Schriftelijke vragen : Het bericht 'Jetten informeerde Tweede Kamer onjuist over AI-gebruik'
Vragen van het lid Van Houwelingen (FVD) aan de Minister-President over het bericht «Jetten informeerde Tweede Kamer onjuist over AI-gebruik» (ingezonden 9 oktober 2026).
Vraag 1
Is de premier bekend met het artikel in de Volkskrant van 8 oktober 2026 getiteld
«Jetten informeerde Tweede Kamer onjuist over AI-gebruik»?
Vraag 2
Hoe reageert de premier op de bevinding van deskundigen in dit artikel, namelijk dat
de premier wel degelijk op zijn officiële accounts van artificial intelligence (AI)
gebruik heeft gemaakt en dat met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, volgens
detectiemodel Pangram, in ieder geval vijf van zijn berichten uit het afgelopen half
jaar door AI zijn gegenereerd en dat het volgens twee AI-deskundigen «ondenkbaar»
is «dat Pangram ze allemaal ten onrechte als AI bestempelt»?
Vraag 3
Hoe reageert de premier op de vraagtekens die deskundigen in dit artikel plaatsen
bij het onderscheid dat de premier maakt tussen zijn «privé» en «officiële» accounts,
aangezien de premier zijn posts schreef in zijn hoedanigheid van premier en de berichten
daarmee «ambtsgerelateerd» zijn?
Vraag 4
Waarom is deze nieuwe richtlijn minder streng dan de handreiking voor AI-gebruik door
de overheid?1
Vraag 5
Kan de premier deze vragen afzonderlijk en voor de behandeling van de begroting van
Algemene Zaken op 28 oktober beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
R.A.A. Jetten, minister-president -
Indiener
Pepijn van Houwelingen, Kamerlid