Motie : Motie van het lid Van den Berg over bindende Europese afspraken over gelijke compensatiepercentages, berekeningsregels en toelatingsvoorwaarden voor vergelijkbare bedrijven
21 501-08 Milieuraad
Nr. 1053
MOTIE VAN HET LID VAN DEN BERG
Voorgesteld 7 oktober 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat verschillen in compensatie van industriële elektriciteitskosten
en in de uitleg van Europese regels kunnen leiden tot een ongelijk speelveld tussen
vergelijkbare bedrijven binnen de Europese Unie;
overwegende dat bedrijven moeten kunnen rekenen op voorspelbare compensatie en dat
een gelijker Europees speelveld gepaard moet gaan met voldoende bescherming tegen
concurrentienadeel en weglek naar landen buiten de Europese Unie;
verzoekt de regering bij de Energieraad van 29 oktober 2026 te pleiten voor bindende
Europese afspraken over gelijke compensatiepercentages, berekeningsregels en toelatingsvoorwaarden
voor vergelijkbare bedrijven, zonder daarvoor een nieuw Europees fonds op te richten;
verzoekt de regering hierover op ministerieel niveau met de Europese Commissie in
gesprek te gaan, steun bij andere lidstaten te zoeken en te vragen om een eenduidige
uitleg van de Europese regels voor gerichte verlaging van industriële elektriciteitskosten;
verzoekt de regering de Kamer te informeren over de uitkomsten van het overleg met
de Europese Commissie en het draagvlak onder andere lidstaten,
en gaat over tot de orde van de dag.
Van den Berg
Indieners
Daniël van den Berg, Kamerlid
Appreciatie (oordeel)
Ontijdig
De minister of staatssecretaris vindt dat een motie te vroeg komt. Bijvoorbeeld omdat er nog een onderzoek loopt of omdat er nog een ander debat komt over het onderwerp van de motie. De bewindspersoon vraagt de indiener om de motie ‘aan te houden’: te wachten met stemming over de motie. Wil de indiener dat niet, dan stemt de Kamer alsnog.