Stenogram : Vragenuur: Vragen van het lid Mohandis aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht "Leden Ongehoord Nederland komen in opstand tegen omroeptop om vermeend wanbeleid. 'Weerstand neemt toe'".
3 Vragenuur
Vergaderjaar 2025-2026
Vergaderingnummer 91
Te raadplegen sinds
2026-10-07Inhoudsopgave
Gerelateerde informatie
Toon alle items in vergaderingHandelingen TK 2025-2026, 91
Vragenuur
Vragen Mohandis
Vragen van het lid Mohandis aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht "Leden Ongehoord Nederland komen in opstand tegen omroeptop om vermeend wanbeleid. 'Weerstand neemt toe'".
De voorzitter:
Ik geef het woord aan de heer Mohandis, voor zijn vragen namens de fractie van PRO aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, die ik van harte welkom heet in de Tweede Kamer. Goed dat u er bent. Meneer Mohandis, als u zover bent, dan heeft u het woord. Mag ik aandacht voor de heer Mohandis?
De heer Mohandis (PRO):
Voorzitter, dank u wel. Hoeveel gele kaarten kan een publieke omroep krijgen? Mijn vragen gaan vandaag over een publieke omroep, Ongehoord Nederland, die al zo veel gele kaarten aan de broek heeft dat ik mij inmiddels afvraag wat een gele kaart voorstelt. Afgelopen zomer was er een extra dieptepunt door Hitlerverheerlijking bij deze omroep. Elke omroep staat het vrij om buiten het bestel, zonder publiek geld, content te maken. Voor elke omroep geldt dat als hij gesanctioneerd wordt — en dat is deze omroep tig keer, door het Commissariaat voor de Media, door de Ombudsman en door de NPO; er is een heel rapport — het tijd wordt om een keer in te grijpen. Ik vraag deze minister wanneer het volgens haar tijd is om de omroeplicentie van deze omroep, die alle krediet heeft verspeeld en tijdens de tijdelijke vergunning niet heeft bewezen dat hij bijdraagt aan het publieke bestel, in te trekken. Graag een concrete reactie.
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Letschert:
Goedemiddag, meneer de voorzitter. Allereerst het volgende. Ik kreeg afgelopen zomer het fragment opgestuurd tijdens mijn zomervakantie, hoog in de bergen. Ik ben me echt kapot geschrokken van het fragment rondom Hitler en de discussie die er in het programma werd gevoerd. Ik heb al eerder gezegd, ook na vragen vanuit de media vorige week, dat het werkelijk verwerpelijk en schandalig is dat dit fragment op deze manier naar buiten is gekomen. Als ik zie hoeveel meldingen over dit fragment zijn binnengekomen en hoeveel mensen hierdoor zijn gekwetst, denk ik dat we hier, in deze Kamer, allemaal veel afstand nemen van wat we daarin gezien hebben.
We hebben afgelopen jaar nog veel meer gezien rondom Ongehoord Nederland. We hebben een rapport gekregen van een evaluatiecommissie. Daarin is aangegeven dat de journalistieke kwaliteit ernstige zorgen baart. We hebben de sancties van het Commissariaat voor de Media gezien. Net voor de zomer heb ik een brief gekregen van het College van Omroepen. Dat heeft bij het bestuur van de NPO, waar de brief aan was gericht, aangegeven dat het geen bereidheid meer heeft tot inhoudelijke samenwerking. Ik heb toen gewacht op de NPO om te horen hoe die op de brief ging reageren. Die brief heb ik na de zomer gekregen. In de media heeft u daarover een statement kunnen lezen. De NPO heeft daarin aangegeven dat zij zorgen hebben over de samenwerkingsbereidheid binnen het bestel en dat zij zich zorgen maken over de manier waarop er de afgelopen periode bereidheid was tot die samenwerking. Tegelijkertijd, ten aanzien van de juridische interpretatie, kan de NPO mij nu verzoeken om tot intrekking over te gaan. Daar hadden zij nog vragen over en die wilden zij in een gesprek met mij toelichten. Dat gesprek heeft inmiddels plaatsgevonden. Daarbij heb ik gevraagd wat de juridische interpretatie is die zij in de Mediawet lezen.
Wat er nu gaat gebeuren, is dat de NPO een reactie gaat geven op de ontstane situatie. Afgelopen vrijdag — het is nu dinsdag — is er weer een brief gekomen van het College van Omroepen. Daarin verzoekt het de NPO om over te gaan tot het indienen van een verzoek aan mij om de intrekking van de erkenning te overwegen. Dat verzoek heb ik op dit moment niet. U kent de Mediawet als geen ander. De Mediawet geeft een aantal mogelijkheden waarop een minister kan overgaan tot intrekking van de erkenning van een omroep. U moet weten dat dat een zwaarwegend besluit is. We hebben niet voor niets in onze Grondwet de persvrijheid geborgd. Ook in de Mediawet is vrij scherp ingekaderd wanneer een minister kan of moet besluiten tot intrekking.
Het verzoek dat ik net noemde, ligt er dus niet. Er liggen op dit moment twee sancties van het Commissariaat voor de Media. Er liggen heel veel zorgen, ook bij uw Kamer, die ik begrijp. Het is nu aan mij om uiteindelijk tot een finale afweging te komen. Toen ik hier afgelopen vrijdag vanuit de media vragen over kreeg, heb ik gezegd dat ik vóór het debat van 25 september, waarin wij over de herziening van het nieuwe mediastelsel gaan praten, mijn reactie op de hele ontstane gang van zaken ga geven. Dat is dus binnen nu en twee weken.
De heer Mohandis (PRO):
Dank voor het antwoord, maar ik had een iets scherper antwoord verwacht. Laat ik ook helder zijn richting de collega's. Het gaat hier niet om de vraag of Ongehoord Nederland leuke of geen leuke dingen uitzendt. Dat is niet de rol van de Kamer. Wat wel tot de rol van de Kamer behoort, is het feit dat we instanties in het leven hebben geroepen die sancties mogen uitdelen. De minister is de enige die bevoegd is om de voordeur open te zetten om tegen een nieuwe omroep te zeggen: u wordt toegelaten. Dat is ooit gebeurd. Maar als een omroep zich misdraagt na die sancties, kan de deur ook worden opengezet om te zeggen: u kunt uit het bestel vertrekken. De minister is de enige die volgens de wet bevoegd is om dat zo op te pakken.
Dan zoom ik in op de wet. De minister geeft aan dat de NPO met een verzoek kan komen op basis van artikel 2.33, lid 2 van de Mediawet. Daarin staat heel duidelijk dat als het Commissariaat voor de Media binnen één jaar twee sancties oplegt, de minister ook kan overgaan tot handhaven. De mogelijkheid om in te grijpen reikt veel verder dan alleen de vraag of de NPO een verzoek doet. Die mogelijkheid is er. Ik wil dus het volgende aan de minister vragen. Ongehoord Nederland heeft alle krediet verspeeld met alle gele kaarten die ze hebben gekregen. Geen enkele omroep wil nog met ze samenwerken. Als we de berichtgeving lezen, zien we dat er inmiddels een ruime Kamermeerderheid is die zegt "Minister, grijp in, want u heeft nog maar twee keuzes: of Ongehoord Nederland permanent in het bestel laten, of een keer optreden." Ik hoop dat de minister het laatste doet. Ik kijk ernaar uit.
De voorzitter:
Minister, kort en bondig alstublieft.
Minister Letschert:
Ik begrijp helemaal dat de bal nu bij mij ligt. Ik heb u aangegeven dat ik op heel korte termijn, ruim voor het debat, mijn reactie geef op deze situatie.
De heer Mohandis (PRO):
Ja, en wat gaat die reactie zijn?
Minister Letschert:
Nogmaals, meneer de voorzitter, dat vergt ook een zorgvuldige afweging. We hebben hier te maken met aan de ene kant het waarborgen van de persvrijheid en aan de andere kant een omroep die de integriteit van het bestel zwaar onder druk zet. Die afweging ben ik aan het maken. Ruim voor het debat krijgt u van mij de finale reactie daarop.
De heer Mohandis (PRO):
Weet u waarom ik zo fel ben? We staan aan de vooravond van praten over het inrichten van ons publieke bestel. Hoe gaan we de publieke omroep inrichten voor de toekomst? Hoe gaat dat eruitzien? Welke omroephuizen komen er? Ik heb gewoon de serieuze zorg dat als we geen besluit nemen over Ongehoord Nederland, met alle ondermijnende acties en al die gele kaarten die ze hebben gekregen, we geen zuiver debat gaan voeren over de toekomst van het bestel, temeer omdat geen enkele omroep ermee wil samenwerken. 24 september staat er een debat gepland. Dan zal die duidelijkheid er moeten zijn, of we het leuk vinden of niet. Ik zeg er nu ook bij dat we afgelopen zomer niet stilgezeten hebben. We hebben ook gewoon geschreven en echt gekeken hoe we hier als Kamer onze rol gaan pakken. Dit heeft niets te maken met of wij een bepaalde omroep links, rechts of wat dan ook vinden. Op het moment dat de spelregels worden overschreden die wij in de Mediawet hebben, zullen wij uiteindelijk de minister de opdracht geven om tot actie over te gaan, als zij dat niet doet. Dan kan er maar één ding gebeuren na al die gele kaarten van het Commissariaat voor de Media, de Ombudsman, de NPO: dat ON op off gaat.
Minister Letschert:
Als ik in uw schoenen zou staan, zou ik precies hetzelfde doen. Tegelijkertijd ben ik als minister ook verantwoordelijk voor een zorgvuldig doorlopen proces. Daar zit ik middenin. Nogmaals, ruim voor het debat gaat u van mij een reactie krijgen.
De voorzitter:
"Gaat de heer Mohandis …"
Minister Letschert:
Gaat de heer Mohandis een reactie krijgen.
De heer Mohandis (PRO):
Ik kijk ernaar uit.
De voorzitter:
Dank u wel. Meneer Krul.
De heer Krul (CDA):
Ongehoord Nederland gebruikt belastinggeld om een stroom aan ranzigheid over Nederland uit te storten. Het verheerlijken van Hitler is het absolute dieptepunt. We zien nu wel een soort witwaspraktijk, maar het is gewoon al te laat. Hier komen ze niet meer van terug. Ik begrijp dat het complex is. De minister schetst dat goed, denk ik. Het moet ook zorgvuldig. Als de minister zegt dat er een reactie komt, kunnen we er dan op z'n minst van uitgaan dat die reactie ook een finaal oordeel zal bevatten? Wat dat oordeel is, dat kan de minister nu niet zeggen, maar kunnen we ervan uitgaan dat we voor het debat duidelijkheid hebben over die rode kaart voor deze omroep die zich structureel misdraagt?
Minister Letschert:
Daar kunt u van uitgaan.
De heer Ergin (DENK):
Ongehoord Nederland vergoelijkt Hitler, verspreidt racistische omvolkingstheorieën, discrimineert en verspreidt nepnieuws. Dat zijn allemaal rode kaarten, keer op keer, onder het mom van journalistiek. Ik zou aan de minister willen vragen of zij de conclusie deelt dat wat Ongehoord Nederland doet geen journalistiek is, maar dat het normaliseren van racisme en normaliseren van nazisme is en dat daar stevig tegen moet worden opgetreden.
Minister Letschert:
Ik zei net aan het begin dat het Hitlerfragment verwerpelijk, schandalig, kwetsend en onnodig is. Er zijn ook meldingen over binnengekomen bij de Ombudsman, die uiteindelijk gaat over de schending van de journalistieke normen. Het is niet aan mij om die afkeuring hier in die hoedanigheid juridisch te maken. Dat ligt bij de Ombudsman en uiteindelijk is het aan het Commissariaat voor de Media om daarop toe te zien. Volgens mij heb ik hier al voldoende geuit wat ik zelf van dat fragment vind.
De heer Ergin (DENK):
Natuurlijk is het schandalig en verwerpelijk dat Hitler wordt vergoelijkt. Natuurlijk is dat schandalig en verwerpelijk. Ik had niks anders van deze minister verwacht. Maar ik verwacht van deze minister inmiddels, na zo veel incidenten, geen procedurele antwoorden meer, geen vooruitschuiven van lastige vraagstukken en geen handelingsverlegenheid. Ik verwacht een minister die zegt dat als je subsidie krijgt, als je belastinggeld krijgt, en je dit soort vreselijke dingen gaat doen, die geldkraan gewoon dichtgaat. Ik begrijp gewoon niet waarom de minister deze conclusie, die ze eigenlijk gisteren al had kunnen trekken, nog steeds niet trekt.
Minister Letschert:
Ik heb net proberen uit te leggen dat ik me echt voor kan stellen dat u vanuit uw positie de druk hier wil opvoeren. Tegelijkertijd ben ik er als minister ook verantwoordelijk voor om hier een zorgvuldig proces op in te regelen. Volgens mij doe ik dat met heel veel spoed, want ik heb u ook aangegeven dat u ruim voor het debat dat voor eind september gepland staat van mij een reactie gaat krijgen. Ik ben daarin alle zorgvuldigheid maar ook de ernst van de situatie aan het meewegen.
Mevrouw Oualhadj (D66):
De afgrijselijke beelden die we hebben gezien, zijn op zich al schandalig. Het feit dat ze met publiek geld worden gefinancierd, maakt het echt ondragelijk, maar wat D66 betreft is het dan ook echt einde verhaal voor Ongehoord Nederland. Tegelijkertijd snap ik de zorgvuldigheid die de minister in haar rol betracht ook heel goed. We verwachten inderdaad een brief van de minister. Mijn vraag is of ze in die brief dan misschien alvast een inkijkje kan geven in wat er nodig is om te voorkomen dat we in de toekomst in soortgelijke situaties terechtkomen.
Minister Letschert:
In diezelfde periode komt er ook een wetsvoorstel dat in internetconsultatie gaat, over de herziening van het gehele mediabestel. We zullen ook in het debat dit gesprek met elkaar gaan voeren. Dat debat staat gepland op 24 september.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen.