Schriftelijke vragen : De voorgenomen tracékeuze voor de 380 kV-hoogspanningsverbinding Diemen–Ens ter hoogte van Muiderberg en de Hollandse Brug.
Vragen van het lid Vermeer (BBB) aan de Ministers van Klimaat en Groene Groei en van Economische Zaken en Klimaat over de voorgenomen tracékeuze voor de 380 kV-hoogspanningsverbinding Diemen-Ens ter hoogte van Muiderberg en de Hollandse Brug (ingezonden 14 oktober 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de zorgen van bewoners, ondernemers en recreatieorganisaties in
de omgeving van Muiderberg en de Hollandse Brug over de voorgenomen ligging van de
nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen Diemen en Ens?
Vraag 2
Klopt het dat het onderzochte voorkeurstracé ter hoogte van Muiderberg circa 300 meter
afwijkt van het eerder door de regio voorgestelde tracé? Zo ja, wanneer en op basis
van welke technische, ruimtelijke of financiële overwegingen is besloten hiervan af
te wijken?
Vraag 3
Welke rol heeft het regioadvies van de provincie Noord-Holland gespeeld bij de totstandkoming
van het huidige voorkeurstracé? Kunt u concreet aangeven welke onderdelen van dit
advies niet zijn overgenomen, waarom hiervan is afgeweken en op welke wijze de betrokken
medeoverheden hierover zijn geïnformeerd?
Vraag 4
Deelt u de opvatting dat bij de aanleg van nieuwe hoogspanningsverbindingen zoveel
mogelijk moet worden aangesloten bij bestaande infrastructuur, zoals snelwegen en
bestaande hoogspanningsverbindingen, om verdere versnippering van het landschap en
aantasting van de leefomgeving te beperken? Zo ja, hoe is dit uitgangspunt toegepast
bij de tracékeuze ter hoogte van de A6 en de Hollandse Brug?
Vraag 5
Welke alternatieve tracés zijn onderzocht waarbij de nieuwe hoogspanningsverbinding
dichter langs de A6 wordt gerealiseerd? Kunt u per alternatief inzichtelijk maken
waarom dit wel of niet technisch uitvoerbaar wordt geacht en welke gevolgen dit heeft
voor de kosten, de ruimtelijke inpassing en de omgeving?
Vraag 6
Klopt het dat de aanwezigheid van een gasleiding een van de belemmeringen vormt om
de hoogspanningsverbinding dichter langs de A6 aan te leggen? Zo ja, is onderzocht
of deze gasleiding kan worden verlegd of dat andere technische maatregelen mogelijk
zijn? Wat zijn hiervan de geraamde kosten en waarom is eventueel van deze mogelijkheden
afgezien?
Vraag 7
Kunt u aangeven hoeveel woningen, bedrijven en recreatievoorzieningen binnen een afstand
van respectievelijk 100, 300 en 500 meter van het huidige voorkeurstracé liggen, en
hoe deze aantallen zich verhouden tot een alternatief dat dichter langs de A6 wordt
gerealiseerd?
Vraag 8
Op welke wijze zijn de gevolgen van de voorgenomen hoogspanningsverbinding voor de
bedrijfsvoering, uitbreidingsmogelijkheden en economische toekomst van de betrokken
ondernemers onderzocht? Is daarbij ook gekeken naar mogelijke beperkingen voor agrarische
bedrijven, recreatieondernemers en andere grondeigenaren?
Vraag 9
Op welke wijze zijn bewoners, ondernemers, grondeigenaren en lokale overheden betrokken
bij de afweging tussen de verschillende tracévarianten? Welke concrete bezwaren en
alternatieven zijn vanuit de omgeving aangedragen en hoe zijn deze verwerkt in de
besluitvorming?
Vraag 10
Kunt u toelichten welke criteria en wegingsfactoren worden gehanteerd bij de uiteindelijke
tracékeuze, waaronder technische uitvoerbaarheid, aanlegkosten, leveringszekerheid,
natuur, landschap, gezondheid, woonomgeving en economische belangen? Kunt u daarbij
inzichtelijk maken hoe deze belangen ten opzichte van elkaar worden gewogen?
Vraag 11
Deelt u de opvatting dat eventuele meerkosten van een alternatieve tracéligging niet
uitsluitend moeten worden afgezet tegen de directe aanlegkosten, maar ook tegen de
maatschappelijke gevolgen voor bewoners, ondernemers, natuur en landschap? Zo ja,
hoe wordt dit in de besluitvorming geborgd?
Vraag 12
Bent u bereid om, voordat een definitieve tracékeuze wordt gemaakt, inzichtelijk te
maken of een tracé dichter langs de A6 technisch en financieel haalbaar is en welke
verschillen dit oplevert voor de gevolgen voor woningen, bedrijven, natuur en landschap?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 13
Bent u bereid om de huidige tracékeuze opnieuw te beoordelen indien uit aanvullend
onderzoek blijkt dat een alternatief langs bestaande infrastructuur aantoonbaar minder
gevolgen heeft voor omwonenden, ondernemers en natuur, zonder dat dit leidt tot onevenredige
technische of financiële bezwaren?
Indieners
-
Gericht aan
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat -
Gericht aan
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei -
Indiener
Henk Vermeer, Kamerlid