voorzitter. Tijdens het commissiedebat heb ik gewezen op de onevenredige — daar heb je hem weer — regeldruk waarmee Nederlandse ondernemers worden geconfronteerd. Ik heb een lange reeks regels opgesomd die het mkb verstikken. Omdat deze regels verschillende ministeries raken, heb ik de minister gevraagd samen met haar collega's een plan van aanpak op te stellen en deze regels grondig tegen het licht te houden. De minister heeft toegezegd onze vragen hierover voor de begrotingsbehandeling op 16 oktober te beantwoorden, zoals ze net al zei. Dat is heel erg fijn. Dat scheelt ons een motie en dat scheelt ons dinsdag ook weer een stemming. Daarvoor dank ik haar. Ik hoor graag in de beantwoording hoe het staat met de uitvoering van deze toezegging.
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors zeven minuten voor de beantwoording van de minister.
De vergadering wordt van 11.24 uur tot 11.30 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en geef het woord aan de minister.
Minister Herbert:
Met rokende panty's, voorzitter.
De motie op stuk nr. 766, van meneer Van der Lee, gaat over sociale ondernemingen. Ik herken het punt dat hij maakt. Toch ontraad ik de motie, omdat het ontwerpvoorstel over de maatschappelijke bv beoogt om het sociaal ondernemerschap te faciliteren. Iedere keer weer blijkt dat het moeilijk is om een eenvoudig werkbare en juridisch sluitende regeling vorm te geven. De staatssecretaris van JenV werkt aan een wettelijke regeling voor de rentmeestervennootschap. Dat is ook in het coalitieakkoord afgesproken. Ik weet dat ik dat ook eerder tegen meneer Van der Lee gezegd heb. Die regeling kan ook sociaal ondernemerschap faciliteren. Al het werk waar meneer Van der Lee naar verwees, wordt dus verwerkt in waar de staatssecretaris van JenV nu mee bezig is. In het najaar komt er een Kamerbrief over die rechtsvorm.
De heer Van der Lee (PRO):
Ik ben toch teleurgesteld. De definitie van een rentmeestervennootschap is dat zeggenschap en financieel belang van elkaar gescheiden zijn. De meeste sociale ondernemingen die ik ken, zijn van ondernemers die met hun hele hebben en houden, en een volledig financieel belang, voor een missie dat bedrijf zijn gestart. Die zijn niet geholpen met een rentmeestervennootschap, want dan moeten ze de zeggenschap overdragen aan anderen.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
De heer Van der Lee (PRO):
Ik snap niet waarom we, terwijl er al jaren gewerkt wordt aan dat traject, niet gewoon met elkaar de publieke discussie aangaan. Het wetsvoorstel ligt er. Laten we dat nou gewoon met elkaar bespreken en beoordelen of we die definitie — ik snap dat dat best een discussie is — samen scherp genoeg kunnen krijgen. Want ze zijn niet geholpen met een rentmeester…
De voorzitter:
Jajaja.
Minister Herbert:
Volgens de informatie die ik heb, heeft dat toch meer moeilijkheden in zich dan gesuggereerd wordt. Ik snap de behoefte om hierover in gesprek te gaan. Ik wil graag overleg kunnen voeren met mijn collega, de staatssecretaris van JenV, over de manier waarop we dat kunnen doen.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 767.
Minister Herbert:
De motie op stuk nr. 767 is van meneer Schenk. Die zou ik willen ontraden. De motie voelt overbodig. Het gaat over nieuwe regelgeving en of we moeten kijken naar uitzonderingen voor het mkb. Daarvoor is echter vorig jaar in de Bedrijfseffectentoets al een aanpassing gedaan waardoor elk departement verplicht is om specifiek stil te staan bij effecten voor het mkb en of daar vrijstellingen voor kunnen gelden.
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 768, ook van meneer Schenk, om in de Regeldrukmonitor afzonderlijk inzichtelijk te maken hoe kosten neerslaan bij het midden- en kleinbedrijf. Ik ontraad deze motie. Ik ben me er overigens heel goed van bewust dat 99% van het aantal ondernemers in Nederland mkb'er is. Daarom zie ik ook dat alles wat we inzichtelijk maken over regeldruk vooral over het mkb gaat. De ontwikkeling van de impact op het mkb loopt daarom grotendeels parallel aan wat de monitor toont.
De voorzitter:
Eén vervolgvraag van meneer Schenk.
De heer Schenk (FVD):
Ik hoorde net D66 spreken. Die had het eigenlijk ook over het in beeld brengen van de netto-ontwikkeling. Het verschil is dat ik zeg dat ik dat specifiek op het mkb wil richten, maar als we ervan maken "verzoekt de regering in de Regeldrukmonitor inzichtelijk maken wat de netto-ontwikkeling van regeldrukkosten is", dan heeft ook het mkb er veel aan. Dan heb ik waarschijnlijk D66 aan mijn zijde, want dat is exact waartoe de woordvoerder net opriep. Zouden we het dan zo kunnen verwoorden?
De voorzitter:
Minister, kunt u daarmee leven?
Minister Herbert:
Ik kan net niet goed genoeg overzien wat de impact is van deze vraag. Ik snap heel goed hoezeer we op zoek zijn naar hoe we aan de goede knoppen kunnen draaien om de regeldruk effectief te verminderen. Overigens ben ik er wel vooral op gebrand om niet het instrument steeds beter te maken, maar om de actie steeds daadkrachtiger te maken. Mag ik hier op een ander moment op terugkomen?
De voorzitter:
U weet elkaar ongetwijfeld voor de stemmingen nog te vinden. Dan komen we bij de motie op stuk nr. 769.
Minister Herbert:
De motie op stuk nr. 769 is van meneer Kisteman en gaat over de Kamer van Koophandel en vooruitlopend op het schrappen van een taak, het dan vrijgevallen geld in te zetten voor een win-win. Ik ontraad deze motie omdat ik er niet op uit ben om een taak af te schaffen, maar wel om te bekijken hoe we het doel dat we voor ogen hebben, namelijk innovatie voor het mkb, beter bereiken. Heel specifiek kan ik de win-win sowieso niet voeden vanuit deze kant, omdat dat de scheiding tussen inkomsten en uitgaven overbrugt. Ik heb hier in de afgelopen periode ook veel in geleerd. Ik ben overigens wel bezig met de uitvoering van de motie-Bontenbal over het voeden van de win-win.
De voorzitter:
We gaan naar de motie op stuk nr. 770.
Minister Herbert:
De motie op stuk nr. 770 gaat over oververzekeringen. Ik vraag om deze aan te houden. Ik ben op dit moment namelijk bezig met aanvullend onderzoek naar oververzekering. Ik heb dat ook toegezegd in het commissiedebat. De verwachting is dat het onderzoek begin 2027 klaar is. Dan zou ik dat graag delen met uw Kamer.
De voorzitter:
Is de heer Kisteman bereid om de motie aan te houden?
De heer Kisteman (VVD):
Mag ik een vraag stellen, voorzitter?
De voorzitter:
Eentje.
De heer Kisteman (VVD):
De AFM heeft recent ook een onderzoek gepresenteerd. Dat was volgens mij in juli, twee maanden geleden. Mijn vraag is dus: met welk onderzoek is de minister bezig?
Minister Herbert:
Even kijken, er staat "aanvullend onderzoek". Het staat helaas niet in de tekst, dus ik durf hier geen antwoord op te geven. De heer Kisteman vraagt volgens mij naar het combineren van inzichten uit onderzoeken en dat zal ik zeker doen.
De voorzitter:
Dan constateer ik dat als de heer Kisteman de motie in stemming brengt, ze de appreciatie "ontijdig" krijgt. We gaan zien of zij wordt aangehouden. We gaan naar de motie op stuk nr. 771.
Minister Herbert:
Dat is een motie over de vergunningsduur voor de ambulante handel. Ik ken inderdaad de betrokkenheid van meneer Prickaertz op deze specifieke sector. Toch moet ik de motie helaas ontraden. Het vaststellen van een minimale vergunningsduur is namelijk niet mogelijk onder de Europese Dienstenrichtlijn omdat deze een "passende" vergunningsduur vereist. Dat kan per geval verschillen. Dat is juist de reden dat de vergunningsduur niet in alle gevallen één jaartal heeft. Ik vind het heel goed dat het bepalen van de passende vergunningsduur bij gemeentes ligt, omdat die het meest zicht hebben op hun lokale omstandigheden. Wat ik als minister wel kan doen, is het opstellen van richtsnoeren om gemeenten te helpen bij het vaststellen van de vergunningsduur. Overigens heeft mijn voorganger dat al gedaan; u vindt dat terug in de Kamerbrief van 2 juni 2025.
De heer Prickaertz (PVV):
Ik heb dat antwoord al eerder gekregen van deze minister. Volgens de Dienstenrichtlijn is een sectorspecifieke minimumtermijn wél mogelijk, mits die dus sectorspecifiek is. Dit is een hele sectorspecifieke richtlijn. Ik zou de minister dus willen verzoeken om te controleren en te onderzoeken of het toch wél mogelijk is. Volgens de regels en volgens de Dienstenrichtlijn zou het namelijk wel moeten kunnen.
Minister Herbert:
Vanzelfsprekend ben ik bereid om te onderzoeken wat meneer Prickaertz zegt.
De voorzitter:
U komt daar schriftelijk op terug?
Minister Herbert:
Daar kom ik op terug.
De heer Prickaertz (PVV):
Mag ik nog een vraag …
De voorzitter:
Nee, meneer Prickaertz. U krijgt maar één interruptie. Dan gaan we naar de motie op stuk nr. 772.
Minister Herbert:
De motie op stuk nr. 772 gaat over het mkb. Deze motie vraagt mij om toe te zeggen dat er geen nationale koppen ingezet worden, om zo regeldruk voor specifiek het mkb te voorkomen. Ik herken natuurlijk helemaal dat we uit principe geen nationale koppen willen zetten. Dat staat ook in het kabinetsbeleid. Of het daarmee een belofte kan zijn om dat nooit te laten gebeuren, is wat anders. Dat wil ik toch liever wel kunnen blijven bekijken. Daarom ontraad ik deze motie.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 773.
Minister Herbert:
Die gaat over onderzoek naar maximale rentes. Daar vraagt meneer Prickaertz om. Ik doe al onderzoek naar die maximale rentes, mede ook naar aanleiding van een motie van meneer Flach. Eind van dit jaar zal ik daarover rapporteren. Ik zet natuurlijk in op de versterking van zelfregulering van de non-bancaire sector via Finankeur. Daar hebben we het ook eerder in het commissiedebat over gehad. Daarmee ontraad ik deze motie.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 773 wordt ontraden. U heeft nog een aantal vragen.
Minister Herbert:
Allereerst is er de vraag van meneer Kisteman. Dat is de feitelijke vraag hoeveel mensen en budget er bij de Kamer van Koophandel besteed worden aan regio- en innovatiewerk. Het antwoord is dat in totaal 1.400 mensen bij de Kamer van Koophandel werken aan informatie en advies en dat daarvan 135 fte — dat is dus een andere eenheid — werkt aan regio en innovatie. In 2025 gaat het dan om ongeveer 21 miljoen euro.
Ook mevrouw Nanninga had nog een vraag. Zij is vooral benieuwd hoe het gaat met mijn toezegging over de zestien regels die door haar aangedragen zijn. Ik zou onderzoeken of we daar reducties in kunnen doorvoeren. Via de voorzitter zeg ik tegen mevrouw Nanninga dat ik weer goed heb uitgevonden dat het allemaal niet makkelijk is. Dat wist mevrouw Nanninga zelf ook wel. U mag ook van mij weten dat ik daar elke week gesprekken over voer. Dat antwoord gaat er dus zeker komen. Of iedereen daar heel gelukkig van wordt, kan ik niet beloven, maar er wordt wel aan gewerkt.
De voorzitter:
Bent u daarmee aan het einde gekomen van uw beantwoording?
Minister Herbert:
Dat ben ik.
De voorzitter:
Daarmee zijn we ook aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Over de ingediende moties zal dinsdag worden gestemd. Ik schors een heel kort ogenblik. Daarna gaat de Kamer het debat voeren over het rapport-Wennink, genaamd De route naar toekomstige welvaart. De vergadering is een kort ogenblik geschorst.
De vergadering wordt van 11.39 uur tot 11.44 uur geschorst.